Kerncijfers wijken en buurten 2016

Kerncijfers wijken en buurten 2016

Wijken en buurten Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens totaal (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Eenpersoonshuishoudens (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens zonder kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (aantal) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Actieven 15-75 jaar (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Bedrijfsvestigingen, SBI 2008 Bedrijfsvestigingen naar activiteit K-L Financiële diensten, onroerend goed (aantal) Bedrijfsvestigingen, SBI 2008 Bedrijfsvestigingen naar activiteit M-N Zakelijke dienstverlening (aantal) Bedrijfsvestigingen, SBI 2008 Bedrijfsvestigingen naar activiteit R-U Cultuur, recreatie, overige diensten (aantal)
Wijk 11 Annerveenschekanaal 170 45 65 60 2,4 300 30,0 23,6 32,6 19,0 64,1 31,0 19,6 5,5 4,2 0 10 5
Annerveenschekanaal 170 45 65 60 2,4 300 30,0 23,6 32,6 19,0 64,1 31,0 19,6 5,5 4,2 0 10 5
Verspreide huizen Annerveenschekanaal 0 0 0 0 . 0 . . . . . . . . . . . .
Wijk 12 Eexterveenschekanaal 125 45 45 40 2,1 200 29,9 23,4 43,0 18,5 55,2 36,7 9,2 7,8 4,3 . . .
Eexterveenschekanaal 115 35 40 40 2,2 200 30,5 23,6 42,9 19,6 54,5 32,4 9,9 6,4 3,7 . . .
Verspreide huizen Eexterveenschekanaal 10 10 5 0 1,3 0 . . . . . . . . . . . .
Wijk 16 Gasselternijveenschemond 285 60 115 110 2,3 600 27,2 22,6 42,5 16,9 56,9 31,1 20,6 4,6 3,9 0 10 10
Gasselternijveenschemond 270 60 110 100 2,3 500 27,0 22,5 43,3 17,1 55,7 31,7 19,2 4,5 3,7 0 10 10
Gasselterboerveenschemond 10 0 5 5 3,2 0 . . . . . . . . . . . .
Verspr.h. Gasselternijveenschemond 0 0 0 0 3,5 0 . . . . . . . . . . . .
Boelenslaan 305 95 85 120 2,3 500 25,4 19,2 42,7 9,3 62,6 42,1 10,5 4,7 5,4 0 5 5
Verspreide huizen Boelenslaan 180 45 65 70 2,4 300 27,5 21,9 44,9 14,5 51,3 33,1 18,5 4,0 4,6 5 10 5
Binnenstad-West 1.660 1.050 415 195 1,5 2.200 35,9 32,3 29,3 24,9 72,0 50,1 13,5 7,4 6,6 60 120 140
Binnenstad-Oost 1.735 950 485 295 1,7 2.500 36,8 32,1 28,2 27,4 70,5 41,9 18,6 7,9 6,8 55 140 105
Wijk 10 Binnenstad 3.150 1.780 830 535 1,6 4.500 25,5 22,3 46,9 11,6 49,2 62,8 6,6 13,7 12,7 60 115 80
Binnenstad-Noord 1.330 770 345 210 1,6 1.900 26,2 23,3 43,8 12,7 52,5 60,9 7,8 12,6 11,6 40 70 55
Binnenstad-Zuid 980 610 270 95 1,5 1.300 28,1 26,1 43,8 14,8 51,1 59,4 7,6 12,2 11,1 15 40 20
Vriezenveenseweg e.o. Haghoek Oost 475 130 130 210 2,4 900 26,0 20,4 40,8 13,6 59,9 30,1 14,9 4,7 4,9 5 20 15
Vriezenveenseweg e.o. Haghoek West 725 295 215 210 2,0 1.200 27,7 22,5 37,8 14,1 62,1 40,3 9,8 5,8 4,6 5 15 10
Wijk 14 Wierdense Hoek 2.975 1.180 795 995 2,2 5.100 22,8 18,1 52,5 8,7 43,3 53,6 8,7 14,5 14,1 30 55 35
Drakensteyn en omgeving 705 310 185 205 2,0 1.100 18,1 14,8 64,3 3,1 35,0 73,9 1,1 17,9 17,3 0 5 5
De Grens 220 25 70 120 2,8 500 33,3 25,2 32,3 27,9 68,3 11,4 38,6 2,3 1,8 10 25 10
Evertsenstraat 1.030 375 250 400 2,3 1.800 29,9 22,2 38,9 20,2 60,4 43,1 19,1 13,3 11,0 5 50 30
Zwaluwenstraat 505 225 130 145 2,0 900 21,1 17,7 54,2 6,8 45,1 64,3 5,1 13,9 14,7 0 5 10
Bekenstein en De Luiaard 850 405 200 240 2,0 1.300 39,4 31,5 29,5 31,8 69,6 40,0 28,0 4,7 4,2 25 90 35
Rubensstraat 760 225 200 330 2,5 1.400 41,0 30,5 33,5 31,9 60,8 31,0 36,5 7,4 6,0 10 60 20
Huygenslaan 170 30 60 75 2,7 400 65,2 49,6 30,9 51,6 57,2 10,7 72,8 3,6 2,4 20 35 5
Verhoevenstraat 470 165 130 170 2,2 800 32,2 25,5 36,7 24,6 63,6 40,4 27,4 5,5 4,9 5 45 20
Uilenstede en Kronenburg 3.305 3.065 220 30 1,1 2.800 12,7 11,8 79,9 2,4 29,3 95,2 0,6 14,2 8,7 40 110 25
Houthavens 665 425 155 90 1,5 800 42,4 35,6 31,3 37,7 68,1 44,5 25,0 11,9 10,0 20 130 40
Houthavens West 265 200 45 30 1,4 300 38,2 32,4 37,2 32,2 67,8 57,2 17,8 10,4 7,8 5 35 10
Houthavens Oost 400 230 110 65 1,6 500 44,5 37,1 28,5 40,4 68,2 37,8 28,8 12,6 11,0 15 95 30
Venserpolder West 2.965 1.760 410 805 1,7 4.000 22,9 18,3 49,5 8,3 56,7 69,4 3,1 21,9 21,5 5 50 35
Venserpolder Oost 1.930 1.135 285 520 1,7 2.700 23,0 18,7 47,7 8,0 57,5 66,7 4,7 21,5 20,2 0 45 30
Binnenstad 3.230 1.975 910 340 1,5 4.400 29,1 26,6 36,5 15,6 61,7 57,3 7,7 10,0 7,9 75 165 105
Malkenschoten 130 70 20 30 1,8 200 24,0 20,0 61,6 13,0 47,4 64,2 10,8 . . 25 60 20
Angerenstein 810 250 215 340 2,4 1.500 45,1 33,6 26,9 40,2 64,5 18,2 44,1 2,2 2,0 30 85 15
Verspreide huizen Leensel en Hutten 25 10 5 15 2,7 100 . . . . . . . . . . . .
Wijk 17 Gaatkensoog 310 65 100 150 2,5 600 44,6 32,6 24,4 39,4 68,8 12,7 43,2 3,0 2,3 15 20 5
Gaatkensoog 310 65 100 150 2,5 600 44,6 32,6 24,4 39,4 68,8 12,7 43,2 3,0 2,3 15 20 5
BT Dierenstein 0 5 5 5 2,0 0 . . . . . . . . . 20 20 0
Blankensgoed 190 35 40 110 3,1 400 35,6 22,7 30,2 29,7 79,2 16,6 32,1 3,1 2,6 10 10 5
Industriegebied Hoogovens 0 5 5 0 1,5 0 . . . . . . . . . . . .
Wijk 04 Maartensdijk 2.175 665 745 760 2,4 4.100 31,2 24,5 39,5 20,6 58,4 32,3 25,4 5,7 5,3 45 125 50
Maartensdijk 2.080 640 715 720 2,4 3.900 31,3 24,6 39,3 20,6 58,3 32,6 25,0 5,7 5,3 35 115 45
Boendersweg-Strijensedijk (gedeeltelijk) 75 15 35 35 2,5 200 33,1 27,8 41,6 22,4 63,0 . . . . 5 10 5
Ravensberg 1.640 490 575 580 2,3 3.000 40,9 32,7 36,8 30,9 57,7 25,8 39,1 3,6 4,0 65 135 30
Verspr.h. Bovenstehuis en Peelsehuis 115 20 35 65 3,2 300 28,3 23,5 46,6 20,4 64,3 17,2 49,1 6,0 5,2 5 5 5
Lellens 20 5 5 10 2,5 0 . . . . . . . . . . . .
't Wensink Noord 420 105 155 155 2,3 800 30,0 23,9 44,2 19,6 55,2 35,6 22,0 11,9 10,2 15 35 15
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2016.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.
Aangezien deze tabel is stopgezet, worden gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per oktober 2024
De indicator ‘Gemiddelde woningwaarde’ binnen thema Wonen is alsnog hernoemd tot ‘Gemiddelde WOZ-waarde van woningen’ ten behoeve van de aansluiting op andere verslagjaren. De definitie in deze jaartabel is ongewijzigd gebleven.

Wijzigingen per juli 2023
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
De bevolking van Nederland op 1 januari.

Bevolking:
De inwoners van Nederland.
In de bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente.
In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage.
In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som. Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.

Het komt voor dat van inwoners wel bekend is binnen welke gemeente ze geregistreerd zijn, maar niet exact waar ze verblijven. Deze inwoners zijn daarom wel meegeteld in de gemeentecijfers, maar niet in de cijfers per wijk en buurt. De cijfers per gemeente kunnen daardoor afwijken van de onderliggende wijken of buurten, zelfs wanneer een gemeente slechts uit één wijk bestaat.
Particuliere huishoudens
Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.
Huishoudens totaal
Totaal particuliere huishoudens.
Eenpersoonshuishoudens
Een particulier huishouden bestaande uit één persoon.
Huishoudens zonder kinderen
Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren zonder kinderen, echtparen zonder kinderen en overige huishoudens.
Huishoudens met kinderen
Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens.
Gemiddelde huishoudensgrootte
Dit gemiddelde is berekend als het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen in particuliere huishoudens per regio.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Actieven 15-75 jaar
Het aandeel personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishuishoudens met als persoonlijke voornaamste inkomensbron inkomen uit arbeid of inkomen uit eigen onderneming, uitgedrukt in hele procenten van het totale aantal personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Huishoudens met een laag inkomen
Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.
Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan komt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum uit. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Bedrijfsvestigingen, SBI 2008
Bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 2008), exclusief bedrijfsvestigingen in de sectoren overheid, onderwijs en zorg

Deze tabel bevat gegevens over het aantal vestigingen van bedrijven naar economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De vestigingen zijn voorts ingedeeld naar de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar, naar wijken en naar buurten.

Status van de cijfers:
De cijfers hebben een voorlopig karakter.

Vestiging:
Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit ten minste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd.

Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt.

In deze tabel is gekozen voor de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging. Niet iedere vestiging van een bedrijf houdt zich bezig met de hoofdactiviteit (SBI) van het bedrijf als geheel. Om te weten welke activiteiten worden uitgevoerd in een regio is de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging gebruikt. In de tabel zijn de vestigingen (naast de totalen) ook naar de volgende zeven sectoren onderverdeeld:
A Landbouw, bosbouw en visserij
B-F Nijverheid en energie
G+I Handel en horeca
H+J Vervoer, informatie en communicatie
K-L Financiële diensten, onroerend goed
M-N Zakelijke dienstverlening
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten

De sectoren overheid, onderwijs en zorg zijn niet opgenomen vanwege de onbetrouwbaarheid van deze gegevens.

Het aantal vestigingen is afgerond op een veelvoud van vijf. In geval van afrondingen kan het voorkomen, dat de totalen niet precies overeenstemmen met de som der opgetelde getallen.
In geval de wijk of buurt van het bedrijf onbekend is, wordt dit bedrijf alleen op gemeentelijk niveau meegeteld. De onderverdeling naar sectoren is alleen vermeld bij 20 of meer bedrijven per buurt.
Bedrijfsvestigingen naar activiteit
K-L Financiële diensten, onroerend goed
Het betreft voorlopige cijfers.
M-N Zakelijke dienstverlening
Het betreft voorlopige cijfers.
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten
Het betreft voorlopige cijfers.