Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2021)

Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2021)

Kenmerken huishoudens Regio’s Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Totaal vermogen (mld euro) Gemiddeld vermogen (1 000 euro) Mediaan vermogen (1 000 euro)
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Nederland 2020* 273,6 22,2 81,3 4,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Nederland (LD) 2020* 25,9 2,0 78,0 8,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Oost-Nederland (LD) 2020* 53,6 4,4 82,1 5,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid West-Nederland (LD) 2020* 128,4 9,8 76,5 3,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuid-Nederland (LD) 2020* 65,7 6,0 91,1 5,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Niet in te delen (LD) 2020* 0,0 . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Groningen (PV) 2020* 9,8 0,7 67,7 6,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Fryslân (PV) 2020* 7,8 0,7 85,4 9,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Drenthe (PV) 2020* 8,3 0,7 83,4 9,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Overijssel (PV) 2020* 17,2 1,4 79,6 4,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Flevoland (PV) 2020* 6,8 0,4 65,5 4,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Gelderland (PV) 2020* 29,5 2,6 87,4 5,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Utrecht (PV) 2020* 19,5 1,8 93,6 4,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Holland (PV) 2020* 49,1 4,1 83,0 2,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuid-Holland (PV) 2020* 54,0 3,4 63,4 2,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zeeland (PV) 2020* 5,7 0,5 86,0 8,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Brabant (PV) 2020* 40,1 4,0 98,8 5,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Limburg (PV) 2020* 25,6 2,0 79,1 5,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Niet in te delen (PV) 2020* 0,0 . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Oost-Groningen (CR) 2020* 3,1 0,2 62,7 7,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Delfzijl en omgeving (CR) 2020* 0,9 0,0 47,8 3,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Overig Groningen (CR) 2020* 5,8 0,4 73,3 6,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Friesland (CR) 2020* 4,0 0,3 82,8 9,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidwest-Friesland (CR) 2020* 1,4 0,1 89,2 11,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidoost-Friesland (CR) 2020* 2,3 0,2 87,5 7,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Drenthe (CR) 2020* 2,6 0,2 95,3 11,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidoost-Drenthe (CR) 2020* 3,8 0,3 70,5 7,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidwest-Drenthe (CR) 2020* 2,0 0,2 92,3 9,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Overijssel (CR) 2020* 4,5 0,4 95,2 8,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidwest-Overijssel (CR) 2020* 2,4 0,2 75,9 2,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Twente (CR) 2020* 10,4 0,8 73,7 4,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Veluwe (CR) 2020* 8,5 0,9 100,5 7,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Achterhoek (CR) 2020* 6,1 0,6 96,5 8,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Arnhem/Nijmegen (CR) 2020* 11,9 0,8 67,9 3,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidwest-Gelderland (CR) 2020* 3,1 0,3 108,4 8,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Utrecht (CR) 2020* 19,5 1,8 93,6 4,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Kop van Noord-Holland (CR) 2020* 6,5 0,5 80,3 5,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Alkmaar en omgeving (CR) 2020* 4,5 0,4 85,7 6,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid IJmond (CR) 2020* 3,1 0,3 81,6 3,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Agglomeratie Haarlem (CR) 2020* 3,8 0,4 112,1 4,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zaanstreek (CR) 2020* 3,8 0,2 60,1 2,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Groot-Amsterdam (CR) 2020* 23,9 1,9 79,0 1,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2020* 3,5 0,4 106,8 5,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2020* 4,5 0,5 104,5 6,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2020* 15,5 0,9 58,4 1,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Delft en Westland (CR) 2020* 2,7 0,2 80,4 3,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Oost-Zuid-Holland (CR) 2020* 3,7 0,3 87,6 6,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Groot-Rijnmond (CR) 2020* 21,8 1,2 52,8 2,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2020* 5,7 0,3 60,6 3,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2020* 1,8 0,2 88,1 11,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Overig Zeeland (CR) 2020* 3,9 0,3 85,0 7,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid West-Noord-Brabant (CR) 2020* 9,6 0,9 97,6 5,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Midden-Noord-Brabant (CR) 2020* 7,4 0,7 90,0 5,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2020* 10,8 1,2 107,7 6,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2020* 12,4 1,2 97,2 5,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Limburg (CR) 2020* 4,3 0,4 92,5 5,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Midden-Limburg (CR) 2020* 4,9 0,5 106,3 11,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuid-Limburg (CR) 2020* 16,4 1,1 67,4 4,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Flevoland (CR) 2020* 6,8 0,4 65,5 4,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Niet in te delen (CR) 2020* 0,0 . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Aa en Hunze 2020* 0,3 0,0 124,4 25,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Aalsmeer 2020* 0,3 0,0 120,6 5,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Aalten 2020* 0,4 0,0 110,4 31,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Achtkarspelen 2020* 0,4 0,0 101,4 20,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Alblasserdam 2020* 0,3 0,0 72,6 11,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Albrandswaard 2020* 0,2 0,0 85,2 5,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Alkmaar 2020* 2,5 0,2 64,8 4,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Almelo 2020* 1,8 0,1 41,5 2,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Almere 2020* 3,6 0,2 65,2 4,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Alphen aan den Rijn 2020* 1,2 0,1 88,3 5,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Alphen-Chaam 2020* 0,1 . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Altena 2020* 0,6 0,1 120,3 17,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Ameland 2020* 0,0 . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Amersfoort 2020* 2,5 0,2 81,9 4,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Amstelveen 2020* 1,1 0,1 126,1 4,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Amsterdam 2020* 16,9 1,1 64,6 1,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Apeldoorn 2020* 2,4 0,2 78,1 4,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Arnhem 2020* 3,1 0,1 45,1 1,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Assen 2020* 1,1 0,1 66,4 4,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Asten 2020* 0,2 0,0 166,0 38,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Baarle-Nassau 2020* 0,1 0,0 128,8 10,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Baarn 2020* 0,3 0,0 112,5 5,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Barendrecht 2020* 0,4 0,0 114,6 14,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Barneveld 2020* 0,5 0,1 126,3 12,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beek (L.) 2020* 0,3 0,0 98,3 13,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beekdaelen 2020* 0,7 0,1 116,4 21,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beemster 2020* 0,1 0,0 100,6 4,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beesel 2020* 0,2 0,0 87,5 9,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Berg en Dal 2020* 0,5 0,1 102,2 9,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bergeijk 2020* 0,2 0,0 192,1 67,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bergen (L.) 2020* 0,2 0,0 129,3 34,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bergen (NH.) 2020* 0,4 0,1 163,2 14,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bergen op Zoom 2020* 1,3 0,1 65,4 3,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Berkelland 2020* 0,5 0,1 132,1 22,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bernheze 2020* 0,4 0,1 171,1 29,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Best 2020* 0,4 0,0 125,3 15,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beuningen 2020* 0,4 0,0 123,8 10,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beverwijk 2020* 0,8 0,0 61,0 2,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid De Bilt 2020* 0,6 0,1 127,7 7,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bladel 2020* 0,2 0,0 163,3 18,3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het vermogen van huishoudens naar kenmerken als samenstelling van het huishouden, leeftijd en migratieachtergrond van de hoofdkostwinner, voornaamste inkomensbron, woonsituatie, inkomensgroep, vermogensgroep en vermogensklasse. De gegevens zijn beschikbaar naar diverse regionale indelingen gebaseerd op de gemeentelijke indeling per 1 januari 2021.

Gegevens beschikbaar van 2006 tot en met 2020.
De gegevens betreffen de stand van het vermogen per 1 januari.

Status van de cijfers:
De cijfers over 2006 tot en met 2019 zijn definitief. De cijfers over 2020 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 19 oktober 2022:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel 'Vermogen huishoudens; regio (indeling 2022)'. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens met vermogen per 1 januari van het verslagjaar.
Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.
Totaal vermogen
Totale som van het vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Gemiddeld vermogen
Gemiddeld vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Mediaan vermogen
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getalen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.