Maatstaven gemeentefonds; diverse indicatoren; regio-indeling 2021

Maatstaven gemeentefonds; diverse indicatoren; regio-indeling 2021

Regio's Huishoudens met inkomen, 2014 Totaal huishoudens met inkomen Huishoudens met inkomen (aantal) Huishoudens met inkomen, 2014 Totaal huishoudens met inkomen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (euro) Huishoudens met inkomen, 2014 Huishoudens met kinderen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (euro) Huishoudens met inkomen, 2014 Minderjarige kinderen in huishoudens In huishoudens met laag inkomen (aantal) Inwoners doelpopulatie, 31-12-2019 (aantal)
Nederland 7.771.700 24.400 26.200 392.000 1.847.890
Aa en Hunze 11.300 25.600 26.800 400 2.420
Aalsmeer 12.900 28.400 30.800 400 2.110
Aalten 11.600 23.400 24.500 400 2.100
Achtkarspelen 11.800 21.300 22.100 800 3.050
Alblasserdam 8.100 24.900 26.100 400 1.840
Albrandswaard 10.600 28.900 30.400 400 2.190
Alkmaar 50.900 24.300 25.400 2.200 11.070
Almelo 32.300 22.000 22.500 2.400 9.610
Almere 82.300 24.400 24.400 6.600 23.830
Alphen aan den Rijn 46.900 26.200 27.300 1.900 9.600
Alphen-Chaam 4.000 27.500 29.400 200 770
Altena 21.400 26.100 27.300 700 4.670
Ameland 1.600 22.400 23.500 100 270
Amersfoort 67.500 26.100 27.800 3.400 14.270
Amstelveen 41.800 28.000 32.500 1.300 10.060
Amsterdam 443.500 23.700 25.600 30.500 126.880
Apeldoorn 72.600 24.600 25.800 3.200 17.530
Arnhem 77.300 21.800 23.900 4.800 23.670
Assen 31.400 23.000 23.700 1.800 8.280
Asten 7.100 25.200 27.700 300 1.320
Baarle-Nassau 3.000 24.400 27.800 100 600
Baarn 11.800 27.800 31.200 400 2.590
Barendrecht 18.900 29.000 29.800 800 3.880
Barneveld 20.800 25.300 26.200 1.000 4.640
Beek (L.) 7.400 25.300 27.100 300 1.450
Beekdaelen 16.300 25.200 26.700 500 3.310
Beemster 3.800 28.500 32.100 100 810
Beesel 5.800 23.800 24.900 200 1.210
Berg en Dal 15.800 24.200 26.200 500 3.610
Bergeijk 7.600 26.400 27.800 300 1.440
Bergen (L.) 5.600 23.800 25.000 200 1.160
Bergen (NH.) 14.300 29.100 30.800 400 2.910
Bergen op Zoom 30.600 24.400 25.700 1.700 8.010
Berkelland 19.000 24.100 25.400 600 3.440
Bernheze 11.900 26.300 28.100 400 2.310
Best 12.000 27.400 28.700 400 2.640
Beuningen 10.700 26.000 27.400 400 2.090
Beverwijk 18.700 23.800 24.700 1.000 4.270
De Bilt 19.500 30.900 34.000 700 3.460
Bladel 8.400 25.600 27.200 300 1.470
Blaricum 4.200 38.600 42.500 200 1.040
Bloemendaal 9.900 40.200 46.100 300 2.100
Bodegraven-Reeuwijk 13.500 29.000 29.400 600 2.590
Boekel 4.100 24.400 26.400 200 750
Borger-Odoorn 11.100 23.700 24.600 500 2.700
Borne 9.300 25.800 26.800 300 1.890
Borsele 9.500 25.400 26.400 400 1.850
Boxmeer 12.100 25.700 27.300 400 2.540
Boxtel 14.300 25.200 26.500 600 3.080
Breda 87.400 24.700 27.900 4.000 18.620
Brielle 7.500 27.800 28.900 300 1.570
Bronckhorst 15.700 25.500 26.400 500 2.790
Brummen 9.300 25.400 26.200 300 1.860
Brunssum 13.900 21.800 22.600 800 3.450
Bunnik 6.300 30.000 31.800 100 940
Bunschoten 7.900 25.800 27.400 300 1.470
Buren 10.600 27.200 28.100 400 2.270
Capelle aan den IJssel 30.900 25.000 25.500 2.100 7.500
Castricum 15.400 28.900 30.600 400 2.620
Coevorden 15.600 23.700 24.200 900 3.780
Cranendonck 8.800 25.500 26.900 300 2.240
Cuijk 10.700 24.200 25.200 400 2.280
Culemborg 11.900 25.400 26.600 600 2.760
Dalfsen 11.200 25.200 26.300 400 1.980
Dantumadiel 8.000 21.700 22.800 500 2.260
Delft 53.200 20.700 26.000 2.300 13.230
Deurne 13.600 24.300 25.800 500 2.830
Deventer 44.900 23.300 24.600 2.400 11.310
Diemen 13.200 23.300 27.100 600 3.150
Dinkelland 10.200 25.600 27.800 300 1.720
Doesburg 5.200 23.100 23.200 300 1.290
Doetinchem 25.700 23.700 24.700 1.100 6.240
Dongen 11.000 25.200 26.700 400 2.110
Dordrecht 55.600 23.600 24.600 3.200 14.670
Drechterland 8.100 26.100 27.600 300 1.490
Drimmelen 11.500 26.200 27.900 300 2.190
Dronten 17.000 24.200 25.300 1.000 4.160
Druten 7.800 24.300 26.500 400 1.790
Duiven 10.600 25.400 26.100 400 2.180
Echt-Susteren 14.700 24.300 26.200 500 3.330
Edam-Volendam 14.600 27.700 30.300 400 2.520
Ede 47.700 24.500 26.100 2.300 10.870
Eemnes 3.700 28.700 29.000 200 710
Eemsdelta 22.200 22.200 22.800 1.300 6.100
Eersel 7.900 27.400 29.300 300 1.660
Eijsden-Margraten 10.700 26.900 28.800 300 1.970
Eindhoven 112.900 23.000 25.300 5.600 28.160
Elburg 9.200 24.000 24.400 400 2.030
Emmen 48.800 22.000 22.800 3.000 13.560
Enkhuizen 8.500 23.700 24.500 400 1.810
Enschede 77.000 20.400 22.600 5.200 22.400
Epe 14.100 25.600 26.100 500 3.140
Ermelo 11.800 25.400 27.500 400 2.850
Etten-Leur 18.400 25.400 26.700 800 3.950
De Fryske Marren 22.100 24.300 25.200 900 4.410
Geertruidenberg 9.500 25.000 26.200 300 1.790
Geldrop-Mierlo 17.300 25.600 26.600 900 3.690
Gemert-Bakel 12.500 24.600 26.200 500 2.580
Gennep 7.900 23.400 24.900 300 1.770
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die onder andere als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de algemene uitkeringen, Jeugdwet en de Participatiewet.

Gegevens beschikbaar voor 2021

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Wijzigingen per 07-09-2021
Geen, dit is een nieuwe tabel

Toelichting onderwerpen

Huishoudens met inkomen, 2014
De uitkomsten hebben betrekking op huishoudens in Nederland met inkomen in 2014.
Totaal huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen (incl. personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2021.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen in jaar 2014 (incl. personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2021.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.

Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2021.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Huishoudens met kinderen
Aantal particuliere huishoudens met kinderen op 31 december 2014 met inkomen in het jaar 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2021.

De uitkomsten hebben betrekking op particuliere huishoudens met kinderen (exclusief studentenhuishoudens). Dit gaat om paren met kinderen zonder anderen en eenoudergezinnen zonder anderen. De indeling van het huishouden hangt af van de relaties van de huishoudensleden ten opzichte van de hoofdkostwinner. Het al dan niet gehuwd samenwonen van de hoofdkostwinner en de aanwezigheid van inwonende kinderen spelen hier een rol.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.


Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen voor huishoudens met kinderen in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2021.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Minderjarige kinderen in huishoudens
Totaal aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met het gehele jaar inkomen (exclusief studentenhuishoudens) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2021.

Een persoon is minderjarig als zijn leeftijd lager is dan 18 jaar.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
In huishoudens met laag inkomen
Aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met inkomen in het 2e, 3e, of 4e deciel van de landelijke inkomensverdeling in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2021.

Huishoudens zijn in tien inkomensklasse verdeeld. De klassengrenzen van de verdeling zijn als volgt bepaald. De huishoudens van geheel Nederland worden gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen van het voorafgaande jaar. Daarna worden de eenheden in tien, qua aantal gelijke groepen (decielgroepen) verdeeld en wordt het hoogste inkomen in elke groep bepaald. Deze inkomens vormen de klassengrenzen (decielen). De huishoudens in het 2e, 3e en 4e deciel vormen in dit geval de groep 'relatief lage inkomens'.
De populatie omvat alle huishoudens inclusief studentenhuishoudens en institutionele huishoudens; huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen zijn buiten beschouwing gelaten.
Een particulier huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien.
Een institutioneel huishouden is gedefinieerd als een uit een of meer leden bestaande verzameling van personen, woonachtig in een tot bewoning bestemd gebouw of in een andere bewoonde ruimte, die daar door derden wordt voorzien van huisvesting en van dagelijkse levensbehoeften.
Huishoudens waarvan alle huishoudensleden een WSF-uitkering (Wet Studie Financiering) ontvangen behoren tot de groep studentenhuishoudens; werkstudenten behoren ook tot deze categorie.
Het 'besteedbaar inkomen' is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals RWW, AOW, WAZ, WAJONG en WAO).

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Inwoners doelpopulatie, 31-12-2019
Het aantal personen dat behoort tot de doelgroep van de Participatiewet voordat deze daadwerkelijk in werking treedt in 2015.

De doelgroep van de Participatiewet, weergegeven in deze tabel, bestaat uit:
- Werkenden met steun van de gemeente (WSW, Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) en het Besluit in- en doorstroombanen (ID), Loonkostensubsidie);
- Niet-werkenden met een uitkering van de gemeente (Wet Werk en Bijstand (WWB));
- Niet-werkenden zonder uitkering (niet-uitkeringsgerechtigden en inactieven);
- Personen met een Wajong-uitkering.

Omdat het CBS geen registratie van niet-uitkeringsgerechtigden of inactieven heeft, is de totale bevolking in de leeftijd van 15 jaar tot aan de AOW-leeftijd 'afgepeld' om tot de omvang van deze subgroep te komen. Op basis van de BRP is de omvang van de bevolking in de leeftijd van 15 jaar tot aan de AOW-leeftijd op 31 december 2019 bepaald voor de gemeentelijke indeling van 1 januari 2021. De volgende groepen zijn vervolgens van deze bevolking afgepeld om tot de uiteindelijke doelgroep van de Participatiewet te komen:
- Personen met een baan in loondienst in Nederland ultimo 2019, ongeacht de omvang van de baan, met uitzondering van de werkenden met steun van de gemeente (WSW, Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) en het Besluit in- en doorstroombanen (ID), Loonkostensubsidie);
- Personen met inkomsten uit een baan in het buitenland in 2019;
- Personen met inkomsten uit overige arbeid in 2019;
- Personen met inkomsten als zelfstandige in 2019;
- Personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)/Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) ultimo 2019;
- Personen met een uitkering in het kader van de werkloosheidswet (WW) ultimo 2019;
- Personen van 15 tot 30 jaar die ultimo 2019 regulier onderwijs volgen.