Kerncijfers wijken en buurten 2017

Kerncijfers wijken en buurten 2017

Wijken en buurten Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens totaal (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Eenpersoonshuishoudens (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens zonder kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (aantal) Wonen Gemiddelde WOZ-waarde van woningen (x 1 000 euro) Wonen Woningen naar bouwjaar Bouwjaar vanaf 2000 (%) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Actieven 15-75 jaar (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Motorvoertuigen Personenauto's Personenauto's per huishouden (per huishouden) Nabijheid voorzieningen Afstand tot huisartsenpraktijk (km) Stedelijkheid Mate van stedelijkheid (code)
Surhuisterveen 2.455 830 805 815 2,2 160 13 4.300 25,1 19,9 47,7 10,8 57,2 46,3 11,6 7,8 7,5 1,1 1,0 4
Verspreide huizen Surhuisterveen 135 15 50 70 2,7 238 46 300 28,4 21,8 42,0 14,7 57,8 24,6 22,5 3,6 1,5 1,8 2,4 5
Huiswaard 3.675 1.495 1.035 1.155 2,1 157 8 6.200 28,4 23,2 39,0 16,0 55,8 41,9 12,6 6,9 6,4 0,8 0,8 2
Huiswaard-1-Zuid 1.295 515 350 435 2,2 159 11 2.200 26,4 21,0 44,1 13,4 50,9 47,6 11,2 8,3 8,2 0,8 0,8 2
Huiswaard-2-West 1.100 375 350 385 2,2 175 0 1.900 32,6 26,6 29,6 21,8 60,8 24,5 19,5 2,1 1,9 0,9 0,7 2
Huiswaard-2-Oost 905 415 230 270 2,0 153 17 1.500 29,4 24,1 36,2 17,0 64,2 39,2 11,0 8,3 5,9 0,8 1,0 2
Stadhuisplein 305 195 90 15 1,4 176 39 400 33,7 31,5 33,1 26,4 67,0 56,0 9,6 24,3 23,2 0,5 0,7 1
Het Hallehuis 620 160 140 320 2,5 221 0 1.200 34,3 26,8 35,1 23,7 66,3 30,8 27,8 8,6 6,7 1,0 1,3 2
Scheepvaarthuisbuurt 465 290 125 60 1,6 493 2 600 41,9 36,4 32,1 33,5 66,1 44,9 20,4 8,7 8,2 0,3 0,2 1
Lucas/Andreasziekenhuis e.o. 715 720 0 0 1,0 . . 200 15,7 15,2 76,0 9,4 63,1 90,4 1,0 . . 0,0 0,5 1
Woudhuis 2.425 615 655 1.150 2,5 231 13 4.800 34,6 27,1 37,7 26,0 62,4 26,5 31,5 5,5 5,0 1,1 0,9 3
Wolthuis 105 25 35 40 2,5 328 9 200 31,8 27,3 41,7 13,5 70,8 26,9 29,8 3,0 2,0 1,6 2,7 5
Provinciaal Ziekenhuis 225 70 70 90 2,5 739 86 400 108,8 74,0 29,7 42,8 58,4 33,2 49,3 4,6 3,7 1,2 1,2 4
Vogelenzang Psychiatrisch Ziekenhuis 165 115 40 15 1,5 299 41 200 32,9 30,3 46,4 17,6 39,3 47,9 10,3 18,4 10,4 0,9 0,8 4
Verspr.h. Bovenstehuis en Peelsehuis 115 15 35 65 3,2 347 10 300 31,0 25,7 42,6 20,3 67,2 15,4 52,1 1,7 1,7 1,7 2,3 5
Blokhuiswetering 1.405 270 410 720 2,8 251 0 3.000 31,6 24,7 36,4 20,7 66,4 20,9 29,9 4,6 3,6 1,2 0,7 4
Wijk 14 Vlieghuis en Padhuis 40 5 20 15 2,7 . 10 100 . 25,6 . . . . . . . . 3,4 5
Verspreide huizen Vlieghuis en Padhuis 40 5 20 15 2,7 . 10 100 . 25,6 . . . . . . . . 3,4 5
Vinke-Brookhuis 215 20 60 140 3,2 318 50 500 33,5 25,8 34,1 27,2 66,9 7,8 44,5 1,8 0,5 1,4 1,4 4
De Happert Ziekenhuis 75 15 35 20 2,4 420 8 100 47,7 38,5 30,8 39,7 50,0 . . . . 1,7 0,6 3
Dokkum Weeshuislanden 470 90 165 220 2,7 179 3 900 28,7 21,5 42,3 18,4 61,9 26,7 20,8 2,8 1,5 1,3 1,9 4
Spaanshuisken 15 5 5 5 2,0 . . 0 . . . . . . . . . . 2,4 5
Buitengebied Spaanshuisken 0 0 0 0 1,0 . . 0 . . . . . . . . . . . 5
Withuis-Stationsstraat 75 15 30 30 2,6 256 14 200 30,7 25,2 37,7 23,9 63,0 . . . . 1,9 1,0 5
Gasthuis-Wolfshuis 60 25 15 15 2,0 . 2 100 . 26,8 . . . . . . . 1,2 3,2 5
Het Hooghuis 2.295 710 660 930 2,3 195 2 4.200 30,5 24,4 36,1 19,0 63,7 34,3 18,1 7,4 5,9 1,1 0,9 2
Genoenhuis 1.435 270 445 720 2,6 302 25 3.000 39,3 31,0 33,5 31,4 64,3 17,0 41,7 2,6 2,4 1,3 1,6 4
Raadhuisplein 805 455 195 150 1,7 282 16 1.200 41,7 35,1 32,0 28,3 62,2 46,5 23,3 8,4 8,3 0,9 0,3 1
Slachthuiswijk 2.785 1.250 730 810 1,9 174 16 4.400 26,8 22,3 43,6 12,8 57,5 55,7 9,8 12,8 11,5 0,7 0,8 1
Kruithuis 535 295 180 55 1,6 213 43 800 30,0 27,2 39,6 16,9 47,6 53,8 11,8 5,4 6,3 0,8 1,0 2
Ziekenhuis 5 5 0 0 1,4 . 8 0 . . . . . . . . . . 1,5 3
Huisduinen 250 90 95 75 2,1 261 6 400 39,6 33,3 31,8 27,9 52,6 24,3 28,3 4,1 3,7 1,1 1,9 5
Wijk 14 Brouwhuis 3.960 1.260 1.055 1.655 2,3 183 3 7.300 28,5 22,3 40,3 16,9 63,2 37,6 16,6 7,6 7,7 1,1 0,7 3
Brouwhuis-Dorp 1.370 315 410 650 2,6 216 6 2.700 30,4 23,9 38,2 20,3 63,3 26,2 24,2 5,5 5,0 1,3 0,5 4
Brouwhuis-West 1.250 445 325 490 2,2 149 0 2.200 26,9 21,0 40,3 12,9 63,8 41,3 9,8 8,7 8,6 1,0 1,0 2
Brouwhuis-Oost 1.120 375 270 480 2,3 175 2 2.000 28,2 21,7 41,1 17,5 65,2 40,5 15,9 7,6 8,5 1,0 0,7 3
Raadhuiskwartier 630 225 155 260 2,4 573 3 1.100 60,0 44,3 32,1 40,2 59,8 25,4 46,9 6,6 4,9 1,2 0,6 1
Zevenhuis - Buurt 36 00 0 0 0 0 . . . 0 . . . . . . . . . . . 5
Verspreide huizen Zevenhuis 165 100 25 40 1,8 387 23 200 31,9 26,3 42,2 21,9 55,0 . . . . 0,7 1,7 5
Verspreide huizen Duifhuis-Kreitsberg 95 20 35 45 2,7 322 5 200 31,0 26,4 36,4 19,7 67,4 . . . . 1,2 2,5 5
Blokhuisplein 275 200 55 20 1,3 76 0 300 20,2 18,6 61,4 4,6 50,6 82,7 3,0 29,8 21,2 0,3 1,1 1
Vierhuisterweg e.o. 145 100 30 15 1,5 88 0 200 22,3 19,0 61,7 12,2 44,8 73,6 7,1 . . 0,5 1,2 3
Bos- en Gasthuisdistrict 11.205 6.300 2.455 2.455 1,8 196 11 15.900 29,8 24,6 44,1 18,4 54,6 55,8 13,3 10,9 10,0 0,6 0,4 1
Gasthuiswijk 1.495 915 330 260 1,6 164 12 2.100 27,4 23,4 46,0 15,0 53,8 63,2 10,1 10,0 9,2 0,6 0,4 1
Pesthuiswijk 875 750 95 40 1,2 225 83 800 26,0 22,9 54,8 12,1 47,9 82,4 4,6 10,2 7,8 0,2 0,7 2
Raadhuiskwartier 950 355 230 365 2,2 266 0 1.600 41,4 31,5 30,4 32,6 63,6 30,8 31,0 4,2 4,7 1,0 0,6 1
Stadhuisstraat 350 250 80 25 1,3 131 20 400 22,1 20,9 57,5 5,0 31,8 83,8 3,1 18,7 23,0 0,4 0,7 2
Het Ravelijn, Ziekenhuisweg 235 160 75 0 1,3 122 77 300 20,1 19,9 59,7 2,6 12,1 82,1 0,9 5,6 13,0 0,5 0,6 2
Wijk 02 Huissen 8.165 2.315 2.795 3.060 2,3 219 27 15.000 32,3 25,8 36,2 20,8 61,6 30,5 22,2 4,2 3,7 1,1 0,7 3
Oude Stad Huissen 435 220 140 75 1,7 170 12 600 30,9 27,5 36,4 13,1 64,9 50,5 8,8 6,4 5,7 0,9 0,2 3
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2017.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.
Aangezien deze tabel is stopgezet, worden gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per oktober 2024
De indicator ‘Gemiddelde woningwaarde’ binnen thema Wonen is alsnog hernoemd tot ‘Gemiddelde WOZ-waarde van woningen’ ten behoeve van de aansluiting op andere verslagjaren. De definitie in deze jaartabel is ongewijzigd gebleven.

Wijzigingen per juli 2023
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
De bevolking van Nederland op 1 januari.

Bevolking:
De inwoners van Nederland.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.

Het komt voor dat van inwoners wel bekend is binnen welke gemeente ze geregistreerd zijn, maar niet exact waar ze verblijven. Deze inwoners zijn daarom wel meegeteld in de gemeentecijfers, maar niet in de cijfers per wijk en buurt. De cijfers per gemeente kunnen daardoor afwijken van de onderliggende wijken of buurten, zelfs wanneer een gemeente slechts uit één wijk bestaat.
Particuliere huishoudens
Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.
Huishoudens totaal
Totaal particuliere huishoudens.
Eenpersoonshuishoudens
Een particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Huishoudens zonder kinderen
Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren zonder kinderen, echtparen zonder kinderen en overige huishoudens.
Huishoudens met kinderen
Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens.
Gemiddelde huishoudensgrootte
Dit gemiddelde is berekend als het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens.
Wonen
Gemiddelde WOZ-waarde van woningen
De gemiddelde waarde onroerende zaken van woonobjecten gebaseerd op de Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ-waarde).
Voor de bepaling van de gemiddelde woningwaarde wordt alleen gebruik gemaakt van die WOZ-objecten omschreven als woningen dienend tot hoofdverblijf (WOZ-objectcode 10) en woningen met praktijkruimte (WOZ-objectcode 11) met een waarde groter dan nul euro.

De (voorlopig) gemiddelde woningwaarde wordt bepaald met de waardepeildatum van voorgaand jaar, bijv:
- 2017: waardepeildatum 1 januari 2016

Wanneer de woningvoorraad kleiner is dan 20 woningen of het aantal WOZ-objecten kleiner is dan 50 wordt er geen WOZ-waarde opgenomen.

Woningen naar bouwjaar
De aanduiding van het bouwjaar van een pand, waarin een woning zich bevindt. Oorspronkelijk als het pand bouwkundig gereed is of wordt opgeleverd. Latere wijziging aan een pand leidt niet tot wijziging van het bouwjaar. Bij een verblijfobject dat in meerdere panden is gelegen, wordt het oudste bouwjaar genomen.
De bouwjaarklasse heeft hier twee waarden:
1) in of na het jaar 2000 gebouwd;
2) vóór het jaar 2000 gebouwd.
Bouwjaar vanaf 2000
Peildatum: 1 januari van het desbetreffende jaar.
Het aantal woningen met bouwjaar 2000 of later, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen in particuliere huishoudens per regio.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.

20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Actieven 15-75 jaar
Het aandeel personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishuishoudens met als persoonlijke voornaamste inkomensbron inkomen uit arbeid of inkomen uit eigen onderneming, uitgedrukt in hele procenten van het totale aantal personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.

Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Huishoudens met een laag inkomen
Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.
Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan komt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum uit. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.

Motorvoertuigen
De motorvoertuigen betreffen personenauto's, bedrijfsauto’s en motortweewielers op 1 januari. Aanhangwagens en opleggers zijn niet meegerekend.
De gegevens zijn ontleend aan de Statistiek van de Motorvoertuigen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de kentekenregistratie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Met behulp van deze registratie zijn tellingen gemaakt van alle voertuigen met actuele, houderschapsplichtige kentekens die op 1 januari in het kentekenbestand voorkomen.
Het aantal geregistreerde motorvoertuigen is inclusief voertuigen van lease- en verhuurbedrijven. Deze motorvoertuigen staan geregistreerd op het adres van het lease- of verhuurbedrijf. De motorvoertuigen die staan ingeschreven op postbusadressen zijn niet meegeteld bij de aantallen van de wijken en buurten, maar wel in de gemeentelijke totalen. De wijken en buurten tellen daarom niet altijd op tot gemeenten. De gemeentelijke totalen komen overeen met de Regionale Kerncijfers Nederland.
Personenauto's
Personenauto's per huishouden
Het aantal personenauto's per (particulier) huishouden op 1 januari. De personenauto's worden regionaal ingedeeld met behulp van de kentekenregistratie. Personenauto's die geregistreerd staan op het adres van het lease- of verhuurbedrijf vertekenen daarom de autodichtheid per huishouden.
Het aantal personenauto's per huishouden is vermeld bij minimaal 50 huishoudens en bij een waarde van maximaal 2,5 personenauto's per huishouden.
Nabijheid voorzieningen
Locatie die bezocht kan worden door personen. De locatie sluit aan bij het gebruik in het dagelijks leven.

De afstand tot een voorziening is berekend over verharde, door auto's te gebruiken wegen, dus niet over fiets- en voetpaden. Overtochten via veerboten zijn hierbij inbegrepen. Er wordt geen rekening gehouden met éénrichtingsverkeer en overige inrijverboden van toegangswegen tot rijks- of provinciale wegen.

Afstand tot huisartsenpraktijk
De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde huisartsenpraktijk, berekend over de weg.
.
De gemiddelde afstand is opgenomen wanneer van 90 procent of meer van de inwoners in de buurt de exacte ligging (x,y-coördinaat) van het adres kon worden vastgesteld. Daarnaast geldt dat het gemiddelde alleen is vermeld bij minimaal 10 inwoners per buurt.

Huisartsenpraktijk: Pand of ruimte waarin een of meer huisartsen (samen) werken.

Huisarts:
De huisarts is verantwoordelijk voor de algemene medische zorg. Hij/zij geeft persoonlijke en continue zorg aan een vaste praktijkpopulatie.
Stedelijkheid
Mate van stedelijkheid
Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend. De volgende klassenindeling is gehanteerd:
1: zeer sterk stedelijk >= 2 500 adressen per km²
2: sterk stedelijk 1 500 - 2 500 adressen per km²
3: matig stedelijk 1 000 - 1 500 adressen per km²
4: weinig stedelijk 500 - 1 000 adressen per km²
5: niet stedelijk < 500 adressen per km²