Personen met een uitkering; soort uitkering, wijken en buurten 2018

Personen met een uitkering; soort uitkering, wijken en buurten 2018

Wijken en buurten Perioden Personen per soort uitkering Werkloosheidsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering Bijstandsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering Arbeidsongeschiktheidsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering AOW-uitkering (aantal) Personen per soort uitkering, relatief Werkloosheidsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief Bijstandsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief Arbeidsongeschiktheidsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief AOW-uitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar)
Nelson Mandelapark 2018 maart . . . . . . . .
Nelson Mandelapark 2018 juni . . . . . . . .
Nelson Mandelapark 2018 september . . . . . . . .
Nelson Mandelapark 2018 december . . . . . . . .
St. Marten/Sonsbeek 2018 maart 130 190 220 420 3 4 4 8
St. Marten/Sonsbeek 2018 juni 120 190 220 420 2 4 4 8
St. Marten/Sonsbeek 2018 september 100 180 210 430 2 4 4 9
St. Marten/Sonsbeek 2018 december 100 170 220 430 2 3 4 9
Sonsbeek-Noord 2018 maart 30 0 20 220 4 0 2 24
Sonsbeek-Noord 2018 juni 30 0 20 220 3 0 2 24
Sonsbeek-Noord 2018 september 30 10 20 220 3 1 2 25
Sonsbeek-Noord 2018 december 20 0 20 220 3 0 2 24
Sonsbeek/Zijpendaal 2018 maart . . . . . . . .
Sonsbeek/Zijpendaal 2018 juni . . . . . . . .
Sonsbeek/Zijpendaal 2018 september . . . . . . . .
Sonsbeek/Zijpendaal 2018 december . . . . . . . .
Lasonder, Zeggelt 2018 maart 30 80 100 200 2 6 7 14
Lasonder, Zeggelt 2018 juni 20 80 90 200 2 6 7 15
Lasonder, Zeggelt 2018 september 20 70 100 200 2 5 7 14
Lasonder, Zeggelt 2018 december 20 70 100 210 2 5 7 15
Wijk 45 Sondel 2018 maart 0 0 10 70 1 0 2 22
Wijk 45 Sondel 2018 juni 0 0 10 70 1 0 2 22
Wijk 45 Sondel 2018 september 0 0 10 70 0 0 2 22
Wijk 45 Sondel 2018 december 0 0 10 70 0 0 2 22
Sondel 2018 maart 0 0 10 70 1 0 2 22
Sondel 2018 juni 0 0 10 70 1 0 2 22
Sondel 2018 september 0 0 10 70 0 0 2 22
Sondel 2018 december 0 0 10 70 0 0 2 22
Nelson Mandelabuurt 2018 maart 20 20 40 70 2 2 5 8
Nelson Mandelabuurt 2018 juni 20 20 40 70 3 2 5 8
Nelson Mandelabuurt 2018 september 20 20 40 70 3 2 5 8
Nelson Mandelabuurt 2018 december 20 20 40 70 3 3 5 8
Sonnevanck 2018 maart 0 0 10 120 1 0 3 58
Sonnevanck 2018 juni 0 0 10 120 1 0 3 60
Sonnevanck 2018 september 0 0 10 120 1 0 3 60
Sonnevanck 2018 december 0 0 0 110 1 0 2 58
Sonnenberg 2018 maart 0 0 0 10 2 0 2 7
Sonnenberg 2018 juni 0 0 0 10 2 0 2 8
Sonnenberg 2018 september 0 0 0 10 1 0 1 6
Sonnenberg 2018 december 0 0 0 10 2 0 1 7
Sonnenborgh e.o. 2018 maart 170 400 240 1.210 3 6 4 18
Sonnenborgh e.o. 2018 juni 160 390 250 1.230 2 6 4 19
Sonnenborgh e.o. 2018 september 150 380 250 1.240 2 6 4 18
Sonnenborgh e.o. 2018 december 150 390 260 1.250 2 6 4 18
Sonnenborgh 2018 maart 40 80 50 240 3 5 3 17
Sonnenborgh 2018 juni 40 70 50 250 3 5 3 17
Sonnenborgh 2018 september 30 70 40 250 2 5 3 17
Sonnenborgh 2018 december 40 70 40 250 3 5 3 17
Sonnenberg 2018 maart 0 0 10 240 0 0 2 73
Sonnenberg 2018 juni 0 0 10 240 0 0 2 73
Sonnenberg 2018 september 0 0 0 250 0 0 1 75
Sonnenberg 2018 december 0 0 0 260 0 0 1 75
Son en Breugel 2018 maart 250 250 490 3.640 2 2 4 26
Son en Breugel 2018 juni 240 250 480 3.640 2 2 4 26
Son en Breugel 2018 september 230 240 480 3.670 2 2 4 26
Son en Breugel 2018 december 230 230 480 3.710 2 2 3 26
Wijk 00 Son 2018 maart 170 150 360 2.750 2 2 4 28
Wijk 00 Son 2018 juni 160 150 360 2.760 2 2 4 28
Wijk 00 Son 2018 september 160 150 360 2.780 2 1 4 28
Wijk 00 Son 2018 december 150 150 360 2.820 1 1 4 28
Son 2018 maart 60 50 220 1.750 1 1 5 40
Son 2018 juni 50 50 220 1.760 1 1 5 40
Son 2018 september 50 50 220 1.770 1 1 5 40
Son 2018 december 50 50 210 1.800 1 1 5 40
Verspreide huizen Son 2018 maart 20 40 30 70 2 4 3 7
Verspreide huizen Son 2018 juni 20 40 30 70 2 4 3 7
Verspreide huizen Son 2018 september 30 30 30 70 3 3 3 7
Verspreide huizen Son 2018 december 20 30 30 70 2 3 3 7
Bisonspoor 2018 maart 20 20 50 380 2 2 5 39
Bisonspoor 2018 juni 20 20 50 390 2 2 6 40
Bisonspoor 2018 september 20 20 60 390 2 2 6 41
Bisonspoor 2018 december 20 20 50 400 2 2 5 42
Wijk 01 Sonnega 2018 maart 10 0 20 180 1 0 3 21
Wijk 01 Sonnega 2018 juni 10 0 20 190 1 0 3 22
Wijk 01 Sonnega 2018 september 10 0 20 190 2 0 3 21
Wijk 01 Sonnega 2018 december 10 0 20 190 1 0 3 21
Sonnega 2018 maart 0 0 10 40 1 0 4 22
Sonnega 2018 juni 0 0 10 40 1 0 4 23
Sonnega 2018 september 0 0 10 40 1 0 4 23
Sonnega 2018 december 0 0 10 40 1 0 3 23
Verspreide huizen Sonnega 2018 maart . . . . . . . .
Verspreide huizen Sonnega 2018 juni . . . . . . . .
Verspreide huizen Sonnega 2018 september . . . . . . . .
Verspreide huizen Sonnega 2018 december . . . . . . . .
Sonate en omgeving 2018 maart 10 0 10 20 3 0 3 6
Sonate en omgeving 2018 juni 10 0 10 20 3 0 3 6
Sonate en omgeving 2018 september 10 0 10 20 2 0 3 6
Sonate en omgeving 2018 december 10 0 10 20 2 0 3 6
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering per gemeente, wijk en buurt (indeling 2018). Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom en bijstand.
Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)) of twee uitkeringen van verschillende soort (zoals een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld, in het eerste geval slechts één keer (bij de WAO).
Bij de categorie personen met een uitkering (totaal) wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.

De cijfers over aantallen personen met een uitkering per buurt, wijk of gemeente kunnen in geringe mate afwijken van elders op StatLine gepubliceerde cijfers, doordat gebruik wordt gemaakt van de meest recente gegevens uit de Basisregistratie Personen (BRP). Omdat verschillende StatLine-tabellen op verschillende momenten geactualiseerd worden, kan het voorkomen dat voor de ene tabel een andere versie van de BRP wordt gebruikt dan voor een andere tabel. De laatst gepubliceerde cijfers zijn in dat geval het meest accuraat.
De cijfers hebben betrekking op de laatste dag van de verslagmaand.

Gegevens beschikbaar vanaf: maart 2018

Status van de cijfers:
De cijfers van 2018 zijn definitief.

Wijzigingen per 20 maart 2025:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Personen per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en ouderdomsuitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheidsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW).
Bijstandsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW).
Personen met een uitkering die verblijven in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook dak- en thuislozen met bijstand zijn niet inbegrepen.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
AOW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.
Personen per soort uitkering, relatief
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet, Bijstandswet, Arbeidsongeschiktheidswet en de Algemene Ouderdomswet in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder per regio.
Werkloosheidsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW) in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Bijstandsuitkering
Het aantal personen dat een bijstandsuitkering in het kader van de Participatiewet (PW) ontvangt in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Personen met een uitkering die verblijven in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook dak- en thuislozen met bijstand zijn niet inbegrepen.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de Wsw.
Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong) in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
AOW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2021 als volgt:

Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden.

Na 2021, tussen 2022 en 2024, kan de AOW-leeftijd geleidelijk oplopen naar 67 jaar. Na 2024 wordt beoogd de AOW-leeftijd langzamer te laten stijgen dan de levensverwachting. Dit betekent dat elk jaar levenswinst wordt vertaald in gemiddeld acht maanden langer doorwerken en gemiddeld vier maanden langer AOW-pensioen.