Opbouw binnenlands product (bbp); nationale rekeningen

Opbouw binnenlands product (bbp); nationale rekeningen

Perioden Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Beloning van werknemers Totaal (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Beloning van werknemers Lonen (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Beloning van werknemers Sociale premies t.l.v. werkgevers (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Belastingen en subsidies Saldo (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Belastingen en subsidies Belastingen op productie en invoer (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Belastingen en subsidies Subsidies (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Exploitatieoverschot Bruto (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Exploitatieoverschot Verbruik van vaste activa (-) (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Exploitatieoverschot Netto (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde in werkelijke prijzen Bruto binnenlands product (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde prijsniveau 2015 Beloning van werknemers Totaal (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde prijsniveau 2015 Beloning van werknemers Lonen (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde prijsniveau 2015 Beloning van werknemers Sociale premies t.l.v. werkgevers (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde prijsniveau 2015 Belastingen en subsidies Saldo (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde prijsniveau 2015 Belastingen en subsidies Belastingen op productie en invoer (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde prijsniveau 2015 Belastingen en subsidies Subsidies (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde prijsniveau 2015 Exploitatieoverschot Bruto (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde prijsniveau 2015 Exploitatieoverschot Verbruik van vaste activa (-) (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde prijsniveau 2015 Exploitatieoverschot Netto (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Waarde prijsniveau 2015 Bruto binnenlands product (mln euro) Bbp vanuit de inkomensvorming Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Beloning van werknemers Totaal (%) Bbp vanuit de inkomensvorming Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Beloning van werknemers Lonen (%) Bbp vanuit de inkomensvorming Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Beloning van werknemers Sociale premies t.l.v. werkgevers (%) Bbp vanuit de inkomensvorming Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Belastingen en subsidies Saldo (%) Bbp vanuit de inkomensvorming Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Belastingen en subsidies Belastingen op productie en invoer (%) Bbp vanuit de inkomensvorming Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Belastingen en subsidies Subsidies (%) Bbp vanuit de inkomensvorming Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Exploitatieoverschot Bruto (%) Bbp vanuit de inkomensvorming Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Exploitatieoverschot Verbruik van vaste activa (-) (%) Bbp vanuit de inkomensvorming Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Exploitatieoverschot Netto (%) Bbp vanuit de inkomensvorming Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar Bruto binnenlands product (%) Bbp vanuit de inkomensvorming Prijsindexcijfers Beloning van werknemers Totaal (2015 =100) Bbp vanuit de inkomensvorming Prijsindexcijfers Beloning van werknemers Lonen (2015 =100) Bbp vanuit de inkomensvorming Prijsindexcijfers Beloning van werknemers Sociale premies t.l.v. werkgevers (2015 =100) Bbp vanuit de inkomensvorming Prijsindexcijfers Belastingen en subsidies Saldo (2015 =100) Bbp vanuit de inkomensvorming Prijsindexcijfers Belastingen en subsidies Belastingen op productie en invoer (2015 =100) Bbp vanuit de inkomensvorming Prijsindexcijfers Belastingen en subsidies Subsidies (2015 =100) Bbp vanuit de inkomensvorming Prijsindexcijfers Exploitatieoverschot Bruto (2015 =100) Bbp vanuit de inkomensvorming Prijsindexcijfers Exploitatieoverschot Verbruik van vaste activa (-) (2015 =100) Bbp vanuit de inkomensvorming Prijsindexcijfers Exploitatieoverschot Netto (2015 =100) Bbp vanuit de inkomensvorming Prijsindexcijfers Bruto binnenlands product (2015 =100)
2000 226.691 179.031 47.660 44.720 51.827 7.107 180.596 69.130 111.466 452.007 . . . 68.318 76.086 8.048 . 83.274 . 580.703 . . . 2,1 2,3 3,8 . 5,2 . 4,2 . . . 65,5 68,1 88,3 . 83,0 . 77,8
2001 239.070 191.740 47.330 49.973 57.213 7.240 192.838 74.670 118.168 481.881 . . . 69.609 77.864 8.463 . 87.102 . 594.216 . . . 1,9 2,3 5,1 . 4,6 . 2,3 . . . 71,8 73,5 85,6 . 85,7 . 81,1
2002 251.061 199.254 51.807 51.413 58.851 7.438 198.663 79.534 119.129 501.137 . . . 70.106 78.019 8.179 . 90.083 . 595.507 . . . 0,7 0,2 -3,4 . 3,4 . 0,2 . . . 73,3 75,4 90,9 . 88,3 . 84,2
2003 257.855 203.442 54.413 52.894 60.341 7.447 202.061 82.760 119.301 512.810 . . . 70.414 78.161 8.048 . 92.320 . 596.434 . . . 0,4 0,2 -1,6 . 2,5 . 0,2 . . . 75,1 77,2 92,5 . 89,6 . 86,0
2004 261.594 205.504 56.090 55.001 62.919 7.918 212.691 85.625 127.066 529.286 . . . 70.812 79.164 8.561 . 94.268 . 608.273 . . . 0,6 1,3 6,4 . 2,1 . 2,0 . . . 77,7 79,5 92,5 . 90,8 . 87,0
2005 265.786 209.475 56.311 58.575 66.167 7.592 226.522 88.591 137.931 550.883 . . . 73.104 80.776 8.022 . 96.177 . 620.748 . . . 3,2 2,0 -6,3 . 2,0 . 2,1 . . . 80,1 81,9 94,6 . 92,1 . 88,7
2006 274.630 219.149 55.481 62.783 70.788 8.005 247.133 92.481 154.652 584.546 . . . 76.061 84.048 8.351 . 98.303 . 642.232 . . . 4,0 4,1 4,1 . 2,2 . 3,5 . . . 82,5 84,2 95,9 . 94,1 . 91,0
2007 290.422 232.353 58.069 64.571 73.184 8.613 264.177 97.227 166.950 619.170 . . . 78.825 86.498 8.123 . 101.291 . 666.462 . . . 3,6 2,9 -2,7 . 3,0 . 3,8 . . . 81,9 84,6 106,0 . 96,0 . 92,9
2008 307.606 243.231 64.375 66.532 75.614 9.082 273.060 102.612 170.448 647.198 . . . 77.868 86.202 8.627 . 104.632 . 680.926 . . . -1,2 -0,3 6,2 . 3,3 . 2,2 . . . 85,4 87,7 105,3 . 98,1 . 95,0
2009 312.196 246.623 65.573 60.399 71.193 10.794 252.247 106.530 145.717 624.842 . . . 72.363 81.254 8.971 . 107.026 . 655.958 . . . -7,1 -5,7 4,0 . 2,3 . -3,7 . . . 83,5 87,6 120,3 . 99,5 . 95,3
2010 311.717 247.590 64.127 61.610 72.553 10.943 265.860 109.791 156.069 639.187 . . . 71.903 81.236 9.278 . 108.741 . 664.765 . . . -0,6 0,0 3,4 . 1,6 . 1,3 . . . 85,7 89,3 117,9 . 101,0 . 96,2
2011 319.557 252.880 66.677 62.034 72.389 10.355 268.768 110.021 158.747 650.359 . . . 71.388 80.385 9.008 . 110.155 . 675.077 . . . -0,7 -1,0 -2,9 . 1,3 . 1,6 . . . 86,9 90,1 115,0 . 99,9 . 96,3
2012 323.867 254.388 69.479 61.454 70.984 9.530 267.645 111.232 156.413 652.966 . . . 69.442 77.835 8.480 . 111.711 . 668.121 . . . -2,7 -3,2 -5,9 . 1,4 . -1,0 . . . 88,5 91,2 112,4 . 99,6 . 97,7
2013 324.676 255.269 69.407 64.856 73.774 8.918 270.931 113.167 157.764 660.463 . . . 66.510 75.154 8.614 . 113.208 . 667.252 . . . -4,2 -3,4 1,6 . 1,3 . -0,1 . . . 97,5 98,2 103,5 . 100,0 . 99,0
2014 328.166 254.918 73.248 69.618 78.079 8.461 273.776 114.366 159.410 671.560 . . . 67.897 76.128 8.230 . 114.467 . 676.749 . . . 2,1 1,3 -4,5 . 1,1 . 1,4 . . . 102,5 102,6 102,8 . 99,9 . 99,2
2015 330.267 260.690 69.577 70.790 79.430 8.640 288.951 115.742 173.209 690.008 . . . 70.790 79.430 8.640 . 115.742 . 690.008 . . . 4,3 4,3 5,0 . 1,1 . 2,0 . . . 100,0 100,0 100,0 . 100,0 . 100,0
2016 340.586 268.805 71.781 75.404 84.725 9.321 292.347 117.912 174.435 708.337 . . . 73.389 81.991 8.602 . 118.022 . 705.131 . . . 3,7 3,2 -0,4 . 2,0 . 2,2 . . . 102,7 103,3 108,4 . 99,9 . 100,5
2017 352.818 278.473 74.345 78.256 88.314 10.058 307.072 121.452 185.620 738.146 . . . 75.416 84.171 8.759 . 120.674 . 725.657 . . . 2,8 2,7 1,8 . 2,2 . 2,9 . . . 103,8 104,9 114,8 . 100,6 . 101,7
2018 369.840 290.635 79.205 83.263 93.872 10.609 320.884 127.456 193.428 773.987 . . . 77.490 86.361 8.885 . 123.622 . 742.789 . . . 2,7 2,6 1,4 . 2,4 . 2,4 . . . 107,4 108,7 119,4 . 103,1 . 104,2
2019 388.869 304.470 84.399 89.759 101.077 11.318 334.427 133.227 201.200 813.055 . . . 77.908 87.440 9.492 . 125.847 . 757.315 . . . 0,5 1,2 6,8 . 1,8 . 2,0 . . . 115,2 115,6 119,2 . 105,9 . 107,4
2020* 402.576 314.766 87.810 61.091 101.287 40.196 336.428 139.285 197.143 800.095 . . . 73.984 86.028 11.914 . 128.290 . 728.547 . . . -5,0 -1,6 25,5 . 1,9 . -3,8 . . . 82,6 117,7 337,4 . 108,6 . 109,8
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de productiecomponenten, de bestedingencategorieën en de inkomensbestanddelen van het bruto binnenlands product. Het bruto binnenlands product is een belangrijk macro-economische begrip. De volumeontwikkeling van het bruto binnenlands product is de maatstaf voor de economische groei van een land. Het is in de nationale rekeningen gebruikelijk om het bruto binnenlands product vanuit drie gezichtspunten te benaderen, vanuit de productie, vanuit de bestedingen en vanuit het inkomen.

Gegevens beschikbaar vanaf 1995.

Status van de cijfers:
De gegevens van 1995 tot en met 2019 zijn definitief. De gegevens over 2020 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 24 juni 2021:
Gegevens van 2020 zijn toegevoegd aan deze tabel.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Na afloop van het verslagjaar worden na zes maanden voorlopige cijfers gepubliceerd. Na 18 maanden worden de definitieve cijfers gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Bbp vanuit de inkomensvorming
De opbouw van het bruto binnenlands product vanuit de inkomens uit productie. Deze bestaan uit de beloning van werknemers en het exploitatieoverschot/gemengd inkomen. Om uit te komen op het bbp tegen marktprijzen moet het saldo van (al dan niet productgebonden) belastingen en subsidies op productie en invoer hierbij worden opgeteld.
Waarde in werkelijke prijzen
De bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van de betreffende verslagperiode. Dit in tegenstelling tot zogeheten constante prijzen, waarbij bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van een bepaalde basisperiode.
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Totaal
Lonen
De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is ‘loon in geld’ (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
Sociale premies t.l.v. werkgevers
De sociale premies ten laste van de werkgever hebben betrekking op de werkgeversbijdragen in het kader van de sociale zekerheid. De sociale premies ten laste van werkgevers kunnen onderverdeeld worden in werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers en toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers. De werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers omvatten alle premies voor de wettelijke sociale verzekering en de particuliere sociale premies (waaronder pensioenpremies t.l.v. werkgevers). De toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers zijn rechtstreekse sociale uitkeringen door werkgevers aan (voormalige) werknemers zonder tussenkomst van andere institutionele eenheden of fondsen. Het merendeel bestaat uit doorbetaalde lonen bij ziekte.
Belastingen en subsidies
De (al dan niet productgebonden) betaalde belastingen op productie en invoer en de ontvangen subsidies.
Saldo
Het verschil tussen de (al dan niet productgebonden) betaalde belastingen op productie en invoer en de ontvangen subsidies.
Belastingen op productie en invoer
Verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die door de overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd in verband met de productie of de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend. Dergelijke belastingen zijn verschuldigd ongeacht gemaakte winst. Zowel productgebonden als niet-productgebonden belastingen behoren hiertoe.
Subsidies
Subsidies zijn betalingen om niet die door de Nederlandse overheid of de instellingen van de Europese Unie worden gedaan aan ingezeten producenten. Zowel productgebonden als niet-productgebonden subsidies behoren hiertoe.
Exploitatieoverschot
Bruto-exploitatieoverschot / gemengd inkomen.
Het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen. Uit het bruto-exploitatieoverschot moeten het verbruik van vaste activa worden bekostigd.
Bruto
Verbruik van vaste activa (-)
De waardevermindering van vaste activa (productiemiddelen) in eigendom als gevolg van normale slijtage en economische veroudering. Ook wel afschrijvingen genoemd.

Bij het berekenen van het verbruik van vaste activa wordt gebruik gemaakt van de PIM methode (perpetual inventory method). Deze methode gaat uit van de waarde van de aan het begin van een jaar aanwezige kapitaalgoederenvoorraad, die op vervangingswaarde wordt gebracht door te corrigeren voor de prijsveranderingen van vergelijkbare kapitaalgoederen in het verslagjaar. Hieraan worden de investeringen in vaste activa van dat jaar toegevoegd en vervolgens wordt de waarde van de buiten gebruik gestelde activa erop in mindering gebracht. Aldus wordt de waarde van de kapitaalgoederenvoorraad aan het eind van het jaar verkregen. Vervolgens wordt via een afschrijvingspercentage de afschrijvingen bepaald. De als hierboven beschreven afschrijvingen behoeven niet overeen te stemmen met de bedrijfseconomische afschrijvingen die zijn vastgesteld op basis van historische kostprijs of fiscale levensduur.
Netto
Netto-exploitatieoverschot.
Het bruto-exploitatieoverschot verminderd met het verbruik van vaste activa. Uit het bruto-exploitatieoverschot moeten het verbruik van vaste activa worden bekostigd.
Bruto binnenlands product
Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op drie manieren worden gedefinieerd:
- vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie;
- vanuit het oogpunt van de bestedingen: het bbp is de som van de finale bestedingen aan goederen en diensten door ingezeten institutionele eenheden (consumptie en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten;
- vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie).
Door het bbp te verminderen met het verbruik van vaste activa, wordt het netto binnenlands product (nbp) tegen marktprijzen verkregen.
Waarde prijsniveau 2015
De bedragen zijn uitgedrukt in prijzen van het basisjaar 2010. Hiertoe zijn inflatiecorrecties gebruikt. Zonder dergelijke correcties spreekt men van waarde in werkelijke prijzen.
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Totaal
Lonen
De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is ‘loon in geld’ (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
Sociale premies t.l.v. werkgevers
De sociale premies ten laste van de werkgever hebben betrekking op de werkgeversbijdragen in het kader van de sociale zekerheid. De sociale premies ten laste van werkgevers kunnen onderverdeeld worden in werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers en toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers. De werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers omvatten alle premies voor de wettelijke sociale verzekering en de particuliere sociale premies (waaronder pensioenpremies t.l.v. werkgevers). De toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers zijn rechtstreekse sociale uitkeringen door werkgevers aan (voormalige) werknemers zonder tussenkomst van andere institutionele eenheden of fondsen. Het merendeel bestaat uit doorbetaalde lonen bij ziekte.
Belastingen en subsidies
De (al dan niet productgebonden) betaalde belastingen op productie en invoer en de ontvangen subsidies.
Saldo
Het verschil tussen de (al dan niet productgebonden) betaalde belastingen op productie en invoer en de ontvangen subsidies.
Belastingen op productie en invoer
Verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die door de overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd in verband met de productie of de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend. Dergelijke belastingen zijn verschuldigd ongeacht gemaakte winst. Zowel productgebonden als niet-productgebonden belastingen behoren hiertoe.
Subsidies
Subsidies zijn betalingen om niet die door de Nederlandse overheid of de instellingen van de Europese Unie worden gedaan aan ingezeten producenten. Zowel productgebonden als niet-productgebonden subsidies behoren hiertoe.
Exploitatieoverschot
Bruto-exploitatieoverschot / gemengd inkomen.
Het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen. Uit het bruto-exploitatieoverschot moeten het verbruik van vaste activa worden bekostigd.
Bruto
Verbruik van vaste activa (-)
De waardevermindering van vaste activa (productiemiddelen) in eigendom als gevolg van normale slijtage en economische veroudering. Ook wel afschrijvingen genoemd.

Bij het berekenen van het verbruik van vaste activa wordt gebruik gemaakt van de PIM methode (perpetual inventory method). Deze methode gaat uit van de waarde van de aan het begin van een jaar aanwezige kapitaalgoederenvoorraad, die op vervangingswaarde wordt gebracht door te corrigeren voor de prijsveranderingen van vergelijkbare kapitaalgoederen in het verslagjaar. Hieraan worden de investeringen in vaste activa van dat jaar toegevoegd en vervolgens wordt de waarde van de buiten gebruik gestelde activa erop in mindering gebracht. Aldus wordt de waarde van de kapitaalgoederenvoorraad aan het eind van het jaar verkregen. Vervolgens wordt via een afschrijvingspercentage de afschrijvingen bepaald. De als hierboven beschreven afschrijvingen behoeven niet overeen te stemmen met de bedrijfseconomische afschrijvingen die zijn vastgesteld op basis van historische kostprijs of fiscale levensduur.
Netto
Netto-exploitatieoverschot.
Het bruto-exploitatieoverschot verminderd met het verbruik van vaste activa. Uit het bruto-exploitatieoverschot moeten het verbruik van vaste activa worden bekostigd.
Bruto binnenlands product
Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op drie manieren worden gedefinieerd:
- vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie;
- vanuit het oogpunt van de bestedingen: het bbp is de som van de finale bestedingen aan goederen en diensten door ingezeten institutionele eenheden (consumptie en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten;
- vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie).
Door het bbp te verminderen met het verbruik van vaste activa, wordt het netto binnenlands product (nbp) tegen marktprijzen verkregen.
Volumemutatie t.o.v. voorafgaand jaar
Het gewogen gemiddelde van de veranderingen in de hoeveelheid en de kwaliteit van de onderdelen van een bepaalde goederen- of dienstentransactie of salditransactie, jaarlijkse procentuele veranderingen.
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Totaal
Lonen
De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is ‘loon in geld’ (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
Sociale premies t.l.v. werkgevers
De sociale premies ten laste van de werkgever hebben betrekking op de werkgeversbijdragen in het kader van de sociale zekerheid. De sociale premies ten laste van werkgevers kunnen onderverdeeld worden in werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers en toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers. De werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers omvatten alle premies voor de wettelijke sociale verzekering en de particuliere sociale premies (waaronder pensioenpremies t.l.v. werkgevers). De toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers zijn rechtstreekse sociale uitkeringen door werkgevers aan (voormalige) werknemers zonder tussenkomst van andere institutionele eenheden of fondsen. Het merendeel bestaat uit doorbetaalde lonen bij ziekte.
Belastingen en subsidies
De (al dan niet productgebonden) betaalde belastingen op productie en invoer en de ontvangen subsidies.
Saldo
Het verschil tussen de (al dan niet productgebonden) betaalde belastingen op productie en invoer en de ontvangen subsidies.
Belastingen op productie en invoer
Verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die door de overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd in verband met de productie of de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend. Dergelijke belastingen zijn verschuldigd ongeacht gemaakte winst. Zowel productgebonden als niet-productgebonden belastingen behoren hiertoe.
Subsidies
Subsidies zijn betalingen om niet die door de Nederlandse overheid of de instellingen van de Europese Unie worden gedaan aan ingezeten producenten. Zowel productgebonden als niet-productgebonden subsidies behoren hiertoe.
Exploitatieoverschot
Bruto-exploitatieoverschot / gemengd inkomen.
Het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen. Uit het bruto-exploitatieoverschot moeten het verbruik van vaste activa worden bekostigd.
Bruto
Verbruik van vaste activa (-)
De waardevermindering van vaste activa (productiemiddelen) in eigendom als gevolg van normale slijtage en economische veroudering. Ook wel afschrijvingen genoemd.

Bij het berekenen van het verbruik van vaste activa wordt gebruik gemaakt van de PIM methode (perpetual inventory method). Deze methode gaat uit van de waarde van de aan het begin van een jaar aanwezige kapitaalgoederenvoorraad, die op vervangingswaarde wordt gebracht door te corrigeren voor de prijsveranderingen van vergelijkbare kapitaalgoederen in het verslagjaar. Hieraan worden de investeringen in vaste activa van dat jaar toegevoegd en vervolgens wordt de waarde van de buiten gebruik gestelde activa erop in mindering gebracht. Aldus wordt de waarde van de kapitaalgoederenvoorraad aan het eind van het jaar verkregen. Vervolgens wordt via een afschrijvingspercentage de afschrijvingen bepaald. De als hierboven beschreven afschrijvingen behoeven niet overeen te stemmen met de bedrijfseconomische afschrijvingen die zijn vastgesteld op basis van historische kostprijs of fiscale levensduur.
Netto
Netto-exploitatieoverschot.
Het bruto-exploitatieoverschot verminderd met het verbruik van vaste activa. Uit het bruto-exploitatieoverschot moeten het verbruik van vaste activa worden bekostigd.
Bruto binnenlands product
Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op drie manieren worden gedefinieerd:
- vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie;
- vanuit het oogpunt van de bestedingen: het bbp is de som van de finale bestedingen aan goederen en diensten door ingezeten institutionele eenheden (consumptie en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten;
- vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie).
Door het bbp te verminderen met het verbruik van vaste activa, wordt het netto binnenlands product (nbp) tegen marktprijzen verkregen.
Prijsindexcijfers
Het gewogen gemiddelde van de prijsveranderingen van de onderdelen van een bepaalde variabele. Deflatoren ten opzichte van het referentiejaar 2015.
Beloning van werknemers
De totale vergoeding, in geld of in natura, die door een werkgever aan een werknemer verschuldigd is voor de arbeid die deze tijdens een verslagperiode heeft verricht. De beloning van werknemers is gelijk aan het totaal van lonen en sociale premies ten laste van werkgevers.
Totaal
Lonen
De vergoedingen voor de werknemer, die in een bepaalde periode arbeid verricht, en die ten laste komen van de werkgever, inclusief de door de werkgever ingehouden loonbelasting en de sociale premies die ten laste komen van de werknemer. De belangrijkste vorm van loon is ‘loon in geld’ (inclusief de ingehouden loonbelasting en werknemerspremies). Dit loon omvat het basis bruto loon, premies, provisies, toeslagen, overwerkloon, gevarengeld, bijzondere beloningen en fooien, maar ook onkostenvergoedingen in verband met de dienstbetrekking (zoals een vergoeding of tegemoetkoming voor de kosten van woon-werkverkeer). Bijzondere beloningen omvatten vakantiegeld, tantième, gratificaties, winstuitkeringen en een dertiende of veertiende maand. Doorbetaald loon bij ziekte behoort niet tot de lonen, maar wordt toegerekend aan de sociale premies t.l.v. werkgevers. Naast 'loon in geld' kan 'loon in natura' onderdeel van het loon uitmaken, als dit voor de werknemer een voordeel uit dienstbetrekking is. Voorbeelden van loon in natura zijn het privégebruik van de auto van de zaak, dienstwoningen, het rentevoordeel van geldleningen, tegen korting of gratis verkregen producten van de zaak en werkgeversbijdragen aan kinderopvang.
Sociale premies t.l.v. werkgevers
De sociale premies ten laste van de werkgever hebben betrekking op de werkgeversbijdragen in het kader van de sociale zekerheid. De sociale premies ten laste van werkgevers kunnen onderverdeeld worden in werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers en toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers. De werkelijke sociale premies t.l.v. werkgevers omvatten alle premies voor de wettelijke sociale verzekering en de particuliere sociale premies (waaronder pensioenpremies t.l.v. werkgevers). De toegerekende sociale premies t.l.v. werkgevers zijn rechtstreekse sociale uitkeringen door werkgevers aan (voormalige) werknemers zonder tussenkomst van andere institutionele eenheden of fondsen. Het merendeel bestaat uit doorbetaalde lonen bij ziekte.
Belastingen en subsidies
De (al dan niet productgebonden) betaalde belastingen op productie en invoer en de ontvangen subsidies.
Saldo
Het verschil tussen de (al dan niet productgebonden) betaalde belastingen op productie en invoer en de ontvangen subsidies.
Belastingen op productie en invoer
Verplichte betalingen om niet, in geld of in natura, die door de overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd in verband met de productie of de invoer van goederen en diensten, het in dienst hebben van arbeidskrachten en de eigendom of het gebruik van grond, gebouwen of andere activa die in het productieproces worden aangewend. Dergelijke belastingen zijn verschuldigd ongeacht gemaakte winst. Zowel productgebonden als niet-productgebonden belastingen behoren hiertoe.
Subsidies
Subsidies zijn betalingen om niet die door de Nederlandse overheid of de instellingen van de Europese Unie worden gedaan aan ingezeten producenten. Zowel productgebonden als niet-productgebonden subsidies behoren hiertoe.
Exploitatieoverschot
Bruto-exploitatieoverschot / gemengd inkomen.
Het saldo dat resteert nadat de toegevoegde waarde tegen basisprijzen is verminderd met de beloning van werknemers en het saldo van belastingen en subsidies op productie en invoer. Bij zelfstandigen (die deel uitmaken van de sector huishoudens) wordt dit saldo gemengd inkomen genoemd omdat het ook de beloning voor de door hen geleverde arbeid bevat.

In de nationale rekeningen betekent 'bruto' vóór aftrek van afschrijvingen (het verbruik van vaste activa) en 'netto' na aftrek van afschrijvingen. Uit het bruto-exploitatieoverschot moeten het verbruik van vaste activa worden bekostigd.
Bruto
Verbruik van vaste activa (-)
De waardevermindering van vaste activa (productiemiddelen) in eigendom als gevolg van normale slijtage en economische veroudering. Ook wel afschrijvingen genoemd.

Bij het berekenen van het verbruik van vaste activa wordt gebruik gemaakt van de PIM methode (perpetual inventory method). Deze methode gaat uit van de waarde van de aan het begin van een jaar aanwezige kapitaalgoederenvoorraad, die op vervangingswaarde wordt gebracht door te corrigeren voor de prijsveranderingen van vergelijkbare kapitaalgoederen in het verslagjaar. Hieraan worden de investeringen in vaste activa van dat jaar toegevoegd en vervolgens wordt de waarde van de buiten gebruik gestelde activa erop in mindering gebracht. Aldus wordt de waarde van de kapitaalgoederenvoorraad aan het eind van het jaar verkregen. Vervolgens wordt via een afschrijvingspercentage de afschrijvingen bepaald. De als hierboven beschreven afschrijvingen behoeven niet overeen te stemmen met de bedrijfseconomische afschrijvingen die zijn vastgesteld op basis van historische kostprijs of fiscale levensduur.
Netto
Netto-exploitatieoverschot.
Het bruto-exploitatieoverschot verminderd met het verbruik van vaste activa. Uit het bruto-exploitatieoverschot moeten het verbruik van vaste activa worden bekostigd.
Bruto binnenlands product
Het bruto binnenlands product (bbp) is een maat voor de omvang van de economie. De verandering van het volume van het bbp in een bepaalde tijdsperiode is een maat voor de groei (of krimp) van de economie. Het bruto binnenlands product tegen marktprijzen is het eindresultaat van de productieve activiteiten van ingezeten productie-eenheden. Het kan op drie manieren worden gedefinieerd:
- vanuit het oogpunt van de productie: het bbp is de som van de bruto toegevoegde waarde van alle institutionele sectoren of bedrijfstakken en het saldo van productgebonden belastingen en subsidies (die niet aan sectoren en bedrijfstakken worden toegerekend). Het is eveneens de sluitpost van de productierekening van de totale economie;
- vanuit het oogpunt van de bestedingen: het bbp is de som van de finale bestedingen aan goederen en diensten door ingezeten institutionele eenheden (consumptie en bruto-investeringen) en het saldo van uitvoer en invoer van goederen en diensten;
- vanuit het oogpunt van het inkomen: het bbp is de som van de bestedingen in de inkomensvormingsrekening van de totale economie (beloning van werknemers, belastingen op productie en invoer exclusief subsidies, bruto-exploitatieoverschot en gemengd inkomen van de totale economie).
Door het bbp te verminderen met het verbruik van vaste activa, wordt het netto binnenlands product (nbp) tegen marktprijzen verkregen.