Kerncijfers wijken en buurten 2017

Kerncijfers wijken en buurten 2017

Wijken en buurten Regioaanduiding Gemeentenaam (naam) Regioaanduiding Soort regio (omschrijving) Regioaanduiding Codering (code) Regioaanduiding Indelingswijziging wijken en buurten (code) Bevolking Aantal inwoners (aantal) Bevolking Burgerlijke staat Gescheiden (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens totaal (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Eenpersoonshuishoudens (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens zonder kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (aantal) Energie Gemiddeld elektriciteitsverbruik Naar woningtype Vrijstaande woning (kWh) Energie Gemiddeld aardgasverbruik Naar woningtype Vrijstaande woning (m³) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Motorvoertuigen Personenauto's Personenauto's per huishouden (per huishouden)
Boelenslaan Achtkarspelen Buurt BU00590203 1 710 50 305 90 85 125 2,3 3.510 1.910 500 40,6 10,6 6,0 6,0 1,3
Verspreide huizen Boelenslaan Achtkarspelen Buurt BU00590209 1 425 35 175 35 65 70 2,4 3.520 1.900 400 28,7 21,3 5,2 5,7 1,5
Alphen aan den Rijn Alphen aan den Rijn Gemeente GM0484 . 108.915 7.814 46.773 14.993 14.509 17.271 2,3 4.300 2.290 85.400 31,8 24,3 5,3 4,7 1,1
Emmalaan Alphen aan den Rijn Buurt BU04840501 1 2.695 285 1.215 395 340 485 2,2 4.380 3.220 2.100 41,5 13,1 7,8 6,3 0,9
Paradijslaan Alphen aan den Rijn Buurt BU04840503 1 705 80 400 240 115 55 1,6 3.170 2.870 600 57,1 14,0 5,9 8,8 0,7
Lijsterlaan Alphen aan den Rijn Buurt BU04840602 1 2.075 215 1.150 580 310 275 1,8 . . 1.800 45,2 9,1 5,8 4,8 0,8
Hoogendoornlaan Alphen aan den Rijn Buurt BU04840702 1 80 5 25 5 10 15 3,2 5.550 . 100 . . . . .
Koudekerk aan den Rijn Alphen aan den Rijn Wijk WK048496 1 4.120 255 1.755 475 670 620 2,3 4.240 2.410 3.300 29,4 28,1 3,6 2,9 1,2
Buitengebied Koudekerk aan den Rijn Alphen aan den Rijn Buurt BU04849601 1 430 30 170 40 70 70 2,5 4.300 2.740 400 19,7 45,7 2,9 2,3 1,4
Koudekerk aan den Rijn-Noord Alphen aan den Rijn Buurt BU04849602 1 1.765 95 730 170 285 285 2,4 4.420 2.260 1.400 24,7 30,8 3,3 2,5 1,2
Koudekerk aan den Rijn-Zuid Alphen aan den Rijn Buurt BU04849603 1 1.785 120 795 255 305 245 2,2 4.020 2.330 1.400 36,5 21,3 3,8 3,3 1,1
Snouckaertlaan Amersfoort Buurt BU03070202 1 480 85 355 275 50 25 1,3 . . 400 74,7 10,4 15,8 13,1 0,4
Piet Mondriaanlaan Amersfoort Buurt BU03070307 1 260 20 150 85 35 25 1,7 . . 200 29,1 17,9 3,4 2,7 0,6
Meridiaan Amersfoort Buurt BU03070601 1 1.430 135 610 230 120 260 2,3 . . 1.000 52,6 11,3 16,9 13,3 0,7
Vinkenbaan Amersfoort Buurt BU03071001 1 1.590 145 770 335 190 240 2,1 . . 1.200 54,5 5,7 10,7 10,7 0,7
Stoutenburgerlaan Amersfoort Buurt BU03071202 1 145 5 50 5 15 20 3,0 5.580 3.190 100 . . . . .
Huygenslaan Amersfoort Buurt BU03071702 1 475 20 185 40 60 80 2,6 5.440 3.960 400 14,8 67,6 3,4 3,4 1,1
Curacaolaan Amersfoort Buurt BU03071706 1 690 115 405 230 70 100 1,7 . . 600 55,6 4,9 15,5 13,2 0,6
Regentesselaan Amersfoort Buurt BU03071800 1 775 40 325 85 130 105 2,4 5.570 3.760 600 15,2 57,5 3,5 2,9 1,3
Mr. Th. Heemskerklaan Amersfoort Buurt BU03071803 1 1.105 65 480 145 160 165 2,3 5.230 3.160 800 19,0 48,6 2,9 2,3 1,1
Oranjelaan Amersfoort Buurt BU03071804 1 880 30 335 70 130 135 2,6 6.160 3.400 600 6,5 62,4 1,2 1,2 1,3
Startbaanbuurt Amstelveen Buurt BU03620806 3 490 45 220 105 80 45 1,8 . . 300 35,6 27,4 5,2 6,6 1,1
Groenelaan Amstelveen Wijk WK036209 3 7.580 745 4.080 2.140 1.005 945 1,8 4.900 3.740 5.900 51,9 14,0 8,6 8,1 0,7
Nes aan de Amstel Amstelveen Buurt BU03621301 3 990 65 405 125 130 160 2,4 4.610 2.550 800 31,3 36,6 3,0 3,3 1,6
Jordaan Amsterdam Wijk WK036306 1 19.305 1.775 12.940 8.680 2.495 1.775 1,5 . . 16.400 55,4 16,0 14,5 14,2 0,3
Bedrijvengebied Veelaan Amsterdam Buurt BU03633308 1 40 5 25 20 5 5 1,5 . . 0 . . . . .
Laan van Spartaan Amsterdam Buurt BU03633901 1 1.760 120 915 485 190 250 1,9 . . 1.300 53,4 14,0 15,4 13,3 0,4
IJsbaanpad e.o. Amsterdam Buurt BU03634804 1 395 25 165 65 30 80 2,4 . . 300 30,1 40,4 4,5 3,8 1,0
Tuindorp Oostzaan Amsterdam Wijk WK036365 1 11.345 1.200 5.330 2.230 1.225 1.885 2,1 4.540 2.900 8.800 52,6 12,6 12,7 12,4 0,7
Tuindorp Oostzaan West Amsterdam Buurt BU03636500 1 1.175 150 555 250 150 160 2,0 . . 900 56,0 12,8 10,2 13,2 0,7
Tuindorp Oostzaan Oost Amsterdam Buurt BU03636501 1 4.200 430 2.020 795 505 730 2,1 . . 3.400 52,8 8,4 11,5 11,3 0,7
Baanakkerspark Noord Amsterdam Buurt BU03636800 1 575 60 360 215 100 55 1,6 . . 500 41,5 6,3 3,0 2,7 0,6
Baanakkerspark Zuid Amsterdam Buurt BU03636801 1 460 45 275 150 95 40 1,7 . . 400 39,1 16,8 8,8 8,4 0,6
Calandlaan/Lelylaan Amsterdam Buurt BU03638103 1 1.245 145 690 395 135 165 1,8 . . 1.000 64,2 9,1 15,3 13,8 0,6
Loolaan-Noord Apeldoorn Buurt BU02000803 1 2.010 145 965 395 300 265 2,1 3.520 2.520 1.600 30,4 25,7 5,6 4,1 1,0
Middelgraaflaan e.o. Arnhem Buurt BU02021885 1 1.305 190 745 510 160 70 1,4 . . 1.000 84,2 1,1 23,9 26,3 0,5
Houtlaan Assen Buurt BU01060302 1 360 15 135 10 65 55 2,7 4.540 1.910 300 6,7 72,6 1,5 0,7 1,7
BT Vaanpark 1 Barendrecht Buurt BU04895081 1 0 0 0 0 0 0 . . . 0 . . . . .
BT Vaanpark 2 Barendrecht Buurt BU04895082 1 0 0 0 0 0 0 . . . 0 . . . . .
BT Vaanpark 3 Barendrecht Buurt BU04895083 1 0 0 0 0 0 0 . . . 0 . . . . .
BT Vaanpark 4 Barendrecht Buurt BU04895084 1 20 0 5 5 5 10 2,9 . . 0 . . . . .
Millingen aan de Rijn Berg en Dal Wijk WK194509 1 5.870 430 2.595 780 885 925 2,2 3.750 2.130 4.800 37,7 16,6 7,1 5,7 1,1
Millingen aan de Rijn-Oost Berg en Dal Buurt BU19450900 3 2.745 240 1.250 375 435 435 2,2 3.620 2.040 2.200 42,8 12,1 8,3 7,0 1,1
Millingen aan de Rijn-West Berg en Dal Buurt BU19450901 3 2.995 180 1.295 390 435 460 2,3 3.820 2.190 2.400 33,6 20,2 6,1 4,6 1,2
Wijk 02 Bergen aan Zee Bergen (NH.) Wijk WK037302 1 375 45 190 95 55 50 1,9 3.830 2.540 300 31,6 37,3 6,3 7,4 1,2
Bergen aan Zee Bergen (NH.) Buurt BU03730200 1 375 45 190 95 55 50 1,9 3.830 2.540 300 31,6 37,3 6,3 7,4 1,2
Wijk 04 Egmond aan Zee Bergen (NH.) Wijk WK037304 1 4.655 440 2.240 905 765 580 2,0 3.650 2.380 3.800 37,7 17,9 4,8 5,2 1,0
Egmond aan Zee Bergen (NH.) Buurt BU03730400 1 2.500 240 1.250 490 425 340 2,0 3.500 2.300 2.100 36,2 18,7 4,9 5,4 1,0
Sportlaan Bergen (NH.) Buurt BU03730403 1 560 50 250 80 100 75 2,1 4.080 2.780 500 26,3 24,7 2,8 3,3 1,2
Wijk 06 Egmond aan den Hoef Bergen (NH.) Wijk WK037306 1 3.585 260 1.495 420 465 615 2,4 3.870 2.250 2.900 25,6 29,3 3,7 3,1 1,2
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2017.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.
Aangezien deze tabel is stopgezet, worden gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per oktober 2024
De indicator ‘Gemiddelde woningwaarde’ binnen thema Wonen is alsnog hernoemd tot ‘Gemiddelde WOZ-waarde van woningen’ ten behoeve van de aansluiting op andere verslagjaren. De definitie in deze jaartabel is ongewijzigd gebleven.

Wijzigingen per juli 2023
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een wijk bestaat uit één of meerdere buurten.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.
Gemeentenaam
De naam van de bestuurlijke gemeente. Deze naam volgt de officiële schrijfwijze.
Soort regio
De gekozen regioaanduiding betreft: Gemeente, Wijk of Buurt.
Codering
Gemeentecode heeft 4 posities, voorafgegaan door ‘GM’.
Wijkcode heeft 6 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2), voorafgegaan door ‘WK’.
Buurtcode heeft 8 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2) + buurtcode (2), voorafgegaan door ‘BU’.
Indelingswijziging wijken en buurten
Deze indicator geeft per wijk en buurt aan of de cijfers uit deze tabel zonder problemen kunnen worden gekoppeld aan en vergeleken met de cijfers van een jaar eerder, of dat er wijzigingen in de Wijk- en Buurtindeling zijn waardoor dit niet kan. Detailinformatie over wijzigingen in de Wijk- en Buurtindeling kan worden verkregen door de wijk- en buurtkaart van twee opeenvolgende jaren met elkaar te vergelijken.

De indicator kent drie mogelijke waarden:
1: De codering en afbakening van deze wijk/buurt is ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Het is wel mogelijk dat een naamswijziging heeft plaatsgevonden. De cijfers kunnen worden gekoppeld en vergeleken met die van het voorgaande jaar.
2: De codering van de wijk/buurt is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. De afbakening is ongewijzigd. Om te kunnen koppelen met cijfers van het voorgaande jaar zal eerst moeten worden achterhaald wat de codering van het voorgaande jaar was. Is de koppeling eenmaal geslaagd dan kunnen de cijfers alsnog met elkaar worden vergeleken.
3: De afbakening van de wijk/buurt is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit kan gepaard zijn gegaan met een gewijzigde codering. De cijfers kunnen niet zonder meer worden vergeleken met die van het voorgaande jaar. Verschillen kunnen immers samenhangen met de verandering in de afbakening van de wijk of buurt.

Voor een wijk of buurt wordt alleen een wijziging in de afbakening geconstateerd wanneer een grens circa 5 meter of meer is verlegd. Kleinere grenswijzigingen worden niet als significant beschouwd.
Bevolking
De bevolking van Nederland op 1 januari.

Bevolking:
De inwoners van Nederland.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.

Het komt voor dat van inwoners wel bekend is binnen welke gemeente ze geregistreerd zijn, maar niet exact waar ze verblijven. Deze inwoners zijn daarom wel meegeteld in de gemeentecijfers, maar niet in de cijfers per wijk en buurt. De cijfers per gemeente kunnen daardoor afwijken van de onderliggende wijken of buurten, zelfs wanneer een gemeente slechts uit één wijk bestaat.
Aantal inwoners
Burgerlijke staat
Gescheiden
Het aantal inwoners dat op 1 januari gescheiden is. De burgerlijke staat gescheiden ontstaat na ontbinding van een huwelijk door echtscheiding of na ontbinding van een geregistreerd partnerschap anders dan door het overlijden van de partner. Personen die gescheiden zijn van tafel en bed worden tot de gehuwden gerekend.
Particuliere huishoudens
Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.
Huishoudens totaal
Totaal particuliere huishoudens.
Eenpersoonshuishoudens
Een particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Huishoudens zonder kinderen
Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren zonder kinderen, echtparen zonder kinderen en overige huishoudens.
Huishoudens met kinderen
Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens.
Gemiddelde huishoudensgrootte
Dit gemiddelde is berekend als het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens.
Energie
Gemiddeld elektriciteitsverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor elektriciteit op individuele aansluitingen van particuliere woningen, zoals berekend vanuit de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven. De eigen opwekking van elektriciteit, bijvoorbeeld met zonnepanelen, is niet bekend en dus ook niet inbegrepen in het gemiddelde jaarverbruik. Ook collectieve verbruiken van bijvoorbeeld liftinstallaties of hal-/galerijverlichting zijn niet meegeteld bij de berekening.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en vermeld bij zes of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom.
Naar woningtype
De volgende typen worden onderscheiden: appartement, tussenwoning, hoekwoning, twee-onder-één-kap-woning en vrijstaande woning.
De typering wordt bepaald door het Kadaster.
Vrijstaande woning
Gemiddeld aardgasverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor aardgas van particuliere woningen, zoals berekend uit de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven.
Bij de berekening van het gemiddeld aardgasverbruik zijn woningen met een zeer laag of zelfs nulverbruik meegeteld indien er sprake is van stadsverwarming. Hierdoor valt in gebieden waar stadsverwarming aanwezig is het gemiddeld aardgasverbruik van woningen laag uit.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en vermeld bij zes of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom.

Naar woningtype
De volgende typen worden onderscheiden: appartement, tussenwoning, hoekwoning, twee-onder-één-kap-woning en vrijstaande woning. De typering wordt bepaald door het Kadaster.
Vrijstaande woning
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.
Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.

20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Huishoudens met een laag inkomen
Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.
Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan komt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum uit. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.

Motorvoertuigen
De motorvoertuigen betreffen personenauto's, bedrijfsauto’s en motortweewielers op 1 januari. Aanhangwagens en opleggers zijn niet meegerekend.
De gegevens zijn ontleend aan de Statistiek van de Motorvoertuigen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de kentekenregistratie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Met behulp van deze registratie zijn tellingen gemaakt van alle voertuigen met actuele, houderschapsplichtige kentekens die op 1 januari in het kentekenbestand voorkomen.
Het aantal geregistreerde motorvoertuigen is inclusief voertuigen van lease- en verhuurbedrijven. Deze motorvoertuigen staan geregistreerd op het adres van het lease- of verhuurbedrijf. De motorvoertuigen die staan ingeschreven op postbusadressen zijn niet meegeteld bij de aantallen van de wijken en buurten, maar wel in de gemeentelijke totalen. De wijken en buurten tellen daarom niet altijd op tot gemeenten. De gemeentelijke totalen komen overeen met de Regionale Kerncijfers Nederland.
Personenauto's
Personenauto's per huishouden
Het aantal personenauto's per (particulier) huishouden op 1 januari. De personenauto's worden regionaal ingedeeld met behulp van de kentekenregistratie. Personenauto's die geregistreerd staan op het adres van het lease- of verhuurbedrijf vertekenen daarom de autodichtheid per huishouden.
Het aantal personenauto's per huishouden is vermeld bij minimaal 50 huishoudens en bij een waarde van maximaal 2,5 personenauto's per huishouden.