Maatstaven gemeentefonds; diverse indicatoren; regio-indeling 2020

Maatstaven gemeentefonds; diverse indicatoren; regio-indeling 2020

Regio's Particuliere huishoudens, 1-1-2020 Totaal particuliere huishoudens (aantal) Particuliere huishoudens, 1-1-2020 Eenouderhuishoudens, 2 of meer kinderen (aantal) Particuliere huishoudens, 1-1-2020 Meerpersoonshuishoudens met kinderen Totaal met thuiswonende kinderen (aantal) Particuliere huishoudens, 1-1-2020 Meerpersoonshuishoudens met kinderen Met thuiswonden kinderen 0 tot 18 jaar (aantal) Bijstandshuishoudens, 2017-2019 Eenouderhuishoudens Gemiddelde 2017-2019 (aantal) Bijstandshuishoudens, 2017-2019 Eenouderhuishoudens 31-12-2019 (aantal) Bijstandshuishoudens, 2017-2019 Eenouderhuishoudens 31-12-2018 (aantal) Bijstandshuishoudens, 2017-2019 Eenouderhuishoudens 31-12-2017 (aantal) Bijstandshuishoudens, 2017-2019 Meerpersoonshuishoudens met kinderen Gemiddelde 2017-2019 (aantal) Bijstandshuishoudens, 2017-2019 Meerpersoonshuishoudens met kinderen 31-12-2019 (aantal) Bijstandshuishoudens, 2017-2019 Meerpersoonshuishoudens met kinderen 31-12-2018 (aantal) Bijstandshuishoudens, 2017-2019 Meerpersoonshuishoudens met kinderen 31-12-2017 (aantal) Huishoudens met inkomen, 2014 Totaal huishoudens met inkomen Huishoudens met inkomen (aantal) Huishoudens met inkomen, 2014 Totaal huishoudens met inkomen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (euro) Huishoudens met inkomen, 2014 Huishoudens met kinderen Totaal huishoudens met kinderen (aantal) Huishoudens met inkomen, 2014 Huishoudens met kinderen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (euro) Huishoudens met inkomen, 2014 Minderjarige kinderen in huishoudens Totaal minderjarige kinderen (aantal) Huishoudens met inkomen, 2014 Minderjarige kinderen in huishoudens In huishoudens tot 120% sociaal minimum (aantal) Huishoudens met inkomen, 2014 Minderjarige kinderen in huishoudens In huishoudens met laag inkomen (aantal)
Amsterdam 475.370 15.510 114.700 84.400 9.820 9.320 9.830 10.320 10.010 9.330 10.090 10.600 443.500 23.700 106.300 25.600 138.200 34.000 30.500
Beemster 4.040 90 1.660 1.150 20 20 20 20 20 20 30 30 3.800 28.500 1.400 32.100 1.700 100 100
Deventer 46.650 1.320 15.280 11.330 710 670 710 750 760 720 740 810 44.900 23.300 14.900 24.600 20.100 2.700 2.400
Drechterland 8.200 230 3.080 2.130 50 50 50 40 60 70 70 60 8.100 26.100 2.900 27.600 4.000 300 300
Echt-Susteren 14.200 300 4.590 2.860 90 90 100 100 120 120 120 120 14.700 24.300 4.600 26.200 5.000 600 500
Oisterwijk 11.260 300 3.900 2.640 60 60 60 50 80 80 90 90 11.300 27.700 3.900 29.500 4.800 500 400
Oosterhout 25.060 700 8.540 5.980 240 210 240 250 290 250 300 320 24.000 25.600 8.100 26.500 10.200 1.300 1.100
Opsterland 12.580 310 4.520 3.160 130 120 120 140 150 150 150 170 12.900 23.600 4.500 24.600 6.300 600 600
Oudewater 4.270 120 1.610 1.130 30 20 30 30 30 30 30 30 4.100 27.900 1.500 30.100 2.100 200 200
Rotterdam 328.280 14.110 96.070 69.390 9.910 9.240 9.850 10.650 10.180 9.350 10.150 11.050 314.500 21.800 89.500 22.900 111.100 31.000 27.900
Terneuzen 25.690 670 7.670 5.350 290 270 290 300 310 280 300 340 25.500 24.200 7.600 25.400 9.300 1.300 1.100
Terschelling 2.550 40 590 390 0 0 0 0 0 0 0 0 2.500 22.500 600 28.000 800 100 100
Twenterand 13.180 370 5.570 3.840 150 140 150 160 160 150 160 180 13.200 22.700 5.500 23.400 7.800 700 800
Tytsjerksteradiel 13.640 310 4.770 3.410 110 110 110 120 140 120 140 150 13.700 23.400 4.700 24.400 6.500 600 600
Waterland 7.560 200 2.770 1.880 30 30 40 30 50 50 50 50 7.500 29.200 2.700 32.100 3.300 200 200
Westerkwartier 26.370 640 10.040 7.250 220 200 220 240 270 250 270 280 26.100 23.800 9.900 24.700 13.800 1.200 1.100
Westerveld 8.730 170 2.570 1.730 40 50 40 40 50 50 50 50 8.600 25.000 2.500 26.300 3.400 300 300
Westervoort 6.700 230 2.400 1.630 100 90 100 100 130 120 130 130 6.600 23.900 2.500 24.000 2.800 500 400
Westerwolde 11.210 260 3.360 2.220 120 120 120 130 150 140 150 160 11.300 21.900 3.300 22.800 4.200 600 600
Winterswijk 12.770 340 4.250 2.930 140 130 140 140 150 150 150 160 12.900 23.100 4.200 24.200 5.600 600 600
Zoetermeer 56.030 2.390 20.770 14.420 1.050 980 1.050 1.120 1.100 1.000 1.110 1.210 55.100 25.700 20.400 25.600 24.700 4.200 3.700
Zoeterwoude 3.480 100 1.360 940 20 20 20 20 20 20 20 30 3.600 27.000 1.300 29.200 1.500 100 100
Zwartewaterland 8.570 190 3.660 2.730 60 60 60 60 80 80 80 80 8.400 24.600 3.500 25.300 5.800 300 400
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die onder andere als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de algemene uitkeringen, Jeugdwet en de Participatiewet.

Gegevens beschikbaar voor 2020

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens, 1-1-2020
Particuliere huishoudens op 1 januari 2020.

Een particulier huishouden is een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en zichzelf daar particulier, dat wil zeggen niet bedrijfsmatig voorziet in huisvesting en dergelijke levensbehoeften.
Totaal particuliere huishoudens
Het totaal aantal particuliere huishoudens op 1 januari 2020 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
Meerpersoonshuishoudens met kinderen
Meerpersoonshuishoudens met thuiswonende kinderen.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders. Onder thuiswonende kinderen worden ook inbegrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.
Totaal met thuiswonende kinderen
Het totaal aantal meerpersoonshuishouden met thuiswonende kinderen op 1 januari 2020 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
Met thuiswonden kinderen 0 tot 18 jaar
Het totaal aantal meerpersoonshuishouden met minimaal één thuiswonend kind jonger dan 18 jaar op 1 januari 2020 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
Eenouderhuishoudens, 2 of meer kinderen
Het aantal particulier huishouden bestaande uit één ouder met minimaal twee thuiswonende kinderen op 1 januari 2020 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met de ouder die tot het huishouden behoort. Onder thuiswonende kinderen worden ook begrepen adoptie- en stiefkinderen maar geen pleegkinderen.
Bijstandshuishoudens, 2017-2019
Huishoudens met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Eenouderhuishoudens
Eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen.
Onder bijstand wordt hier verstaan uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Gemiddelde 2017-2019
Het gemiddeld aantal eenouderhuishoudens met bijstand voor de jaren 2017 tot en met 2019 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
Het gemiddelde is berekend door de aantallen voor de drie peilmomenten op te tellen en te delen door drie.
31-12-2019
Het aantal eenouderhuishoudens met bijstand op 31 december 2019 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
31-12-2018
Het aantal eenouderhuishoudens met bijstand op 31 december 2018 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
31-12-2017
Het aantal eenouderhuishoudens met bijstand op 31 december 2017 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
Meerpersoonshuishoudens met kinderen
Bijstandshuishoudens met één of meer minderjarige kinderen.
Onder bijstand wordt hier verstaan uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Gemiddelde 2017-2019
Het gemiddeld aantal bijstandshuishoudens met één of meer kinderen tot 18 jaar voor de jaren 2017 tot en met 2019 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
Het gemiddelde is berekend door de aantallen voor de drie peilmomenten op te tellen en te delen door drie.
31-12-2019
Het aantal bijstandshuishoudens met één of meer kinderen tot 18 jaar op 31 december 2019 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
31-12-2018
Het aantal bijstandshuishoudens met één of meer kinderen tot 18 jaar op 31 december 2018 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
31-12-2017
Het aantal bijstandshuishoudens met één of meer kinderen tot 18 jaar op 31 december 2017 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.
Huishoudens met inkomen, 2014
De uitkomsten hebben betrekking op huishoudens in Nederland met inkomen.
Totaal huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen (incl. personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen in jaar 2014 (incl. personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.

Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Huishoudens met kinderen
Aantal particuliere huishoudens met kinderen op 31 december 2014 met inkomen in het jaar 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

De uitkomsten hebben betrekking op particuliere huishoudens met kinderen (exclusief studentenhuishoudens). Dit gaat om paren met kinderen zonder anderen en eenoudergezinnen zonder anderen. De indeling van het huishouden hangt af van de relaties van de huishoudensleden ten opzichte van de hoofdkostwinner. Het al dan niet gehuwd samenwonen van de hoofdkostwinner en de aanwezigheid van inwonende kinderen spelen hier een rol.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.


Totaal huishoudens met kinderen
Aantal particuliere huishoudens met kinderen op 31 december 2014 met inkomen in het jaar 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

De uitkomsten hebben betrekking op particuliere huishoudens met kinderen (exclusief studentenhuishoudens). Dit gaat om paren met kinderen zonder anderen en eenoudergezinnen zonder anderen. De indeling van het huishouden hangt af van de relaties van de huishoudensleden ten opzichte van de hoofdkostwinner. Het al dan niet gehuwd samenwonen van de hoofdkostwinner en de aanwezigheid van inwonende kinderen spelen hier een rol.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen voor huishoudens met kinderen in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Minderjarige kinderen in huishoudens
Totaal aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met het gehele jaar inkomen (exclusief studentenhuishoudens) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Een persoon is minderjarig als zijn leeftijd lager is dan 18 jaar.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Totaal minderjarige kinderen
Totaal aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met het gehele jaar inkomen (exclusief studentenhuishoudens) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Een persoon is minderjarig als zijn leeftijd lager is dan 18 jaar.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
In huishoudens tot 120% sociaal minimum
Aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum in het jaar 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum
Om te kunnen beoordelen hoe het besteedbaar inkomen van een huishouden zich verhoudt tot het sociale minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen, bijvoorbeeld, is gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) Kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW (uitkering in het kader van de algemene ouderdomswet) als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan valt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum. Daarom is niet 100%, maar 120% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
In huishoudens met laag inkomen
Aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met inkomen in het 2e, 3e, of 4e deciel van de landelijke inkomensverdeling in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2020.

Huishoudens zijn in tien inkomensklasse verdeeld. De klassengrenzen van de verdeling zijn als volgt bepaald. De huishoudens van geheel Nederland worden gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen van het voorafgaande jaar. Daarna worden de eenheden in tien, qua aantal gelijke groepen (decielgroepen) verdeeld en wordt het hoogste inkomen in elke groep bepaald. Deze inkomens vormen de klassengrenzen (decielen). De huishoudens in het 2e, 3e en 4e deciel vormen in dit geval de groep 'relatief lage inkomens'.
De populatie omvat alle huishoudens inclusief studentenhuishoudens en institutionele huishoudens; huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen zijn buiten beschouwing gelaten.
Een particulier huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien.
Een institutioneel huishouden is gedefinieerd als een uit een of meer leden bestaande verzameling van personen, woonachtig in een tot bewoning bestemd gebouw of in een andere bewoonde ruimte, die daar door derden wordt voorzien van huisvesting en van dagelijkse levensbehoeften.
Huishoudens waarvan alle huishoudensleden een WSF-uitkering (Wet Studie Financiering) ontvangen behoren tot de groep studentenhuishoudens; werkstudenten behoren ook tot deze categorie.
Het 'besteedbaar inkomen' is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals RWW, AOW, WAZ, WAJONG en WAO).

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.