Kerncijfers wijken en buurten 2016

Kerncijfers wijken en buurten 2016

Wijken en buurten Regioaanduiding Gemeentenaam (naam) Regioaanduiding Indelingswijziging wijken en buurten (code) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Actieven 15-75 jaar (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Bedrijfsvestigingen, SBI 2008 Bedrijfsvestigingen naar activiteit K-L Financiële diensten, onroerend goed (aantal) Bedrijfsvestigingen, SBI 2008 Bedrijfsvestigingen naar activiteit R-U Cultuur, recreatie, overige diensten (aantal)
Wijk 17 Gieten Aa en Hunze 1 4.000 30,6 24,8 40,7 19,9 55,9 33,5 21,1 4,8 4,6 35 55
Gieten Aa en Hunze 1 3.900 30,5 24,7 40,8 19,7 55,9 34,1 20,7 4,6 4,5 35 55
Verspreide huizen Gieten Aa en Hunze 1 100 31,8 27,8 36,5 27,0 56,1 . . . . 0 0
Aalten Aalten . 21.200 26,6 21,4 42,3 13,3 61,6 34,7 16,9 4,6 4,4 190 245
Wijk 01 Buitengebied Aalten Aalten 1 3.200 26,7 21,5 44,8 14,9 64,1 25,8 28,9 5,0 4,8 40 45
Verspreide huizen ten westen van Aalten Aalten 1 200 25,9 20,4 43,4 11,1 65,5 . . . . 5 0
Wijk 03 Aalten Kern Aalten 1 10.000 26,9 21,5 41,6 13,3 61,6 36,0 14,9 4,1 4,1 70 100
Aalten-kern West Aalten 1 1.600 25,5 20,1 41,3 11,2 57,3 34,7 10,5 3,8 3,8 5 5
Aalten-kern Zuid 1 Aalten 1 1.900 24,9 19,7 44,6 10,2 63,2 34,7 12,3 3,7 3,5 5 15
Aalten-kern Zuid 2 Aalten 1 1.200 27,4 21,6 39,7 14,9 65,3 20,0 24,1 3,1 2,4 5 15
Aalten-kern Noord/Noordoost Aalten 1 2.100 27,2 22,2 41,1 14,1 62,3 36,3 14,6 2,8 2,8 25 20
Aalten Kern 't Kobus Aalten 1 500 37,2 25,0 30,0 30,4 73,9 12,2 36,3 1,3 0,8 10 10
Aalten-kern Oost Aalten 1 800 25,4 20,1 39,6 11,0 61,0 30,6 12,7 3,3 3,5 5 5
Aalten-kern Centrum Aalten 1 1.800 27,3 23,5 44,4 12,8 56,8 53,1 12,8 7,4 8,3 20 35
Buitenpost Achtkarspelen 1 3.900 27,1 20,8 42,9 15,1 55,4 39,1 13,8 7,0 6,6 25 55
Verspreide huizen Buitenpost Achtkarspelen 1 500 28,1 21,0 44,8 16,2 57,9 30,8 26,1 7,6 8,4 10 5
Buitengebied Poortugaal Albrandswaard 1 100 41,7 36,2 29,8 40,4 . . . . . . .
Buitengebied Rhoon-Noord Albrandswaard 1 0 . . . . . . . . . . .
Buitengebied Rhoon-Zuid Albrandswaard 1 100 40,5 34,6 33,6 34,4 63,6 . . . . 5 0
Wijk 05 Buitengebied Albrandswaard Albrandswaard 1 200 42,9 33,8 31,6 29,5 63,5 . . . . 5 5
Buitengebied Albrandswaard 1 200 43,2 33,9 31,3 29,1 63,8 . . . . 5 5
Staatsliedenkwartier en Landstraten Alkmaar 1 1.800 29,3 24,2 41,0 17,5 56,6 49,0 17,2 11,9 9,7 5 20
Huttenveld Almelo 1 1.300 33,8 24,6 33,5 26,6 67,7 10,1 34,1 1,5 1,2 15 10
De Meenten Almere 1 1.800 29,6 24,0 37,6 19,2 58,4 39,0 17,3 8,7 8,3 5 30
Tussen de Vaarten Noord Almere 1 4.000 30,4 22,7 37,9 20,6 62,9 31,4 21,8 9,0 7,6 20 55
Tussen de Vaarten Zuid Almere 1 7.400 32,6 23,9 34,8 23,9 64,9 27,7 25,3 6,1 5,2 45 95
Wijk 03 Almere Buiten Almere 1 41.100 31,2 23,3 36,7 21,7 62,3 33,0 21,7 8,3 7,3 250 520
Centrum Almere Buiten Almere 1 1.200 26,1 21,3 38,6 12,1 59,5 55,8 5,3 12,5 12,1 5 40
Buitenvaart Almere 1 200 28,0 23,2 39,2 18,3 75,4 . . . . 0 5
Overig Almere Buiten Almere 1 0 . . . . . . . . . . .
Ambachtenbuurt-West Alphen aan den Rijn 3 1.200 28,5 23,8 37,4 17,4 61,1 41,2 13,4 5,5 5,8 5 10
Ambachtenbuurt-Oost Alphen aan den Rijn 3 1.300 28,5 22,5 37,9 15,3 62,1 40,7 14,2 6,9 5,8 0 10
Horstenbuurt-Noord Alphen aan den Rijn 3 1.300 32,5 25,5 33,5 23,2 62,2 27,2 22,8 4,6 3,7 5 15
Horstenbuurt-Zuid Alphen aan den Rijn 3 1.300 31,2 23,7 31,7 20,8 67,9 24,0 21,6 4,4 3,5 0 10
Burgtenbuurt Alphen aan den Rijn 2 1.000 38,8 30,2 25,3 32,0 63,2 11,0 30,9 0,8 0,6 10 10
Componistenbuurt-Noord Alphen aan den Rijn 3 900 32,9 24,7 34,5 24,4 57,0 17,5 25,6 2,8 2,3 5 15
Componistenbuurt-Zuid Alphen aan den Rijn 3 1.300 29,8 25,4 31,9 18,4 55,7 33,1 12,4 3,4 2,7 0 25
Planetenbuurt-Noord Alphen aan den Rijn 3 1.300 25,4 19,2 45,3 12,5 56,3 42,7 13,3 13,2 11,8 0 5
Planetenbuurt-Zuid Alphen aan den Rijn 3 1.500 22,2 18,1 52,9 8,1 49,5 66,7 6,1 10,1 12,6 5 15
Edelstenenbuurt Alphen aan den Rijn 1 2.100 26,9 20,6 44,6 13,9 52,9 45,8 12,7 14,9 11,6 5 15
Buitengebied Hazerswoude-Dorp Alphen aan den Rijn 3 1.400 33,3 27,5 38,3 22,7 65,3 34,7 28,9 5,1 5,6 20 15
Buitengebied Hazerswoude-Rijndijk Alphen aan den Rijn 3 1.200 32,9 26,1 33,3 24,3 66,5 23,8 30,6 2,5 2,3 15 10
Buitengebied Koudekerk aan den Rijn Alphen aan den Rijn 3 400 36,7 31,3 40,8 25,1 57,1 25,4 41,2 5,7 5,7 10 5
Buitengebied Alphen Alphen-Chaam 1 700 31,4 26,1 40,4 19,2 68,4 21,4 45,0 6,1 6,4 5 5
Verspreide huizen in het Noordoosten Alphen-Chaam 1 600 30,5 25,5 39,2 21,4 57,8 24,7 35,8 3,8 3,5 10 10
Verspreide huizen in het Zuidwesten Alphen-Chaam 1 500 34,2 28,6 42,1 21,1 67,7 22,9 38,0 6,5 3,5 10 10
Beestenmarkt Amersfoort 1 900 38,3 33,9 23,7 31,4 72,4 38,8 14,5 4,3 3,8 15 35
Puntenburg Amersfoort 1 1.400 39,9 32,8 20,5 33,0 79,7 28,5 22,4 6,3 4,4 15 30
De Horsten Amersfoort 1 1.300 22,9 16,5 50,8 9,1 54,4 52,8 7,7 17,6 15,6 5 10
Wijk 11 Rustenburg Amersfoort 1 2.500 30,1 24,1 37,9 18,7 49,8 31,6 20,4 3,4 3,5 15 20
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2016.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.
Aangezien deze tabel is stopgezet, worden gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per oktober 2024
De indicator ‘Gemiddelde woningwaarde’ binnen thema Wonen is alsnog hernoemd tot ‘Gemiddelde WOZ-waarde van woningen’ ten behoeve van de aansluiting op andere verslagjaren. De definitie in deze jaartabel is ongewijzigd gebleven.

Wijzigingen per juli 2023
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een wijk bestaat uit één of meerdere buurten.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.
Gemeentenaam
De naam van de bestuurlijke gemeente. Deze naam volgt de officiële schrijfwijze.
Indelingswijziging wijken en buurten
Deze indicator geeft per wijk en buurt aan of de cijfers uit deze tabel zonder problemen kunnen worden gekoppeld aan en vergeleken met de cijfers van een jaar eerder, of dat er wijzigingen in de Wijk- en Buurtindeling zijn waardoor dit niet kan. Detailinformatie over wijzigingen in de Wijk- en Buurtindeling kan worden verkregen door de wijk- en buurtkaart van twee opeenvolgende jaren met elkaar te vergelijken.

De indicator kent drie mogelijke waarden:
1: De codering en afbakening van deze wijk/buurt is ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar. Het is wel mogelijk dat een naamswijziging heeft plaatsgevonden. De cijfers kunnen worden gekoppeld en vergeleken met die van het voorgaande jaar.
2: De codering van de wijk/buurt is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. De afbakening is ongewijzigd. Om te kunnen koppelen met cijfers van het voorgaande jaar zal eerst moeten worden achterhaald wat de codering van het voorgaande jaar was. Is de koppeling eenmaal geslaagd dan kunnen de cijfers alsnog met elkaar worden vergeleken.
3: De afbakening van de wijk/buurt is veranderd ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit kan gepaard zijn gegaan met een gewijzigde codering. De cijfers kunnen niet zonder meer worden vergeleken met die van het voorgaande jaar. Verschillen kunnen immers samenhangen met de verandering in de afbakening van de wijk of buurt.

Voor een wijk of buurt wordt alleen een wijziging in de afbakening geconstateerd wanneer een grens circa 5 meter of meer is verlegd. Kleinere grenswijzigingen worden niet als significant beschouwd.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen in particuliere huishoudens per regio.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Actieven 15-75 jaar
Het aandeel personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishuishoudens met als persoonlijke voornaamste inkomensbron inkomen uit arbeid of inkomen uit eigen onderneming, uitgedrukt in hele procenten van het totale aantal personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Huishoudens met een laag inkomen
Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.
Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan komt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum uit. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Bedrijfsvestigingen, SBI 2008
Bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 2008), exclusief bedrijfsvestigingen in de sectoren overheid, onderwijs en zorg

Deze tabel bevat gegevens over het aantal vestigingen van bedrijven naar economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De vestigingen zijn voorts ingedeeld naar de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar, naar wijken en naar buurten.

Status van de cijfers:
De cijfers hebben een voorlopig karakter.

Vestiging:
Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit ten minste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd.

Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt.

In deze tabel is gekozen voor de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging. Niet iedere vestiging van een bedrijf houdt zich bezig met de hoofdactiviteit (SBI) van het bedrijf als geheel. Om te weten welke activiteiten worden uitgevoerd in een regio is de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging gebruikt. In de tabel zijn de vestigingen (naast de totalen) ook naar de volgende zeven sectoren onderverdeeld:
A Landbouw, bosbouw en visserij
B-F Nijverheid en energie
G+I Handel en horeca
H+J Vervoer, informatie en communicatie
K-L Financiële diensten, onroerend goed
M-N Zakelijke dienstverlening
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten

De sectoren overheid, onderwijs en zorg zijn niet opgenomen vanwege de onbetrouwbaarheid van deze gegevens.

Het aantal vestigingen is afgerond op een veelvoud van vijf. In geval van afrondingen kan het voorkomen, dat de totalen niet precies overeenstemmen met de som der opgetelde getallen.
In geval de wijk of buurt van het bedrijf onbekend is, wordt dit bedrijf alleen op gemeentelijk niveau meegeteld. De onderverdeling naar sectoren is alleen vermeld bij 20 of meer bedrijven per buurt.
Bedrijfsvestigingen naar activiteit
K-L Financiële diensten, onroerend goed
Het betreft voorlopige cijfers.
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten
Het betreft voorlopige cijfers.