Kerncijfers wijken en buurten 2016

Kerncijfers wijken en buurten 2016

Wijken en buurten Sociale zekerheid Personen per soort uitkering; Bijstand (aantal) Sociale zekerheid Personen per soort uitkering; AO (aantal) Sociale zekerheid Personen per soort uitkering; WW (aantal) Sociale zekerheid Personen per soort uitkering; AOW (aantal)
Nederland 458.050 745.110 384.030 2.994.980
Aa en Hunze 390 1.150 590 5.990
Wijk 00 Annen 30 110 90 830
Annen 30 110 80 790
Verspreide huizen Annen 0 10 0 30
Wijk 01 Eext 30 50 30 270
Eext 20 40 30 220
Verspreide huizen Eext 0 10 0 40
Wijk 02 Anloo 20 20 10 120
Anloo 0 10 10 90
Verspreide huizen Anloo 20 10 0 30
Wijk 03 Gasteren 10 20 10 110
Gasteren 10 10 10 110
Verspreide huizen Gasteren . . . .
Wijk 04 Anderen 0 20 10 50
Anderen 0 20 10 50
Verspreide huizen Anderen . . . .
Wijk 05 Schipborg 10 20 10 170
Schipborg 10 20 10 150
Verspreide huizen Schipborg . . . .
Wijk 06 Eexterveen 0 10 0 70
Eexterveen 0 10 0 70
Verspreide huizen Eexterveen . . . .
Wijk 07 Spijkerboor 0 0 10 20
Spijkerboor 0 0 10 20
Verspreide huizen Spijkerboor . . . .
Wijk 08 Nieuw-Annerveen 0 0 10 20
Nieuw-Annerveen 0 0 10 20
Verspreide huizen Nieuw-Annerveen . . . .
Wijk 09 Oud-Annerveen 0 10 10 20
Oud-Annerveen 0 10 10 20
Verspreide huizen Oud-Annerveen . . . .
Wijk 11 Annerveenschekanaal 10 30 10 50
Annerveenschekanaal 10 30 10 50
Verspreide huizen Annerveenschekanaal . . . .
Wijk 12 Eexterveenschekanaal 10 20 10 40
Eexterveenschekanaal 0 20 10 40
Verspreide huizen Eexterveenschekanaal . . . .
Wijk 13 Eexterzandvoort 0 10 0 30
Eexterzandvoort 0 10 0 20
Verspreide huizen Eexterzandvoort . . . .
Wijk 14 Gasselte 50 70 40 550
Gasselte 40 50 30 460
Kostvlies 0 10 0 40
Verspreide huizen Gasselte 10 20 0 50
Wijk 15 Gasselternijveen 70 80 60 330
Gasselternijveen 70 80 60 330
Gasselterboerveen . . . .
Verspreide huizen Gasselternijveen . . . .
Wijk 16 Gasselternijveenschemond 10 50 20 120
Gasselternijveenschemond 10 50 20 120
Gasselterboerveenschemond . . . .
Verspr.h. Gasselternijveenschemond . . . .
Wijk 17 Gieten 90 170 140 1.330
Gieten 90 160 130 1.280
Verspreide huizen Gieten 0 0 10 50
Wijk 18 Gieterveen 10 50 40 220
Gieterveen 10 30 20 110
Bonnerveen 0 0 10 10
Nieuwediep 0 10 10 40
Verspreide huizen Gieterveen 0 10 10 50
Wijk 19 Rolde 40 350 70 1.340
Rolde 40 140 60 1.200
Ballo 0 10 0 40
Nijlande 0 0 0 10
Deurze 0 0 0 10
Verspreide huizen Nooitgedacht 0 200 0 40
Verspreide huizen Rolde 0 0 0 30
Wijk 20 Grolloo 10 50 30 210
Grolloo 0 20 20 120
Schoonloo 10 10 10 40
Verspreide huizen Papenvoort 0 10 0 0
Verspreide huizen Grolloo 0 20 10 50
Wijk 21 Ekehaar 0 20 10 100
Ekehaar 0 10 0 60
Amen 0 0 0 20
Verspreide huizen Ekehaar 0 0 0 20
Aalburg 110 390 210 2.050
Wijk 00 Wijk en Aalburg 60 180 100 1.010
Wijk en Aalburg 50 160 80 880
Spijk 0 10 10 100
Verspreide huizen Wijk en Aalburg 0 10 0 30
Wijk 01 Veen 30 70 40 360
Veen 30 70 40 360
Verspreide huizen Veen 0 0 0 10
Wijk 02 Genderen 10 60 20 290
Genderen 10 60 20 270
Verspreide huizen Genderen 0 0 0 20
Wijk 03 Eethen 10 30 10 140
Eethen 10 20 10 100
Verspreide huizen Eethen 0 10 0 30
Wijk 04 Meeuwen 0 20 10 120
Meeuwen 0 20 10 110
Verspreide huizen Meeuwen 0 0 0 20
Wijk 05 Drongelen 0 10 10 70
Drongelen 0 10 10 50
Verspreide huizen Drongelen 0 0 0 20
Wijk 06 Babyloniënbroek 0 10 10 60
Babyloniënbroek 0 10 10 60
Verspreide huizen Babyloniënbroek 0 0 0 10
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar over: 2016.

Status van de cijfers:
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.
Aangezien deze tabel is stopgezet, worden gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per oktober 2024
De indicator ‘Gemiddelde woningwaarde’ binnen thema Wonen is alsnog hernoemd tot ‘Gemiddelde WOZ-waarde van woningen’ ten behoeve van de aansluiting op andere verslagjaren. De definitie in deze jaartabel is ongewijzigd gebleven.

Wijzigingen per juli 2023
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Sociale zekerheid
Deze tabel geeft per gemeente, wijk en buurt inzicht in het aantal personen dat een uitkering ontvangt op grond van arbeidsongeschiktheid, bijstand, werkloosheid en AOW.
Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)) of twee uitkeringen van verschillende soort (zoals een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld, in het eerste geval slechts één keer (bij de WAO).
Bij de categorie personen met een uitkering (totaal) wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Personen per soort uitkering; Bijstand
Personen die een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 1 januari 2015) of de Participatiewet (vanaf 1 januari 2015) ontvangen.
Het gaat in deze tabel om algemeen periodieke uitkeringen aan thuiswonende personen tot de AOW-leeftijd.

Wet werk en bijstand (WWB)
Wettelijke sociale voorziening die op 1 januari 2004 in werking is getreden ter vervanging van de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW) en het Besluit In- en Doorstroombanen (ID-banen).
De WWB was tot 1 januari 2015 de wet die in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en bijstand regelde voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen.
De wet is per 1 januari 2015 gewijzigd en heet sindsdien Participatiewet.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WsW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
De wet regelt in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verlenen van bijstand door gemeenten voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen.
Werk gaat voor inkomen: oogmerk van de wet is om mensen met of zonder arbeidsbeperking op de kortste weg naar betaald werk te kunnen zetten.
De gemeenten voeren de wet uit en bepalen, binnen de wettelijke grenzen, hun eigen beleid.

De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop recht is ontstaan op het basispensioen van de Rijksoverheid op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Tot 1 januari 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Vanaf die datum gaat de AOW-leeftijd jaarlijks met één of meerdere maanden omhoog. Zo was de AOW-leeftijd in 2013 65 jaar en één maand, in 2014 was die leeftijd 65 jaar en twee maanden.
De AOW-leeftijd wordt vanaf 2016 in stappen van 3 maanden verhoogd en vanaf 2018 in stappen van 4 maanden. Daarmee wordt de AOW-leeftijd 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Het betreft voorlopige cijfers.
Personen per soort uitkering; AO
Personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Wet die als doel heeft om personen in loondienst te verzekeren van een loonvervangende uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
Een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.
De WAZ is met ingang van 1 augustus 2004 geblokkeerd.

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
Wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd.
Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden en een opleiding of studie volgen.

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong)
Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden.
In tegenstelling tot de 'oude' Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen.
De 'oude' Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 een uitkering hebben aangevraagd.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De wet geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering.
De wet is zo opgezet dat een persoon gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De WIA kent twee regelingen: de regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een loonvervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.
De WGA regelt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen of een minimumuitkering als men niet of onvoldoende werkt.

Het betreft voorlopige cijfers.
Personen per soort uitkering; WW
Personen die een uitkering ontvangen op grond van de Werkloosheidswet (WW).

Werkloosheidswet (WW)
De wet heeft tot doel werknemers te verzekeren tegen de financiële gevolgen van werkloosheid.
De wet voorziet in een uitkering die gerelateerd is aan het laatstverdiende inkomen uit dienstbetrekking.
De duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van de verzekerde. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) beoordeelt of men voor een WW-uitkering in aanmerking komt.

Het betreft voorlopige cijfers.
Personen per soort uitkering; AOW
Personen die een basispensioen van de Rijksoverheid ontvangen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).

Algemene Ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen met de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop recht is ontstaan op het basispensioen van de Rijksoverheid op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Tot 1 januari 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Vanaf die datum gaat de AOW-leeftijd jaarlijks met één of meerdere maanden omhoog. Zo was de AOW-leeftijd in 2013 65 jaar en één maand, in 2014 was die leeftijd 65 jaar en twee maanden.
De AOW-leeftijd wordt vanaf 2016 in stappen van 3 maanden verhoogd en vanaf 2018 in stappen van 4 maanden. Daarmee wordt de AOW-leeftijd 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Het betreft voorlopige cijfers.