Overheidsproductie en -consumptie; transacties, overheidssectoren

Overheidsproductie en -consumptie; transacties, overheidssectoren

Institutionele sectoren Transacties en saldi Perioden Overheidsproductie en -consumptie (mln euro)
Overheid P3 Consumptieve bestedingen 2024* 289.662
Overheid P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 195.016
Overheid P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 94.646
Centrale overheid P3 Consumptieve bestedingen 2024* 81.053
Centrale overheid P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 22.245
Centrale overheid P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 58.808
Rijksoverheid P3 Consumptieve bestedingen 2024* 53.359
Rijksoverheid P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 14.183
Rijksoverheid P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 39.176
Overige centrale overheid P3 Consumptieve bestedingen 2024* 27.694
Overige centrale overheid P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 8.062
Overige centrale overheid P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 19.632
Lokale overheid P3 Consumptieve bestedingen 2024* 112.863
Lokale overheid P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 77.025
Lokale overheid P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 35.838
Gemeente P3 Consumptieve bestedingen 2024* 50.959
Gemeente P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 29.335
Gemeente P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 21.624
Gemeenschappelijke regelingen P3 Consumptieve bestedingen 2024* 8.802
Gemeenschappelijke regelingen P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 5.214
Gemeenschappelijke regelingen P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 3.588
Provincies P3 Consumptieve bestedingen 2024* 3.718
Provincies P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 159
Provincies P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 3.559
Waterschappen P3 Consumptieve bestedingen 2024* 3.672
Waterschappen P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 0
Waterschappen P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 3.672
Overige lokale overheden P3 Consumptieve bestedingen 2024* 45.712
Overige lokale overheden P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 42.317
Overige lokale overheden P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 3.395
Socialezekerheidsfondsen P3 Consumptieve bestedingen 2024* 95.746
Socialezekerheidsfondsen P31 Individuele consumptieve bestedingen 2024* 95.746
Socialezekerheidsfondsen P32 Collectieve consumptieve bestedingen 2024* 0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de productie en consumptie van de sector overheid.
De overheidsproductie (output) wordt berekend vanuit de som van de productiekosten, die bestaan uit intermediair verbruik, beloning van werknemers, afschrijvingen, niet-productgebonden belastingen (betaalde), niet-productgebonden subsidies (ontvangen) en het netto exploitatieoverschot. Doordat de ontvangen subsidies de kosten verlagen hebben de subsidies een negatieve waarde in deze tabel.
Het merendeel van overheidsproductie wordt gebruikt als overige niet-marktoutput vrijelijk beschikbaar gesteld aan de burgers via de overheidsconsumptie. Het resterende en kleinere deel van de overheidsproductie wordt verkocht op de markt, gebruikt voor investeringen in eigen beheer, of wordt weliswaar verstrekt als niet-marktoutput, maar met een gedeeltelijke vergoeding.

Overheidsconsumptie is onder te verdelen naar individuele en collectieve consumptieve bestedingen. De individuele overheidsconsumptie is gelijk aan de sociale overdrachten in natura van de overheid, die deels door de overheid zelf is geproduceerd en voor ander deel is aangekocht bij marktproducenten. Bij de individuele overheidsconsumptie gaat het om uitgaven voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften of wensen van leden van de samenleving. De collectieve overheidsconsumptie is het resterende deel van de overheidsconsumptie en heeft betrekking op de collectieve behoeften en wensen van leden van de samenleving. Het onderscheid tussen de individuele en de collectieve overheidsconsumptie wordt gemaakt op basis van de 'Classification of the Functions of Government' (COFOG).

De gebruikte begrippen sluiten aan bij de Nationale rekeningen. De Nationale rekeningen zijn gebaseerd op de internationale definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010). Het transactiemoment bepaalt het moment van boeken. De gepresenteerde gegevens sluiten aan bij de publicaties over de Nationale rekeningen. Er kunnen kleine tijdelijke verschillen met de publicaties van de Nationale rekeningen optreden doordat de gepubliceerde cijfers van de overheidsrekeningen soms actueler zijn.

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaarcijfers vanaf 1995.

Status van de cijfers:
Het verslagjaar 2024 heeft de status voorlopig, de verslagjaren 2023 en eerder hebben de status definitief.

Wijzigingen per 24 juni 2025:
Cijfers over het jaar 2024 zijn beschikbaar.
De cijfers over jaar 2023 zijn nu definitief.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De eerste jaarcijfers worden zes maanden na afloop van het verslagjaar gepubliceerd.
Vervolgens worden de jaarcijfers na 18 maanden gereviseerd. Hiernaast kunnen er tussentijdse actualisaties plaatsvinden om eind maart en eind september de meest actuele gegevens over de overheid aan de Europese Commissie te verstrekken.
Informatie over het revisiebeleid van Nationale rekeningen is te vinden onder paragraaf 3 'relevante artikelen'.

Toelichting onderwerpen

Overheidsproductie en -consumptie
Overheidsproductie en overheidsconsumptie

De overheidsproductie (output P1) wordt berekend vanuit de som van de productiekosten, die bestaan uit intermediair verbruik P2, beloning van werknemers D1, afschrijvingen P51c, (betaalde) niet-productgebonden belastingen D29, (ontvangen) niet-productgebonden subsidies D39 en het netto exploitatieoverschot B2n:
P1 = P2 + D1 + P51c + D29 + D39 + B2n
Doordat de ontvangen subsidies de kosten verlagen hebben de subsidies een negatieve waarde in deze tabel.
Een deel van de overheidsproductie P1 wordt verkocht op de markt P11, gebruikt voor investeringen in eigen beheer P12A, of wordt verstrekt met een vergoeding voor de niet-marktoutput P131. Het grootste deel van overheidsproductie wordt gebruikt voor overige niet-marktoutput P132. Er geldt dus:
P1 = P11 + P12A + P131 + P132
Overheidsconsumptie P3 is onder te verdelen naar individuele P31 en collectieve consumptieve bestedingen P32:
P3 = P31 + P32
De individuele overheidsconsumptie is gelijk aan de sociale overdrachten in natura van de overheid, die voor een deel door de overheid zelf is geproduceerd D631 en voor het andere deel is aangekocht bij marktproducenten D632:
P31 = D631 + D632
De collectieve overheidsconsumptie P32 is het deel van overige niet markt-output P132, dat niet aan individuele overheidsconsumptie D631 is besteed. Er geldt dus ook:
P132 = D631 + P32
Voor de saldi geldt:
B1g = P1 - P2 = B1n + P51c
B1n = D1 + D29 + D39 + B2n