Kerncijfers wijken en buurten 2019

Kerncijfers wijken en buurten 2019

Wijken en buurten Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens totaal (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Eenpersoonshuishoudens (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens zonder kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (aantal) Wonen Gemiddelde WOZ-waarde van woningen (x 1 000 euro) Wonen Woningen naar bouwjaar Bouwjaar vanaf 2000 (%) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Gem. gestandaardiseerd inkomen van huish (x 1 000 euro)
Surhuisterveen 2.525 880 825 820 2,2 171 14 4.400 26,6 21,3 47,7 10,1 26,2
Verspreide huizen Surhuisterveen 155 20 55 80 2,7 273 51 300 29,1 22,3 44,2 14,2 31,5
Huiswaard 3.685 1.530 985 1.165 2,1 191 8 6.200 29,5 24,2 39,8 14,8 27,9
Huiswaard-1-Zuid 1.295 520 330 445 2,2 203 11 2.300 27,1 21,6 44,7 12,2 26,0
Huiswaard-2-West 1.105 390 340 370 2,1 208 0 2.000 34,0 28,4 29,9 21,1 32,4
Huiswaard-2-Oost 910 425 210 275 2,0 181 16 1.500 30,6 25,1 36,5 15,0 28,1
Stadhuisplein 220 115 90 20 1,6 184 39 300 41,5 38,4 17,5 30,9 41,0
Het Hallehuis 625 170 145 305 2,4 263 0 1.200 34,9 27,6 36,4 21,9 32,4
Scheepvaarthuisbuurt 470 295 130 55 1,6 603 2 600 44,2 38,9 30,2 31,0 38,1
Lucas/Andreasziekenhuis e.o. 985 865 110 10 1,1 248 100 500 38,9 37,2 25,4 38,8 26,5
Woudhuis 2.395 615 660 1.120 2,5 263 17 4.800 36,2 28,8 37,6 24,9 33,7
Wolthuis 105 30 35 35 2,4 440 10 200 32,2 27,2 41,0 13,7 41,3
Provinciaal Ziekenhuis 245 80 65 90 2,5 869 88 400 72,1 51,8 34,6 36,5 86,9
Vogelenzang Psychiatrisch Ziekenhuis 165 110 40 10 1,5 364 41 200 35,1 32,3 42,1 19,7 34,8
Verspr.h. Bovenstehuis en Peelsehuis 125 20 30 70 3,1 422 13 300 35,3 28,7 38,6 22,8 40,8
Blokhuiswetering 1.400 270 425 705 2,7 282 0 3.000 33,0 25,8 37,1 20,8 33,1
Wijk 14 Vlieghuis en Padhuis 50 10 20 20 2,4 321 12 100 . 23,0 . . .
Verspreide huizen Vlieghuis en Padhuis 45 10 20 15 2,4 321 12 100 . 23,0 . . .
Vinke-Brookhuis 255 25 80 150 3,0 343 56 600 35,7 29,1 34,9 27,0 38,9
De Happert Ziekenhuis 75 15 35 25 2,5 477 9 200 47,3 39,9 33,1 38,1 .
Spaanshuisken 15 5 5 5 1,9 . . 0 . . . . .
Buitengebied Spaanshuisken 5 0 0 0 2,0 . . 0 . . . . .
Withuis-Stationsstraat 85 20 25 35 2,4 295 14 200 34,5 28,5 35,5 22,1 .
Gasthuis-Wolfshuis 55 25 10 20 2,0 326 2 100 . 30,1 . . .
Het Hooghuis 2.305 730 690 885 2,2 215 2 4.200 31,9 25,8 36,2 18,4 29,5
Genoenhuis 1.425 265 445 715 2,6 332 25 3.000 40,7 33,0 34,5 29,7 39,4
Raadhuisplein 785 430 205 150 1,8 323 15 1.200 41,9 35,4 33,5 27,1 36,6
Slachthuiswijk 2.795 1.245 680 870 1,9 257 18 4.400 29,1 24,1 42,0 14,2 26,2
Kruithuis 540 310 180 50 1,6 235 43 800 31,3 29,2 41,3 16,1 31,1
Ziekenhuis 0 5 0 0 2,0 156 8 0 . . . . .
Huisduinen 275 95 95 80 2,1 304 13 500 41,1 34,7 31,7 32,5 41,0
Wijk 14 Brouwhuis 3.990 1.280 1.100 1.605 2,3 199 3 7.300 30,2 24,2 40,8 16,7 28,9
Brouwhuis-Dorp 1.395 350 420 630 2,5 238 6 2.800 32,3 26,1 39,2 20,2 32,5
Brouwhuis-West 1.255 425 350 480 2,2 163 0 2.200 28,1 22,6 40,9 13,0 26,7
Brouwhuis-Oost 1.130 385 275 475 2,3 186 2 2.000 30,1 23,5 40,4 16,8 28,1
Raadhuiskwartier 660 220 150 285 2,5 664 7 1.200 64,2 47,0 31,0 42,1 56,6
Kleine Huisjes 40 5 15 10 2,1 161 6 100 . . . . .
Zevenhuis - Buurt 36 00 0 0 0 0 . . . 0 . . . . .
Verspreide huizen Zevenhuis 170 100 35 40 1,8 447 26 200 35,9 29,6 44,9 23,5 .
Verspreide huizen Duifhuis-Kreitsberg 95 15 40 40 2,7 416 5 200 34,5 28,4 37,4 23,2 .
Blokhuisplein 305 225 60 20 1,3 84 27 400 22,9 21,3 56,1 6,4 19,2
Vierhuisterweg e.o. 145 100 30 15 1,5 109 0 200 26,4 22,9 55,0 11,7 26,2
Bos- en Gasthuisdistrict 11.370 6.475 2.465 2.430 1,8 237 15 16.200 31,4 26,1 43,7 18,2 26,5
Gasthuiswijk 1.480 905 315 260 1,6 198 14 2.100 28,6 24,5 45,9 15,4 24,3
Pesthuiswijk 1.255 1.005 195 55 1,2 176 77 1.300 28,4 24,9 51,8 17,4 18,9
Raadhuiskwartier 1.000 355 275 375 2,2 286 13 1.700 42,7 33,3 31,8 31,3 39,6
Stadhuisstraat 370 250 95 20 1,4 147 20 500 22,7 21,5 59,8 5,9 21,3
Het Ravelijn, Ziekenhuisweg 235 165 70 0 1,3 131 77 300 21,2 21,0 58,0 2,6 21,2
Wijk 02 Huissen 8.330 2.395 2.820 3.110 2,3 246 29 15.400 33,5 27,0 36,8 20,5 32,5
Oude Stad Huissen 440 225 140 75 1,7 187 12 700 30,4 27,0 38,4 12,2 27,6
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2019.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per oktober 2024
De indicator ‘Gemiddelde woningwaarde’ binnen thema Wonen is alsnog hernoemd tot ‘Gemiddelde WOZ-waarde van woningen’ ten behoeve van de aansluiting op andere verslagjaren. De definitie in deze jaartabel is ongewijzigd gebleven.

Wijzigingen per mei 2024
De cijfers over eigendom (huur- en koopwoningen) binnen het thema wonen zijn gecorrigeerd. In 2023 is geconstateerd dat de afleiding van huurwoningen in bezit van woningcorporaties voor de jaren 2019 t/m 2022 niet altijd correct is verlopen, waardoor bij enkele gemeenten in specifieke jaren het aantal huurwoningen in bezit van woningcorporaties is onderschat en het aantal huurwoningen in bezit van overige verhuurders is overschat.

Wijzigingen per december 2023
Binnen het thema inkomen zijn de cijfers over het mediane vermogen van particuliere huishoudens herzien naar aanleiding van een fout in de bronbestanden van de studieschulden (=vermogen). Dit levert voor 2019 en 2020 geringe verschillen op in het mediane vermogen.

Wijzigingen per juni 2023
Binnen het thema motorvoertuigen zijn de gegevens vanaf 2019 herzien. Deze zijn nu berekend op basis van de nieuwe verbeterde selectiemethode, waarbij alleen voertuigen zijn meegenomen die op basis van verzekering deel mochten nemen aan het verkeer. Voorheen werden ook enkele niet-verzekerde voertuigen meegenomen. In paragraaf 4 staat een koppeling naar het methoderapport waarin de verschillen tussen de oude en nieuwe selectiemethode worden uitgelegd en gekwantificeerd.
Binnen het thema bevolking zijn gecorrigeerde cijfers toegevoegd. De correctie is het gevolg van een wijziging in de methode van afronden. Deze afronding hoort aselect te zijn, wat onafhankelijk en willekeurig gebeurt. Dit was niet geheel het geval, omdat door een fout in de toepassing van de methode de cijfers vaker naar beneden dan naar boven werden afgerond. Bij het maken van tellingen over afgeronde aantallen gaf dit in sommige gevallen een vertekend beeld. Er zijn tevens hier en daar zeer kleine verschuivingen in de cijfers van wijken en buurten door de ‘kennis van nu’: daar waar aanvankelijk geen waarnemingen waren en op het moment van correctie wel.
De cijfers, met uitzondering van relatieve cijfers, zijn voor wijken en buurten gecorrigeerd. De correctie heeft geen gevolgen voor de landelijke of gemeentelijke aantallen met betrekking tot de genoemde onderwerpen. De correctie heeft ook geen gevolgen voor aantallen van andere onderwerpen in de tabel.


Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Voor deze tabel zijn geen nadere updates meer te verwachten.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
De bevolking van Nederland op 1 januari.

Bevolking:
De inwoners van Nederland.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.

Het komt voor dat van inwoners wel bekend is binnen welke gemeente ze geregistreerd zijn, maar niet exact waar ze verblijven. Deze inwoners zijn daarom wel meegeteld in de gemeentecijfers, maar niet in de cijfers per wijk en buurt. De cijfers per gemeente kunnen daardoor afwijken van de onderliggende wijken of buurten, zelfs wanneer een gemeente slechts uit één wijk bestaat.
Particuliere huishoudens
Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.
Huishoudens totaal
Totaal particuliere huishoudens.
Eenpersoonshuishoudens
Een particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Huishoudens zonder kinderen
Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren zonder kinderen, echtparen zonder kinderen en overige huishoudens.
Huishoudens met kinderen
Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens.
Gemiddelde huishoudensgrootte
Dit gemiddelde is berekend als het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens.
Wonen
Gemiddelde WOZ-waarde van woningen
De gemiddelde waarde onroerende zaken van woonobjecten gebaseerd op de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ-waarde).
Voor de bepaling van de gemiddelde woningwaarde wordt alleen gebruik gemaakt van die WOZ-objecten omschreven als woningen dienend tot hoofdverblijf (WOZ-objectcode 10) en woningen met praktijkruimte (WOZ-objectcode 11) met een waarde groter dan nul euro.

De gemiddelde woningwaarde wordt bepaald met de waardepeildatum van voorgaand jaar, bijv:
- 2019: waardepeildatum 1 januari 2018

Wanneer de woningvoorraad kleiner is dan 20 woningen of het aantal WOZ-objecten kleiner is dan 50 wordt er geen WOZ-waarde opgenomen.

Woningen naar bouwjaar
De aanduiding van het bouwjaar van een pand, waarin een woning zich bevindt. Oorspronkelijk als het pand bouwkundig gereed is of wordt opgeleverd. Latere wijziging aan een pand leidt niet tot wijziging van het bouwjaar. Bij een verblijfobject dat in meerdere panden is gelegen, wordt het oudste bouwjaar genomen.
De bouwjaarklasse heeft hier twee waarden:
1) in of na het jaar 2000 gebouwd;
2) vóór het jaar 2000 gebouwd.
Bouwjaar vanaf 2000
Peildatum: 1 januari van het desbetreffende jaar.
Het aantal woningen met bouwjaar 2000 of later, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.
Inkomen
Deze variabelen geven informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.

Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.


Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 2.500 personen in particuliere huishoudens per regio.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.


20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.


Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
Gem. gestandaardiseerd inkomen van huish
Het besteedbaar inkomen gecorrigeerd voor verschillen in grootte en samenstelling van het huishouden. Deze correctie vindt plaats met behulp van equivalentiefactoren. In de equivalentiefactor komen de schaalvoordelen tot uitdrukking die het gevolg zijn van het voeren van een gemeenschappelijke huishouding. Met behulp van de equivalentiefactoren worden alle inkomens herleid tot het inkomen van een eenpersoonshuishouden. Op deze wijze zijn de welvaartsniveaus van huishoudens onderling vergelijkbaar gemaakt. Het gestandaardiseerd inkomen is een maat voor de welvaart van (de leden van) een huishouden.