Gezondheidsmonitor; bevolking 18 jaar of ouder, regio, 2020

Gezondheidsmonitor; bevolking 18 jaar of ouder, regio, 2020

Leeftijd Marges Regio’s Functiebeperkingen Eén of meer lichamelijke beperkingen (%) Functiebeperkingen Soort beperking Beperking in horen (%) Functiebeperkingen Soort beperking Beperking in zien (%) Functiebeperkingen Soort beperking Beperking in bewegen (%)
Totaal Waarde Epe 15,1 3,9 5,5 10,1
Totaal Ondergrens 95%-interval Epe 12,7 2,8 4,0 8,2
Totaal Bovengrens 95%-interval Epe 17,7 5,3 7,5 12,4
18 tot 65 jaar Waarde Epe 10,6 1,8 5,8 6,4
18 tot 65 jaar Ondergrens 95%-interval Epe 7,9 0,9 3,9 4,3
18 tot 65 jaar Bovengrens 95%-interval Epe 14,2 3,6 8,7 9,6
65 jaar of ouder Waarde Epe 24,8 8,6 4,7 18,0
65 jaar of ouder Ondergrens 95%-interval Epe 21,0 6,3 3,0 14,7
65 jaar of ouder Bovengrens 95%-interval Epe 29,0 11,6 7,2 21,9
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen wordt eens in de vier jaar uitgevoerd en levert informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van 18 jaar of ouder woonachtig in particuliere huishoudens. De cijfers zijn uit te splitsen naar leeftijdsgroep, naar regio en naar gemeente. De cijfers zijn voorzien van betrouwbaarheidsintervallen. Dit onderzoek is een samenwerkingsverband tussen GGD-en, RIVM en CBS.

De tabel toont niet alle uitkomsten van de Gezondheidsmonitor. Alleen onderwerpen waarover zowel het CBS als de GGD-en informatie hebben verzameld zijn opgenomen. Informatie over onderwerpen waarover alleen de GGD-en informatie hebben verzameld is te vinden via paragraaf 5 van deze toelichting.

Deze Gezondheidsmonitorcijfers kunnen niet zonder meer vergeleken worden met cijfers uit de CBS-Gezondheidsenquête, doordat er tussen beide onderzoeken methodologische verschillen bestaan. De Gezondheidsmonitor geeft (eens per 4 jaar) inzicht in landelijke, regionale en lokale cijfers en richt zich op de bevolking van 18 jaar of ouder. De CBS-Gezondheidsenquête biedt jaarlijkse, landelijke cijfers en richt zich op de bevolking van alle leeftijden.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2020

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief.

Wijzigingen per 28 oktober 2021
De tabel is aangevuld met cijfers over de regionale eenheid Friese Waddeneilanden (Vlieland, Terschelling, Ameland en Schiermonnikoog).

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Deze tabel wordt niet meer aangevuld.

Toelichting onderwerpen

Functiebeperkingen
Beperkingen volgens de OESO-indicator. De OESO-indicator (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is gebaseerd op vragen over de volgende 7 vaardigheden:
1. Een gesprek volgen in een groep van drie of meer personen (zo nodig met hoorapparaat)
2. Met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)
3. Kleine letters in de krant lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)
4. Op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)
5. Een voorwerp van 5 kilo, bijv. een volle boodschappentas 10 meter dragen
6. Rechtop staand kunnen bukken en iets van de grond oppakken
7. 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)
Antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; kan niet. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' antwoordt.
Eén of meer lichamelijke beperkingen
Percentage personen met minstens 1 OESO-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' antwoordt.
Soort beperking
Beperking in horen
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja, met grote moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de vragen naar beperkingen in horen (volgens de OESO indicator).
Beperking in zien
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja, met grote moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de vragen naar beperkingen in zien (volgens de OESO indicator).
Beperking in bewegen
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja, met grote moeite' of 'nee, dat kan ik niet' op minstens 1 van de vragen naar beperkingen in bewegen (volgens de OESO indicator).