Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2020)

Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2020)

Kenmerken huishouden Regio's Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Totaal vermogen (mld euro) Gemiddeld vermogen (1 000 euro) Mediaan vermogen (1 000 euro)
Hoofdkostwinner: Nederland Nederland 2019* 6.054,0 1.476,5 243,9 81,6
Hoofdkostwinner: Nederland Noord-Nederland (LD) 2019* 704,9 122,8 174,2 54,5
Hoofdkostwinner: Nederland Oost-Nederland (LD) 2019* 1.315,8 297,4 226,0 77,7
Hoofdkostwinner: Nederland West-Nederland (LD) 2019* 2.700,6 732,4 271,2 84,5
Hoofdkostwinner: Nederland Zuid-Nederland (LD) 2019* 1.332,6 323,8 243,0 97,5
Hoofdkostwinner: Nederland Ede 2019* 41,1 11,3 273,8 105,6
Hoofdkostwinner: Nederland Enschede 2019* 54,9 7,8 141,3 22,8
Hoofdkostwinner: Nederland Heemstede 2019* 9,8 5,6 574,7 317,0
Hoofdkostwinner: Nederland Medemblik 2019* 16,5 4,4 267,2 129,7
Hoofdkostwinner: Nederland Neder-Betuwe 2019* 8,1 2,2 269,4 104,4
Hoofdkostwinner: Nederland Nederweert 2019* 6,6 2,2 331,1 184,4
Hoofdkostwinner: Nederland Nuenen, Gerwen en Nederwetten 2019* 8,8 3,1 351,0 213,7
Hoofdkostwinner: Nederland Rheden 2019* 17,5 3,7 209,9 44,0
Hoofdkostwinner: Nederland Stede Broec 2019* 8,0 1,6 201,6 95,0
Hoofdkostwinner: Nederland Wijk bij Duurstede 2019* 8,9 2,3 262,7 116,8
Hoofdkostwinner: Nederland Stedendriehoek en Noordwest Veluwe (AM) 2019* 233,5 58,0 248,3 91,2
Hoofdkostwinner: Nederland Drechtsteden (AM) 2019* 99,5 20,0 200,6 66,8
Bron: Inkomen als werknemer Nederland 2019* 4.180,2 547,4 131,0 42,8
Bron: Inkomen als werknemer Noord-Nederland (LD) 2019* 403,1 37,1 92,1 30,8
Bron: Inkomen als werknemer Oost-Nederland (LD) 2019* 851,6 102,1 119,9 45,4
Bron: Inkomen als werknemer West-Nederland (LD) 2019* 2.054,3 284,2 138,3 40,7
Bron: Inkomen als werknemer Zuid-Nederland (LD) 2019* 871,2 124,0 142,3 51,8
Bron: Inkomen als werknemer Ede 2019* 26,2 3,6 137,8 55,3
Bron: Inkomen als werknemer Enschede 2019* 40,4 2,7 67,7 14,0
Bron: Inkomen als werknemer Heemstede 2019* 5,1 1,8 364,5 206,3
Bron: Inkomen als werknemer Medemblik 2019* 9,3 1,3 144,5 76,9
Bron: Inkomen als werknemer Neder-Betuwe 2019* 4,7 0,7 146,2 62,7
Bron: Inkomen als werknemer Nederweert 2019* 3,7 0,8 205,2 128,0
Bron: Inkomen als werknemer Nuenen, Gerwen en Nederwetten 2019* 4,7 1,0 217,0 121,9
Bron: Inkomen als werknemer Rheden 2019* 9,6 0,9 96,5 22,2
Bron: Inkomen als werknemer Stede Broec 2019* 4,7 0,6 120,4 59,6
Bron: Inkomen als werknemer Wijk bij Duurstede 2019* 5,4 0,8 151,9 75,6
Bron: Inkomen als werknemer Stedendriehoek en Noordwest Veluwe (AM) 2019* 141,2 18,6 131,6 53,5
Bron: Inkomen als werknemer Drechtsteden (AM) 2019* 66,9 7,2 108,1 44,1
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Nederland 2019* 731,4 440,7 602,6 182,5
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Noord-Nederland (LD) 2019* 66,9 34,3 513,2 176,3
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Oost-Nederland (LD) 2019* 143,2 90,1 629,2 205,5
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) West-Nederland (LD) 2019* 379,8 226,7 596,9 161,3
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Zuid-Nederland (LD) 2019* 141,6 89,6 632,9 218,9
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Ede 2019* 5,1 3,5 687,0 252,6
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Enschede 2019* 4,9 2,5 518,7 109,3
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Heemstede 2019* 1,4 1,7 1.183,8 543,4
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Medemblik 2019* 2,5 1,5 580,1 248,3
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Neder-Betuwe 2019* 1,3 0,9 679,2 251,2
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Nederweert 2019* 0,8 0,7 870,0 381,1
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Nuenen, Gerwen en Nederwetten 2019* 1,0 0,8 724,5 324,9
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Rheden 2019* 1,5 1,1 698,5 160,1
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Stede Broec 2019* 0,8 0,5 569,3 179,7
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Wijk bij Duurstede 2019* 1,1 0,7 630,4 262,7
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Stedendriehoek en Noordwest Veluwe (AM) 2019* 24,7 16,5 665,6 220,6
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) Drechtsteden (AM) 2019* 10,2 5,5 544,0 153,2
Bron: Overdrachtsinkomen Nederland 2019* 2.912,3 681,0 233,8 46,7
Bron: Overdrachtsinkomen Noord-Nederland (LD) 2019* 324,1 58,4 180,1 54,4
Bron: Overdrachtsinkomen Oost-Nederland (LD) 2019* 590,9 128,7 217,7 57,8
Bron: Overdrachtsinkomen West-Nederland (LD) 2019* 1.355,0 346,7 255,8 32,4
Bron: Overdrachtsinkomen Zuid-Nederland (LD) 2019* 642,3 147,3 229,3 83,5
Bron: Overdrachtsinkomen Ede 2019* 17,1 5,0 289,3 128,6
Bron: Overdrachtsinkomen Enschede 2019* 30,7 3,7 121,1 7,8
Bron: Overdrachtsinkomen Heemstede 2019* 5,5 3,2 592,5 351,6
Bron: Overdrachtsinkomen Medemblik 2019* 7,0 1,8 259,7 139,7
Bron: Overdrachtsinkomen Neder-Betuwe 2019* 2,9 0,6 222,2 69,7
Bron: Overdrachtsinkomen Nederweert 2019* 2,8 0,8 305,5 205,8
Bron: Overdrachtsinkomen Nuenen, Gerwen en Nederwetten 2019* 4,3 1,6 374,4 275,2
Bron: Overdrachtsinkomen Rheden 2019* 9,6 2,1 214,5 43,6
Bron: Overdrachtsinkomen Stede Broec 2019* 3,6 0,7 190,9 120,0
Bron: Overdrachtsinkomen Wijk bij Duurstede 2019* 3,5 1,0 283,1 152,5
Bron: Overdrachtsinkomen Stedendriehoek en Noordwest Veluwe (AM) 2019* 106,8 26,9 252,5 88,5
Bron: Overdrachtsinkomen Drechtsteden (AM) 2019* 48,8 9,1 185,4 35,1
Bron: Uitkering inkomensverzekering Nederland 2019* 2.453,6 678,1 276,3 113,5
Bron: Uitkering inkomensverzekering Noord-Nederland (LD) 2019* 264,1 58,0 219,4 116,1
Bron: Uitkering inkomensverzekering Oost-Nederland (LD) 2019* 498,0 128,1 257,2 124,7
Bron: Uitkering inkomensverzekering West-Nederland (LD) 2019* 1.129,5 345,4 305,8 90,0
Bron: Uitkering inkomensverzekering Zuid-Nederland (LD) 2019* 562,0 146,7 260,9 142,3
Bron: Uitkering inkomensverzekering Ede 2019* 14,9 4,9 332,2 185,5
Bron: Uitkering inkomensverzekering Enschede 2019* 22,1 3,7 168,2 35,3
Bron: Uitkering inkomensverzekering Heemstede 2019* 5,2 3,2 622,3 379,7
Bron: Uitkering inkomensverzekering Medemblik 2019* 6,4 1,8 281,3 165,4
Bron: Uitkering inkomensverzekering Neder-Betuwe 2019* 2,6 0,6 241,3 101,1
Bron: Uitkering inkomensverzekering Nederweert 2019* 2,6 0,8 321,4 224,7
Bron: Uitkering inkomensverzekering Nuenen, Gerwen en Nederwetten 2019* 4,0 1,6 403,2 295,0
Bron: Uitkering inkomensverzekering Rheden 2019* 8,2 2,0 249,3 100,6
Bron: Uitkering inkomensverzekering Stede Broec 2019* 3,2 0,7 208,5 145,0
Bron: Uitkering inkomensverzekering Wijk bij Duurstede 2019* 3,2 1,0 304,5 179,9
Bron: Uitkering inkomensverzekering Stedendriehoek en Noordwest Veluwe (AM) 2019* 93,0 26,8 288,6 149,6
Bron: Uitkering inkomensverzekering Drechtsteden (AM) 2019* 42,1 9,0 215,1 69,6
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Nederland 2019* 1.564,8 103,5 66,2 1,1
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Noord-Nederland (LD) 2019* 179,1 9,6 53,4 1,2
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Oost-Nederland (LD) 2019* 300,8 18,1 60,1 1,3
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep West-Nederland (LD) 2019* 782,7 56,9 72,7 1,0
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Zuid-Nederland (LD) 2019* 302,3 19,0 62,8 1,3
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Ede 2019* 7,8 0,6 82,0 1,6
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Enschede 2019* 24,3 0,6 25,0 0,4
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Heemstede 2019* 1,3 0,4 305,0 5,8
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Medemblik 2019* 2,7 0,3 95,5 3,5
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Neder-Betuwe 2019* 1,3 0,1 85,1 5,5
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Nederweert 2019* 1,0 0,2 160,4 16,0
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Nuenen, Gerwen en Nederwetten 2019* 1,0 0,1 122,2 3,5
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Rheden 2019* 4,2 0,2 46,1 1,3
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Stede Broec 2019* 1,2 0,1 70,0 2,5
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Wijk bij Duurstede 2019* 1,0 0,2 155,2 3,0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het vermogen van huishoudens naar kenmerken als samenstelling van het huishouden, leeftijd en migratieachtergrond van de hoofdkostwinner, voornaamste inkomensbron, woonsituatie, inkomensgroep, vermogensgroep en vermogensklasse. De gegevens zijn beschikbaar naar diverse regionale indelingen gebaseerd op de gemeentelijke indeling per 1 januari 2020.

Gegevens beschikbaar van 2006 tot en met 2019.
De gegevens betreffen de stand van het vermogen per 1 januari.

Status van de cijfers:
De cijfers over 2006 tot en met 2018 zijn definitief. De cijfers over 2019 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 19 oktober 2021:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing. Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel 'Vermogen huishoudens; regio (indeling 2021)'. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens met vermogen per 1 januari van het verslagjaar.
Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.
Totaal vermogen
Totale som van het vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Gemiddeld vermogen
Gemiddeld vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Mediaan vermogen
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getalen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.