Regionale kerncijfers; nationale rekeningen, 1995-2022

Regionale kerncijfers; nationale rekeningen, 1995-2022

Regio's Perioden Bbp (marktprijzen) (mln euro) Bbp per inwoner (euro) Bbp, volumemutaties (%) Bruto toegevoegde waarde, volumemutaties (%) Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen) (mln euro) Beloning van werknemers (mln euro) Arbeidsjaren Arbeidsjaren totaal (x 1 000) Arbeidsjaren Arbeidsjaren werknemers (x 1 000) Arbeidsjaren Arbeidsjaren zelfstandigen (x 1 000) Werkzame personen Werkzame personen totaal (x 1 000)
Nederland 2010 639.187 38.470 1,3 1,5 574.280 311.717 7.024,0 5.948,0 1.076,0 8.777,0
Noord-Nederland (LD) 2010 56.206 32.757 2,1 2,2 50.499 24.227 626,9 511,4 115,5 814,0
Oost-Nederland (LD) 2010 111.159 31.542 0,0 0,2 99.871 56.951 1.394,9 1.172,1 222,8 1.794,5
West-Nederland (LD) 2010 340.713 43.661 1,2 1,3 306.114 166.279 3.490,6 2.983,8 506,8 4.261,0
Zuid-Nederland (LD) 2010 126.967 35.547 2,2 2,4 114.074 64.016 1.508,3 1.277,5 230,8 1.904,4
Extra-Regio (LD) 2010 4.143 0 13,4 13,6 3.722 243 3,2 3,2 0,0 3,1
Groningen (PV) 2010 25.095 43.428 4,3 4,5 22.547 8.842 216,0 180,4 35,6 278,6
Fryslân (PV) 2010 17.573 27.169 0,8 0,9 15.789 8.604 233,6 186,4 47,2 305,6
Drenthe (PV) 2010 13.538 27.561 -0,2 -0,1 12.163 6.781 177,3 144,6 32,6 229,8
Overijssel (PV) 2010 35.609 31.445 -0,4 -0,3 31.993 18.507 456,1 386,9 69,1 592,6
Flevoland (PV) 2010 11.487 29.460 3,7 3,8 10.321 5.379 134,4 110,1 24,3 174,1
Gelderland (PV) 2010 64.062 32.002 -0,3 -0,1 57.557 33.065 804,5 675,1 129,4 1.027,8
Utrecht (PV) 2010 59.307 48.420 -1,1 -0,9 53.284 29.572 599,4 520,1 79,2 727,1
Noord-Holland (PV) 2010 129.226 48.214 2,1 2,3 116.103 61.015 1.259,6 1.066,5 193,1 1.523,4
Zuid-Holland (PV) 2010 140.675 39.999 0,9 1,1 126.390 70.174 1.491,8 1.285,0 206,8 1.829,7
Zeeland (PV) 2010 11.505 30.160 6,2 6,4 10.337 5.518 139,9 112,2 27,8 180,7
Noord-Brabant (PV) 2010 91.265 37.263 2,3 2,5 81.998 45.820 1.066,7 903,7 163,0 1.344,7
Limburg (PV) 2010 35.701 31.800 2,1 2,3 32.076 18.196 441,6 373,8 67,8 559,7
Oost-Groningen (CR) 2010 2.733 18.008 -4,7 -4,5 2.456 1.403 41,2 31,9 9,3 55,3
Delfzijl en omgeving (CR) 2010 1.385 28.192 10,7 10,8 1.245 638 15,8 12,9 2,9 19,5
Overig Groningen (CR) 2010 20.977 55.648 5,2 5,3 18.847 6.801 159,1 135,6 23,5 203,8
Noord-Friesland (CR) 2010 9.354 28.135 0,9 1,1 8.404 4.407 119,0 95,5 23,5 155,2
Zuidwest-Friesland (CR) 2010 2.644 24.889 -3,4 -3,3 2.376 1.304 38,2 29,1 9,1 48,7
Zuidoost-Friesland (CR) 2010 5.575 26.791 2,6 2,8 5.009 2.893 76,4 61,7 14,7 101,6
Noord-Drenthe (CR) 2010 5.022 26.503 1,0 1,2 4.512 2.702 67,5 55,3 12,2 87,8
Zuidoost-Drenthe (CR) 2010 4.829 28.161 -1,5 -1,4 4.339 2.079 56,6 45,7 10,8 74,1
Zuidwest-Drenthe (CR) 2010 3.686 28.304 -0,1 0,0 3.312 2.000 53,3 43,7 9,6 67,9
Noord-Overijssel (CR) 2010 11.863 33.407 -1,0 -0,8 10.658 6.309 153,1 129,5 23,6 196,6
Zuidwest-Overijssel (CR) 2010 4.710 30.806 0,7 0,9 4.232 2.501 60,9 51,7 9,1 79,1
Twente (CR) 2010 19.036 30.487 -0,4 -0,2 17.103 9.696 242,1 205,6 36,5 316,9
Veluwe (CR) 2010 22.036 33.621 0,1 0,2 19.798 11.507 276,0 233,6 42,4 350,8
Achterhoek (CR) 2010 10.664 26.543 -1,1 -0,9 9.581 5.504 148,7 121,0 27,7 193,6
Arnhem/Nijmegen (CR) 2010 23.638 33.311 -0,4 -0,2 21.237 12.221 282,0 241,1 40,9 364,2
Zuidwest-Gelderland (CR) 2010 7.726 32.875 -0,2 0,0 6.941 3.834 97,8 79,4 18,4 119,2
Utrecht (CR) 2010 59.307 48.420 -1,1 -0,9 53.284 29.572 599,4 520,1 79,2 727,1
Kop van Noord-Holland (CR) 2010 9.587 25.868 -3,1 -3,0 8.614 4.758 132,4 104,5 27,9 168,0
Alkmaar en omgeving (CR) 2010 7.098 30.693 -0,3 -0,1 6.378 3.598 88,0 72,6 15,3 112,6
IJmond (CR) 2010 6.624 34.355 -2,2 -2,1 5.952 2.909 66,5 55,4 11,2 84,5
Agglomeratie Haarlem (CR) 2010 6.670 30.266 0,2 0,3 5.993 3.260 79,7 64,1 15,6 100,3
Zaanstreek (CR) 2010 4.192 25.882 -0,3 -0,1 3.766 2.157 52,4 43,1 9,2 67,8
Groot-Amsterdam (CR) 2010 85.516 67.911 4,0 4,2 76.832 39.687 742,4 646,5 95,9 866,4
Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2010 9.538 39.086 -1,6 -1,4 8.569 4.646 98,2 80,3 17,9 123,8
Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2010 14.613 35.994 -0,2 0,0 13.129 6.751 153,2 128,6 24,6 198,8
Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2010 36.003 44.625 1,5 1,6 32.347 18.512 366,6 316,8 49,8 433,2
Delft en Westland (CR) 2010 8.917 41.476 -1,5 -1,3 8.011 4.449 104,6 89,8 14,8 128,7
Oost-Zuid-Holland (CR) 2010 9.421 32.076 -7,3 -7,2 8.465 4.687 113,7 92,5 21,2 146,3
Groot-Rijnmond (CR) 2010 57.868 41.328 3,4 3,6 51.991 28.719 597,2 522,4 74,8 726,2
Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2010 13.853 35.047 -1,6 -1,5 12.447 7.056 156,5 134,9 21,6 196,5
Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2010 3.467 32.501 6,3 6,5 3.115 1.634 40,1 31,9 8,2 50,0
Overig Zeeland (CR) 2010 8.038 29.251 6,1 6,3 7.222 3.884 99,8 80,3 19,5 130,8
West-Noord-Brabant (CR) 2010 23.218 37.738 1,8 2,0 20.861 11.495 263,7 225,6 38,0 326,8
Midden-Noord-Brabant (CR) 2010 14.670 31.987 -0,1 0,1 13.180 7.572 186,6 157,1 29,4 245,7
Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2010 23.442 36.726 -3,5 -3,3 21.061 11.921 280,7 235,1 45,6 353,2
Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2010 29.936 40.618 9,1 9,3 26.896 14.833 335,8 285,8 50,0 419,0
Noord-Limburg (CR) 2010 9.135 32.617 -0,9 -0,7 8.207 4.603 118,0 100,5 17,5 148,7
Midden-Limburg (CR) 2010 6.781 28.850 0,3 0,4 6.093 3.524 90,0 74,6 15,4 117,9
Zuid-Limburg (CR) 2010 19.786 32.567 4,2 4,4 17.776 10.068 233,6 198,7 34,9 293,1
Flevoland (CR) 2010 11.487 29.460 3,7 3,8 10.321 5.379 134,4 110,1 24,3 174,1
Utrecht-West (CP) 2010 4.881 31.838 -8,1 -8,0 4.385 2.390 57,8 45,9 11,9 72,0
Stadsgewest Amersfoort (CP) 2010 11.827 41.457 1,1 1,3 10.626 6.108 129,3 111,2 18,1 159,1
Stadsgewest Utrecht (CP) 2010 38.029 60.496 -1,0 -0,9 34.167 18.640 353,9 315,2 38,7 422,5
Zuidoost-Utrecht (CP) 2010 4.571 28.996 0,8 1,0 4.107 2.433 58,3 47,8 10,5 73,6
Amsterdam (CP) 2010 57.391 74.184 5,6 5,8 51.563 25.842 481,9 415,9 66,0 563,1
Overig Agglomeratie Amsterdam (CP) 2010 7.193 51.901 -3,1 -2,9 6.463 3.457 66,3 58,0 8,3 78,0
Edam-Volendam en omgeving (CP) 2010 3.243 22.189 -4,0 -3,8 2.913 1.630 44,6 35,1 9,5 56,3
Haarlemmermeer en omgeving (CP) 2010 17.689 88.070 3,8 4,0 15.893 8.759 149,6 137,5 12,1 169,1
Aggl.'s-Gravenhage excl. Zoetermeer (CP) 2010 31.272 45.647 1,6 1,7 28.096 16.288 320,6 276,5 44,1 376,2
Zoetermeer (CP) 2010 4.731 38.867 0,9 1,1 4.251 2.224 46,0 40,3 5,7 57,0
Rijnmond (CP) 2010 52.931 43.952 2,8 3,0 47.556 26.449 539,2 475,8 63,4 652,6
Overig Groot-Rijnmond (CP) 2010 4.937 25.197 10,5 10,7 4.435 2.270 58,0 46,6 11,4 73,6
Drechtsteden (CP) 2010 8.812 37.259 -1,2 -1,1 7.918 4.499 96,6 84,9 11,7 120,6
Overig Zuidoost-Zuid-Holland (CP) 2010 5.041 31.753 -2,3 -2,1 4.529 2.557 59,9 50,0 9,9 75,9
Stadsgewest 's-Hertogenbosch (CP) 2010 12.787 42.086 -1,8 -1,7 11.488 6.471 144,8 122,5 22,3 177,9
Overig Noordoost-Noord-Brabant (CP) 2010 10.655 31.857 -5,4 -5,2 9.573 5.450 135,9 112,6 23,3 175,2
Almere (CP) 2010 5.863 30.954 1,2 1,4 5.267 2.650 61,2 51,6 9,7 76,4
Flevoland-Midden (CP) 2010 3.942 29.017 6,7 6,9 3.541 1.954 49,3 40,8 8,5 66,8
Noordoostpolder en Urk (CP) 2010 1.683 26.026 5,4 5,6 1.512 776 23,9 17,7 6,2 31,0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Regionale rekeningen geven een op de nationale rekeningen aansluitende kwantitatieve beschrijving van het economisch proces van regio's binnen een land. Als onderdelen van het economisch proces worden in de nationale rekeningen productie, inkomensverdeling, bestedingen en financiering onderscheiden.
Bij de regionale rekeningen ligt de nadruk echter op de beschrijving van de productieprocessen in de verscheidene regio's.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De cijfers van de verslagjaren tot en met 2020 zijn definitief. De cijfers van het verslagjaar 2021 zijn ook definitief met uitzondering van de variabelen arbeidsjaren, werkzame personen en gewerkte uren. Door de late beschikbaarheid van de jaargegevens over zelfstandigen wordt een uitzondering gemaakt voor cijfers over arbeidsjaren, werkzame personen en gewerkte uren. Deze gegevens worden pas een jaar later als definitief gepubliceerd. De cijfers van het verslagjaar 2022 zijn nog voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 9 december 2024:
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs de nationale rekeningen gereviseerd. Daarbij worden nieuwe bronnen, methoden en concepten doorgevoerd in de nationale rekeningen, zodat het beeld van de Nederlandse economie weer optimaal aansluit bij alle onderliggende statistieken, bronnen en internationale richtlijnen voor het samenstellen van de nationale rekeningen. Voor meer informatie zie paragraaf 3.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Bbp (marktprijzen)
Het bruto binnenlands product (bbp) is het eindresultaat van de productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar bedrijfsklassen worden verdeeld. De toegevoegde waarde (basisprijzen) per bedrijfsklasse is gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen). De onverdeelde transacties betreffen het saldo van productgebonden belastingen en subsidies en het verschil toegerekende en afgedragen btw (belasting over de toegevoegde waarde). Het bbp is ook gelijk aan de waarde van het in Nederland gevormde inkomen.
Bbp per inwoner
Het bruto binnenlands product (bbp) is het eindresultaat van de productieve activiteiten van de ingezeten productie-eenheden. Het is gelijk aan de toegevoegde waarde tegen basisprijzen van alle bedrijfsklassen samen, aangevuld met enkele transacties die niet naar bedrijfsklassen worden verdeeld. De toegevoegde waarde (basisprijzen) per bedrijfsklasse is gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen). Het bbp per inwoner is het bbp gedeeld door het gemiddeld aantal inwoners van Nederland of de betreffende regio in de verslagperiode.
Bbp, volumemutaties
Bbp, volumemutaties
Volumegroei van het bruto binnenlands product (bbp). Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op twee manieren worden gedefinieerd:
- vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie;
- vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie).
Door het bbp te verminderen met het verbruik van vaste activa, wordt het netto binnenlands product (nbp) tegen marktprijzen verkregen.
Bruto toegevoegde waarde, volumemutaties
Volumegroei van de toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen).
De waarde van alle geproduceerde goederen en diensten (de productiewaarde of output) minus de waarde van goederen en diensten die tijdens deze productie zijn opgebruikt ( het intermediair verbruik). De toegevoegde waarde is daarbij uitgedrukt in basisprijzen, de prijzen zijn die door producenten zijn ervaren. Inbegrepen is de toegevoegde waarde van alle in Nederland opererende bedrijfseenheden, dus ook degenen die in buitenlandse handen zijn. Ook overheidsinstanties en andere niet-commerciële instanties behoren hiertoe.
In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van het verbruik van vaste activa (afschrijvingen) en 'netto' na aftrek van het verbruik van vaste activa.
Toegevoegde waarde (bruto, basisprijzen)
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen De toegevoegde waarde is gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen) van een bedrijfseenheid. De som van de toegevoegde waarde van alle bedrijfseenheden is een belangrijke component van het bruto binnenlands product (bbp). De toegevoegde waarde wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Bruto is inclusief afschrijvingen.
Beloning van werknemers
De beloning voor geleverde arbeid door werknemers. Werknemers zijn alle ingezeten en niet-ingezeten personen die in Nederland in dienstbetrekking werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv's behoren tot de werknemers, dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen. Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen. De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds. De lonen zijn inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemers. Verder omvatten de lonen naast het periodiek, direct aan werknemers betaalde loon ook de aanvullingen hierop (zoals bonussen, overwerkvergoeding, fooien en provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel, voordelig reizen) en het vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De sociale premies zijn de premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies, overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen of niet-werkenden.
Arbeidsjaren
Een maatstaf voor het arbeidsvolume, die wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdbanen, ook wel voltijdequivalenten (vte) genoemd. Zo leveren twee halve banen (elk 0,5 vte) samen een arbeidsvolume van één arbeidsjaar op.
Arbeidsjaren totaal
Arbeidsjaren werknemers
De hoeveelheid arbeid uitgevoerd door werknemers die in een bepaalde periode is ingezet. Werknemers zijn personen die in een bepaalde periode arbeid verrichten voor loon of salaris, in geld of in natura, op grond van een arbeidsovereenkomst voor een economische eenheid.
Arbeidsjaren zelfstandigen
De hoeveelheid arbeid uitgevoerd door zelfstandigen die in een bepaalde periode is ingezet. Zelfstandigen zijn personen die een inkomen ontvangen door voor eigen rekening of risico arbeid te verrichten in het bedrijf of het beroep dat zij zelfstandig uitoefenen. Ook meewerkende gezinsleden worden tot zelfstandigen gerekend, tenzij zij een arbeidsovereenkomst zijn aangegaan.
Werkzame personen
Alle personen die één of meerdere banen hebben als werknemer en/of zelfstandige bij een in Nederland gevestigde economische eenheid.
Tot de werkzame personen behoren alle personen die betaalde arbeid verrichten, ook al is het maar voor één of enkele uren per week, ook als zij:
- arbeid verrichten die op zichzelf genomen legaal is, maar waarvan de beloning aan de registratie door de fiscus of sociale zekerheidsautoriteiten wordt onttrokken ('zwarte arbeid');
- tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen (bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);
- tijdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.
Werkzame personen kunnen worden onderscheiden in werknemers en zelfstandigen. Ze kunnen woonachtig zijn in Nederland maar ook in het buitenland. In deze tabel wordt het gemiddeld aantal werkzame personen over de verslagperiode gegeven.
Werkzame personen totaal