Personen met een uitkering; soort uitkering, wijken en buurten 2018

Personen met een uitkering; soort uitkering, wijken en buurten 2018

Wijken en buurten Perioden Personen per soort uitkering Werkloosheidsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering Bijstandsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering Arbeidsongeschiktheidsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering AOW-uitkering (aantal) Personen per soort uitkering, relatief Werkloosheidsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief Bijstandsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief Arbeidsongeschiktheidsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief AOW-uitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Inwoners Inwoners vanaf 15 jaar (aantal) Inwoners Inwoners vanaf 15 jr tot AOW-leeftijd (aantal) Inwoners Inwoners vanaf de AOW-leeftijd (aantal)
Verspreide huizen ten westen van Aalten 2018 maart 10 0 0 50 3 1 2 25 200 150 50
Verspreide huizen ten westen van Aalten 2018 juni 0 0 0 50 2 1 2 26 200 150 50
Verspreide huizen ten westen van Aalten 2018 september 0 0 0 60 1 1 1 27 210 150 60
Verspreide huizen ten westen van Aalten 2018 december 0 0 0 50 1 1 1 26 210 150 60
Van Boetzelaerstraat 2018 maart 40 20 70 390 2 1 3 19 2.140 1.740 390
Van Boetzelaerstraat 2018 juni 40 20 70 390 2 1 3 18 2.140 1.750 390
Van Boetzelaerstraat 2018 september 40 20 70 390 2 1 3 18 2.140 1.750 390
Van Boetzelaerstraat 2018 december 40 30 70 390 2 1 3 18 2.150 1.760 390
G. van Stellingwerfstraat 2018 maart 20 30 70 180 2 3 5 13 1.330 1.150 180
G. van Stellingwerfstraat 2018 juni 20 30 70 170 2 2 6 13 1.330 1.160 170
G. van Stellingwerfstraat 2018 september 30 30 70 180 2 2 6 13 1.340 1.160 180
G. van Stellingwerfstraat 2018 december 20 30 70 180 2 3 6 13 1.320 1.140 180
Juliana van Stolberg 2018 maart 30 90 90 200 3 8 8 17 1.160 960 200
Juliana van Stolberg 2018 juni 30 100 90 210 3 8 8 18 1.170 960 210
Juliana van Stolberg 2018 september 30 90 90 210 3 8 8 18 1.160 950 210
Juliana van Stolberg 2018 december 30 90 90 210 2 8 8 18 1.180 970 210
Van der Leekbuurt 2018 maart 30 30 70 370 2 2 4 21 1.750 1.380 370
Van der Leekbuurt 2018 juni 20 30 70 380 1 2 4 21 1.770 1.390 380
Van der Leekbuurt 2018 september 20 30 70 370 1 1 4 21 1.760 1.390 380
Van der Leekbuurt 2018 december 20 30 60 380 1 2 4 21 1.760 1.380 380
Van Loonbuurt 2018 maart 20 10 20 240 2 1 2 19 1.280 1.050 240
Van Loonbuurt 2018 juni 20 10 20 240 1 1 2 19 1.280 1.040 240
Van Loonbuurt 2018 september 20 10 20 240 2 1 2 18 1.300 1.070 240
Van Loonbuurt 2018 december 20 10 20 240 2 1 2 18 1.300 1.060 240
Van Lennepbuurt 2018 maart 130 470 330 870 2 7 5 14 6.330 5.460 870
Van Lennepbuurt 2018 juni 130 460 330 870 2 7 5 14 6.350 5.470 880
Van Lennepbuurt 2018 september 130 460 330 890 2 7 5 14 6.360 5.470 890
Van Lennepbuurt 2018 december 130 460 320 900 2 7 5 14 6.340 5.440 900
Van der Helstpleinbuurt 2018 maart 80 170 140 300 2 5 4 9 3.440 3.140 300
Van der Helstpleinbuurt 2018 juni 80 170 130 300 2 5 4 9 3.420 3.120 300
Van der Helstpleinbuurt 2018 september 70 160 130 310 2 5 4 9 3.390 3.080 310
Van der Helstpleinbuurt 2018 december 70 160 130 310 2 5 4 9 3.420 3.110 310
Laan van Spartaan 2018 maart 20 90 80 130 1 5 4 7 1.770 1.640 130
Laan van Spartaan 2018 juni 20 90 80 130 1 5 4 7 1.760 1.640 130
Laan van Spartaan 2018 september 20 90 80 130 1 5 4 7 1.850 1.720 130
Laan van Spartaan 2018 december 20 90 80 130 1 5 4 7 1.830 1.700 130
Pieter van der Doesbuurt 2018 maart 40 140 70 150 3 9 4 9 1.660 1.500 150
Pieter van der Doesbuurt 2018 juni 30 150 70 160 2 9 4 10 1.650 1.490 160
Pieter van der Doesbuurt 2018 september 30 150 70 160 2 9 4 10 1.670 1.510 160
Pieter van der Doesbuurt 2018 december 30 140 70 160 2 9 4 10 1.650 1.490 160
Van Galenbuurt 2018 maart 130 570 270 460 2 9 4 7 6.500 6.040 470
Van Galenbuurt 2018 juni 120 550 280 470 2 9 4 7 6.500 6.030 470
Van Galenbuurt 2018 september 110 530 280 470 2 8 4 7 6.490 6.020 480
Van Galenbuurt 2018 december 120 560 280 480 2 9 4 7 6.580 6.100 480
Van Tuyllbuurt 2018 maart 80 100 110 450 2 3 3 12 3.660 3.210 450
Van Tuyllbuurt 2018 juni 70 90 100 440 2 3 3 12 3.660 3.220 450
Van Tuyllbuurt 2018 september 80 90 100 450 2 2 3 12 3.660 3.210 450
Van Tuyllbuurt 2018 december 80 100 100 450 2 3 3 12 3.660 3.200 460
Van der Kunbuurt 2018 maart 10 50 30 80 2 10 6 15 500 420 80
Van der Kunbuurt 2018 juni 10 50 30 80 1 10 6 15 510 440 80
Van der Kunbuurt 2018 september 10 50 30 80 1 10 6 15 530 450 80
Van der Kunbuurt 2018 december 10 50 30 80 2 10 6 15 530 450 80
Van der Pekbuurt 2018 maart 90 560 290 370 2 14 7 9 4.030 3.660 370
Van der Pekbuurt 2018 juni 80 570 280 370 2 14 7 9 3.990 3.620 370
Van der Pekbuurt 2018 september 90 550 270 380 2 14 7 10 3.990 3.610 390
Van der Pekbuurt 2018 december 90 540 270 380 2 14 7 10 3.990 3.600 390
Plan van Gool 2018 maart 50 300 100 390 2 12 4 15 2.530 2.140 390
Plan van Gool 2018 juni 40 300 100 380 2 12 4 15 2.530 2.150 380
Plan van Gool 2018 september 30 290 100 380 1 11 4 15 2.560 2.180 390
Plan van Gool 2018 december 40 280 100 380 2 11 4 15 2.560 2.180 380
Filips van Almondekwartier 2018 maart 30 40 30 70 3 5 3 8 940 870 70
Filips van Almondekwartier 2018 juni 20 40 30 80 2 5 4 8 930 860 80
Filips van Almondekwartier 2018 september 20 50 30 80 2 5 4 8 940 870 80
Filips van Almondekwartier 2018 december 20 40 30 80 2 4 3 8 950 870 80
Van Brakelkwartier 2018 maart 30 90 40 90 3 10 5 10 870 780 90
Van Brakelkwartier 2018 juni 20 90 40 90 2 10 5 10 860 770 90
Van Brakelkwartier 2018 september 20 90 40 90 3 10 5 11 860 760 90
Van Brakelkwartier 2018 december 30 90 40 90 3 10 5 11 850 760 90
Emanuel van Meterenbuurt 2018 maart 40 90 80 410 2 5 4 23 1.800 1.390 410
Emanuel van Meterenbuurt 2018 juni 40 100 80 420 2 5 4 23 1.830 1.410 420
Emanuel van Meterenbuurt 2018 september 40 90 70 400 2 5 4 22 1.810 1.410 410
Emanuel van Meterenbuurt 2018 december 40 90 80 390 2 5 4 22 1.800 1.410 390
Verspr.h. ten zuiden van Eemskanaal 2018 maart 0 0 10 20 0 1 6 21 80 70 20
Verspr.h. ten zuiden van Eemskanaal 2018 juni 0 0 10 20 0 1 6 20 90 70 20
Verspr.h. ten zuiden van Eemskanaal 2018 september 0 0 10 20 2 1 6 20 80 70 20
Verspr.h. ten zuiden van Eemskanaal 2018 december 0 0 10 20 2 1 6 19 90 70 20
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 2018 maart 0 10 10 30 3 4 4 21 140 110 30
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 2018 juni 0 0 10 30 1 3 4 20 140 110 30
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 2018 september 0 0 0 30 0 3 3 19 140 110 30
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 2018 december 0 0 0 30 1 2 2 19 130 110 30
Van Verschuerbuurt 2018 maart 10 60 60 30 3 16 15 9 390 350 30
Van Verschuerbuurt 2018 juni 10 60 60 30 3 16 15 9 390 360 30
Van Verschuerbuurt 2018 september 10 70 60 40 3 17 14 9 400 360 40
Van Verschuerbuurt 2018 december 10 60 60 30 2 16 15 9 390 350 30
West van Schaarsbergen 2018 maart 10 20 220 70 1 3 33 10 680 610 70
West van Schaarsbergen 2018 juni 10 20 230 70 1 3 33 10 690 620 70
West van Schaarsbergen 2018 september 0 20 220 80 1 3 32 11 710 630 80
West van Schaarsbergen 2018 december 10 20 220 80 1 3 31 12 710 620 80
N.O. van Schaarsbergen 2018 maart 0 0 10 20 1 0 4 16 140 120 20
N.O. van Schaarsbergen 2018 juni 0 0 10 20 2 0 4 16 140 120 20
N.O. van Schaarsbergen 2018 september 0 0 0 20 3 0 3 17 140 120 20
N.O. van Schaarsbergen 2018 december 10 0 0 30 3 0 3 18 150 120 30
Verspr.h. ten Z.W. van Middenbeemster 2018 maart 0 0 10 90 1 0 3 26 350 260 90
Verspr.h. ten Z.W. van Middenbeemster 2018 juni 0 0 10 90 0 0 3 26 350 260 90
Verspr.h. ten Z.W. van Middenbeemster 2018 september 0 0 10 90 0 0 4 26 350 260 90
Verspr.h. ten Z.W. van Middenbeemster 2018 december 0 0 10 90 1 0 4 26 340 260 90
Verspr.h. ten O. en Z. van de spoorlijn 2018 maart 0 0 0 20 1 0 1 27 80 60 20
Verspr.h. ten O. en Z. van de spoorlijn 2018 juni 0 0 0 20 0 0 1 26 80 60 20
Verspr.h. ten O. en Z. van de spoorlijn 2018 september 0 0 0 20 1 0 1 25 80 60 20
Verspr.h. ten O. en Z. van de spoorlijn 2018 december 0 0 0 20 1 0 1 26 80 60 20
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering per gemeente, wijk en buurt (indeling 2018). Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom en bijstand.
Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)) of twee uitkeringen van verschillende soort (zoals een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld, in het eerste geval slechts één keer (bij de WAO).
Bij de categorie personen met een uitkering (totaal) wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.

De cijfers over aantallen personen met een uitkering per buurt, wijk of gemeente kunnen in geringe mate afwijken van elders op StatLine gepubliceerde cijfers, doordat gebruik wordt gemaakt van de meest recente gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Omdat verschillende StatLine-tabellen op verschillende momenten geactualiseerd worden, kan het voorkomen dat voor de ene tabel een andere versie van de BRP wordt gebruikt dan voor een andere tabel. De laatst gepubliceerde cijfers zijn in dat geval het meest accuraat.
De cijfers hebben betrekking op de laatste dag van de verslagmaand.

Gegevens beschikbaar vanaf: maart 2018

Status van de cijfers:
De cijfers van 2018 zijn definitief.

Wijzigingen per 20 maart 2025:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Personen per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en ouderdomsuitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheidsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW).
Bijstandsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW).
Personen met een uitkering die verblijven in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook dak- en thuislozen met bijstand zijn niet inbegrepen.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
AOW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.
Personen per soort uitkering, relatief
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet, Bijstandswet, Arbeidsongeschiktheidswet en de Algemene Ouderdomswet in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder per regio.
Werkloosheidsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW) in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Bijstandsuitkering
Het aantal personen dat een bijstandsuitkering in het kader van de Participatiewet (PW) ontvangt in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Personen met een uitkering die verblijven in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook dak- en thuislozen met bijstand zijn niet inbegrepen.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de Wsw.
Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong) in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
AOW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.
Inwoners
Het aantal inwoners van een gemeente, wijk en buurt.

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen met de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering. In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtigde leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW. Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd. Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering. Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.
Inwoners vanaf 15 jaar
Het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Inwoners vanaf 15 jr tot AOW-leeftijd
Het aantal inwoners vanaf 15 jaar tot de AOW-leeftijd.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.
Inwoners vanaf de AOW-leeftijd
Het aantal inwoners vanaf de AOW-leeftijd.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.