Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio 2011-2016

Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio 2011-2016

Kenmerken van huishoudens Regio's Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Totaal vermogen (mld euro) Gemiddeld vermogen (1 000 euro) Mediaan vermogen (1 000 euro)
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Nederland 2016* 259,9 14,8 57,0 2,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Nederland (LD) 2016* 23,9 1,4 58,8 4,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Oost-Nederland (LD) 2016* 50,6 3,1 60,8 2,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid West-Nederland (LD) 2016* 122,4 5,9 48,4 1,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuid-Nederland (LD) 2016* 63,1 4,4 69,9 3,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Groningen (PV) 2016* 9,2 0,5 49,3 3,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Friesland (PV) 2016* 7,0 0,5 64,7 5,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Drenthe (PV) 2016* 7,7 0,5 64,9 4,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Overijssel (PV) 2016* 16,3 1,0 62,8 2,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Flevoland (PV) 2016* 6,4 0,2 34,8 1,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Gelderland (PV) 2016* 27,8 1,8 65,7 3,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Utrecht (PV) 2016* 18,0 1,1 60,3 2,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Holland (PV) 2016* 48,8 2,5 50,6 1,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuid-Holland (PV) 2016* 50,4 2,0 39,7 1,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zeeland (PV) 2016* 5,2 0,4 71,6 5,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Brabant (PV) 2016* 38,5 3,0 77,4 4,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Limburg (PV) 2016* 24,6 1,4 58,1 2,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Oost-Groningen (CR) 2016* 3,2 0,2 48,1 3,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Delfzijl en omgeving (CR) 2016* 0,8 0,0 37,6 1,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Overig Groningen (CR) 2016* 5,2 0,3 51,8 3,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Friesland (CR) 2016* 3,7 0,2 63,8 6,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidwest-Friesland (CR) 2016* 1,2 0,1 65,4 6,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidoost-Friesland (CR) 2016* 2,0 0,1 66,0 4,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Drenthe (CR) 2016* 2,4 0,2 70,1 5,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidoost-Drenthe (CR) 2016* 3,4 0,2 51,6 3,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidwest-Drenthe (CR) 2016* 1,9 0,2 82,5 5,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Overijssel (CR) 2016* 4,2 0,3 77,9 6,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidwest-Overijssel (CR) 2016* 2,3 0,1 60,2 2,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Twente (CR) 2016* 9,9 0,6 57,0 2,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Veluwe (CR) 2016* 8,2 0,6 73,4 4,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Achterhoek (CR) 2016* 5,9 0,4 75,2 4,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Arnhem/Nijmegen (CR) 2016* 10,9 0,5 48,8 2,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidwest-Gelderland (CR) 2016* 2,8 0,2 88,9 8,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Utrecht (CR) 2016* 18,0 1,1 60,3 2,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Kop van Noord-Holland (CR) 2016* 6,5 0,4 64,2 3,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Alkmaar en omgeving (CR) 2016* 4,4 0,2 55,2 3,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid IJmond (CR) 2016* 3,1 0,2 53,9 2,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Agglomeratie Haarlem (CR) 2016* 3,9 0,3 65,5 2,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zaanstreek (CR) 2016* 3,6 0,1 32,2 1,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Groot-Amsterdam (CR) 2016* 23,8 1,0 43,3 1,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Het Gooi en Vechtstreek (CR) 2016* 3,4 0,2 69,1 3,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Agglomeratie Leiden en Bollenstreek (CR) 2016* 4,2 0,3 71,4 3,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Agglomeratie 's-Gravenhage (CR) 2016* 14,5 0,5 35,0 1,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Delft en Westland (CR) 2016* 2,5 0,1 57,8 2,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Oost-Zuid-Holland (CR) 2016* 3,3 0,2 63,2 3,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Groot-Rijnmond (CR) 2016* 20,1 0,6 29,8 1,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2016* 5,8 0,2 42,1 1,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zeeuwsch-Vlaanderen (CR) 2016* 1,7 0,1 78,0 7,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Overig Zeeland (CR) 2016* 3,5 0,2 68,5 4,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid West-Noord-Brabant (CR) 2016* 8,8 0,6 73,9 3,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Midden-Noord-Brabant (CR) 2016* 6,9 0,5 68,3 3,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2016* 10,8 1,0 88,7 5,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2016* 12,0 0,9 74,9 4,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Noord-Limburg (CR) 2016* 4,2 0,3 75,0 4,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Midden-Limburg (CR) 2016* 4,7 0,4 83,7 7,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Zuid-Limburg (CR) 2016* 15,7 0,7 45,9 1,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Flevoland (CR) 2016* 6,4 0,2 34,8 1,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Aa en Hunze 2016* 0,3 0,0 98,9 7,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Aalburg 2016* 0,1 0,0 130,7 50,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Aalsmeer 2016* 0,3 0,0 93,5 3,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Aalten 2016* 0,3 0,0 82,9 10,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Achtkarspelen 2016* 0,4 0,0 89,5 18,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Alblasserdam 2016* 0,3 0,0 46,1 2,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Albrandswaard 2016* 0,2 0,0 73,9 3,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Alkmaar 2016* 2,4 0,1 40,1 2,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Almelo 2016* 1,7 0,0 27,5 0,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Almere 2016* 3,4 0,1 29,7 1,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Alphen aan den Rijn 2016* 1,1 0,1 56,8 3,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Alphen-Chaam 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Ameland 2016* 0,0 . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Amersfoort 2016* 2,4 0,1 45,1 2,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Amstelveen 2016* 1,1 0,1 66,2 3,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Amsterdam 2016* 17,1 0,6 34,1 1,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Anna Paulowna 2016* . . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Apeldoorn 2016* 2,4 0,1 58,0 2,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Appingedam 2016* 0,2 0,0 34,1 1,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Arnhem 2016* 2,8 0,1 23,6 1,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Assen 2016* 1,1 0,0 47,2 2,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Asten 2016* 0,2 0,0 129,4 44,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Baarle-Nassau 2016* 0,1 . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Baarn 2016* 0,3 0,0 62,6 3,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Barendrecht 2016* 0,4 0,0 58,5 3,0
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Barneveld 2016* 0,5 0,0 95,1 6,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bedum 2016* 0,1 0,0 58,2 7,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beek (L.) 2016* 0,3 0,0 69,9 7,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beemster 2016* 0,1 0,0 128,1 11,5
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beesel 2016* 0,2 0,0 69,8 4,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bellingwedde 2016* 0,2 0,0 64,5 12,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Berg en Dal 2016* 0,5 0,0 68,9 5,2
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bergambacht 2016* . . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bergeijk 2016* 0,2 0,0 163,3 109,4
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bergen (L.) 2016* 0,2 0,0 94,8 9,7
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bergen (NH.) 2016* 0,4 0,1 124,9 9,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bergen op Zoom 2016* 1,2 0,0 41,5 1,9
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Berkelland 2016* 0,5 0,1 105,8 9,6
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bernheze 2016* 0,4 0,1 147,4 29,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Bernisse 2016* . . . .
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Best 2016* 0,4 0,0 128,6 18,1
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beuningen 2016* 0,3 0,0 65,8 6,8
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid Beverwijk 2016* 0,8 0,0 32,9 1,5
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over het vermogen van huishoudens naar kenmerken als samenstelling van het huishouden, leeftijd en migratieachtergrond van de hoofdkostwinner, voornaamste inkomensbron, woonsituatie, inkomensgroep, vermogensgroep en vermogensklasse. De gegevens zijn beschikbaar naar diverse regionale indelingen gebaseerd op de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar.

Gegevens beschikbaar van 2011 tot en met 2016
De gegevens betreffen de stand van het vermogen per 1 januari.

Status van de cijfers:
De cijfers zijn voorlopig.

Het samenstellen van de cijfers is per verslagjaar 2011 in vergelijking met voorgaande jaren op enkele onderdelen gewijzigd:
Vanaf 2011 is er completere informatie van bank- en spaartegoeden en effecten beschikbaar. Alle kleine tegoeden worden vanaf dat moment ook waargenomen. Hierdoor zijn er meer huishoudens met deze vermogensbestanddelen.
Vanaf 2011 is er completere informatie van de schulden beschikbaar. Studieschulden en leningen bij banken worden vanaf dat moment volledig waargenomen. Hierdoor zijn er meer huishoudens met overige schulden. Studieschulden behoorden t/m 2010 tot de overige schulden.

Wijziging per 20 februari 2019:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door de tabel 'Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, regio (indeling 2018)'. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens met vermogen per 1 januari van het verslagjaar.
Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.
Totaal vermogen
Totale som van het vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Gemiddeld vermogen
Gemiddeld vermogen van particuliere huishoudens.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.
Mediaan vermogen
Mediaan vermogen van particuliere huishoudens.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getalen van laag naar hoog worden gesorteerd.
Vermogen is het saldo van bezittingen en schulden. Bezittingen worden gevormd door bank- en spaartegoeden, effecten, de eigen woning, overig onroerend goed, ondernemingsvermogen, aanmerkelijk belang en de overige bezittingen. De schulden omvatten onder meer schulden ten behoeve van een eigen woning en consumptief krediet.