Personen met een uitkering; soort uitkering, wijken en buurten 2016

Personen met een uitkering; soort uitkering, wijken en buurten 2016

Wijken en buurten Perioden Personen per soort uitkering Werkloosheidsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering Bijstandsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering Arbeidsongeschiktheidsuitkering (aantal) Personen per soort uitkering AOW-uitkering (aantal) Personen per soort uitkering, relatief Werkloosheidsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief Bijstandsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief Arbeidsongeschiktheidsuitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Personen per soort uitkering, relatief AOW-uitkering (% van het aantal inwoners vanaf 15 jaar) Inwoners Inwoners vanaf 15 jaar (aantal) Inwoners Inwoners vanaf 15 jr tot AOW-leeftijd (aantal) Inwoners Inwoners vanaf de AOW-leeftijd (aantal)
Verspreide huizen ten westen van Aalten 2016 maart 0 0 0 50 1 1 2 23 200 150 50
Verspreide huizen ten westen van Aalten 2016 juni 0 0 0 50 1 1 1 23 210 160 50
Verspreide huizen ten westen van Aalten 2016 september 0 0 0 50 2 1 1 24 210 160 50
Verspreide huizen ten westen van Aalten 2016 december 0 0 0 50 2 1 2 24 200 150 50
Van Boetzelaerstraat 2016 maart 60 30 80 400 3 1 4 19 2.140 1.740 400
Van Boetzelaerstraat 2016 juni 50 30 80 410 3 1 4 19 2.140 1.730 410
Van Boetzelaerstraat 2016 september 60 30 70 400 3 1 3 19 2.140 1.740 400
Van Boetzelaerstraat 2016 december 50 30 70 400 2 1 3 19 2.150 1.750 400
G. van Stellingwerfstraat 2016 maart 50 40 80 180 3 3 6 13 1.330 1.150 180
G. van Stellingwerfstraat 2016 juni 40 40 80 180 3 3 6 14 1.320 1.140 180
G. van Stellingwerfstraat 2016 september 50 40 80 180 3 3 6 14 1.320 1.140 180
G. van Stellingwerfstraat 2016 december 50 40 70 180 4 3 5 14 1.330 1.150 180
Juliana van Stolberg 2016 maart 60 80 110 190 5 7 10 17 1.150 960 190
Juliana van Stolberg 2016 juni 50 90 100 200 5 8 9 17 1.160 960 200
Juliana van Stolberg 2016 september 50 90 100 200 5 8 9 18 1.150 950 200
Juliana van Stolberg 2016 december 50 100 100 210 4 8 9 18 1.170 960 210
Van Loonbuurt 2016 maart 20 10 20 250 2 1 2 19 1.270 1.030 250
Van Loonbuurt 2016 juni 30 10 20 240 2 1 2 19 1.290 1.040 240
Van Loonbuurt 2016 september 30 10 20 250 3 0 2 19 1.280 1.040 250
Van Loonbuurt 2016 december 30 10 20 240 3 1 2 19 1.300 1.060 240
Van Lennepbuurt 2016 maart 160 480 380 840 3 8 6 13 6.350 5.510 840
Van Lennepbuurt 2016 juni 150 470 360 840 2 8 6 13 6.330 5.480 850
Van Lennepbuurt 2016 september 150 460 350 850 2 7 6 14 6.300 5.450 850
Van Lennepbuurt 2016 december 150 460 350 860 2 7 6 14 6.300 5.440 860
Van der Helstpleinbuurt 2016 maart 90 180 140 290 3 5 4 9 3.410 3.120 290
Van der Helstpleinbuurt 2016 juni 90 180 140 300 3 5 4 9 3.400 3.100 300
Van der Helstpleinbuurt 2016 september 100 160 140 300 3 5 4 9 3.400 3.100 300
Van der Helstpleinbuurt 2016 december 90 160 140 300 3 5 4 9 3.380 3.080 300
Laan van Spartaan 2016 maart 30 80 80 120 3 7 7 11 1.130 1.010 120
Laan van Spartaan 2016 juni 30 80 80 120 2 6 6 9 1.350 1.220 120
Laan van Spartaan 2016 september 30 80 80 130 2 6 6 9 1.400 1.270 130
Laan van Spartaan 2016 december 30 80 80 130 2 6 6 9 1.410 1.290 130
Pieter van der Doesbuurt 2016 maart 50 130 60 160 3 8 4 10 1.630 1.460 160
Pieter van der Doesbuurt 2016 juni 50 140 70 160 3 9 4 10 1.650 1.490 160
Pieter van der Doesbuurt 2016 september 60 140 70 160 3 8 4 10 1.660 1.500 160
Pieter van der Doesbuurt 2016 december 60 140 70 160 4 9 4 9 1.680 1.520 160
Van Galenbuurt 2016 maart 150 610 280 470 3 10 5 8 6.050 5.570 480
Van Galenbuurt 2016 juni 160 600 270 470 3 10 5 8 6.040 5.560 480
Van Galenbuurt 2016 september 150 600 270 470 2 10 5 8 6.070 5.600 470
Van Galenbuurt 2016 december 150 580 270 470 3 10 5 8 6.050 5.590 470
Van Tuyllbuurt 2016 maart 90 100 120 470 3 3 3 13 3.610 3.140 470
Van Tuyllbuurt 2016 juni 90 100 110 480 3 3 3 13 3.610 3.130 480
Van Tuyllbuurt 2016 september 90 100 110 470 3 3 3 13 3.580 3.110 470
Van Tuyllbuurt 2016 december 100 100 110 460 3 3 3 13 3.600 3.130 470
Van der Kunbuurt 2016 maart 10 50 40 80 3 11 7 17 470 390 80
Van der Kunbuurt 2016 juni 10 50 40 80 3 11 8 17 470 400 80
Van der Kunbuurt 2016 september 10 50 40 80 3 11 7 16 480 400 80
Van der Kunbuurt 2016 december 10 50 30 80 3 11 7 16 480 400 80
Van der Pekbuurt 2016 maart 120 560 270 360 3 15 7 9 3.850 3.500 360
Van der Pekbuurt 2016 juni 120 560 280 360 3 15 7 9 3.830 3.470 360
Van der Pekbuurt 2016 september 100 560 270 370 2 14 7 9 3.940 3.570 370
Van der Pekbuurt 2016 december 110 560 280 380 3 14 7 10 3.970 3.590 380
Plan van Gool 2016 maart 60 300 110 390 3 13 5 17 2.340 1.950 390
Plan van Gool 2016 juni 70 290 100 390 3 12 4 17 2.390 1.990 400
Plan van Gool 2016 september 60 310 100 400 3 12 4 16 2.470 2.070 400
Plan van Gool 2016 december 70 310 100 400 3 12 4 16 2.500 2.100 400
Filips van Almondekwartier 2016 maart 20 60 40 70 2 6 4 7 930 860 70
Filips van Almondekwartier 2016 juni 20 60 30 70 2 6 4 7 950 880 70
Filips van Almondekwartier 2016 september 20 50 30 70 2 5 4 7 950 880 70
Filips van Almondekwartier 2016 december 20 50 30 70 3 5 4 7 950 890 70
Van Brakelkwartier 2016 maart 30 80 50 90 4 10 6 10 840 760 90
Van Brakelkwartier 2016 juni 30 80 50 90 3 10 6 11 840 750 90
Van Brakelkwartier 2016 september 20 80 50 90 3 10 6 10 840 760 90
Van Brakelkwartier 2016 december 30 90 50 90 3 11 6 11 860 760 90
Emanuel van Meterenbuurt 2016 maart 50 80 70 430 3 5 4 25 1.750 1.310 430
Emanuel van Meterenbuurt 2016 juni 40 90 70 440 2 5 4 25 1.770 1.330 440
Emanuel van Meterenbuurt 2016 september 40 90 70 430 2 5 4 24 1.760 1.330 430
Emanuel van Meterenbuurt 2016 december 50 90 70 420 3 5 4 24 1.770 1.350 420
Verspr.h. ten zuiden van Eemskanaal 2016 maart 0 0 10 20 3 1 8 18 90 70 20
Verspr.h. ten zuiden van Eemskanaal 2016 juni 0 0 10 20 2 1 7 18 90 70 20
Verspr.h. ten zuiden van Eemskanaal 2016 september 0 0 10 20 2 1 8 20 90 70 20
Verspr.h. ten zuiden van Eemskanaal 2016 december 0 0 10 20 4 1 7 20 80 70 20
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 2016 maart 10 0 10 30 7 2 4 24 130 100 30
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 2016 juni 10 0 10 30 5 2 4 23 130 100 30
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 2016 september 10 0 10 30 5 2 4 23 130 100 30
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 2016 december 0 0 10 30 3 2 4 22 130 100 30
Van Verschuerbuurt 2016 maart 20 70 50 30 5 16 12 8 400 370 30
Van Verschuerbuurt 2016 juni 20 60 50 30 4 16 12 8 400 360 30
Van Verschuerbuurt 2016 september 20 70 50 30 4 16 12 9 400 360 30
Van Verschuerbuurt 2016 december 20 60 50 40 4 16 13 9 400 360 40
West van Schaarsbergen 2016 maart 10 30 220 70 2 4 36 11 620 550 70
West van Schaarsbergen 2016 juni 10 20 220 70 2 4 36 11 620 550 70
West van Schaarsbergen 2016 september 10 20 230 70 1 3 35 11 640 570 70
West van Schaarsbergen 2016 december 10 20 230 60 2 3 36 10 630 560 60
N.O. van Schaarsbergen 2016 maart 0 0 10 20 1 2 6 12 150 130 20
N.O. van Schaarsbergen 2016 juni 0 0 10 20 1 2 6 13 140 130 20
N.O. van Schaarsbergen 2016 september 0 0 10 20 2 2 6 13 140 130 20
N.O. van Schaarsbergen 2016 december 0 0 10 20 3 2 4 15 140 120 20
Verspr.h. ten Z.W. van Middenbeemster 2016 maart 0 0 20 90 1 0 4 26 350 260 90
Verspr.h. ten Z.W. van Middenbeemster 2016 juni 0 0 20 90 1 0 4 27 340 250 90
Verspr.h. ten Z.W. van Middenbeemster 2016 september 0 0 10 90 1 0 4 27 350 250 90
Verspr.h. ten Z.W. van Middenbeemster 2016 december 0 0 10 90 0 0 4 27 350 250 90
Verspr.h. ten O. en Z. van de spoorlijn 2016 maart 0 0 0 20 3 0 1 28 70 50 20
Verspr.h. ten O. en Z. van de spoorlijn 2016 juni 0 0 0 20 3 0 1 27 80 60 20
Verspr.h. ten O. en Z. van de spoorlijn 2016 september 0 0 0 20 3 0 1 26 80 60 20
Verspr.h. ten O. en Z. van de spoorlijn 2016 december 0 0 0 20 3 0 1 26 80 60 20
Verspr.h. ten Z.O. van Bellingwolde 2016 maart 0 0 20 80 1 1 5 25 340 260 80
Verspr.h. ten Z.O. van Bellingwolde 2016 juni 10 0 20 80 2 1 5 25 340 260 80
Verspr.h. ten Z.O. van Bellingwolde 2016 september 10 0 10 80 2 1 4 24 340 260 80
Verspr.h. ten Z.O. van Bellingwolde 2016 december 10 0 20 80 1 1 5 24 350 270 80
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel geeft per gemeente, wijk en buurt (indeling 2016), inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom en bijstand.
Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)) of twee uitkeringen van verschillende soort (zoals een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld, in het eerste geval slechts één keer (bij de WAO).
Bij de categorie personen met een uitkering (totaal) wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.

De cijfers over aantallen personen met een uitkering per buurt, wijk of gemeente kunnen in geringe mate afwijken van elders op StatLine gepubliceerde cijfers, doordat gebruik wordt gemaakt van de meest recente gegevens uit de gemeentelijke bevolkingsregisters. Omdat verschillende StatLine-tabellen op verschillende momenten geactualiseerd worden, kan het voorkomen dat voor de ene tabel een andere versie van de bevolkingsregisters wordt gebruikt dan voor een andere tabel. De laatst gepubliceerde cijfers zijn in dat geval het meest accuraat.

Gegevens beschikbaar vanaf: maart 2016

Status van de cijfers:
De cijfers van 2016 zijn definitief.

Wijzigingen per 20 maart 2025:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Personen per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en ouderdomsuitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheidsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW).
Bijstandsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW).

Participatiewet
De Participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
AOW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd.
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2024 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024: 67 jaar.

Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate.
Personen per soort uitkering, relatief
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet, Bijstandswet, Arbeidsongeschiktheidswet en de Algemene Ouderdomswet in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder per regio.
Werkloosheidsuitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidswet (WW) in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Bijstandsuitkering
Het aantal personen dat een bijstandsuitkering in het kader van de Participatiewet (PW) ontvangt in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.


Participatiewet
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de Wsw.
Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.
Arbeidsongeschiktheidsuitkering
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong) in procenten van het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
AOW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd.
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2024 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024: 67 jaar.

Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate.
Inwoners
Het aantal inwoners van een gemeente, wijk en buurt.
Inwoners vanaf 15 jaar
Het aantal inwoners van 15 jaar en ouder.
Inwoners vanaf 15 jr tot AOW-leeftijd
Het aantal inwoners vanaf 15 jaar tot de AOW-leeftijd.

De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2024 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024: 67 jaar.

Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate.
Inwoners vanaf de AOW-leeftijd
Het aantal inwoners vanaf de AOW-leeftijd.

De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2024 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024: 67 jaar.

Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate.