Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2021)

Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2021)

Kenmerken huishoudens Regio’s Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Totaal vermogen (mld euro) Gemiddeld vermogen (1 000 euro) Mediaan vermogen (1 000 euro)
Particuliere huishoudens Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Type: Eenpersoonshuishouden Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Type: Meerpersoonshuishouden Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Type: Eenoudergezin Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Type: Paar, totaal Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Type: Paar, met kind(eren) Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Type: Paar, zonder kind Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Type: Meerpersoonshuishouden, overig Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: tot 25 jaar Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: Nederland Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: westers Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Hoofdkostwinner: niet-westers Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Bron: Inkomen als werknemer Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Bron: Overdrachtsinkomen Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Bron: Uitkering inkomensverzekering Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Bron: Uitkering werkloosheid Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Bron: Uitkering pensioen Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Bron: Uitkering sociale voorziening Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Bron: Studiefinanciering Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Woningbezit: eigen woning Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Woningbezit: huurwoning Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Woningbezit: huurwoning met huurtoeslag Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Woningbezit: huurwoning geen huurtoeslag Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 1e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 2e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 3e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 4e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 5e 20%-groep Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: tot -5 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: -5 000 tot 0 euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 0 tot 1 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 1 000 tot 5 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 5 000 tot 10 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 10 000 tot 20 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 20 000 tot 50 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 50 000 tot 100 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 100 000 tot 200 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 200 000 tot 500 000 euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 500 000 tot 1 miljoen euro Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Vermogen: 1 miljoen euro of meer Gemeenten; niet in te delen 2020* 0,0 . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het vermogen van huishoudens naar kenmerken als samenstelling van het huishouden, leeftijd en migratieachtergrond van de hoofdkostwinner, voornaamste inkomensbron, woonsituatie, inkomensgroep, vermogensgroep en vermogensklasse. De gegevens zijn beschikbaar naar diverse regionale indelingen gebaseerd op de gemeentelijke indeling per 1 januari 2021.

Gegevens beschikbaar van 2006 tot en met 2020.
De gegevens betreffen de stand van het vermogen per 1 januari.

Status van de cijfers:
De cijfers over 2006 tot en met 2019 zijn definitief. De cijfers over 2020 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 19 oktober 2022:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel 'Vermogen huishoudens; regio (indeling 2022)'. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens met vermogen per 1 januari van het verslagjaar.
Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.
Totaal vermogen
Totale som van het vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Gemiddeld vermogen
Gemiddeld vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Mediaan vermogen
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getalen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.