Maatstaven gemeentefonds; Sociaal domein; diverse peildata; regio 2017

Maatstaven gemeentefonds; Sociaal domein; diverse peildata; regio 2017

Regio's Participatiewet Sociale zekerheid Instroom werkregeling Wajong (aantal) Participatiewet Sociale zekerheid Instroom wachtlijst WSW (aantal) Participatiewet Sociale zekerheid Instroom werkregeling Wajong excl. WSW (aantal) Participatiewet Sociale zekerheid Personen met bijstand tot AOW-leeftijd (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Wajong-uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen Totaal (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen WWB uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen IOAW uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen IOAZ uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen Uitkeringen aan adreslozen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen BBZ uitkeringen (aantal)
Nederland 26.060 25.930 25.490 497.910 239.420 419.530 388.090 20.520 1.680 5.260 3.990
Aa en Hunze 20 30 20 440 480 350 300 30 10 0 10
Aalburg 20 20 20 110 110 100 90 10 0 0 0
Aalsmeer 30 10 30 280 260 220 200 10 0 0 0
Aalten 20 30 20 390 360 320 290 30 0 0 0
Achtkarspelen 30 30 30 880 490 710 640 60 0 0 10
Alblasserdam 20 30 20 360 200 300 280 10 0 0 0
Albrandswaard 60 30 60 380 330 250 230 20 0 0 0
Alkmaar 260 160 260 2.790 1.770 2.430 2.280 90 10 30 20
Almelo 180 260 180 3.420 1.680 2.670 2.500 130 10 0 30
Almere 270 290 270 6.880 2.210 5.920 5.470 260 20 60 120
Alphen aan den Rijn 150 170 140 1.880 1.400 1.580 1.450 100 20 0 20
Alphen-Chaam 0 0 0 100 60 70 60 10 0 0 0
Ameland 0 0 0 20 30 10 10 10 0 0 0
Amersfoort 160 190 160 3.970 1.870 3.340 3.010 170 10 100 50
Amstelveen 100 60 100 1.150 700 980 920 50 0 0 0
Amsterdam 1.130 1.580 1.110 46.570 8.630 40.200 36.860 1.330 130 1.510 380
Apeldoorn 270 260 270 4.220 3.080 3.380 3.170 170 20 10 10
Appingedam 20 40 20 510 320 440 420 20 0 0 0
Arnhem 530 550 530 8.640 4.100 7.360 6.880 350 10 70 50
Assen 140 160 140 2.470 1.620 2.030 1.920 70 10 10 30
Asten 10 30 0 230 160 190 180 10 0 0 0
Baarle-Nassau 10 10 10 100 70 50 50 0 0 0 0
Baarn 20 10 20 420 780 350 310 30 0 0 10
Barendrecht 40 20 40 570 430 450 420 30 0 0 0
Barneveld 60 20 60 630 630 510 490 20 0 0 10
Bedum 20 20 20 200 310 170 140 20 0 0 0
Beek (L.) 20 0 20 340 190 280 270 10 0 0 0
Beemster 10 10 10 80 190 70 70 0 0 0 0
Beesel 10 20 10 280 180 230 200 30 0 0 0
Bellingwedde 10 10 10 280 160 220 190 20 0 0 0
Berg en Dal 40 50 40 890 670 730 670 50 10 0 0
Bergeijk 10 40 10 180 160 140 130 10 0 0 0
Bergen (L.) 20 40 20 220 170 190 160 20 0 0 10
Bergen (NH.) 30 10 30 330 460 280 250 20 0 0 10
Bergen op Zoom 110 120 100 2.170 940 1.770 1.590 100 10 60 10
Berkelland 60 50 60 660 650 530 480 30 10 0 10
Bernheze 30 80 30 320 280 260 230 20 0 0 0
Best 30 50 20 530 230 440 400 40 0 0 0
Beuningen 30 40 30 470 270 390 350 30 0 0 10
Beverwijk 60 70 60 1.110 580 980 950 30 0 0 0
het Bildt 20 0 20 320 120 270 240 20 0 0 0
De Bilt 40 10 40 720 390 610 560 40 0 0 10
Binnenmaas 30 20 30 260 220 210 190 10 0 0 0
Bladel 10 70 10 180 220 150 140 10 0 0 0
Blaricum 0 0 0 120 40 100 90 10 0 0 0
Bloemendaal 20 10 20 230 150 170 160 10 0 0 0
Bodegraven-Reeuwijk 30 20 30 310 300 240 210 20 0 0 10
Boekel 10 30 10 120 160 70 60 10 0 0 0
Ten Boer 10 10 10 120 70 100 90 10 0 0 0
Borger-Odoorn 50 50 50 610 360 480 430 40 10 0 10
Borne 20 30 20 380 360 290 260 20 0 0 10
Borsele 20 30 10 270 250 230 190 30 0 0 10
Boxmeer 30 100 30 410 340 340 300 30 0 0 10
Boxtel 60 180 50 500 380 430 390 30 0 0 0
Breda 230 320 220 5.470 2.150 4.590 4.270 250 10 40 20
Brielle 10 10 10 270 160 220 200 20 0 0 0
Bronckhorst 40 50 40 450 440 350 290 50 0 0 10
Brummen 30 30 30 380 290 300 280 20 0 0 0
Brunssum 60 50 60 1.100 600 950 900 40 0 0 10
Bunnik 10 0 10 140 110 120 110 10 0 0 0
Bunschoten 20 0 20 200 220 150 140 10 0 0 0
Buren 30 30 30 260 180 210 180 20 10 0 0
Capelle aan den IJssel 120 40 120 2.550 860 2.260 2.130 110 10 0 10
Castricum 50 10 50 380 380 290 260 20 0 0 10
Coevorden 60 40 60 1.070 490 880 810 50 0 0 20
Cranendonck 10 40 10 300 190 240 220 10 10 0 0
Cromstrijen 20 0 20 100 110 80 80 10 0 0 0
Cuijk 40 90 40 460 330 390 370 20 0 0 0
Culemborg 40 60 40 720 320 570 520 30 0 0 10
Dalfsen 30 20 30 280 300 220 200 20 0 0 0
Dantumadiel 20 20 20 610 370 510 450 40 10 0 0
Delft 200 200 190 3.600 1.280 3.140 2.880 140 0 110 20
Delfzijl 60 60 50 1.110 410 950 890 50 0 0 0
Deurne 30 90 30 480 520 390 360 20 10 0 0
Deventer 240 370 220 3.360 1.920 2.900 2.730 80 10 60 20
Diemen 40 30 40 640 250 490 440 40 0 0 20
Dinkelland 20 10 20 260 300 200 170 30 0 0 10
Doesburg 20 20 20 390 220 340 310 20 0 0 0
Doetinchem 100 120 100 1.430 1.400 1.170 1.080 50 10 10 20
Dongen 10 30 10 370 240 290 250 30 0 0 0
Dongeradeel 30 20 30 720 510 600 550 40 0 0 10
Dordrecht 320 250 310 4.720 1.690 3.960 3.710 140 10 100 10
Drechterland 30 0 30 170 270 140 130 10 0 0 0
Drimmelen 10 30 10 210 380 160 140 20 0 0 0
Dronten 20 40 20 820 510 650 600 30 0 0 10
Druten 20 30 20 330 420 270 250 20 0 0 0
Duiven 40 30 40 530 330 430 390 40 0 0 0
Echt-Susteren 30 50 30 590 620 470 420 40 0 0 0
Edam-Volendam 30 20 30 350 250 290 280 10 0 0 0
Ede 250 120 240 2.160 1.900 1.750 1.580 110 10 50 10
Eemnes 10 0 10 100 110 80 70 10 0 0 0
Eemsmond 30 50 30 500 350 430 410 20 0 0 0
Eersel 10 40 10 160 400 140 120 10 0 0 0
Eijsden-Margraten 50 30 50 260 230 210 190 20 0 0 0
Eindhoven 230 700 210 8.000 2.880 6.830 6.290 340 30 60 110
Elburg 30 50 30 270 340 220 200 20 0 0 0
Emmen 220 170 220 4.460 2.020 3.700 3.400 220 10 50 20
Enkhuizen 50 10 50 400 400 360 340 10 0 0 10
Enschede 360 230 360 8.390 3.740 6.880 6.500 280 20 10 70
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, Participatiewet en WMO (Sociaal domein). Voor de verdeling van het landelijke budget voor de uitvoering van deze drie wetten over de gemeenten zijn verdeelmodellen ontwikkeld. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Jeugdwet, Participatiewet en Wmo.

Gegevens beschikbaar voor 2017

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.

Wijzigingen per 31 mei 2017:
Deze tabel is een update van de tabel Maatstaven gemeentefonds; regio 2016.
Ten opzichte van de vorige tabel is de indicator ‘Aantal minderjarige kinderen met inkomen onder lage inkomensgrens’ komen te vervallen en is de indicator ‘Eenouderhuishoudens met minderjarige kinderen met bijstand’ toegevoegd.

Wijzigingen per 31 mei 2018:
De naam en toelichting van de indicator ‘Personen met een Wajong-uitkering’ is aangepast. Het gaat om ‘Wajong-uitkeringen’ en niet om ‘Personen met een Wajong-uitkering’. Dat staat nu goed in de tabel.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen naar verwachting in mei 2018 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Participatiewet
De wet regelt in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verlenen van bijstand door gemeenten voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen.
Werk gaat voor inkomen: oogmerk is om mensen met of zonder arbeidsbeperking op de kortste weg naar betaald werk te kunnen zetten.
De gemeenten voeren de wet uit en bepalen, binnen de wettelijke grenzen, hun eigen beleid.
De participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Participatiewet.

Sociale zekerheid
Het publieke stelsel dat bedoeld is om inkomen en/of verzorging te garanderen voor natuurlijke personen ten tijde van pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden of werkloosheid.
Het bestaat uit werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en sociale voorzieningen. De werknemersverzekeringen en de volksverzekeringen worden samen aangeduid als sociale verzekeringen.
Instroom werkregeling Wajong
Het publieke stelsel dat bedoeld is om inkomen en/of verzorging te garanderen voor natuurlijke personen ten tijde van pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden of werkloosheid.
Het bestaat uit werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en sociale voorzieningen. De werknemersverzekeringen en de volksverzekeringen worden samen aangeduid als sociale verzekeringen.

inst_wj: Instroom werkregeling Wajong [aantal]
De cumulatieve omvang van de instroom in de werkregeling van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wajong) in de jaren 2012 tot en met 2014 voor de gemeentelijke indeling 2017.

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong):
Wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd.
Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden én een opleiding/studie volgen.
Met het van kracht worden van de Participatiewet m.i.v. januari 2015 kunnen alleen jonggehandicapten, die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn, nog instromen in de wet Wajong. Jonggehandicapten die nog kunnen werken, kunnen vanaf januari 2015 voor ondersteuning bij het zoeken naar werk terecht bij gemeenten.
Jongeren die vóór 2015 al een Wajong-uitkering hadden, houden deze uitkering.

Wet Werkregeling Wajong:
Om zoveel mogelijk Wajongers aan het werk te krijgen en te houden geldt vanaf 2010 de Wet Wajong voor nieuwe arbeidsongeschikte jongeren. Kort samengevat: vanaf het 18de jaar bekijkt men welke mogelijkheden er zijn om te werken. Die mogelijkheden worden vastgelegd in een participatieplan en de jongeren komen na school in de werkregeling Wajong. Op het 27ste jaar vindt een definitieve beoordeling plaats.
Instroom wachtlijst WSW
De cumulatieve omvang van de instroom op de wachtlijst van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) in de jaren 2012 tot en met 2014 voor de gemeentelijke indeling 2017.

Wet sociale werkvoorziening (WSW)
Mensen met een lichamelijke, psychische of verstandelijke handicap kunnen vaak moeilijk een baan vinden. Zij hebben een hoge mate van begeleiding nodig.
Met de WSW geeft de overheid deze mensen de kans om toch te werken en in hun eigen onderhoud te voorzien. Om in aanmerking te komen voor de WSW moet je een WSW-indicatie hebben.
Mensen met een WSW-indicatie kunnen in aanmerking komen voor een WSW-dienstbetrekking of een begeleid werken dienstbetrekking. Bij een WSW-dienstbetrekking zijn zij in dienst van een gemeente (sociale werkplaats).
Bij een begeleid werken dienstbetrekking is er sprake van een arbeidsovereenkomst bij een reguliere werkgever (WSW regulier dienstverband). Vaak kunnen mensen nadat zij een WSW-indicatie hebben gekregen niet direct aan de slag maar staan ze eerst een tijdje op de wachtlijst (WSW wachtlijst).

WSW-registratie.
De bron voor deze indicator is de WSW-registratie van Panteia. In de WSW-registratie zijn gegevens verzameld van alle personen die geïndiceerd zijn voor de WSW, op de wachtlijst staan, een dienstbetrekking hebben en werken onder begeleiding bij een reguliere werkgever. Deze registratie wordt door CBS niet gebruikt om reguliere statistieken mee te publiceren, maar alleen in maatwerkonderzoek gebruikt. CBS voert geen controles uit op de kwaliteit van de gegevens in deze registratie en kan dus ook niet instaan voor de kwaliteit van de gegevens in de registratie. Het CBS heeft toestemming gekregen van het ministerie van SZW om deze gegevens in dit maatwerkonderzoek te gebruiken.
Instroom werkregeling Wajong excl. WSW
De cumulatieve omvang van de instroom in de werkregeling Wajong gecorrigeerd voor de instroom op de wachtlijst van de Wet sociale werkvoorziening (WSW) in de jaren 2012 tot en met 2014, per gemeente voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Als iemand zowel instroomt in de werkregeling Wajong als op de wachtlijst van de WSW dan wordt deze persoon niet meegeteld in dit cijfer.
Personen met bijstand tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de pensioengerechtigde (AOW-)leeftijd met een bijstands(gerelateerde) uitkering op 31-12-2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Inbegrepen zijn uitkeringen in het kader van:
- de Wet werk en bijstand (WWB);
- de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);
- de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
- het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en
- Bijstand aan (overige) adreslozen.

De cijfers over het aantal personen met een bijstandsuitkering in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal personen met een bijstandsuitkering. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Participatiewet over 31 december 2015 gaan.
Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO)
Wet maatschappelijke ondersteuning zoals ingegaan op 1 januari 2015.
Deze wet stelt gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen.
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Wmo.
Wajong-uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong):
Wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA, omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd.
Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden én een opleiding/studie volgen.
Vanaf 1 januari 2010 is de Wajong vervangen door de Wet Wajong. De Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 al een uitkering ontvingen.
Het recht op een uitkering op grond van de Wajong vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong):
Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden.
In tegenstelling tot de Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen.
Het recht op een uitkering op grond van de Wet Wajong vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De cijfers over het aantal uitkeringen op grond van de Wajong en Wet Wajong in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal uitkering op grond van de Wajong en Wet Wajong. Dit komt doordat in deze tabel de meest recente gemeentelijke indeling is toegepast maar de cijfers over 2014 gaan.

Periodieke bijstanduitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van een bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.
Bijstandswetten zijn de Participatiewet (vanaf 2015) en de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015).
Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Een uitkering aan een (echt)paar wordt geteld als één uitkering aan twee personen.
Totaal
Het totaal aantal uitkeringen op grond van een bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Bijstandswetten zijn de Participatiewet (vanaf 2015) en de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015).
Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

De cijfers over het aantal bijstandsuitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal bijstandsuitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.
WWB uitkeringen
Het aantal uitkeringen aan thuiswonenden jonger dan 65 jaar op grond van de Wet Werk en Bijstand (tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Wet werk en bijstand (WWB)
De WWB is een wettelijke sociale voorziening die op 1 januari 2004 in werking is getreden ter vervanging van de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW) en het Besluit In- en Doorstroombanen (ID-banen). Uitgangspunt van de wet is dat mensen zoveel mogelijk zelf in hun eigen onderhoud voorzien. De WWB regelt bijstand voor mensen die hiertoe niet in staat zijn en die geen beroep kunnen doen op een ander socialezekerheidswet. Uitvoering van de wet ligt bij de gemeente, die naast financiële steun ook hulp biedt bij re-integratie in het arbeidsproces. De WWB is per 1 januari 2015 op enkele punten aangepast en vervangen door de Participatiewet.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de WSW. Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.

De cijfers over het aantal bijstandsuitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal bijstandsuitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.
IOAW uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Wet inkomensvoorziening oudere gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
De IOAW biedt een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan oudere werkloze werknemers, van wie het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd. De wet is in werking getreden op 1 januari 1987 en is ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996. Het recht op een IOAW-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De cijfers over het aantal IOAW-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal IOAW-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.
IOAZ uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
De IOAZ biedt een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan gewezen zelfstandigen van 55 jaar en ouder, van wie het inkomen duurzaam minder bedraagt dan het sociaal minimum en die als gevolg daarvan het bedrijf of beroep hebben beëindigd. De wet is in werking getreden op 1 januari 1987 en is ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996. Het recht op een IOAZ-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De cijfers over het aantal IOAZ-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal IOAZ-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.
Uitkeringen aan adreslozen
Het aantal uitkeringen aan bijstandsontvangers zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Een beperkt aantal gemeenten is aangewezen om bijstand te verlenen aan adreslozen. Deze gemeenten zijn aangewezen in het Bijstandsbesluit adreslozen. Met ingang van 1999.

De cijfers over het aantal uitkeringen aan adreslozen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal uitkeringen aan adreslozen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.
BBZ uitkeringen
Het aantal uitkeringen aan zelfstandigen ingevolge het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz) op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien. Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen. Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

De cijfers over het aantal BBZ-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal BBZ-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.