Dierlijke mest; productie en mineralenuitscheiding; bedrijfstype, regio

Dierlijke mest; productie en mineralenuitscheiding; bedrijfstype, regio

Bedrijfstype Regio's Perioden Stikstofuitscheiding (N) Totaal stikstofuitscheiding (1 000 kg) Stikstofuitscheiding (N) Stikstofverliezen in stal en opslag Totaal stikstofverliezen (N) (1 000 kg) Stikstofuitscheiding (N) Stikstof in opgeslagen mest en weidemest (1 000 kg) Fosfaatuitscheiding (P205) Totaal fosfaatuitscheiding (1 000 kg) Productie en plaatsingruimte mest Plaatsingsruimte stikstof (N) (1 000 kg) Productie en plaatsingruimte mest Plaatsingsruimte fosfaat (P205) (1 000 kg) Productie en plaatsingruimte mest Bedrijven zonder overproductie mineralen Bedrijven zonder overproductie (%) Productie en plaatsingruimte mest Bedrijven met overproductie mineralen Bedrijven met overproductie (%)
Totaal alle bedrijfstypen Nederland 2020 489.400 66.000 423.400 150.700 376.600 137.900 62 38
Totaal alle bedrijfstypen Noord-Nederland (LD) 2020 117.530 12.760 104.780 32.350 116.810 42.790 58 42
Totaal alle bedrijfstypen Oost-Nederland (LD) 2020 160.570 22.190 138.380 49.540 108.160 40.980 55 45
Totaal alle bedrijfstypen West-Nederland (LD) 2020 70.460 7.480 62.980 19.440 88.900 32.770 75 25
Totaal alle bedrijfstypen Zuid-Nederland (LD) 2020 140.880 23.610 117.270 49.410 62.710 21.320 61 39
Totaal alle bedrijfstypen Groningen (PV) 2020 26.160 3.000 23.170 7.370 32.480 12.260 67 33
Totaal alle bedrijfstypen Fryslân (PV) 2020 64.000 6.490 57.510 17.010 53.730 19.940 47 53
Totaal alle bedrijfstypen Drenthe (PV) 2020 27.380 3.280 24.100 7.970 30.600 10.590 67 33
Totaal alle bedrijfstypen Overijssel (PV) 2020 70.540 9.480 61.060 21.250 43.120 15.860 47 53
Totaal alle bedrijfstypen Flevoland (PV) 2020 9.020 1.170 7.860 2.850 15.960 7.410 82 18
Totaal alle bedrijfstypen Gelderland (PV) 2020 81.010 11.540 69.470 25.430 49.080 17.710 56 44
Totaal alle bedrijfstypen Utrecht (PV) 2020 23.330 2.660 20.680 6.630 16.830 6.080 48 52
Totaal alle bedrijfstypen Noord-Holland (PV) 2020 19.790 1.890 17.900 5.220 26.880 9.580 78 22
Totaal alle bedrijfstypen Zuid-Holland (PV) 2020 20.340 2.060 18.290 5.470 24.160 8.880 77 23
Totaal alle bedrijfstypen Zeeland (PV) 2020 6.990 880 6.110 2.120 21.030 8.230 91 9
Totaal alle bedrijfstypen Noord-Brabant (PV) 2020 103.900 17.140 86.760 35.480 45.210 15.550 57 43
Totaal alle bedrijfstypen Limburg (PV) 2020 36.970 6.470 30.510 13.930 17.510 5.770 70 30
Totaal alle bedrijfstypen Concentratiegebied Oost 2020 116.700 16.470 100.230 36.250 63.960 22.820 47 53
Totaal alle bedrijfstypen Concentratiegebied Zuid 2020 125.710 21.630 104.080 44.860 44.990 14.330 57 43
Totaal alle bedrijfstypen Niet-concentratiegebied 2020 247.030 27.930 219.100 69.620 267.630 100.720 69 31
Totaal graasdierbedrijven Nederland 2020 325.400 33.700 291.600 85.200 242.600 87.900 41 59
Totaal graasdierbedrijven Noord-Nederland (LD) 2020 100.370 9.830 90.540 25.940 83.870 30.580 43 57
Totaal graasdierbedrijven Oost-Nederland (LD) 2020 109.760 12.100 97.660 28.920 76.970 28.380 41 59
Totaal graasdierbedrijven West-Nederland (LD) 2020 60.720 5.850 54.870 15.820 51.520 18.150 46 54
Totaal graasdierbedrijven Zuid-Nederland (LD) 2020 54.510 5.950 48.560 14.470 30.280 10.740 31 69
Totaal graasdierbedrijven Groningen (PV) 2020 20.730 2.010 18.720 5.340 16.820 6.100 41 59
Totaal graasdierbedrijven Fryslân (PV) 2020 59.140 5.720 53.420 15.240 48.800 18.050 40 60
Totaal graasdierbedrijven Drenthe (PV) 2020 20.500 2.100 18.400 5.360 18.250 6.440 50 50
Totaal graasdierbedrijven Overijssel (PV) 2020 50.400 5.360 45.030 13.230 36.280 13.560 39 61
Totaal graasdierbedrijven Flevoland (PV) 2020 5.350 560 4.800 1.400 3.050 1.180 17 83
Totaal graasdierbedrijven Gelderland (PV) 2020 54.010 6.180 47.830 14.300 37.640 13.650 44 56
Totaal graasdierbedrijven Utrecht (PV) 2020 19.540 1.960 17.580 5.110 15.270 5.520 39 61
Totaal graasdierbedrijven Noord-Holland (PV) 2020 18.510 1.720 16.790 4.810 17.160 5.930 55 45
Totaal graasdierbedrijven Zuid-Holland (PV) 2020 18.480 1.760 16.720 4.810 15.780 5.520 44 56
Totaal graasdierbedrijven Zeeland (PV) 2020 4.190 410 3.790 1.100 3.300 1.170 47 53
Totaal graasdierbedrijven Noord-Brabant (PV) 2020 43.940 4.840 39.100 11.650 23.680 8.330 29 71
Totaal graasdierbedrijven Limburg (PV) 2020 10.580 1.120 9.460 2.820 6.610 2.410 38 62
Totaal graasdierbedrijven Concentratiegebied Oost 2020 78.080 8.740 69.340 20.620 52.200 18.830 39 61
Totaal graasdierbedrijven Concentratiegebied Zuid 2020 44.740 4.970 39.770 11.900 22.870 7.840 29 71
Totaal graasdierbedrijven Niet-concentratiegebied 2020 202.550 20.030 182.520 52.640 167.570 61.180 44 56
Melkveebedrijven Nederland 2020 271.400 27.100 244.300 70.000 198.200 73.100 21 79
Melkveebedrijven Noord-Nederland (LD) 2020 92.020 9.010 83.010 23.640 72.480 26.870 26 74
Melkveebedrijven Oost-Nederland (LD) 2020 84.930 8.670 76.260 22.010 61.600 23.060 20 80
Melkveebedrijven West-Nederland (LD) 2020 52.620 5.120 47.490 13.550 41.130 14.790 25 75
Melkveebedrijven Zuid-Nederland (LD) 2020 41.860 4.280 37.590 10.840 23.000 8.370 10 90
Melkveebedrijven Groningen (PV) 2020 19.080 1.850 17.230 4.890 14.420 5.320 23 77
Melkveebedrijven Fryslân (PV) 2020 55.030 5.340 49.690 14.110 43.410 16.240 24 76
Melkveebedrijven Drenthe (PV) 2020 17.910 1.820 16.090 4.640 14.650 5.310 34 66
Melkveebedrijven Overijssel (PV) 2020 42.080 4.300 37.780 10.900 30.180 11.430 17 83
Melkveebedrijven Flevoland (PV) 2020 4.900 500 4.400 1.270 2.860 1.120 12 88
Melkveebedrijven Gelderland (PV) 2020 37.950 3.880 34.070 9.850 28.560 10.510 23 77
Melkveebedrijven Utrecht (PV) 2020 16.760 1.640 15.110 4.320 12.750 4.680 19 81
Melkveebedrijven Noord-Holland (PV) 2020 16.230 1.560 14.670 4.170 13.500 4.770 36 64
Melkveebedrijven Zuid-Holland (PV) 2020 16.180 1.570 14.610 4.170 12.660 4.510 22 78
Melkveebedrijven Zeeland (PV) 2020 3.450 350 3.100 890 2.220 840 22 78
Melkveebedrijven Noord-Brabant (PV) 2020 34.020 3.480 30.550 8.810 18.270 6.580 8 92
Melkveebedrijven Limburg (PV) 2020 7.840 800 7.040 2.030 4.730 1.790 16 84
Melkveebedrijven Concentratiegebied Oost 2020 58.680 5.990 52.690 15.220 41.670 15.200 16 84
Melkveebedrijven Concentratiegebied Zuid 2020 33.840 3.460 30.380 8.770 17.410 6.110 7 93
Melkveebedrijven Niet-concentratiegebied 2020 178.920 17.630 161.280 46.050 139.130 51.780 25 75
Vleeskalverenbedrijven Nederland 2020 19.300 3.300 15.900 5.400 3.900 1.300 16 84
Vleeskalverenbedrijven Noord-Nederland (LD) 2020 1.870 320 1.550 520 750 270 26 74
Vleeskalverenbedrijven Oost-Nederland (LD) 2020 12.350 2.140 10.210 3.440 2.040 700 15 85
Vleeskalverenbedrijven West-Nederland (LD) 2020 720 120 600 210 140 40 21 79
Vleeskalverenbedrijven Zuid-Nederland (LD) 2020 4.310 740 3.580 1.220 950 280 11 89
Vleeskalverenbedrijven Groningen (PV) 2020 380 70 310 100 120 40 21 79
Vleeskalverenbedrijven Fryslân (PV) 2020 780 130 640 210 370 130 22 78
Vleeskalverenbedrijven Drenthe (PV) 2020 720 120 600 210 260 90 32 68
Vleeskalverenbedrijven Overijssel (PV) 2020 3.430 570 2.860 990 830 290 21 79
Vleeskalverenbedrijven Flevoland (PV) 2020 160 30 130 40 40 10 38 63
Vleeskalverenbedrijven Gelderland (PV) 2020 8.770 1.540 7.220 2.410 1.180 410 13 87
Vleeskalverenbedrijven Utrecht (PV) 2020 630 110 520 180 110 30 13 87
Vleeskalverenbedrijven Noord-Holland (PV) 2020 0 0 0 0 0 0 100 0
Vleeskalverenbedrijven Zuid-Holland (PV) 2020 80 10 70 20 10 0 50 50
Vleeskalverenbedrijven Zeeland (PV) 2020 10 0 10 0 10 10 67 33
Vleeskalverenbedrijven Noord-Brabant (PV) 2020 3.880 660 3.220 1.100 790 230 12 88
Vleeskalverenbedrijven Limburg (PV) 2020 440 70 360 130 150 50 4 96
Vleeskalverenbedrijven Concentratiegebied Oost 2020 10.380 1.810 8.570 2.880 1.470 490 14 86
Vleeskalverenbedrijven Concentratiegebied Zuid 2020 4.190 720 3.480 1.190 920 270 11 89
Vleeskalverenbedrijven Niet-concentratiegebied 2020 4.690 790 3.890 1.310 1.480 530 24 76
Overige rundveebedrijven Nederland 2020 15.100 1.400 13.800 3.800 22.000 7.400 79 21
Overige rundveebedrijven Noord-Nederland (LD) 2020 2.840 240 2.590 710 5.430 1.770 83 17
Overige rundveebedrijven Oost-Nederland (LD) 2020 6.150 570 5.580 1.560 8.460 2.980 80 20
Overige rundveebedrijven West-Nederland (LD) 2020 3.030 260 2.770 770 4.500 1.470 79 21
Overige rundveebedrijven Zuid-Nederland (LD) 2020 3.090 280 2.810 800 3.610 1.210 71 29
Overige rundveebedrijven Groningen (PV) 2020 550 50 500 140 1.170 380 81 19
Overige rundveebedrijven Fryslân (PV) 2020 1.420 120 1.300 350 2.070 710 80 20
Overige rundveebedrijven Drenthe (PV) 2020 870 70 790 220 2.190 680 88 12
Overige rundveebedrijven Overijssel (PV) 2020 2.660 240 2.420 670 3.550 1.260 80 20
Overige rundveebedrijven Flevoland (PV) 2020 60 10 60 20 60 20 50 50
Overige rundveebedrijven Gelderland (PV) 2020 3.420 320 3.100 870 4.840 1.700 81 19
Overige rundveebedrijven Utrecht (PV) 2020 1.030 90 930 260 1.390 470 79 21
Overige rundveebedrijven Noord-Holland (PV) 2020 730 60 680 190 1.300 410 85 15
Overige rundveebedrijven Zuid-Holland (PV) 2020 870 80 790 220 1.230 400 77 23
Overige rundveebedrijven Zeeland (PV) 2020 410 30 370 110 580 180 67 33
Overige rundveebedrijven Noord-Brabant (PV) 2020 2.150 190 1.950 550 2.640 880 71 29
Overige rundveebedrijven Limburg (PV) 2020 950 90 860 250 970 340 70 30
Overige rundveebedrijven Concentratiegebied Oost 2020 4.730 440 4.290 1.200 6.020 2.120 79 21
Overige rundveebedrijven Concentratiegebied Zuid 2020 2.220 200 2.020 570 2.530 820 70 30
Overige rundveebedrijven Niet-concentratiegebied 2020 8.150 710 7.440 2.070 13.450 4.490 81 19
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de mestproductie en de daarmee uitgescheiden hoeveelheid stikstof en fosfaat. Daarnaast wordt de mestproductie vergeleken met de plaatsingsruimte volgens de geldende gebruiksnormen. De gegevens kunnen worden uitgesplitst naar type bedrijf volgens de standaard bedrijfstypering op basis van het brutostandaardsaldo (BSS) en standaardopbrengten (SO). Het totaal voor Nederland kan worden uitgesplitst naar landsdelen, provincies en concentratiegebieden.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1990.

Status van de cijfers:
Cijfers zijn bij eerste publicatie definitief maar nieuwe inzichten in berekeningsmethoden kunnen aanleiding geven tot herberekening van de tijdreeks.

Wijzigingen per 26 juni 2025:
Definitieve cijfers over de productie van dierlijke mest in 2024 zijn toegevoegd. De berekening van de plaatsingsruimte voor dierlijke mest in 2019 is gebaseerd op nieuwe gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Als gevolg hiervan kunnen cijfers over de benutting van de plaatsingsruimte zijn gewijzigd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het eerste kwartaal van 2026 verschijnen de voorlopige cijfers over de mestproductie in 2025.

Toelichting onderwerpen

Stikstofuitscheiding (N)
Totaal stikstofuitscheiding
De totale hoeveelheid uitgescheiden stikstof (N) zonder aftrek van stikstof die vervluchtigt in de vorm van ammoniak (NH3) inclusief de afvoer via spuiwater van luchtwassers, lachgas (N2O), stikstofoxide (NO) en stikstofgas (N2).
Stikstofverliezen in stal en opslag
Een deel van de uitgescheiden stikstof in de stal zal bij mestopslag in de stal en bij opslag buiten de stal emitteren in de vorm van ammoniak (NH3), lachgas N2O, stikstofoxide (NO) en stikstofgas (N2). Daarnaast wordt in stallen met een luchtwasser een deel van de ammoniak afgevoerd via het spuiwater van luchtwassers.
Totaal stikstofverliezen (N)
Stikstof in opgeslagen mest en weidemest
De totale stikstofuitscheiding met aftrek van de stikstof die tijdens mestopslag in de stal en bij opslag buiten de stal is vervluchtigd in de vorm van ammoniak (NH3) inclusief de afvoer via spuiwater van luchtwassers, lachgas (N2O), stikstofoxide (NO) en stikstofgas (N2).
Fosfaatuitscheiding (P205)
Totaal fosfaatuitscheiding
De uitgescheiden hoeveelheid fosfaat uitgedrukt in P2O5. In tegenstelling tot stikstof treden bij fosfaat geen gasvormige verliezen op.
Productie en plaatsingruimte mest
Plaatsingsruimte stikstof (N)
De plaatsingsruimte voor stikstof geldt vanaf 2006 en wordt berekend door vermenigvuldiging van de gebruiksnorm voor dierlijke mest (170 kg N/ha) met het beschikbare areaal in hectare.

De Europese Commissie staat Nederland verruiming van deze norm toe (derogatie) tot een bemestingsniveau van 250 kg stikstof per hectare. De hogere bemestingsnorm geldt alleen bij het gebruik van graasdiermest. Daarnaast moet het bedrijfsareaal tot en met 2013 voor minstens 70 procent en vanaf 2014 voor minstens 80 procent bestaan uit grasland. De derogatie voor zand- en lösspercelen in de provincies Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg is vanaf 2014 beperkt tot 230 kg N per hectare.
Plaatsingsruimte fosfaat (P205)
De plaatsingsruimte voor fosfaat wordt berekend door vermenigvuldiging van de vigerende gebruiksnorm in kg P2O5/ha met het beschikbare areaal in hectare.

Voor grasland en bouwland gelden verschillende gebruiksnormen die geleidelijk worden aangescherpt. Met ingang van 2010 zijn de gebruiksnormen voor fosfaat gedifferentieerd naar fosfaattoestand van de bodem. Indien geen informatie beschikbaar is over de fosfaattoestand is gerekend met de laagste fosfaatgebruiksnorm (fosfaattoestand hoog). Van 1998 tot en met 2005 (Mineralenaangiftesysteem Minas) is de gebruiksnorm dierlijke mest afgeleid uit de som van het toegestane fosfaatverlies en de fosfaatafvoer met het gewas.
Bedrijven zonder overproductie mineralen
Bedrijven waar de stikstof- en fosfaatproductie niet groter is dan de plaatsingsruimte voor dierlijke mest.

De stikstofproductie is berekend door de stikstofuitscheiding te verminderen met berekende stikstofverliezen uit stallen en mestopslagen volgens de rekenmethodiek van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM). Deze verliezen zijn over het algemeen kleiner dan de forfaitaire verliezen op basis van de mestwetgeving. Bij het gebruik van berekende stikstofverliezen blijft er dus meer stikstof in de mest achter en zal er dus eerder sprake zijn van overproductie ten opzichte van de plaatsingsruimte. Wettelijk gezien is er pas sprake van overproductie als de mineralenuitscheiding gecorrigeerd voor forfaitaire verliezen hoger is dan de plaatsingsruimte.
Bedrijven zonder overproductie
Bedrijven zonder overproductie van stikstof en fosfaat, als percentage van het totale aantal landbouwbedrijven.
Bedrijven met overproductie mineralen
Bedrijven waar de stikstof- of fosfaatproductie groter is dan de plaatsingsruimte op basis van de gebruiksnorm.

De stikstofproductie is berekend door de stikstofuitscheiding te verminderen met berekende stikstofverliezen uit stallen en mestopslagen volgens de rekenmethodiek van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet (CDM), inclusief de afvoer via het spuiwater van luchtwassers. De gasvormige verliezen zijn over het algemeen kleiner dan de forfaitaire verliezen op basis van de mestwetgeving. Bij het gebruik van berekende stikstofverliezen blijft er dus meer stikstof in de mest achter en zal er dus eerder sprake zijn van overproductie ten opzichte van de plaatsingsruimte. Wettelijk gezien is er pas sprake van overproductie als de mineralenuitscheiding gecorrigeerd voor forfaitaire verliezen hoger is dan de plaatsingsruimte.
Bedrijven met overproductie
Bedrijven met overproductie van stikstof of fosfaat, als percentage van het totale aantal landbouwbedrijven.