Productieproces; bedrijfstak en regio; nationale rekeningen

Productieproces; bedrijfstak en regio; nationale rekeningen

Bedrijfstakken/branches (SBI 2008) Regio's Perioden Productie basisprijzen (mln euro) Intermediair verbruik (mln euro) Bruto toegevoegde waarde basisprijzen (mln euro) Beloning van werknemers (mln euro) Niet-productgebonden belastingen (mln euro) Niet-productgebonden subsidies (mln euro) Exploitatieoverschot (bruto) (mln euro) Arbeidsvolume totaal (1 000 arbeidsjaren) Arbeidsvolume werknemers (1 000 arbeidsjaren)
A-U Alle economische activiteiten Nederland 2018 1.514.480 821.848 692.632 369.840 11.303 9.395 320.884 7.561,5 6.268,8
A-U Alle economische activiteiten Groningen (PV) 2018 43.374 21.398 21.976 10.559 304 337 11.450 231,4 191,1
A-U Alle economische activiteiten Fryslân (PV) 2018 38.936 21.049 17.888 9.804 302 274 8.056 243,1 188,0
A-U Alle economische activiteiten Drenthe (PV) 2018 28.135 14.563 13.572 7.537 223 204 6.016 180,4 143,7
A-U Alle economische activiteiten Overijssel (PV) 2018 84.728 45.797 38.931 21.914 582 548 16.982 490,0 409,3
A-U Alle economische activiteiten Flevoland (PV) 2018 25.644 13.262 12.382 6.227 257 182 6.079 144,9 114,6
A-U Alle economische activiteiten Gelderland (PV) 2018 151.012 81.037 69.974 38.627 1.095 1.041 31.293 853,1 698,4
A-U Alle economische activiteiten Utrecht (PV) 2018 128.651 64.287 64.363 34.954 1.141 738 29.007 648,1 549,4
A-U Alle economische activiteiten Noord-Holland (PV) 2018 333.810 182.697 151.113 77.141 2.718 1.924 73.178 1.420,5 1.178,6
A-U Alle economische activiteiten Zuid-Holland (PV) 2018 325.519 180.467 145.052 79.722 2.253 1.981 65.059 1.576,8 1.317,5
A-U Alle economische activiteiten Zeeland (PV) 2018 29.878 17.536 12.342 6.305 230 171 5.978 146,0 114,8
A-U Alle economische activiteiten Noord-Brabant (PV) 2018 233.545 130.131 103.414 55.531 1.589 1.450 47.744 1.155,5 966,5
A-U Alle economische activiteiten Limburg (PV) 2018 88.451 48.828 39.623 21.263 603 545 18.303 469,0 394,0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het macro-economisch productieproces per regio. Hier worden van verschillende bedrijfseenheden de productie, het verbruik, de toegevoegde waarde, de componenten van de toegevoegde waarde en het arbeidsvolume weergegeven.

De gegevens in deze tabel zijn geclassificeerd naar regio en volgens de Standaard Bedrijfsindeling (SBI 2008). Bij de regionale indeling kan gekozen worden uit de verschillende landsdelen (Noord-, Oost-, West- en Zuid-Nederland), provincies en (uitgesplitste) COROP-gebieden.

De cijfers zijn afkomstig uit de regionale rekeningen, de kwantitatieve beschrijving van de economische ontwikkeling van de verschillende regio's binnen een land. Doordat de cijfers aansluiten op de nationale rekeningen geven zij een gecoördineerde beschrijving van de regionale economie en zijn ze bij uitstek geschikt voor de vergelijking van de resultaten van de verscheidene regio's.

De bedragen in deze tabel zijn uitsluitend in lopende prijzen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
De cijfers van de jaren 1995 tot en met 2019 zijn definitief. Gegevens van het jaar 2020 zijn ook definitief met uitzondering van de variabelen arbeidsvolume werkzame personen en arbeidsvolume werknemers in arbeidsjaren. Door de late beschikbaarheid van de jaargegevens over zelfstandigen wordt daarvoor een uitzondering gemaakt. Deze gegevens worden pas een jaar later definitief gepubliceerd.

Wijzigingen per 28 oktober 2022.
Het verslagjaar 2019 is definitief geworden en het voorlopig jaar 2020 is toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In oktober 2023 komt het verslagjaar 2021 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Productie basisprijzen
De waarde van alle voor de verkoop bestemde goederen (ook de nog niet verkochte) en de ontvangsten voor bewezen diensten. Verder omvat de productie producten met een marktequivalent die voor eigen gebruik zijn geproduceerd zoals investeringen in eigen beheer, eigen woningdiensten en landbouwproducten voor eigen consumptie door landbouwers. De productiewaarde hiervan wordt berekend door de geproduceerde hoeveelheid te waarderen tegen de prijs die de producent bij verkoop zou hebben ontvangen. De productie is gewaardeerd tegen basisprijzen. De basisprijs is de prijs die de producent daadwerkelijk overhoudt, dus exclusief de handels- en vervoersmarges van derden en exclusief het saldo van productgebonden belastingen (waaronder belasting over de toegevoegde waarde (btw)) en productgebonden subsidies.
Intermediair verbruik
Alle producten die in de verslagperiode zijn verbruikt in het productieproces. Dit kunnen al of niet in de verslagperiode aangekochte grondstoffen, halffabricaten en brandstoffen zijn maar ook diensten zoals communicatiediensten, schoonmaakdiensten en diensten van externe accountants. Het intermediair verbruik is gewaardeerd tegen aankoopprijzen, exclusief aftrekbare belasting over de toegevoegde waarde (btw).
Bruto toegevoegde waarde basisprijzen
De toegevoegde waarde is gelijk aan het verschil tussen de productie (basisprijzen) en het intermediair verbruik (aankoopprijzen) van een bedrijfseenheid. De som van de toegevoegde waarde van alle bedrijfseenheden is een belangrijke component van het bruto binnenlands product (bbp). De toegevoegde waarde wordt gewaardeerd tegen basisprijzen. Bruto is inclusief afschrijvingen.
Beloning van werknemers
De beloning voor geleverde arbeid door werknemers. Werknemers zijn alle ingezeten en niet-ingezeten personen die in Nederland in dienstbetrekking werkzaam zijn. Ook directeuren van nv's en bv's behoren tot de werknemers, dus hun salarissen zijn ook in de beloning van werknemers begrepen. Hetzelfde geldt voor medewerkers van sociale werkplaatsen. De beloning van werknemers heeft twee componenten: lonen enerzijds en sociale premies ten laste van werkgevers anderzijds. De lonen zijn inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemers. Verder omvatten de lonen naast het periodiek, direct aan werknemers betaalde loon ook de aanvullingen hierop (zoals bonussen, overwerkvergoeding, fooien en provisie), het loon in natura (zoals vrij wonen, vrije voeding, 'auto van de zaak', korting op kinderopvang, rentevoordeel, voordelig reizen) en het vakantiegeld. Ook bepaalde vergoedingen voor kosten die door werknemers zijn gemaakt in verband met de dienstbetrekking, zoals vergoeding voor de kosten van het woon-werkverkeer, zijn tot de lonen gerekend. De sociale premies zijn de premies wettelijke sociale verzekering, pensioenpremies, overige particuliere sociale premies en toegerekende sociale premies. Deze premies komen ten laste van werkgevers, werknemers, zelfstandigen of niet-werkenden.
Niet-productgebonden belastingen
Niet-productgebonden belastingen op productie. Dit zijn de belastingen op productie die producenten moeten betalen, ongeacht de hoeveelheid of de waarde van de geproduceerde of verkochte producten. Voorbeelden hiervan zijn de onroerendezaakbelasting, reinigingsrechten en rioolrechten betaald door producenten.
Niet-productgebonden subsidies
Hieronder vallen de subsidies op productie. De hoogte van de subsidie is onafhankelijk van de waarde of de hoeveelheid geproduceerde en verkochte producten. Het betreft vooral de loonsubsidies.
Exploitatieoverschot (bruto)
Het bruto exploitatieoverschot per bedrijfsklasse is het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van niet-productgebonden belastingen op productie en niet-productgebonden subsidies op productie. Bij zelfstandigen wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat. Het exploitatieoverschot van de totale economie wordt bepaald door het totaal van de bedrijfsklassen te vermeerderen met het verschil toegerekende en afgedragen belasting over de toegevoegde waarde (btw). Het netto exploitatieoverschot / gemengd inkomen is gelijk aan het bruto exploitatieoverschot / gemengd inkomen verminderd met de afschrijvingen.
Arbeidsvolume totaal
De hoeveelheid arbeid die door alle werkzame personen (werknemers en zelfstandigen) in een bepaalde periode is ingezet, uitgedrukt in arbeidsjaren. Het arbeidsvolume in arbeidsjaren wordt berekend door alle banen (voltijd en deeltijd) om te rekenen naar voltijdbanen, ook wel voltijdequivalenten (vte) genoemd.

Tot de werkzame personen behoren alle personen die betaalde arbeid verrichten, ook al is het maar voor één of enkele uren per week, ook als zij:
- arbeid verrichten die op zichzelf genomen legaal is, maar waarvan de beloning aan de registratie door fiscus en sociale zekerheidsautoriteiten wordt onttrokken ('zwarte arbeid');
- tijdelijk geen arbeid verrichten, maar wel doorbetaald krijgen (bijvoorbeeld bij ziekte of vorstverlet);
- tijdelijk onbetaald verlof hebben opgenomen.
Arbeidsvolume werknemers
De hoeveelheid arbeid uitgevoerd door werknemers die in een bepaalde periode is ingezet. Werknemers zijn personen die op grond van een arbeidsovereenkomst betaald werk verrichten voor een bedrijf, instelling of particulier huishouden en waarvan de betaling (in geld en/of in natura) als beloning van werknemers wordt geregistreerd.