Maatstaven gemeentefonds; Sociaal domein; diverse peildata; regio 2017

Maatstaven gemeentefonds; Sociaal domein; diverse peildata; regio 2017

Regio's Participatiewet Inwoners van 15 tot 65 jaar (aantal) Participatiewet Beroepsbevolking vijfjaarsgemiddelde Totaal beroepsbevolking (x 1 000) Participatiewet Beroepsbevolking vijfjaarsgemiddelde Lager opgeleiden (x 1 000) Participatiewet Beroepsbevolking vijfjaarsgemiddelde Lager opgeleiden, percentage (%) Jeugdwet Inwoners tot 18 jaar (aantal) Jeugdwet Minderjarige kinderen in particuliere hh Inkomen hh tot 120% sociaal minimum (aantal) Jeugdwet Minderjarige kinderen in particuliere hh Inkomen hh tot 120% sociaal minimum % (%) Jeugdwet Particuliere huishoudens Meerpersoonshuishoudens met kinderen Jongste kind tot 6 jaar (aantal) Jeugdwet Particuliere huishoudens Meerpersoonshuishoudens met kinderen Jongste kind 6 tot 12 jaar (aantal) Jeugdwet Particuliere huishoudens Meerpersoonshuishoudens met kinderen Jongste kind 12 tot 18 jaar (aantal) Jeugdwet Bijstandshuishoudens Eenouderhuishoudens Driejaarsgemiddelde (aantal) Jeugdwet Bijstandshuishoudens Eenouderhuishoudens met kind <18 jaar Driejaarsgemiddelde (aantal) Jeugdwet Bijstandshuishoudens Eenouderhuishoudens met kind <18 jaar 2015 (aantal) Jeugdwet Bijstandshuishoudens Eenouderhuishoudens met kind <18 jaar 2014 (aantal) Jeugdwet Bijstandshuishoudens Eenouderhuishoudens met kind <18 jaar 2013 (aantal) Jeugdwet Bijstandshuishoudens Meerpersoonshuishoudens met kinderen Driejaarsgemiddelde (aantal)
Albrandswaard 16.167 12 2 14 5.656 400 7,8 1.248 1.085 983 90 70 70 80 60 90
Alkmaar 71.047 58 9 16 20.986 2.500 12,2 5.102 3.505 3.401 630 450 450 460 450 640
Amsterdam 606.270 466 43 9 148.819 34.000 24,6 42.708 22.867 19.890 11.200 7.740 7.600 7.900 7.730 11.450
Baarle-Nassau 3.980 3 1 30 1.109 100 11,3 231 208 185 10 10 10 10 10 20
Baarn 15.120 11 2 16 4.822 400 9,4 1.012 786 817 90 70 60 70 60 90
Beemster 5.705 5 1 13 1.789 100 7,4 379 272 318 20 20 20 20 20 30
Deventer 65.040 53 7 14 20.821 2.700 13,4 4.736 3.528 3.421 770 590 580 600 580 810
Drechterland 12.304 12 3 22 4.151 300 7,5 810 671 722 40 30 30 40 30 50
Echt-Susteren 20.461 16 3 19 5.153 600 11,1 1.108 912 1.061 100 70 60 70 70 110
Haaren 8.697 7 1 19 2.617 200 6,6 417 445 509 20 10 10 20 10 20
Haarlem 104.771 85 12 14 31.693 3.800 12,5 8.418 5.069 4.630 820 570 570 590 570 920
Haarlemmerliede en Spaarnwoude 3.753 3 1 18 1.082 100 8,2 215 182 239 20 10 10 10 10 20
Haarlemmermeer 95.357 82 12 15 32.504 2.600 8,1 6.633 6.167 5.864 520 380 400 390 340 580
Heerhugowaard 34.616 28 4 16 12.508 1.200 10,2 2.823 2.018 2.007 250 190 190 200 190 270
Krimpenerwaard 34.320 29 6 20 11.649 900 7,8 2.408 1.743 1.915 160 130 130 130 130 200
Laarbeek 13.904 12 3 23 4.459 400 8,7 852 763 785 50 40 50 40 30 60
Lingewaard 29.254 25 4 16 9.854 700 7,4 1.957 1.747 1.823 110 60 60 70 60 120
Menterwolde 8.006 7 1 21 2.351 300 12,7 494 414 469 80 60 70 60 60 90
Molenwaard 18.203 16 3 21 7.476 300 4,6 1.482 954 1.021 60 40 50 40 40 70
Mook en Middelaar 4.746 3 0 9 1.410 100 7,7 209 271 307 20 20 20 20 20 30
Nissewaard 56.811 46 9 19 16.296 2.400 15,8 3.937 2.779 3.012 770 610 610 600 610 760
Oisterwijk 15.950 12 3 21 5.080 500 9,6 935 849 929 70 50 50 60 50 80
Oosterhout 34.234 27 5 18 10.445 1.300 12,3 2.248 1.772 1.938 270 210 200 220 200 340
Opsterland 18.771 15 2 15 6.470 600 9,8 1.234 1.005 1.124 160 120 130 130 110 180
Oudewater 6.305 6 2 25 2.148 200 8,2 458 323 363 30 20 20 20 20 30
Rijnwaarden 7.030 7 1 19 2.120 300 13,8 436 373 427 60 50 50 50 40 70
Rotterdam 431.467 317 56 18 122.472 31.000 27,9 33.947 18.880 17.214 11.400 8.300 8.370 8.460 8.080 11.840
Slochteren 9.695 7 1 13 3.187 300 8,4 631 523 615 50 40 40 40 40 60
Terneuzen 33.597 27 7 25 10.071 1.300 13,7 2.212 1.644 1.857 300 240 240 240 230 320
Terschelling 3.191 1 0 12 791 100 7,7 159 131 153 0 0 0 0 0 10
Twenterand 21.415 18 4 24 8.078 700 9,4 1.610 1.228 1.239 140 100 110 100 90 150
Tynaarlo 19.525 17 2 11 6.962 500 7,2 1.403 1.171 1.258 90 70 70 70 60 110
Tytsjerksteradiel 19.553 16 3 18 6.907 600 8,8 1.301 1.108 1.139 140 110 100 110 110 150
Valkenswaard 18.755 16 4 23 5.310 600 11,3 1.084 876 1.070 140 100 90 100 100 130
Vlaardingen 45.545 37 8 22 13.707 2.600 20,4 3.623 2.236 2.204 740 590 650 590 540 810
Wassenaar 14.900 11 1 12 5.630 500 10,0 979 950 1.064 110 80 80 80 70 110
Waterland 10.587 10 1 10 3.436 200 6,2 709 618 598 30 10 10 20 10 40
Westerveld 11.180 9 1 15 3.479 300 9,5 615 598 642 60 40 50 40 30 70
Westervoort 10.196 8 2 20 2.872 500 16,8 627 503 586 140 110 110 110 100 160
Winterswijk 18.162 16 3 20 5.705 600 11,6 1.069 1.001 1.012 140 110 100 100 110 170
Zevenaar 19.903 17 3 19 6.048 700 11,2 1.338 1.061 1.082 170 120 120 130 110 170
Zoetermeer 82.163 67 10 15 25.864 4.200 16,8 6.274 4.234 4.318 1.160 860 830 870 870 1.200
Zoeterwoude 5.284 4 1 18 1.542 100 5,8 304 244 310 10 10 10 10 10 20
Zwartewaterland 14.003 12 3 25 5.889 300 5,5 1.223 771 767 50 40 30 50 40 60
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, Participatiewet en WMO (Sociaal domein). Voor de verdeling van het landelijke budget voor de uitvoering van deze drie wetten over de gemeenten zijn verdeelmodellen ontwikkeld. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Jeugdwet, Participatiewet en Wmo.

Gegevens beschikbaar voor 2017

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.

Wijzigingen per 31 mei 2017:
Deze tabel is een update van de tabel Maatstaven gemeentefonds; regio 2016.
Ten opzichte van de vorige tabel is de indicator ‘Aantal minderjarige kinderen met inkomen onder lage inkomensgrens’ komen te vervallen en is de indicator ‘Eenouderhuishoudens met minderjarige kinderen met bijstand’ toegevoegd.

Wijzigingen per 31 mei 2018:
De naam en toelichting van de indicator ‘Personen met een Wajong-uitkering’ is aangepast. Het gaat om ‘Wajong-uitkeringen’ en niet om ‘Personen met een Wajong-uitkering’. Dat staat nu goed in de tabel.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen naar verwachting in mei 2018 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Participatiewet
De wet regelt in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verlenen van bijstand door gemeenten voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen.
Werk gaat voor inkomen: oogmerk is om mensen met of zonder arbeidsbeperking op de kortste weg naar betaald werk te kunnen zetten.
De gemeenten voeren de wet uit en bepalen, binnen de wettelijke grenzen, hun eigen beleid.
De participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Participatiewet.

Inwoners van 15 tot 65 jaar
Het aantal inwoners van 15 tot 65 jaar op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

De cijfers over het aantal inwoners in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal inwoners. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Participatiewet over 31 december 2015 gaan.
Beroepsbevolking vijfjaarsgemiddelde
Tot de beroepsbevolking horen personen:
- die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of
- die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking).
Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.
Het gaat hier om een vijfjaarsgemiddelde van de beroepsbevolking.
Totaal beroepsbevolking
Vijfjaarsgemiddelde van het totaal aantal personen in de beroepsbevolking voor de jaren 2012 tot en met 2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Beroepsbevolking
Personen:
- die betaald werk hebben (werkzame beroepsbevolking), of
- die geen betaald werk hebben, recent naar betaald werk hebben gezocht en daarvoor direct beschikbaar zijn (werkloze beroepsbevolking).
Deze definitie heeft betrekking op personen die in Nederland wonen (exclusief de institutionele bevolking). De gegevens worden meestal gepresenteerd voor de bevolking van 15 tot 75 jaar. Bij betaald werk gaat het om werkzaamheden ongeacht de arbeidsduur.

Lager opgeleiden
Vijfjaarsgemiddelde van het aantal lager opgeleiden in de beroepsbevolking voor de jaren 2012 tot en met 2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

De lager opgeleiden in deze tabel wijken af van de standaard CBS-indeling van de laag opgeleiden. In deze tabel worden personen met de volgende hoogstbehaalde opleidingen volgens de Standaard Onderwijsindeling (SOI) tot de laag opgeleiden gerekend:
- 111 Basisonderwijs:
01001 geen onderwijs gevolgd
01002 onderwijs aan kleuters
01003 basisonderwijs groep 3-8
01004 (basis)educatie
- 121 VMBO-basisberoep/kaderberoeps, mbo1:
01006 praktijkonderwijs
01016 overige beroepsopleiding of cursus met lager niveau
01007 assistentenopleiding (web) bol
01008 assistentenopleiding (web) bbl (incl. geen aanduiding leerweg)
01005 gemeenschappelijke leerjaren avo
01013 vmbo basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
01015 lbo, vbo.
Ten opzichte van de standaard CBS-indeling van laag opgeleiden worden de personen met de volgende hoogstbehaalde opleidingen niet tot de lager opgeleiden gerekend:
- 122 VMBO-gemengd/theoretisch, avo onderbouw:
01009 havo, vwo leerjaar 1-3
01010 mms, hbs, gymnasium leerjaar 1-3
01011 voortgezet speciaal onderwijs
01012 mavo
01014 vmbo theoretische- of gemengde leerweg.
Lager opgeleiden, percentage
Vijfjaarsgemiddelde van het percentage lager opgeleiden in de beroepsbevolking voor de jaren 2012 tot en met 2016 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

De lager opgeleiden in deze tabel wijken af van de standaard CBS-indeling van de laag opgeleiden. In deze tabel worden personen met de volgende hoogstbehaalde opleidingen tot de laag opgeleiden gerekend:
- 111 Basisonderwijs:
01001 geen onderwijs gevolgd
01002 onderwijs aan kleuters
01003 basisonderwijs groep 3-8
01004 (basis)educatie
- 121 VMBO-basisberoep/kaderberoeps, mbo1:
01006 praktijkonderwijs
01016 overige beroepsopleiding of cursus met lager niveau
01007 assistentenopleiding (web) bol
01008 assistentenopleiding (web) bbl (incl. geen aanduiding leerweg)
01005 gemeenschappelijke leerjaren avo
01013 vmbo basis- en kaderberoepsgerichte leerweg
01015 lbo, vbo.
Ten opzichte van de standaard CBS-indeling van laag opgeleiden worden de personen met de volgende hoogstbehaalde opleidingen niet tot de lager opgeleiden gerekend:
- 122 VMBO-gemengd/theoretisch, avo onderbouw:
01009 havo, vwo leerjaar 1-3
01010 mms, hbs, gymnasium leerjaar 1-3
01011 voortgezet speciaal onderwijs
01012 mavo
01014 vmbo theoretische- of gemengde leerweg.
Jeugdwet
Wettelijke verplichting voor gemeenten om zorg aan jongeren te bieden.
De Jeugdwet wordt op 1 januari 2015 ingevoerd als samenvoeging van de Wet op de jeugdzorg (Wjz), de langdurige jeugd-gehandicaptenzorg en -geestelijke gezondheidszorg uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de jeugd-geestelijke gezondheidszorg uit de Zorgverzekeringswet (Zvw). De Jeugdwet regelt de ondersteuning, hulp en zorg voor jeugdigen met opvoed- en opgroeiproblemen, met psychische en psychiatrische problemen of met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking. Daarnaast regelt de wet de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en de jeugdreclassering.
In de Jeugdwet is de leeftijdsgrens gesteld op 18 jaar voor jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen. Jeugdhulp kan doorlopen tot maximaal het 23ste levensjaar, voor zover deze hulp niet onder een ander wettelijk kader valt. Voor jeugdhulp die verstrekt wordt in verband met een psychische stoornis of een verstandelijke beperking die voorheen viel onder zorg als bedoeld bij of krachtens de AWBZ of Zvw geldt echter de leeftijdsgrens van 18 jaar. Voor jeugdreclassering en jeugdhulp die voortvloeit uit een strafrechtelijke beslissing geldt op basis van het wetsvoorstel Jeugdwet geen leeftijdsgrens.
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Jeugdwet.
Inwoners tot 18 jaar
Het aantal inwoners tot 18 jaar op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

De cijfers over het aantal inwoners in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal inwoners.
Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Participatiewet over 31 december 2015 gaan.
Minderjarige kinderen in particuliere hh
Minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met het gehele jaar inkomen (exclusief studentenhuishoudens) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Een persoon is minderjarig als zijn leeftijd lager is dan 18 jaar.
Inkomen hh tot 120% sociaal minimum
Aantal minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum in jaar 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Een persoon is minderjarig als zijn leeftijd lager is dan 18 jaar.

Inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum
Om te kunnen beoordelen hoe het besteedbaar inkomen van een huishouden zich verhoudt tot het sociale minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen, bijvoorbeeld, is gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) Kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW (uitkering in het kader van de algemene ouderdomswet) als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan valt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum. Daarom is niet 100%, maar 120% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.

De cijfers over kinderen in huishoudens tot 120% sociaal minimum in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over kinderen in huishoudens tot 120% sociaal minimum. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Jeugdwet over 31 december 2014 gaan.
Inkomen hh tot 120% sociaal minimum %
Minderjarige kinderen in particuliere huishoudens met inkomen tot 120 procent sociaal minimum als percentage van het totaal aantal minderjarige kinderen op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Een persoon is minderjarig als zijn leeftijd lager is dan 18 jaar.

Inkomen tot 120 procent van het sociaal minimum
Om te kunnen beoordelen hoe het besteedbaar inkomen van een huishouden zich verhoudt tot het sociale minimum, moet aan de hand van de regelgeving worden vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen, bijvoorbeeld, is gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) Kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW (uitkering in het kader van de algemene ouderdomswet) als norm gekozen. Het waargenomen inkomen van huishoudens die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan valt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum. Daarom is niet 100%, maar 120% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.

De cijfers over kinderen in huishoudens tot 120% sociaal minimum in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over kinderen in huishoudens tot 120% sociaal minimum. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Jeugdwet over 31 december 2014 gaan.
Particuliere huishoudens
Een particulier huishouden is een verzameling van één of meer personen die een woonruimte bewoont en zichzelf daar particulier, dat wil zeggen niet bedrijfsmatig voorziet in huisvesting en dergelijke levensbehoeften.
Meerpersoonshuishoudens met kinderen
Het aantal meerpersoonshuishouden met thuiswonende kinderen op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouder relatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Onder thuiswonende kinderen worden ook inbegrepen adoptie- en stiefkinderen, maar geen pleegkinderen.

De cijfers over het aantal meerpersoonshuishoudens in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal meerpersoonshuishoudens.
Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Jeugdwet over 31 december 2015 gaan.
Jongste kind tot 6 jaar
Jongste kind 6 tot 12 jaar
Jongste kind 12 tot 18 jaar
Bijstandshuishoudens
Huishoudens met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Eenouderhuishoudens
Eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen.
Onder bijstand wordt hier verstaan uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Driejaarsgemiddelde
Het gemiddeld aantal eenouderhuishoudens met bijstand voor de jaren 2013 tot en met 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Het gemiddelde is berekend door de aantallen voor de drie peilmomenten op te tellen en te delen door drie.
Eenouderhuishoudens met kind <18 jaar
Eenouderhuishoudens met één of meer minderjarige kinderen die bijstand ontvangen.
Onder bijstand wordt hier verstaan uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstan0dsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Driejaarsgemiddelde
Het gemiddeld aantal eenouderhuishoudens met één of meer minderjarige kinderen met bijstand voor de jaren 2013 tot en met 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Het gemiddelde is berekend door de aantallen voor de drie peilmomenten op te tellen en te delen door drie.
2015
Het aantal eenouderhuishoudens met één of meer minderjarige kinderen met bijstand op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
2014
Het aantal eenouderhuishoudens met één of meer minderjarige kinderen met bijstand op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
2013
Het aantal eenouderhuishoudens met één of meer minderjarige kinderen met bijstand op 31 december 2013 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Meerpersoonshuishoudens met kinderen
Bijstandshuishoudens met één of meer minderjarige kinderen.
Onder bijstand wordt hier verstaan uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Driejaarsgemiddelde
Het gemiddeld aantal bijstandshuishoudens met één of meer kinderen tot 18 jaar voor de jaren 2013 tot en met 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Het gemiddelde is berekend door de aantallen voor de drie peilmomenten op te tellen en te delen door drie.