Groeirekeningen; nationale rekeningen, 1995-2022

Groeirekeningen; nationale rekeningen, 1995-2022

Bedrijfstakken/branches (SBI2008) Perioden Groeirekeningen Op basis van geconsolideerde productie Bijdrage materialen (procentpunt) Groeirekeningen Op basis van toegevoegde waarde Toegevoegde waarde (% volumemutaties) Groeirekeningen Op basis van toegevoegde waarde Bijdrage arbeid (procentpunt) Groeirekeningen Op basis van toegevoegde waarde Bijdrage uren (procentpunt) Groeirekeningen Op basis van toegevoegde waarde Bijdrage compositie-effect (procentpunt) Groeirekeningen Op basis van toegevoegde waarde Bijdrage kapitaal (procentpunt) Groeirekeningen Op basis van toegevoegde waarde Bijdrage ICT-kapitaal (procentpunt) Groeirekeningen Op basis van toegevoegde waarde Bijdrage niet-ICT-kapitaal (procentpunt) Groeirekeningen Op basis van toegevoegde waarde Bijdrage multifactorproductiviteit (procentpunt) Arbeidsproductiviteit Op basis van toegevoegde waarde Arbeidsproductiviteitsontwikkeling (%) (%) Arbeidsproductiviteit Op basis van toegevoegde waarde Arbeidsproductiviteit (2015=100) (indexcijfers 2015=100) Kapitaalproductiviteit Op basis van toegevoegde waarde Kapitaalproductiviteitsontwikkeling (%) (%) Kapitaalproductiviteit Op basis van toegevoegde waarde Kapitaalproductiviteit (2015=100) (2015=100) Intermediair verbruik Geconsolideerd (mln euro) Verbruik materialen (mln euro) Intermediair verbruik Geconsolideerd (2015=100) Verbruik materialen (volume-indexcijfers 2015=100) Toegevoegde waarde Toegevoegde waarde (mln euro) (mln euro) Toegevoegde waarde Toegevoegde waarde (2015=100) (volume-indexcijfers 2015=100)
19 Aardolie-industrie 2022* 0,1 -0,5 -1,1 -1,0 0,0 -4,4 0,0 -4,5 5,0 2,7 128,5 6,6 118,2 1.449 125,8 7.037 121,6
22-23 Kunststof- en bouwmateriaalindustr 2022* -1,2 0,2 2,5 2,8 -0,3 0,5 0,1 0,4 -2,7 -3,5 118,8 -1,4 124,2 7.685 115,4 6.047 127,5
E Waterbedrijven en afvalbeheer 2022* 0,0 -4,7 0,6 0,4 0,2 0,5 0,0 0,4 -5,9 -5,4 88,7 -5,8 97,2 1.473 111,2 5.796 100,9
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat de uitkomsten van de Nederlandse groeirekeningen. De groeirekeningen laten zien welke bijdragen de verschillende productiemiddelen hebben geleverd aan de economische groei. Zo kan worden bepaald welk deel van de productiegroei wordt verklaard door een verandering in de inzet van kapitaal (K), arbeid (L), energie (E), materialen (M) of diensten (S).

Uit de uitkomsten van de groeirekeningen kan ook de bijdrage van de multifactorproductiviteit worden afgeleid. Dit is het deel van de groei (van de productie of toegevoegde waarde) dat niet kan worden toegerekend aan één van de verschillende productiemiddelen. Multifactorproductiviteit is daarmee een belangrijke maatstaf voor de productiviteit van de Nederlandse economie. Doordat met alle bekende inputs van het productieproces rekening wordt gehouden, levert de multifactorproductiviteit een breder beeld van de productiviteit dan de van oudsher gehanteerde arbeidsproductiviteit. In deze tabel worden ook de onderliggende data, kapitaalproductiviteit en de arbeidsproductiviteit gepubliceerd. De gegevens over de geconsolideerde productie en verbruik, samen met de groeirekeningen op basis van geconsolideerde productie zijn weggelaten voor de jaren 1995-2014. Dit komt doordat voor deze jaren geen input-output tabel met volumeontwikkelingen beschikbaar was.

Gegevens beschikbaar vanaf 1995 tot en met 2022.

Status van de cijfers:
De gegevens van 2021 en 2022 zijn voorlopig. De overige cijfers zijn definitief. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 20 december 2024.
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Voor meer informatie zie paragraaf 3.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Groeirekeningen
Hierin wordt de volumeontwikkeling van de geconsolideerde productie of toegevoegde waarde toegerekend aan de verschillende productiemiddelen en aan multifactorproductiviteit.
Op basis van geconsolideerde productie
Groeirekeningen op basis van de geconsolideerde productie. Hierin wordt de volumeontwikkeling van de geconsolideerde productie toegerekend aan de verschillende productiemiddelen en aan multifactorproductiviteit. De bijdragen worden gemeten in procentpunten. De bijdragen van arbeid, kapitaal, energie, materialen, diensten en multifactorproductiviteit tellen samen op tot de volumeontwikkeling van de geconsolideerde productie.
Bijdrage materialen
Dat deel van de volumeverandering van de geconsolideerde productie dat wordt veroorzaakt door veranderingen in de inzet van materialen.
Op basis van toegevoegde waarde
Groeirekeningen op basis van toegevoegde waarde. Hierin wordt de volumeontwikkeling van de toegevoegde waarde toegerekend aan de verschillende productiemiddelen en aan multifactorproductiviteit. De bijdragen worden gemeten in procentpunten. De bijdragen van arbeid, kapitaal en multifactorproductiviteit tellen samen op tot de volumeontwikkeling van de toegevoegde waarde.
Toegevoegde waarde
Gewaardeerd tegen basisprijzen per bedrijfsklasse gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen).
Bijdrage arbeid
Dat deel van de volumeverandering van de toegevoegde waarde dat wordt veroorzaakt door veranderingen in de inzet van arbeid.
Bijdrage uren
Dat deel van de volumeverandering van de toegevoegde waarde dat veroorzaakt wordt door groei of afname van het aantal gewerkte uren. Deze variabele is onderdeel van de bijdrage arbeid.
Bijdrage compositie-effect
Dat deel van de volumeverandering van de toegevoegde waarde dat veroorzaakt wordt door veranderingen in de samenstelling van achtergrondkenmerken van werknemers en zelfstandigen. Deze achtergrondkenmerken zijn bedrijfstak, leeftijd, geslacht, opleiding en wel/niet cao. Deze variabele is onderdeel van de bijdrage arbeid.
Bijdrage kapitaal
Dat deel van de volumeverandering van de toegevoegde waarde dat wordt veroorzaakt door veranderingen in de inzet van kapitaalgoederen. Voorbeelden van kapitaalgoederen zijn gebouwen, machines, computers en software.
Bijdrage ICT-kapitaal
Dat deel van de volumeverandering van de toegevoegde waarde dat wordt veroorzaakt door veranderingen in de inzet van ICT-kapitaalgoederen.
Bijdrage niet-ICT-kapitaal
Dat deel van de volumeverandering van de toegevoegde waarde dat wordt veroorzaakt door veranderingen in de inzet van kapitaalgoederen anders dan ICT.
Bijdrage multifactorproductiviteit
Dat deel van de volumeontwikkeling van de toegevoegde waarde dat wordt veroorzaakt door de veranderingen in het productieproces. De bijdrage van multifactorproductiviteit wordt gezien als dat deel van de groei van de output dat niet door de groei van de inputs kan worden verklaard. Enkele verklaringen hiervoor zijn technologische vooruitgang, schaalvoordelen, veranderingen in bezettingsgraden en incidentele factoren zoals weersomstandigheden (bijvoorbeeld in de landbouw).
Arbeidsproductiviteit
De volumeontwikkeling van de geconsolideerde productie of toegevoegde per eenheid van arbeidsvolume. Het arbeidsvolume is hier de gewerkte uren.
Op basis van toegevoegde waarde
Arbeidsproductiviteit op basis van toegevoegde waarde. De volumeontwikkeling van de toegevoegde waarde per eenheid van arbeidsvolume. De arbeidsproductiviteit wordt hier berekend als de toegevoegde waarde per gewerkt uur.
Arbeidsproductiviteitsontwikkeling (%)
Arbeidsproductiviteit (2015=100)
Kapitaalproductiviteit
De volumeontwikkeling van de geconsolideerde productie of toegevoegde per eenheid van kapitaalvolume.
Op basis van toegevoegde waarde
De volumeontwikkeling van de toegevoegde waarde per eenheid van kapitaalvolume.
Kapitaalproductiviteitsontwikkeling (%)
Kapitaalproductiviteit (2015=100)
Intermediair verbruik
De waarde van alle producten die in de verslagperiode zijn verbruikt in het productieproces. Dit kunnen al of niet in de verslagperiode aangekochte grondstoffen, halffabricaten en brandstoffen zijn maar ook diensten zoals communicatiediensten, schoonmaakdiensten en diensten van externe accountants.

Niet tot het intermediair verbruik maar tot de afschrijvingen behoort het verbruik van vaste activa (bedrijfsgebouwen, machines, eigen vervoermiddelen e.d.). Ook aangekochte goederen door de handel die, zonder enige bewerking te ondergaan, weer zijn doorverkocht worden niet tot het intermediair verbruik gerekend.
Geconsolideerd (mln euro)
Geconsolideerd intermediair verbruik miljoen euro
Verbruik materialen
Het verbruik van materialen verminderd met de interne leveringen van materialen. Het geconsolideerde verbruik van materialen is het verbruik van materialen dat overblijft als de eenheid (bedrijfsklasse, bedrijfstak of de commerciële sector) wordt beschreven als één enkel bedrijf.
Geconsolideerd (2015=100)
Geconsolideerd intermediair verbruik 2010=100
Verbruik materialen
Het verbruik van materialen verminderd met de interne leveringen van materialen. Het geconsolideerde verbruik van materialen is het verbruik van materialen dat overblijft als de eenheid (bedrijfsklasse, bedrijfstak of de commerciële sector) wordt beschreven als één enkel bedrijf.
Toegevoegde waarde
Gewaardeerd tegen basisprijzen per bedrijfsklasse is de toegevoegde waarde gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen).
Toegevoegde waarde (mln euro)
Toegevoegde waarde (2015=100)