Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen; regio; prijsindex 2015=100

Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen; regio; prijsindex 2015=100

Perioden Regio's Prijsindex bestaande koopwoningen Prijsindex verkoopprijzen (2015=100) Prijsindex bestaande koopwoningen Ontwikkeling t.o.v. een jaar eerder (%)
1995 Nederland 42,5
2000 Nederland 80,3 18,2
2005 Nederland 106,6 3,9
2010 Nederland 113,0 -2,2
2015 Nederland 100,0 2,8
2016 1e kwartaal Nederland 102,6 4,1
2016 2e kwartaal Nederland 103,7 4,4
2016 3e kwartaal Nederland 106,3 5,6
2016 4e kwartaal Nederland 107,5 6,1
2016 Nederland 105,0 5,0
2017 1e kwartaal Nederland 109,6 6,8
2017 2e kwartaal Nederland 111,7 7,7
2017 3e kwartaal Nederland 114,4 7,6
2017 4e kwartaal Nederland 116,3 8,2
2017 Nederland 113,0 7,6
2018 1e kwartaal Nederland 119,4 9,0
2018 2e kwartaal Nederland 121,6 8,8
2018 3e kwartaal Nederland 124,9 9,2
2018 4e kwartaal Nederland 126,7 9,0
2018 Nederland 123,2 9,0
2019 1e kwartaal Nederland 128,9 7,9
2019 2e kwartaal Nederland 130,4 7,2
2019 3e kwartaal Nederland 132,7 6,3
2019 4e kwartaal Nederland 134,6 6,2
2019 Nederland 131,7 6,9
2020 1e kwartaal Nederland 137,5 6,6
2020 2e kwartaal Nederland 140,2 7,5
2020 3e kwartaal Nederland 143,5 8,1
1995 Groningen (PV) 43,5
2000 Groningen (PV) 71,2 16,1
2005 Groningen (PV) 108,0 7,5
2010 Groningen (PV) 114,3 -1,2
2015 Groningen (PV) 100,0 2,7
2016 1e kwartaal Groningen (PV) 101,6 2,7
2016 2e kwartaal Groningen (PV) 102,5 2,4
2016 3e kwartaal Groningen (PV) 107,0 6,7
2016 4e kwartaal Groningen (PV) 107,4 6,8
2016 Groningen (PV) 104,7 4,7
2017 1e kwartaal Groningen (PV) 107,8 6,1
2017 2e kwartaal Groningen (PV) 109,0 6,3
2017 3e kwartaal Groningen (PV) 112,2 4,8
2017 4e kwartaal Groningen (PV) 113,3 5,4
2017 Groningen (PV) 110,6 5,7
2018 1e kwartaal Groningen (PV) 115,1 6,7
2018 2e kwartaal Groningen (PV) 117,5 7,8
2018 3e kwartaal Groningen (PV) 120,1 7,0
2018 4e kwartaal Groningen (PV) 121,1 6,9
2018 Groningen (PV) 118,4 7,1
2019 1e kwartaal Groningen (PV) 122,8 6,8
2019 2e kwartaal Groningen (PV) 124,2 5,7
2019 3e kwartaal Groningen (PV) 128,1 6,6
2019 4e kwartaal Groningen (PV) 131,3 8,4
2019 Groningen (PV) 126,6 6,9
2020 1e kwartaal Groningen (PV) 134,2 9,3
2020 2e kwartaal Groningen (PV) 137,9 11,0
2020 3e kwartaal Groningen (PV) 141,9 10,8
1995 Zuid-Holland (PV) 43,2
2000 Zuid-Holland (PV) 77,4 17,4
2005 Zuid-Holland (PV) 106,0 4,1
2010 Zuid-Holland (PV) 111,1 -2,2
2015 Zuid-Holland (PV) 100,0 3,0
2016 1e kwartaal Zuid-Holland (PV) 102,5 4,2
2016 2e kwartaal Zuid-Holland (PV) 104,0 4,7
2016 3e kwartaal Zuid-Holland (PV) 106,4 5,6
2016 4e kwartaal Zuid-Holland (PV) 107,8 6,1
2016 Zuid-Holland (PV) 105,2 5,2
2017 1e kwartaal Zuid-Holland (PV) 110,1 7,4
2017 2e kwartaal Zuid-Holland (PV) 112,3 8,0
2017 3e kwartaal Zuid-Holland (PV) 115,4 8,4
2017 4e kwartaal Zuid-Holland (PV) 117,9 9,4
2017 Zuid-Holland (PV) 113,9 8,3
2018 1e kwartaal Zuid-Holland (PV) 121,4 10,3
2018 2e kwartaal Zuid-Holland (PV) 124,4 10,7
2018 3e kwartaal Zuid-Holland (PV) 128,0 11,0
2018 4e kwartaal Zuid-Holland (PV) 130,0 10,3
2018 Zuid-Holland (PV) 126,0 10,6
2019 1e kwartaal Zuid-Holland (PV) 132,3 8,9
2019 2e kwartaal Zuid-Holland (PV) 133,1 7,0
2019 3e kwartaal Zuid-Holland (PV) 136,3 6,5
2019 4e kwartaal Zuid-Holland (PV) 138,6 6,6
2019 Zuid-Holland (PV) 135,1 7,2
2020 1e kwartaal Zuid-Holland (PV) 141,5 7,0
2020 2e kwartaal Zuid-Holland (PV) 144,1 8,2
2020 3e kwartaal Zuid-Holland (PV) 147,6 8,3
1995 Noord-Brabant (PV) 42,3
2000 Noord-Brabant (PV) 81,7 18,8
2005 Noord-Brabant (PV) 110,7 3,9
2010 Noord-Brabant (PV) 116,8 -2,4
2015 Noord-Brabant (PV) 100,0 2,3
2016 1e kwartaal Noord-Brabant (PV) 102,3 3,6
2016 2e kwartaal Noord-Brabant (PV) 102,8 3,3
2016 3e kwartaal Noord-Brabant (PV) 104,7 4,0
2016 4e kwartaal Noord-Brabant (PV) 105,7 4,6
2016 Noord-Brabant (PV) 103,9 3,9
2017 1e kwartaal Noord-Brabant (PV) 107,4 4,9
2017 2e kwartaal Noord-Brabant (PV) 109,4 6,4
2017 3e kwartaal Noord-Brabant (PV) 111,1 6,1
2017 4e kwartaal Noord-Brabant (PV) 112,9 6,8
2017 Noord-Brabant (PV) 110,2 6,1
2018 1e kwartaal Noord-Brabant (PV) 115,8 7,8
2018 2e kwartaal Noord-Brabant (PV) 117,2 7,2
2018 3e kwartaal Noord-Brabant (PV) 119,9 8,0
2018 4e kwartaal Noord-Brabant (PV) 121,4 7,6
2018 Noord-Brabant (PV) 118,6 7,6
2019 1e kwartaal Noord-Brabant (PV) 123,7 6,8
2019 2e kwartaal Noord-Brabant (PV) 125,5 7,1
2019 3e kwartaal Noord-Brabant (PV) 126,9 5,8
2019 4e kwartaal Noord-Brabant (PV) 128,5 5,8
2019 Noord-Brabant (PV) 126,1 6,4
2020 1e kwartaal Noord-Brabant (PV) 131,6 6,4
2020 2e kwartaal Noord-Brabant (PV) 134,3 7,0
2020 3e kwartaal Noord-Brabant (PV) 137,0 7,9
1995 Amsterdam 29,2
2000 Amsterdam 66,8 20,4
2005 Amsterdam 79,7 4,8
2010 Amsterdam 97,3 -0,4
2015 Amsterdam 100,0 9,7
2016 1e kwartaal Amsterdam 107,3 10,7
2016 2e kwartaal Amsterdam 112,2 14,7
2016 3e kwartaal Amsterdam 116,1 14,2
2016 4e kwartaal Amsterdam 118,6 14,4
2016 Amsterdam 113,5 13,5
2017 1e kwartaal Amsterdam 124,0 15,6
2017 2e kwartaal Amsterdam 127,2 13,4
2017 3e kwartaal Amsterdam 132,2 13,8
2017 4e kwartaal Amsterdam 134,5 13,4
2017 Amsterdam 129,5 14,0
2018 1e kwartaal Amsterdam 138,8 11,9
2018 2e kwartaal Amsterdam 144,2 13,4
2018 3e kwartaal Amsterdam 149,5 13,1
2018 4e kwartaal Amsterdam 151,2 12,5
2018 Amsterdam 145,9 12,7
2019 1e kwartaal Amsterdam 151,5 9,2
2019 2e kwartaal Amsterdam 154,2 6,9
2019 3e kwartaal Amsterdam 155,2 3,8
2019 4e kwartaal Amsterdam 156,3 3,4
2019 Amsterdam 154,3 5,7
2020 1e kwartaal Amsterdam 158,5 4,6
2020 2e kwartaal Amsterdam 162,4 5,3
2020 3e kwartaal Amsterdam 163,7 5,5
1995 Rotterdam 39,3
2000 Rotterdam 70,9 17,3
2005 Rotterdam 98,7 4,1
2010 Rotterdam 105,8 -0,7
2015 Rotterdam 100,0 4,4
2016 1e kwartaal Rotterdam 102,9 5,0
2016 2e kwartaal Rotterdam 105,0 5,7
2016 3e kwartaal Rotterdam 108,8 7,5
2016 4e kwartaal Rotterdam 111,8 10,3
2016 Rotterdam 107,1 7,1
2017 1e kwartaal Rotterdam 114,7 11,4
2017 2e kwartaal Rotterdam 119,1 13,4
2017 3e kwartaal Rotterdam 123,5 13,5
2017 4e kwartaal Rotterdam 126,8 13,4
2017 Rotterdam 121,0 13,0
2018 1e kwartaal Rotterdam 131,7 14,9
2018 2e kwartaal Rotterdam 136,3 14,4
2018 3e kwartaal Rotterdam 142,9 15,8
2018 4e kwartaal Rotterdam 143,3 13,0
2018 Rotterdam 138,6 14,5
2019 1e kwartaal Rotterdam 147,7 12,1
2019 2e kwartaal Rotterdam 148,6 9,0
2019 3e kwartaal Rotterdam 150,9 5,6
2019 4e kwartaal Rotterdam 152,6 6,5
2019 Rotterdam 149,9 8,2
2020 1e kwartaal Rotterdam 157,1 6,4
2020 2e kwartaal Rotterdam 160,2 7,8
2020 3e kwartaal Rotterdam 164,5 9,0
Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek, Kadaster
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft de prijsontwikkelingen weer van de voorraad van bestaande koopwoningen per regio. Ook worden het aantal transacties, de gemiddelde verkoopprijs en de totale waarde van de verkoopprijzen van de verkochte woningen gepubliceerd. De prijsindexcijfers over de bestaande koopwoningen zijn gebaseerd op een integrale registratie van verkooptransacties van woningen door het Kadaster en WOZ-waarden van alle woningen in Nederland. Indexreeksen kunnen fluctueren, bijvoorbeeld wanneer het aantal transacties in een regio beperkt is. Het verdient dan aanbeveling om de lange termijn ontwikkelingen van de prijsindexcijfers te gebruiken.
De gemiddelde verkoopprijs kan een andere ontwikkeling laten zien dan de prijsindex bestaande koopwoningen. De ontwikkeling van de gemiddelde verkoopprijs is namelijk geen indicator voor de prijsontwikkeling van bestaande koopwoningen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1e kwartaal 1995

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn direct definitief. De berekening van deze cijfers is gebaseerd op het aantal notaristransacties dat iedere maand door het Kadaster wordt vastgesteld. Een revisie van de cijfers vindt alleen bij uitzondering plaats, namelijk alleen indien er sprake is van een noemenswaardige fout buiten de gebruikelijke statistische marges. De aantallen verkochte bestaande koopwoningen kunnen op latere momenten nogmaals door het Kadaster berekend worden. Doorgaans zijn deze cijfers gelijk aan de publicatie op Statline, maar in enkele perioden verschillen ze van elkaar. Het Kadaster hanteert in deze gevallen meest actuele cijfers. Deze kunnen sinds de eerste publicatie gewijzigd zijn. Het CBS hanteert cijfers van de eerste publicatie conform bovenstaand revisiebeleid.

Wijzigingen per 23 oktober 2020:
Cijfers over het 3e kwartaal 2020 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers worden circa 21 dagen na verslagkwartaal gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Prijsindex bestaande koopwoningen
Prijsindex verkoopprijzen
De Prijsindex Bestaande Koopwoningen geeft de prijsverandering weer van de voorraad van bestaande koopwoningen. De woning moet op Nederlandse grond staan en verkocht zijn aan een particulier.
Ontwikkeling t.o.v. een jaar eerder
De procentuele ontwikkeling van een bepaalde periode (maand, kwartaal, jaar) ten opzichte van dezelfde periode in het daaraan voorafgaande jaar. Het CBS berekent de ontwikkeling aan de hand van niet-afgeronde indexcijfers.