Maatstaven gemeentefonds; diverse indicatoren; regio-indeling 2019

Maatstaven gemeentefonds; diverse indicatoren; regio-indeling 2019

Regio's Huishoudens met inkomen, 2014 Totaal huishoudens met inkomen Huishoudens met inkomen (aantal) Huishoudens met inkomen, 2014 Totaal huishoudens met inkomen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (euro) Huishoudens met inkomen, 2014 Huishoudens met kinderen Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen (euro) Huishoudens met inkomen, 2014 Minderjarige kinderen in huishoudens In huishoudens met laag inkomen (aantal) Inwoners doelpopulatie, 31-12-2017 (aantal)
Nederland 7.771.700 24.400 26.200 392.000 1.919.370
Aa en Hunze 11.300 25.600 26.800 400 2.540
Aalsmeer 12.900 28.400 30.800 400 2.130
Aalten 11.600 23.400 24.500 400 2.300
Achtkarspelen 11.800 21.300 22.100 800 3.240
Alblasserdam 8.100 24.900 26.100 400 1.890
Albrandswaard 10.600 28.900 30.400 400 2.320
Alkmaar 50.900 24.300 25.400 2.200 11.580
Almelo 32.300 22.000 22.500 2.400 10.070
Almere 82.300 24.400 24.400 6.600 23.650
Alphen aan den Rijn 46.900 26.200 27.300 1.900 9.930
Alphen-Chaam 4.000 27.500 29.400 200 810
Altena 21.400 26.100 27.300 700 4.950
Ameland 1.600 22.400 23.500 100 270
Amersfoort 67.500 26.100 27.800 3.400 14.730
Amstelveen 41.800 28.000 32.500 1.300 10.030
Amsterdam 443.500 23.700 25.600 30.500 129.590
Apeldoorn 72.600 24.600 25.800 3.200 17.720
Appingedam 5.800 21.700 22.400 400 1.660
Arnhem 77.300 21.800 23.900 4.800 24.390
Assen 31.400 23.000 23.700 1.800 8.360
Asten 7.100 25.200 27.700 300 1.440
Baarle-Nassau 3.000 24.400 27.800 100 650
Baarn 11.800 27.800 31.200 400 2.620
Barendrecht 18.900 29.000 29.800 800 3.980
Barneveld 20.800 25.300 26.200 1.000 4.980
Beek (L.) 7.400 25.300 27.100 300 1.520
Beekdaelen 16.300 25.200 26.700 500 3.490
Beemster 3.800 28.500 32.100 100 810
Beesel 5.800 23.800 24.900 200 1.300
Berg en Dal 15.800 24.200 26.200 500 3.760
Bergeijk 7.600 26.400 27.800 300 1.500
Bergen (L.) 5.600 23.800 25.000 200 1.240
Bergen (NH.) 14.300 29.100 30.800 400 2.990
Bergen op Zoom 30.600 24.400 25.700 1.700 8.200
Berkelland 19.000 24.100 25.400 600 3.810
Bernheze 11.900 26.300 28.100 400 2.360
Best 12.000 27.400 28.700 400 2.680
Beuningen 10.700 26.000 27.400 400 2.270
Beverwijk 18.700 23.800 24.700 1.000 4.300
De Bilt 19.500 30.900 34.000 700 3.690
Bladel 8.400 25.600 27.200 300 1.560
Blaricum 4.200 38.600 42.500 200 1.010
Bloemendaal 9.900 40.200 46.100 300 2.140
Bodegraven-Reeuwijk 13.500 29.000 29.400 600 2.700
Boekel 4.100 24.400 26.400 200 810
Borger-Odoorn 11.100 23.700 24.600 500 2.750
Borne 9.300 25.800 26.800 300 1.960
Borsele 9.500 25.400 26.400 400 1.920
Boxmeer 12.100 25.700 27.300 400 2.550
Boxtel 13.500 25.000 26.300 600 2.990
Breda 87.400 24.700 27.900 4.000 20.140
Brielle 7.500 27.800 28.900 300 1.640
Bronckhorst 15.700 25.500 26.400 500 2.980
Brummen 9.300 25.400 26.200 300 1.890
Brunssum 13.900 21.800 22.600 800 3.780
Bunnik 6.300 30.000 31.800 100 1.010
Bunschoten 7.900 25.800 27.400 300 1.520
Buren 10.600 27.200 28.100 400 2.340
Capelle aan den IJssel 30.900 25.000 25.500 2.100 8.090
Castricum 15.400 28.900 30.600 400 2.730
Coevorden 15.600 23.700 24.200 900 4.000
Cranendonck 8.800 25.500 26.900 300 1.900
Cuijk 10.700 24.200 25.200 400 2.330
Culemborg 11.900 25.400 26.600 600 2.750
Dalfsen 11.200 25.200 26.300 400 2.060
Dantumadiel 8.000 21.700 22.800 500 2.430
Delft 53.200 20.700 26.000 2.300 13.870
Delfzijl 11.900 22.100 22.500 800 3.580
Deurne 13.600 24.300 25.800 500 2.980
Deventer 44.900 23.300 24.600 2.400 11.600
Diemen 13.200 23.300 27.100 600 3.110
Dinkelland 10.200 25.600 27.800 300 1.800
Doesburg 5.200 23.100 23.200 300 1.410
Doetinchem 25.700 23.700 24.700 1.100 6.440
Dongen 11.000 25.200 26.700 400 2.100
Dordrecht 55.600 23.600 24.600 3.200 15.310
Drechterland 8.100 26.100 27.600 300 1.550
Drimmelen 11.500 26.200 27.900 300 2.280
Dronten 17.000 24.200 25.300 1.000 4.130
Druten 7.800 24.300 26.500 400 1.880
Duiven 10.600 25.400 26.100 400 2.290
Echt-Susteren 14.700 24.300 26.200 500 3.520
Edam-Volendam 14.600 27.700 30.300 400 2.660
Ede 47.700 24.500 26.100 2.300 11.600
Eemnes 3.700 28.700 29.000 200 710
Eersel 7.900 27.400 29.300 300 1.730
Eijsden-Margraten 10.700 26.900 28.800 300 2.100
Eindhoven 112.900 23.000 25.300 5.600 28.450
Elburg 9.200 24.000 24.400 400 2.180
Emmen 48.800 22.000 22.800 3.000 14.160
Enkhuizen 8.500 23.700 24.500 400 1.900
Enschede 77.000 20.400 22.600 5.200 23.890
Epe 14.100 25.600 26.100 500 3.180
Ermelo 11.800 25.400 27.500 400 2.950
Etten-Leur 18.400 25.400 26.700 800 4.150
De Fryske Marren 22.100 24.300 25.200 900 4.830
Geertruidenberg 9.500 25.000 26.200 300 1.890
Geldrop-Mierlo 17.300 25.600 26.600 900 3.810
Gemert-Bakel 12.500 24.600 26.200 500 2.710
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die onder andere als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de algemene uitkeringen, Jeugdwet en de Participatiewet.

Gegevens beschikbaar voor 2019

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers worden onregelmatig gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Huishoudens met inkomen, 2014
De uitkomsten hebben betrekking op huishoudens in Nederland met inkomen.
Totaal huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen (incl. personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Huishoudens met inkomen
Totaal aantal huishoudens met inkomen in jaar 2014 (incl. personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.

Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Huishoudens met kinderen
Aantal particuliere huishoudens met kinderen op 31 december 2014 met inkomen in het jaar 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

De uitkomsten hebben betrekking op particuliere huishoudens met kinderen (exclusief studentenhuishoudens). Dit gaat om paren met kinderen zonder anderen en eenoudergezinnen zonder anderen. De indeling van het huishouden hangt af van de relaties van de huishoudensleden ten opzichte van de hoofdkostwinner. Het al dan niet gehuwd samenwonen van de hoofdkostwinner en de aanwezigheid van inwonende kinderen spelen hier een rol.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.


Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen
Gemiddeld gestandaardiseerd inkomen voor huishoudens met kinderen in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Het gestandaardiseerd inkomen is het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Om inkomens van huishoudens van verschillende grootte en samenstelling vergelijkbaar te maken, wordt het inkomen gestandaardiseerd. Bij het standaardiseren wordt het besteedbaar huishoudensinkomen gecorrigeerd voor grootte en samenstelling van een huishouden. Hiervoor zijn equivalentiefactoren beschikbaar die afgestemd zijn op het aantal volwassenen en kinderen (naar leeftijd) in een huishouden. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Hierbij is de CBS-equivalentieschaal gebruikt, waarbij het eenpersoonshuishouden als standaardhuishouden is gekozen. Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld gestandaardiseerd inkomen per huishouden.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Minderjarige kinderen in huishoudens
Totaal aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met het gehele jaar inkomen (exclusief studentenhuishoudens) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Een persoon is minderjarig als zijn leeftijd lager is dan 18 jaar.

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
In huishoudens met laag inkomen
Aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met inkomen in het 2e, 3e, of 4e deciel van de landelijke inkomensverdeling in 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2019.

Huishoudens zijn in tien inkomensklasse verdeeld. De klassengrenzen van de verdeling zijn als volgt bepaald. De huishoudens van geheel Nederland worden gerangschikt naar hoogte van besteedbaar inkomen van het voorafgaande jaar. Daarna worden de eenheden in tien, qua aantal gelijke groepen (decielgroepen) verdeeld en wordt het hoogste inkomen in elke groep bepaald. Deze inkomens vormen de klassengrenzen (decielen). De huishoudens in het 2e, 3e en 4e deciel vormen in dit geval de groep 'relatief lage inkomens'.
De populatie omvat alle huishoudens inclusief studentenhuishoudens en institutionele huishoudens; huishoudens zonder (waargenomen) belastbaar inkomen zijn buiten beschouwing gelaten.
Een particulier huishouden bestaat uit een of meer personen die alleen of samen in een woonruimte gehuisvest zijn en zelf in hun dagelijkse levensbehoeften voorzien.
Een institutioneel huishouden is gedefinieerd als een uit een of meer leden bestaande verzameling van personen, woonachtig in een tot bewoning bestemd gebouw of in een andere bewoonde ruimte, die daar door derden wordt voorzien van huisvesting en van dagelijkse levensbehoeften.
Huishoudens waarvan alle huishoudensleden een WSF-uitkering (Wet Studie Financiering) ontvangen behoren tot de groep studentenhuishoudens; werkstudenten behoren ook tot deze categorie.
Het 'besteedbaar inkomen' is het bruto-inkomen verminderd met de premies sociale zekerheid en andere betaalde overdrachten (o.a. alimentatie voor ex-partner) en de loon-, inkomsten- en vermogensbelasting.
Het bruto-inkomen omvat winst uit onderneming, bruto-inkomsten uit arbeid, inkomsten uit vermogen en bruto ontvangen overdrachten (zoals RWW, AOW, WAZ, WAJONG en WAO).

Onlangs is de inkomensstatistiek gereviseerd (vanaf verslagjaar 2011). Dit cijfer is echter op verzoek van de opdrachtgever gebaseerd op inkomensgegevens vóór revisie.
Inwoners doelpopulatie, 31-12-2017
Het aantal personen dat behoort tot de doelgroep van de Participatiewet voordat deze daadwerkelijk in werking treedt in 2015.

De doelgroep van de Participatiewet, weergegeven in deze tabel, bestaat uit:
- Werkenden met steun van de gemeente (WSW, Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) en het Besluit in- en doorstroombanen (ID), Loonkostensubsidie);
- Niet-werkenden met een uitkering van de gemeente (Wet Werk en Bijstand (WWB));
- Niet-werkenden zonder uitkering (niet-uitkeringsgerechtigden en inactieven);
- Personen met een Wajong-uitkering.

Omdat het CBS geen registratie van niet-uitkeringsgerechtigden of inactieven heeft, is de totale bevolking in de leeftijd van 15 jaar tot aan de AOW-leeftijd 'afgepeld' om tot de omvang van deze subgroep te komen. Op basis van de BRP is de omvang van de bevolking in de leeftijd van 15 jaar tot aan de AOW-leeftijd op 31 december 2017 bepaald voor de gemeentelijke indeling van 1 januari 2019. De volgende groepen zijn vervolgens van deze bevolking afgepeld om tot de uiteindelijke doelgroep van de Participatiewet te komen:
- Personen met een baan in loondienst in Nederland ultimo 2017, ongeacht de omvang van de baan, met uitzondering van de werkenden met steun van de gemeente (WSW, Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) en het Besluit in- en doorstroombanen (ID), Loonkostensubsidie);
- Personen met inkomsten uit een baan in het buitenland in 2017;
- Personen met inkomsten uit overige arbeid in 2017;
- Personen met inkomsten als zelfstandige in 2017;
- Personen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)/Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) of de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) ultimo 2017;
- Personen met een uitkering in het kader van de werkloosheidswet (WW) ultimo 2017;
- Personen van 15 tot 30 jaar die ultimo 2016 regulier onderwijs volgen.