Gemeentelijke uitgaven Wmo-maatwerkvoorzieningen; type voorziening, regio

Gemeentelijke uitgaven Wmo-maatwerkvoorzieningen; type voorziening, regio

Maatwerkvoorzieningen: type Regio's Perioden Begrote uitgaven (1 000 euro) Begrote uitgaven per 1000 inwoners (1 000 euro) Gerealiseerde uitgaven (1 000 euro) Gerealiseerde uitgaven per 1000 inwoners (1 000 euro)
Hulpmiddelen en diensten, totaal Nederland 2025* 856.578 47 847.231 47
Hulpmiddelen en diensten, totaal Aa en Hunze 2025* 1.715 66 1.729 67
Hulpmiddelen en diensten, totaal Aalburg 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Aalsmeer 2025* 865 26 1.018 31
Hulpmiddelen en diensten, totaal Aalten 2025* 985 36 872 32
Hulpmiddelen en diensten, totaal Achtkarspelen 2025* 1.220 43 1.143 41
Hulpmiddelen en diensten, totaal Alblasserdam 2025* 1.012 50 963 48
Hulpmiddelen en diensten, totaal Albrandswaard 2025* 1.070 40 981 37
Hulpmiddelen en diensten, totaal Alkmaar 2025* 4.931 44 5.579 49
Hulpmiddelen en diensten, totaal Almelo 2025* 5.275 71 5.124 69
Hulpmiddelen en diensten, totaal Almere 2025* 8.528 37 8.318 36
Hulpmiddelen en diensten, totaal Alphen aan den Rijn 2025* 5.127 44 4.480 39
Hulpmiddelen en diensten, totaal Alphen-Chaam 2025* 395 37 384 36
Hulpmiddelen en diensten, totaal Altena 2025* 2.473 42 2.402 41
Hulpmiddelen en diensten, totaal Ameland 2025* 284 75 234 62
Hulpmiddelen en diensten, totaal Amersfoort 2025* 7.777 48 6.350 39
Hulpmiddelen en diensten, totaal Amstelveen 2025* 2.247 23 2.119 22
Hulpmiddelen en diensten, totaal Amsterdam 2025* 61.924 66 60.742 65
Hulpmiddelen en diensten, totaal Apeldoorn 2025* 11.120 66 8.752 52
Hulpmiddelen en diensten, totaal Appingedam 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Arnhem 2025* 6.315 37 5.734 34
Hulpmiddelen en diensten, totaal Assen 2025* 3.228 46 4.810 68
Hulpmiddelen en diensten, totaal Asten 2025* 867 50 906 52
Hulpmiddelen en diensten, totaal Baarle-Nassau 2025* 331 46 342 47
Hulpmiddelen en diensten, totaal Baarn 2025* 917 36 691 27
Hulpmiddelen en diensten, totaal Barendrecht 2025* 2.209 45 2.154 44
Hulpmiddelen en diensten, totaal Barneveld 2025* 1.810 29 1.921 30
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bedum 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Beek (L.) 2025* 436 27 443 27
Hulpmiddelen en diensten, totaal Beekdaelen 2025* 1.082 30 1.178 33
Hulpmiddelen en diensten, totaal Beemster 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Beesel 2025* 715 53 709 52
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bellingwedde 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Berg en Dal 2025* 1.154 32 1.177 33
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bergeijk 2025* 867 45 863 45
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bergen (L.) 2025* 340 26 393 30
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bergen (NH.) 2025* 1.202 40 1.062 36
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bergen op Zoom 2025* 3.112 44 2.810 40
Hulpmiddelen en diensten, totaal Berkelland 2025* 870 20 972 22
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bernheze 2025* 1.326 41 1.092 33
Hulpmiddelen en diensten, totaal Best 2025* 849 27 912 29
Hulpmiddelen en diensten, totaal Beuningen 2025* 2.084 78 1.386 52
Hulpmiddelen en diensten, totaal Beverwijk 2025* 2.901 67 2.596 60
Hulpmiddelen en diensten, totaal het Bildt 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal De Bilt 2025* 1.485 34 1.419 32
Hulpmiddelen en diensten, totaal Binnenmaas 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bladel 2025* 1.000 48 927 44
Hulpmiddelen en diensten, totaal Blaricum 2025* 360 28 209 16
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bloemendaal 2025* 1.127 48 1.130 48
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bodegraven-Reeuwijk 2025* 1.349 36 1.430 38
Hulpmiddelen en diensten, totaal Boekel 2025* 465 41 372 32
Hulpmiddelen en diensten, totaal Ten Boer 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Borger-Odoorn 2025* 1.550 59 1.511 58
Hulpmiddelen en diensten, totaal Borne 2025* 920 37 1.006 41
Hulpmiddelen en diensten, totaal Borsele 2025* . . 1.460 63
Hulpmiddelen en diensten, totaal Boxmeer 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Boxtel 2025* 1.555 45 1.623 47
Hulpmiddelen en diensten, totaal Breda 2025* 4.475 24 4.461 24
Hulpmiddelen en diensten, totaal Brielle 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bronckhorst 2025* 759 21 680 19
Hulpmiddelen en diensten, totaal Brummen 2025* 590 28 437 20
Hulpmiddelen en diensten, totaal Brunssum 2025* 1.668 61 1.968 71
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bunnik 2025* . . 206 13
Hulpmiddelen en diensten, totaal Bunschoten 2025* 726 32 761 34
Hulpmiddelen en diensten, totaal Buren 2025* 1.111 40 1.015 36
Hulpmiddelen en diensten, totaal Capelle aan den IJssel 2025* 4.139 60 4.160 61
Hulpmiddelen en diensten, totaal Castricum 2025* 1.443 39 1.493 41
Hulpmiddelen en diensten, totaal Coevorden 2025* 2.167 60 2.036 57
Hulpmiddelen en diensten, totaal Cranendonck 2025* 772 36 767 35
Hulpmiddelen en diensten, totaal Cromstrijen 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Cuijk 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Culemborg 2025* 1.207 40 1.151 38
Hulpmiddelen en diensten, totaal Dalfsen 2025* 1.287 43 1.083 36
Hulpmiddelen en diensten, totaal Dantumadiel 2025* 1.054 55 1.422 74
Hulpmiddelen en diensten, totaal Delft 2025* 5.069 46 6.137 56
Hulpmiddelen en diensten, totaal Delfzijl 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Deurne 2025* 1.776 53 1.536 46
Hulpmiddelen en diensten, totaal Deventer 2025* 4.463 43 4.270 41
Hulpmiddelen en diensten, totaal Diemen 2025* 1.428 43 1.348 41
Hulpmiddelen en diensten, totaal Dijk en Waard 2025* 3.330 37 3.342 37
Hulpmiddelen en diensten, totaal Dinkelland 2025* 1.293 48 1.364 51
Hulpmiddelen en diensten, totaal Doesburg 2025* 340 31 416 37
Hulpmiddelen en diensten, totaal Doetinchem 2025* 1.681 28 1.659 28
Hulpmiddelen en diensten, totaal Dongen 2025* 716 26 940 34
Hulpmiddelen en diensten, totaal Dongeradeel 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Dordrecht 2025* 7.586 62 8.109 66
Hulpmiddelen en diensten, totaal Drechterland 2025* 305 15 388 19
Hulpmiddelen en diensten, totaal Drimmelen 2025* 1.274 45 1.255 44
Hulpmiddelen en diensten, totaal Dronten 2025* 1.789 40 1.807 40
Hulpmiddelen en diensten, totaal Druten 2025* 1.480 75 1.429 72
Hulpmiddelen en diensten, totaal Duiven 2025* 895 36 945 38
Hulpmiddelen en diensten, totaal Echt-Susteren 2025* 1.182 37 1.223 38
Hulpmiddelen en diensten, totaal Edam-Volendam 2025* 992 27 1.015 27
Hulpmiddelen en diensten, totaal Ede 2025* 4.866 39 4.476 36
Hulpmiddelen en diensten, totaal Eemnes 2025* 200 20 124 12
Hulpmiddelen en diensten, totaal Eemsdelta 2025* 2.796 62 3.354 75
Hulpmiddelen en diensten, totaal Eemsmond 2025*
Hulpmiddelen en diensten, totaal Eersel 2025* 907 44 1.009 49
Hulpmiddelen en diensten, totaal Eijsden-Margraten 2025* 1.208 46 1.265 48
Hulpmiddelen en diensten, totaal Eindhoven 2025* 11.223 45 10.908 44
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat de begrote en gerealiseerde gemeentelijke uitgaven (exclusief uitvoeringskosten) voor maatwerkvoorzieningen in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De cijfers kunnen worden uitgesplitst naar type maatwerkvoorziening en zijn zowel uitgedrukt in duizenden euro’s als in duizenden euro’s per 1000 inwoners.
Deze tabel is samengesteld op basis van gegevens die gemeenten aan het CBS hebben geleverd in het kader van de enquête Uitgaven Wmo en Jeugdwet.
De eerste uitvraag betreft een nul-meting, welke het jaar 2017 en 2018 bevat. Bij de nulmeting werd toestemming gevraagd voor publicatie, welke niet door alle gemeenten gegeven is. Vanaf de uitvraag in 2020 (zorgjaar 2018 en 2019) betreft dit een wettelijk verplichte uitvraag en worden alle aangeleverde cijfers gepubliceerd.

Vanaf 2018 is een extra uitsplitsing aan de dimensie type maatwerkvoorziening toegevoegd: Overig PGB. Deze uitsplitsing bevat uitgaven aan maatwerkvoorzieningen gefinancierd vanuit Persoonsgebonden Budget (PGB) die niet onder te brengen zijn bij een specifieke post. Gemeenten hebben in beperkte mate gebruik gemaakt van deze extra post. Daarom is deze post niet afzonderlijk weergegeven in de tabel. De kosten bij Overig Persoonsgebonden Budget zijn wel meegenomen in het totaal. Hierdoor kan het voorkomen, dat de som over type maatwerkvoorziening afwijkt van het totaal.
De maatwerkvoorzieningen Verblijf en Opvang worden doorgaans op regionaal niveau georganiseerd door de 44 centrumgemeenten en zijn daarom alleen bij deze centrumgemeenten en dus niet bij de regiogemeenten vermeld in de tabel; een uitzondering vormt de nulmeting in 2017. Vooruitlopend op het woonplaatsbeginsel wordt in een aantal regiogemeenten de toegang voor Beschermd wonen en/of Maatschappelijk opvang al lokaal georganiseerd. Bij deze tabel worden alle uitgaven binnen deze categorie bij de centrumgemeente vermeld (ook als ze door een regiogemeente zijn aangeleverd). Hierdoor zijn de bedragen niet voor elke centrumgemeente representatief voor de door hun gemaakte zorgkosten.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2017

Status van de cijfers:
De cijfers over 2025 zijn voorlopig, de overige cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 31 augustus 2026:
Cijfers over 2024 zijn bijgesteld en definitief gemaakt. De voorlopige cijfers over 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe jaarcijfers worden uiterlijk 12 maanden na afloop van het verslagjaar gepubliceerd. Bij de publicatie van nieuwe jaarcijfers worden de cijfers van voorafgaande jaren waar nodig bijgesteld en definitief.

Toelichting onderwerpen

Begrote uitgaven
Begrote uitgaven: budget dat is gereserveerd op grond van de voorzieningen die in de gegeven periode zijn toegekend of voorzien. De uitvraag van begrotingscijfers voor de GMSD betreft niet de budgetten die door het Rijk ter beschikking zijn gesteld, maar de door de Raad vastgestelde begroting.
Begrote uitgaven per 1000 inwoners
Begrote uitgaven per 1 000 inwoners: budget per 1 000 inwoners dat is gereserveerd op grond van de voorzieningen die in de gegeven periode zijn toegekend of voorzien. De uitvraag van begrotingscijfers voor de GMSD betreft niet de budgetten die door het Rijk ter beschikking zijn gesteld, maar de door de Raad vastgestelde begroting.
Gerealiseerde uitgaven
Gerealiseerde uitgaven: kosten die betaald zijn of kosten van voorzieningen die in de periode zijn afgesloten waarvan de betaling later kan plaatsvinden.
Gerealiseerde uitgaven per 1000 inwoners
Gerealiseerde uitgaven per 1 000 inwoners: kosten per 1 000 inwoners die betaald zijn of kosten per 1 000 inwoners van voorzieningen die in de periode zijn afgesloten waarvan de betaling later kan plaatsvinden.