Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensbestanddelen

Vermogen van huishoudens; huishoudenskenmerken, vermogensbestanddelen

Kenmerken van huishoudens Vermogensbestanddelen Perioden Particuliere huishoudens (x 1 000) Totaal vermogen (mld euro) Gemiddeld vermogen (1 000 euro) Mediaan vermogen (1 000 euro)
Particuliere huishoudens 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 7.722,8 326,6 42,3 14,9
Type: Eenpersoonshuishouden 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 2.854,5 84,7 29,7 7,4
Type: Meerpersoonshuishouden 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 4.868,3 242,0 49,7 20,8
Type: Eenoudergezin 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 550,2 13,6 24,8 6,0
Type: Paar, totaal 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 4.169,2 219,8 52,7 23,4
Type: Paar, zonder kind 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 2.210,4 127,7 57,8 25,4
Type: Paar, met kind(eren) 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 1.958,8 92,2 47,1 21,4
Type: Meerpersoonshuishouden, overig 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 148,9 8,5 57,2 18,8
Hoofdkostwinner: tot 25 jaar 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 318,4 2,6 8,1 2,7
Hoofdkostwinner: 25 tot 45 jaar 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 2.328,7 49,9 21,4 8,5
Hoofdkostwinner: 45 tot 65 jaar 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 2.897,3 141,1 48,7 18,4
Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 2.178,4 133,1 61,1 24,8
Hoofdkostwinner: 25 tot 35 jaar 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 1.149,8 18,6 16,2 6,7
Hoofdkostwinner: 35 tot 45 jaar 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 1.178,9 31,3 26,6 10,9
Hoofdkostwinner: 45 tot 55 jaar 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 1.469,2 62,3 42,4 16,3
Hoofdkostwinner: 55 tot 65 jaar 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 1.428,2 78,8 55,2 21,0
Hoofdkostwinner: 65 tot 75 jaar 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 1.188,5 72,5 61,0 24,5
Hoofdkostwinner: 75 tot 85 jaar 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 725,1 43,9 60,5 25,0
Hoofdkostwinner: 85 jaar of ouder 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 264,8 16,7 63,0 25,4
Hoofdkostwinner: Nederland 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 5.990,1 283,7 47,4 19,0
Hoofdkostwinner: westers 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 835,1 30,2 36,1 8,7
Hoofdkostwinner: niet-westers 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 897,6 12,7 14,2 2,4
Bron: Inkomen als werknemer/zelfstandige 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 4.813,4 183,1 38,0 14,7
Bron: Inkomen als werknemer 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 4.110,4 145,8 35,5 14,1
Bron: Inkomen als zelfstandige (totaal) 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 703,0 37,4 53,2 19,5
Bron: Inkomen als zelfstandig ondernemer 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 514,5 22,2 43,2 16,5
Bron: Inkomen als dir.-grootaandeelh. 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 168,4 14,5 86,2 33,2
Bron: Inkomen als overige zelfstandige 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 20,1 0,7 32,5 5,0
Bron: Overdrachtsinkomen 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 2.909,4 143,5 49,3 15,1
Bron: Uitkering inkomensverzekering 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 2.460,8 141,1 57,3 21,7
Bron: Uitkering werkloosheid 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 50,8 1,8 34,4 6,3
Bron: Uitkering arbeidsongeschiktheid 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 261,3 5,6 21,6 3,5
Bron: Uitkering pensioen 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 2.148,7 133,7 62,2 25,0
Bron: Uitkering sociale voorziening 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 404,7 2,0 5,1 1,1
Bron: Uitkering bijstand 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 273,9 0,5 1,8 0,9
Bron: Uitk. sociale voorziening, overig 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 130,7 1,5 11,8 2,0
Bron: Studiefinanciering 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 43,9 0,3 7,1 1,7
Woningbezit: eigen woning 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 4.457,1 263,3 59,1 27,2
Woningbezit: huurwoning 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 3.265,7 63,3 19,4 4,5
Woningbezit: huurwoning geen huurtoeslag 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 1.907,2 54,2 28,4 8,0
Woningbezit: huurwoning met huurtoeslag 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 1.358,5 9,1 6,7 2,1
Gestandaardiseerd inkomen: 1e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 728,1 20,3 27,9 2,1
Gestandaardiseerd inkomen: 2e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 753,2 14,1 18,7 2,6
Gestandaardiseerd inkomen: 3e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 768,1 18,6 24,2 7,8
Gestandaardiseerd inkomen: 4e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 772,4 22,8 29,5 10,4
Gestandaardiseerd inkomen: 5e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 777,1 26,1 33,6 13,5
Gestandaardiseerd inkomen: 6e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 780,8 29,1 37,3 16,4
Gestandaardiseerd inkomen: 7e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 783,7 33,2 42,3 20,2
Gestandaardiseerd inkomen: 8e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 785,6 38,2 48,6 25,0
Gestandaardiseerd inkomen: 9e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 786,7 46,5 59,1 31,9
Gestandaardiseerd inkomen: 10e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 787,0 77,8 98,8 48,4
Vermogen: 1e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 747,9 6,2 8,3 2,4
Vermogen: 2e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 679,9 1,2 1,8 0,6
Vermogen: 3e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 787,9 3,0 3,8 2,8
Vermogen: 4e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 786,4 10,6 13,5 12,2
Vermogen: 5e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 784,7 18,5 23,6 22,6
Vermogen: 6e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 785,4 22,7 28,9 18,4
Vermogen: 7e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 786,5 28,0 35,5 24,4
Vermogen: 8e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 787,5 36,8 46,7 35,0
Vermogen: 9e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 788,2 58,0 73,6 56,5
Vermogen: 10e 10%-groep 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 788,5 141,6 179,6 104,2
Vermogen: tot -5 000 euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 738,7 6,2 8,4 2,4
Vermogen: -5 000 tot 0 euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 345,1 0,9 2,6 0,7
Vermogen: 0 tot 1 000 euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 374,0 0,4 1,0 0,6
Vermogen 1 000 tot 5 000 euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 634,4 2,1 3,3 2,5
Vermogen: 5 000 tot 10 000 euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 334,8 2,7 8,1 7,2
Vermogen: 10 000 tot 20 000 euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 411,4 5,7 13,8 13,5
Vermogen: 20 000 tot 50 000 euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 708,1 15,5 21,9 22,5
Vermogen: 50 000 tot 100 000 euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 735,7 19,8 27,0 17,3
Vermogen: 100 000 tot 200 000 euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 1.054,9 36,0 34,1 23,1
Vermogen: 200 000 tot 500 000 euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 1.584,3 94,4 59,6 43,4
Vermogen: 500 000 tot 1 miljoen euro 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 523,8 69,8 133,2 94,8
Vermogen: 1 miljoen euro of meer 1.1.1 Bank- en spaartegoeden 2020* 277,6 73,1 263,4 128,5
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de samenstelling van het vermogen van huishoudens naar kenmerken als samenstelling van het huishouden, leeftijd en migratieachtergrond van de hoofdkostwinner, voornaamste inkomensbron, woonsituatie, inkomensgroep, vermogensgroep en vermogensklasse.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2006.
De gegevens betreffen de stand van het vermogen per 1 januari.

Status van de cijfers:
De cijfers over 2006 tot en met 2019 zijn definitief. De cijfers over 2020 zijn voorlopig.

Het samenstellen van de cijfers is per verslagjaar 2011 in vergelijking met voorgaande jaren op enkele onderdelen gewijzigd:
Vanaf 2011 is er completere informatie van bank- en spaartegoeden en effecten beschikbaar. Alle kleine tegoeden worden vanaf dat moment ook waargenomen. Hierdoor zijn er meer huishoudens met deze vermogensbestanddelen.
Vanaf 2011 is er completere informatie van de schulden beschikbaar. Studieschulden, belasting- en toeslagschulden en leningen bij banken worden vanaf dat moment volledig waargenomen. Vanaf 2014 worden ook zorgschulden waargenomen. Hierdoor zijn er meer huishoudens met overige schulden. Studieschulden behoorden t/m 2010 tot de overige schulden.

Wijzigingen per 19 oktober 2021:
De cijfers over 2019 zijn definitief en voorlopige cijfers over 2020 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 21 april 2021:
Gereviseerde cijfers over 2006 tot en met 2019 zijn toegevoegd.
Door het beschikbaar komen van nieuwe bronnen ten aanzien van schulden en opgebouwd tegoed bij spaar- en beleggingshypotheken, en een vernieuwde methodiek in de berekening van het aanmerkelijk belang en diverse andere vermogensposten zijn de vermogenscijfers gewijzigd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers over 2021 komen in het najaar van 2022 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Particuliere huishoudens
Aantal particuliere huishoudens met vermogen(sbestanddeel) per 1 januari van het verslagjaar.
Een particulier huishouden bestaat uit één of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf niet-bedrijfsmatig voorzien van de dagelijkse behoeften.
Totaal vermogen
Totale som van het vermogen(sbestanddeel) van particuliere huishoudens.
Gemiddeld vermogen
Gemiddeld vermogen(sbestanddeel) van particuliere huishoudens.
Mediaan vermogen
Mediaan vermogen(sbestanddeel) van particuliere huishoudens.
De mediaan is het middelste getal wanneer alle getallen van laag naar hoog worden gesorteerd.