Maatstaven gemeentefonds; Sociaal domein; diverse peildata; regio 2017

Maatstaven gemeentefonds; Sociaal domein; diverse peildata; regio 2017

Regio's Participatiewet Sociale zekerheid Personen met bijstand tot AOW-leeftijd (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen Totaal (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen WWB uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen IOAW uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen IOAZ uitkeringen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen Uitkeringen aan adreslozen (aantal) Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) Periodieke bijstanduitkeringen BBZ uitkeringen (aantal)
Nederland 497.910 419.530 388.090 20.520 1.680 5.260 3.990
Aa en Hunze 440 350 300 30 10 0 10
Aalburg 110 100 90 10 0 0 0
Aalsmeer 280 220 200 10 0 0 0
Aalten 390 320 290 30 0 0 0
Achtkarspelen 880 710 640 60 0 0 10
Alblasserdam 360 300 280 10 0 0 0
Albrandswaard 380 250 230 20 0 0 0
Alkmaar 2.790 2.430 2.280 90 10 30 20
Almelo 3.420 2.670 2.500 130 10 0 30
Almere 6.880 5.920 5.470 260 20 60 120
Alphen aan den Rijn 1.880 1.580 1.450 100 20 0 20
Alphen-Chaam 100 70 60 10 0 0 0
Ameland 20 10 10 10 0 0 0
Amersfoort 3.970 3.340 3.010 170 10 100 50
Amstelveen 1.150 980 920 50 0 0 0
Amsterdam 46.570 40.200 36.860 1.330 130 1.510 380
Apeldoorn 4.220 3.380 3.170 170 20 10 10
Appingedam 510 440 420 20 0 0 0
Arnhem 8.640 7.360 6.880 350 10 70 50
Assen 2.470 2.030 1.920 70 10 10 30
Asten 230 190 180 10 0 0 0
Baarle-Nassau 100 50 50 0 0 0 0
Baarn 420 350 310 30 0 0 10
Barendrecht 570 450 420 30 0 0 0
Barneveld 630 510 490 20 0 0 10
Bedum 200 170 140 20 0 0 0
Beek (L.) 340 280 270 10 0 0 0
Beemster 80 70 70 0 0 0 0
Beesel 280 230 200 30 0 0 0
Bellingwedde 280 220 190 20 0 0 0
Berg en Dal 890 730 670 50 10 0 0
Bergeijk 180 140 130 10 0 0 0
Bergen (L.) 220 190 160 20 0 0 10
Bergen (NH.) 330 280 250 20 0 0 10
Bergen op Zoom 2.170 1.770 1.590 100 10 60 10
Berkelland 660 530 480 30 10 0 10
Bernheze 320 260 230 20 0 0 0
Best 530 440 400 40 0 0 0
Beuningen 470 390 350 30 0 0 10
Beverwijk 1.110 980 950 30 0 0 0
het Bildt 320 270 240 20 0 0 0
De Bilt 720 610 560 40 0 0 10
Binnenmaas 260 210 190 10 0 0 0
Bladel 180 150 140 10 0 0 0
Blaricum 120 100 90 10 0 0 0
Bloemendaal 230 170 160 10 0 0 0
Bodegraven-Reeuwijk 310 240 210 20 0 0 10
Boekel 120 70 60 10 0 0 0
Ten Boer 120 100 90 10 0 0 0
Borger-Odoorn 610 480 430 40 10 0 10
Borne 380 290 260 20 0 0 10
Borsele 270 230 190 30 0 0 10
Boxmeer 410 340 300 30 0 0 10
Boxtel 500 430 390 30 0 0 0
Breda 5.470 4.590 4.270 250 10 40 20
Brielle 270 220 200 20 0 0 0
Bronckhorst 450 350 290 50 0 0 10
Brummen 380 300 280 20 0 0 0
Brunssum 1.100 950 900 40 0 0 10
Bunnik 140 120 110 10 0 0 0
Bunschoten 200 150 140 10 0 0 0
Buren 260 210 180 20 10 0 0
Capelle aan den IJssel 2.550 2.260 2.130 110 10 0 10
Castricum 380 290 260 20 0 0 10
Coevorden 1.070 880 810 50 0 0 20
Cranendonck 300 240 220 10 10 0 0
Cromstrijen 100 80 80 10 0 0 0
Cuijk 460 390 370 20 0 0 0
Culemborg 720 570 520 30 0 0 10
Dalfsen 280 220 200 20 0 0 0
Dantumadiel 610 510 450 40 10 0 0
Delft 3.600 3.140 2.880 140 0 110 20
Delfzijl 1.110 950 890 50 0 0 0
Deurne 480 390 360 20 10 0 0
Deventer 3.360 2.900 2.730 80 10 60 20
Diemen 640 490 440 40 0 0 20
Dinkelland 260 200 170 30 0 0 10
Doesburg 390 340 310 20 0 0 0
Doetinchem 1.430 1.170 1.080 50 10 10 20
Dongen 370 290 250 30 0 0 0
Dongeradeel 720 600 550 40 0 0 10
Dordrecht 4.720 3.960 3.710 140 10 100 10
Drechterland 170 140 130 10 0 0 0
Drimmelen 210 160 140 20 0 0 0
Dronten 820 650 600 30 0 0 10
Druten 330 270 250 20 0 0 0
Duiven 530 430 390 40 0 0 0
Echt-Susteren 590 470 420 40 0 0 0
Edam-Volendam 350 290 280 10 0 0 0
Ede 2.160 1.750 1.580 110 10 50 10
Eemnes 100 80 70 10 0 0 0
Eemsmond 500 430 410 20 0 0 0
Eersel 160 140 120 10 0 0 0
Eijsden-Margraten 260 210 190 20 0 0 0
Eindhoven 8.000 6.830 6.290 340 30 60 110
Elburg 270 220 200 20 0 0 0
Emmen 4.460 3.700 3.400 220 10 50 20
Enkhuizen 400 360 340 10 0 0 10
Enschede 8.390 6.880 6.500 280 20 10 70
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, Participatiewet en WMO (Sociaal domein). Voor de verdeling van het landelijke budget voor de uitvoering van deze drie wetten over de gemeenten zijn verdeelmodellen ontwikkeld. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Jeugdwet, Participatiewet en Wmo.

Gegevens beschikbaar voor 2017

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.

Wijzigingen per 31 mei 2017:
Deze tabel is een update van de tabel Maatstaven gemeentefonds; regio 2016.
Ten opzichte van de vorige tabel is de indicator ‘Aantal minderjarige kinderen met inkomen onder lage inkomensgrens’ komen te vervallen en is de indicator ‘Eenouderhuishoudens met minderjarige kinderen met bijstand’ toegevoegd.

Wijzigingen per 31 mei 2018:
De naam en toelichting van de indicator ‘Personen met een Wajong-uitkering’ is aangepast. Het gaat om ‘Wajong-uitkeringen’ en niet om ‘Personen met een Wajong-uitkering’. Dat staat nu goed in de tabel.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen naar verwachting in mei 2018 beschikbaar.

Toelichting onderwerpen

Participatiewet
De wet regelt in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verlenen van bijstand door gemeenten voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen.
Werk gaat voor inkomen: oogmerk is om mensen met of zonder arbeidsbeperking op de kortste weg naar betaald werk te kunnen zetten.
De gemeenten voeren de wet uit en bepalen, binnen de wettelijke grenzen, hun eigen beleid.
De participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Participatiewet.

Sociale zekerheid
Het publieke stelsel dat bedoeld is om inkomen en/of verzorging te garanderen voor natuurlijke personen ten tijde van pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden of werkloosheid.
Het bestaat uit werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en sociale voorzieningen. De werknemersverzekeringen en de volksverzekeringen worden samen aangeduid als sociale verzekeringen.
Personen met bijstand tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de pensioengerechtigde (AOW-)leeftijd met een bijstands(gerelateerde) uitkering op 31-12-2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.
Inbegrepen zijn uitkeringen in het kader van:
- de Wet werk en bijstand (WWB);
- de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);
- de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
- het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en
- Bijstand aan (overige) adreslozen.

De cijfers over het aantal personen met een bijstandsuitkering in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal personen met een bijstandsuitkering. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Participatiewet over 31 december 2015 gaan.
Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO)
Wet maatschappelijke ondersteuning zoals ingegaan op 1 januari 2015.
Deze wet stelt gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen.
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Wmo.
Periodieke bijstanduitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van een bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.
Bijstandswetten zijn de Participatiewet (vanaf 2015) en de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015).
Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Een uitkering aan een (echt)paar wordt geteld als één uitkering aan twee personen.
Totaal
Het totaal aantal uitkeringen op grond van een bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Bijstandswetten zijn de Participatiewet (vanaf 2015) en de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015).
Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

De cijfers over het aantal bijstandsuitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal bijstandsuitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.
WWB uitkeringen
Het aantal uitkeringen aan thuiswonenden jonger dan 65 jaar op grond van de Wet Werk en Bijstand (tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Wet werk en bijstand (WWB)
De WWB is een wettelijke sociale voorziening die op 1 januari 2004 in werking is getreden ter vervanging van de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW) en het Besluit In- en Doorstroombanen (ID-banen). Uitgangspunt van de wet is dat mensen zoveel mogelijk zelf in hun eigen onderhoud voorzien. De WWB regelt bijstand voor mensen die hiertoe niet in staat zijn en die geen beroep kunnen doen op een ander socialezekerheidswet. Uitvoering van de wet ligt bij de gemeente, die naast financiële steun ook hulp biedt bij re-integratie in het arbeidsproces. De WWB is per 1 januari 2015 op enkele punten aangepast en vervangen door de Participatiewet.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de WSW. Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.

De cijfers over het aantal bijstandsuitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal bijstandsuitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.
IOAW uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Wet inkomensvoorziening oudere gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
De IOAW biedt een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan oudere werkloze werknemers, van wie het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd. De wet is in werking getreden op 1 januari 1987 en is ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996. Het recht op een IOAW-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De cijfers over het aantal IOAW-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal IOAW-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.
IOAZ uitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
De IOAZ biedt een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan gewezen zelfstandigen van 55 jaar en ouder, van wie het inkomen duurzaam minder bedraagt dan het sociaal minimum en die als gevolg daarvan het bedrijf of beroep hebben beëindigd. De wet is in werking getreden op 1 januari 1987 en is ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996. Het recht op een IOAZ-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De cijfers over het aantal IOAZ-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal IOAZ-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.
Uitkeringen aan adreslozen
Het aantal uitkeringen aan bijstandsontvangers zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Een beperkt aantal gemeenten is aangewezen om bijstand te verlenen aan adreslozen. Deze gemeenten zijn aangewezen in het Bijstandsbesluit adreslozen. Met ingang van 1999.

De cijfers over het aantal uitkeringen aan adreslozen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal uitkeringen aan adreslozen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.
BBZ uitkeringen
Het aantal uitkeringen aan zelfstandigen ingevolge het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz) op 31 december 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2017.

Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien. Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen. Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

De cijfers over het aantal BBZ-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal BBZ-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2017 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2015 gaan.