Maatstaven gemeentefonds: Sociaal domein: diverse peildata; regio 2018

Maatstaven gemeentefonds: Sociaal domein: diverse peildata; regio 2018

Regio's Participatiewet Sociale zekerheid Instroom werkregeling Wajong (aantal) Participatiewet Sociale zekerheid Instroom wachtlijst WSW (aantal) Participatiewet Sociale zekerheid Instroom werkregeling Wajong excl. WSW (aantal) Participatiewet Sociale zekerheid Personen met bijstand tot AOW-leeftijd (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Wajong-uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstandsuitkeringen Totaal (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstandsuitkeringen WWB uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstandsuitkeringen IOAW uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstandsuitkeringen IOAZ uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstandsuitkeringen Uitkeringen aan adreslozen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstandsuitkeringen BBZ uitkeringen (aantal)
Nederland 26.060 25.930 25.490 517.910 247.080 434.800 400.190 23.370 1.780 5.620 3.850
Aa en Hunze 20 30 20 470 480 380 320 30 10 0 10
Aalburg 20 20 20 150 110 120 110 10 0 0 0
Aalsmeer 30 10 30 280 270 220 200 10 0 0 0
Aalten 20 30 20 410 390 340 310 30 0 0 0
Achtkarspelen 30 30 30 900 500 710 630 70 0 0 10
Alblasserdam 20 30 20 400 210 330 320 10 0 0 0
Albrandswaard 60 30 60 400 290 270 260 20 0 0 0
Alkmaar 260 160 260 2.930 1.920 2.520 2.350 110 10 40 10
Almelo 180 260 180 3.530 1.730 2.790 2.590 150 10 0 40
Almere 270 290 270 7.140 2.340 6.160 5.610 320 30 90 120
Alphen aan den Rijn 140 170 140 2.080 1.460 1.730 1.590 110 20 0 10
Alphen-Chaam 0 0 0 120 80 100 90 10 0 0 0
Ameland 0 0 0 10 30 10 10 10 0 0 0
Amersfoort 160 190 160 4.130 2.000 3.460 3.120 220 10 80 40
Amstelveen 100 60 100 1.260 710 1.070 980 80 0 0 10
Amsterdam 1.110 1.580 1.110 47.590 8.800 40.770 37.170 1.570 140 1.550 350
Apeldoorn 270 260 270 4.460 3.170 3.620 3.370 200 10 10 20
Appingedam 20 40 20 530 320 460 430 30 0 0 0
Arnhem 530 550 530 9.270 4.150 7.870 7.330 390 20 80 50
Assen 140 160 140 2.540 1.650 2.090 1.960 80 10 10 30
Asten 0 30 0 240 170 200 190 10 0 0 0
Baarle-Nassau 10 10 10 110 70 70 70 10 0 0 0
Baarn 20 10 20 440 770 360 330 30 0 0 0
Barendrecht 40 20 40 620 440 480 440 30 0 0 10
Barneveld 60 20 60 700 650 570 540 20 0 0 10
Bedum 20 20 20 210 310 170 150 20 0 0 0
Beek (L.) 20 0 20 340 180 280 270 10 0 0 0
Beemster 10 10 10 90 200 70 70 0 0 0 0
Beesel 10 20 10 280 170 230 200 30 0 0 0
Berg en Dal 40 50 40 990 710 810 740 60 10 0 0
Bergeijk 10 40 10 180 170 140 130 10 0 0 0
Bergen (L.) 20 40 20 230 170 190 160 20 0 0 10
Bergen (NH.) 30 10 30 360 450 290 260 20 0 0 10
Bergen op Zoom 100 120 100 2.200 990 1.780 1.610 110 10 50 10
Berkelland 60 50 60 750 630 610 560 40 10 0 10
Bernheze 30 80 30 360 300 290 270 20 0 0 0
Best 20 50 20 530 230 430 390 30 0 0 0
Beuningen 30 40 30 500 250 410 370 40 0 0 10
Beverwijk 60 70 60 1.140 610 990 940 40 0 0 0
De Bilt 40 10 40 780 410 650 590 50 0 0 10
Binnenmaas 30 20 30 300 230 230 220 10 0 0 0
Bladel 10 70 10 190 230 150 140 20 0 0 0
Blaricum 0 0 0 130 40 110 100 10 0 0 0
Bloemendaal 20 10 20 240 180 180 160 10 0 0 0
Bodegraven-Reeuwijk 30 20 30 380 310 290 250 30 0 0 10
Boekel 10 30 10 130 160 80 70 10 0 0 0
Ten Boer 10 10 10 120 70 100 90 10 0 0 0
Borger-Odoorn 50 50 50 650 380 520 460 50 10 0 10
Borne 20 30 20 420 350 330 290 20 0 0 10
Borsele 10 30 10 280 270 230 200 30 0 0 0
Boxmeer 30 100 30 430 360 350 310 30 0 0 10
Boxtel 50 180 50 500 390 430 380 40 0 0 10
Breda 220 320 220 5.780 2.240 4.830 4.440 320 10 40 30
Brielle 10 10 10 280 160 230 210 20 0 0 0
Bronckhorst 40 50 40 450 430 370 320 50 0 0 10
Brummen 30 30 30 380 320 310 290 20 0 0 0
Brunssum 60 50 60 1.070 620 910 870 40 0 0 10
Bunnik 10 0 10 170 120 140 120 10 0 0 0
Bunschoten 20 0 20 210 220 160 160 10 0 0 0
Buren 30 30 30 300 190 250 220 20 10 0 0
Capelle aan den IJssel 120 40 120 2.600 870 2.300 2.160 130 10 0 10
Castricum 50 10 50 410 400 320 290 20 0 0 10
Coevorden 60 40 60 1.070 470 860 790 50 0 0 10
Cranendonck 10 40 10 330 190 260 240 20 10 0 0
Cromstrijen 20 0 20 120 110 100 90 10 0 0 0
Cuijk 40 90 40 510 330 430 400 30 0 0 0
Culemborg 40 60 40 730 330 580 530 40 0 0 10
Dalfsen 30 20 30 320 320 250 220 20 0 0 0
Dantumadiel 20 20 20 630 360 520 460 50 10 0 0
Delft 190 200 190 3.720 1.320 3.230 2.940 150 0 120 20
Delfzijl 50 60 50 1.150 420 990 930 50 0 0 0
Deurne 30 90 30 540 540 430 390 30 0 0 10
Deventer 220 370 220 3.580 2.020 3.060 2.820 150 10 60 20
Diemen 40 30 40 610 270 470 420 40 0 0 10
Dinkelland 20 10 20 290 310 220 170 40 0 0 10
Doesburg 20 20 20 390 230 330 300 30 0 0 0
Doetinchem 100 120 100 1.540 1.470 1.260 1.150 80 10 20 20
Dongen 10 30 10 380 250 290 260 30 0 0 0
Dongeradeel 30 20 30 770 550 630 580 50 0 0 0
Dordrecht 310 250 310 4.890 1.700 4.140 3.840 170 10 110 10
Drechterland 30 0 30 190 260 160 150 10 0 0 0
Drimmelen 10 30 10 240 390 180 160 20 0 0 0
Dronten 20 40 20 840 590 670 620 30 10 0 20
Druten 20 30 20 340 450 290 260 20 0 0 0
Duiven 40 30 40 560 340 470 420 50 0 0 0
Echt-Susteren 30 50 30 590 630 460 420 30 0 0 0
Edam-Volendam 30 20 30 390 280 320 300 10 0 0 0
Ede 240 120 240 2.350 1.930 1.920 1.720 130 10 60 0
Eemnes 10 0 10 110 100 80 70 10 0 0 0
Eemsmond 30 50 30 540 350 470 440 20 0 0 10
Eersel 10 40 10 190 420 150 150 10 0 0 0
Eijsden-Margraten 50 30 50 270 230 220 200 20 0 0 0
Eindhoven 210 700 210 8.570 3.020 7.330 6.680 370 30 160 100
Elburg 30 50 30 310 350 250 230 20 0 0 0
Emmen 220 170 220 4.530 2.080 3.770 3.440 240 20 50 30
Enkhuizen 50 10 50 410 420 360 330 20 0 0 0
Enschede 360 230 360 8.530 3.820 6.950 6.540 300 20 10 80
Epe 50 30 50 550 480 420 380 30 10 0 0
Ermelo 40 40 40 420 830 340 310 20 0 0 10
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, Participatiewet en WMO (Sociaal domein). Voor de verdeling van het landelijke budget voor de uitvoering van deze drie wetten over de gemeenten zijn verdeelmodellen ontwikkeld. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Jeugdwet, Participatiewet en Wmo.

Gegevens beschikbaar voor 2018

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.

Wijzigingen per 31 mei 2018:
Deze tabel is een update van de tabel Maatstaven gemeentefonds; regio 2017.
Ten opzichte van de vorige tabel is de indicator ‘Eenouderhuishoudens met minderjarige kinderen met bijstand’ komen te vervallen.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen naar verwachting in mei 2019 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Participatiewet
De wet regelt in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verlenen van bijstand door gemeenten voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen.
Werk gaat voor inkomen: oogmerk is om mensen met of zonder arbeidsbeperking op de kortste weg naar betaald werk te kunnen zetten.
De gemeenten voeren de wet uit en bepalen, binnen de wettelijke grenzen, hun eigen beleid.
De participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Participatiewet.

Sociale zekerheid
Het publieke stelsel dat bedoeld is om inkomen en/of verzorging te garanderen voor natuurlijke personen ten tijde van pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden of werkloosheid.
Het bestaat uit werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en sociale voorzieningen. De werknemersverzekeringen en de volksverzekeringen worden samen aangeduid als sociale verzekeringen.
Instroom werkregeling Wajong
De cumulatieve omvang van de instroom in de werkregeling van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) in de jaren 2012 tot en met 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong):
Wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd.
Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden én een opleiding/studie volgen.
Met het van kracht worden van de Participatiewet m.i.v. januari 2015 kunnen alleen jonggehandicapten, die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, nog instromen in de wet Wajong. Jonggehandicapten die nog kunnen werken, kunnen vanaf januari 2015 voor ondersteuning bij het zoeken naar werk terecht bij gemeenten.
Jongeren die vóór 2015 al een Wajong-uitkering hadden, houden deze uitkering.

Wet Werkregeling Wajong:
Om zoveel mogelijk Wajongers aan het werk te krijgen en te houden geldt vanaf 2010 de Wet Wajong voor nieuwe arbeidsongeschikte jongeren. Kort samengevat: vanaf het 18de jaar bekijkt men welke mogelijkheden er zijn om te werken. Die mogelijkheden worden vastgelegd in een participatieplan en de jongeren komen na school in de werkregeling Wajong. Op het 27ste jaar vindt een definitieve beoordeling plaats.

Instroom wachtlijst WSW
De cumulatieve omvang van de instroom op de wachtlijst van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) in de jaren 2012 tot en met 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.

Wet sociale werkvoorziening (WSW)
Mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap kunnen vaak moeilijk een baan vinden. Zij hebben een hoge mate van begeleiding nodig.
Met de WSW geeft de overheid deze mensen de kans om toch te werken en in hun eigen onderhoud te voorzien. Om in aanmerking te komen voor de WSW moet je een WSW-indicatie hebben.
Mensen met een WSW-indicatie kunnen in aanmerking komen voor een WSW-dienstbetrekking of een begeleid werken dienstbetrekking. Bij een WSW-dienstbetrekking zijn zij in dienst van een gemeente (sociale werkplaats).
Bij een begeleid werken dienstbetrekking is er sprake van een arbeidsovereenkomst bij een reguliere werkgever (WSW regulier dienstverband). Vaak kunnen mensen nadat zij een WSW-indicatie hebben gekregen niet direct aan de slag maar staan ze eerst een tijdje op de wachtlijst (WSW wachtlijst).

WSW-registratie.
De bron voor deze indicator is de WSW-registratie van Panteia. In de WSW-registratie zijn gegevens verzameld van alle personen die geïndiceerd zijn voor de WSW, op de wachtlijst staan, een dienstbetrekking hebben en werken onder begeleiding bij een reguliere werkgever. Deze registratie wordt door CBS niet gebruikt om reguliere statistieken mee te publiceren, maar alleen in maatwerkonderzoek gebruikt. CBS voert geen controles uit op de kwaliteit van de gegevens in deze registratie en kan dus ook niet instaan voor de kwaliteit van de gegevens in de registratie. Het CBS heeft toestemming gekregen van het ministerie van SZW om deze gegevens in dit maatwerkonderzoek te gebruiken.
Instroom werkregeling Wajong excl. WSW
De cumulatieve omvang van de instroom in de werkregeling Wajong gecorrigeerd voor de instroom De cumulatieve omvang van de instroom in de werkregeling Wajong gecorrigeerd voor de instroom op de wachtlijst van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) in de jaren 2012 tot en met 2014, per gemeente voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.
Als iemand zowel instroomt in de werkregeling Wajong als op de wachtlijst van de WSW dan wordt deze persoon niet meegeteld in dit cijfer.
Personen met bijstand tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de pensioengerechtigde (AOW-)leeftijd met een bijstands(gerelateerde) uitkering op 31-12-2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.
Inbegrepen zijn uitkeringen in het kader van:
- de Wet werk en bijstand (WWB);
- de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);
- de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
- het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en
- Bijstand aan (overige) adreslozen.

De cijfers over het aantal personen met een bijstandsuitkering in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal personen met een bijstandsuitkering. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2018 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Participatiewet over 31 december 2016 gaan.
Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO)
Wet maatschappelijke ondersteuning zoals ingegaan op 1 januari 2015.
Deze wet stelt gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen.
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Wmo.
Wajong-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) op 31 december 2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong):
Wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA, omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd.
Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden én een opleiding/studie volgen.
Vanaf 1 januari 2010 is de Wajong vervangen door de Wet Wajong. De Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 al een uitkering ontvingen.
Het recht op een uitkering op grond van de Wajong vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong):
Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden.
In tegenstelling tot de Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen.
Met het van kracht worden van de Participatiewet m.i.v. januari 2015 kunnen alleen jonggehandicapten, die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, nog instromen in de Wet Wajong.
Jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf januari 2015 onder de Participatiewet en kunnen voor ondersteuning terecht bij gemeenten.
Jongeren die vóór 2015 al een uitkering op grond van de Wet Wajong hadden houden deze uitkering.
Het recht op een uitkering op grond van de Wet Wajong vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De cijfers over het aantal uitkeringen op grond van de Wajong en Wet Wajong in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal uitkering op grond van de Wajong en Wet Wajong. Dit komt doordat in deze tabel de meest recente gemeentelijke indeling is toegepast maar de cijfers over 2016 gaan.


Periodieke bijstandsuitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van een bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.
Bijstandswetten zijn de Participatiewet (vanaf 2015) en de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015).
Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Een uitkering aan een (echt)paar wordt geteld als één uitkering aan twee personen.
Totaal
Het totaal aantal uitkeringen op grond van een bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet op 31 december 2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.

Bijstandswetten zijn de Participatiewet (vanaf 2015) en de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015).
Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

De cijfers over het aantal bijstandsuitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal bijstandsuitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 1-1-2018 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2016 gaan.

WWB uitkeringen
Het aantal uitkeringen aan thuiswonenden jonger dan 65 jaar op grond van de Wet Werk en Bijstand (tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) op 31 december 2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.

Wet werk en bijstand (WWB)
De WWB is een wettelijke sociale voorziening die op 1 januari 2004 in werking is getreden ter vervanging van de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW) en het Besluit In- en Doorstroombanen (ID-banen). Uitgangspunt van de wet is dat mensen zoveel mogelijk zelf in hun eigen onderhoud voorzien. De WWB regelt bijstand voor mensen die hiertoe niet in staat zijn en die geen beroep kunnen doen op een ander socialezekerheidswet. Uitvoering van de wet ligt bij de gemeente, die naast financiële steun ook hulp biedt bij re-integratie in het arbeidsproces. De WWB is per 1 januari 2015 op enkele punten aangepast en vervangen door de Participatiewet.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de WSW. Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.

De cijfers over het aantal bijstandsuitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal bijstandsuitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 1-1-2018 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2016 gaan.

IOAW uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) op 31 december 2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.

Wet inkomensvoorziening oudere gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
De IOAW biedt een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan oudere werkloze werknemers, van wie het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd. De wet is in werking getreden op 1 januari 1987 en is ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996. Het recht op een IOAW-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De cijfers over het aantal IOAW-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal IOAW-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 1-1-2018 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2016 gaan.

IOAZ uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) op 31 december 2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
De IOAZ biedt een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan gewezen zelfstandigen van 55 jaar en ouder, van wie het inkomen duurzaam minder bedraagt dan het sociaal minimum en die als gevolg daarvan het bedrijf of beroep hebben beëindigd. De wet is in werking getreden op 1 januari 1987 en is ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996. Het recht op een IOAZ-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De cijfers over het aantal IOAZ-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal IOAZ-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 1-1-2018 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2016 gaan.
Uitkeringen aan adreslozen
Het aantal uitkeringen aan bijstandsontvangers zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op 31 december 2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.

Een beperkt aantal gemeenten is aangewezen om bijstand te verlenen aan adreslozen. Deze gemeenten zijn aangewezen in het Bijstandsbesluit adreslozen. Met ingang van 1999.

De cijfers over het aantal uitkeringen aan adreslozen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal uitkeringen aan adreslozen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 1-1-2018 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2016 gaan.
BBZ uitkeringen
Het aantal uitkeringen aan zelfstandigen ingevolge het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz) op 31 december 2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2018.

Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien. Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen. Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

De cijfers over het aantal BBZ-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal BBZ-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 1-1-2018 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2016 gaan.