Maatstaven gemeentefonds; Sociaal domein; diverse peildata; regio 2016
| Regio's | WMO Lokaal klantenpotentieel (aantal) |
|---|---|
| Nederland | |
| Aa en Hunze | 19.360 |
| Aalburg | 10.880 |
| Aalsmeer | 24.800 |
| Aalten | 26.620 |
| Achtkarspelen | 27.000 |
| Alblasserdam | 17.190 |
| Albrandswaard | 17.000 |
| Alkmaar | 118.100 |
| Almelo | 82.620 |
| Almere | 205.220 |
| Alphen aan den Rijn | 108.000 |
| Alphen-Chaam | 5.920 |
| Ameland | 3.440 |
| Amersfoort | 175.530 |
| Amstelveen | 86.970 |
| Amsterdam | 906.940 |
| Apeldoorn | 165.090 |
| Appingedam | 13.100 |
| Arnhem | 181.200 |
| Assen | 75.970 |
| Asten | 16.110 |
| Baarle-Nassau | 4.700 |
| Baarn | 21.300 |
| Barendrecht | 44.800 |
| Barneveld | 51.440 |
| Bedum | 8.630 |
| Beek (L.) | 13.790 |
| Beemster | 4.700 |
| Beesel | 14.360 |
| Bellingwedde | 7.470 |
| Berg en Dal | 26.680 |
| Bergeijk | 14.740 |
| Bergen (L.) | 11.150 |
| Bergen (NH.) | 25.800 |
| Bergen op Zoom | 72.870 |
| Berkelland | 42.740 |
| Bernheze | 23.850 |
| Best | 28.250 |
| Beuningen | 21.740 |
| Beverwijk | 38.210 |
| het Bildt | 8.930 |
| De Bilt | 34.450 |
| Binnenmaas | 17.600 |
| Bladel | 17.900 |
| Blaricum | 6.170 |
| Bloemendaal | 12.220 |
| Bodegraven-Reeuwijk | 26.180 |
| Boekel | 8.460 |
| Ten Boer | 5.290 |
| Borger-Odoorn | 20.660 |
| Borne | 20.150 |
| Borsele | 17.990 |
| Boxmeer | 26.820 |
| Boxtel | 29.780 |
| Breda | 201.660 |
| Brielle | 13.320 |
| Bronckhorst | 29.290 |
| Brummen | 18.590 |
| Brunssum | 29.920 |
| Bunnik | 8.410 |
| Bunschoten | 17.890 |
| Buren | 17.410 |
| Capelle aan den IJssel | 66.520 |
| Castricum | 29.530 |
| Coevorden | 32.640 |
| Cranendonck | 17.920 |
| Cromstrijen | 10.140 |
| Cuijk | 24.860 |
| Culemborg | 29.020 |
| Dalfsen | 25.440 |
| Dantumadiel | 18.530 |
| Delft | 106.330 |
| Delfzijl | 25.450 |
| Deurne | 31.050 |
| Deventer | 109.050 |
| Diemen | 19.810 |
| Dinkelland | 20.890 |
| Doesburg | 11.250 |
| Doetinchem | 61.520 |
| Dongen | 22.990 |
| Dongeradeel | 23.610 |
| Dordrecht | 139.150 |
| Drechterland | 15.220 |
| Drimmelen | 18.820 |
| Dronten | 38.720 |
| Druten | 16.670 |
| Duiven | 25.740 |
| Echt-Susteren | 29.650 |
| Edam-Volendam | 30.550 |
| Ede | 115.470 |
| Eemnes | 6.250 |
| Eemsmond | 14.360 |
| Eersel | 14.750 |
| Eijsden-Margraten | 16.990 |
| Eindhoven | 260.080 |
| Elburg | 21.590 |
| Emmen | 112.600 |
| Enkhuizen | 18.690 |
| Enschede | 166.740 |
| Bron: CBS | |
Tabeltoelichting
Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, Participatiewet en WMO (Sociaal domein). Voor de verdeling van het landelijke budget voor de uitvoering van deze drie wetten over de gemeenten zijn verdeelmodellen ontwikkeld. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Jeugdwet, Participatiewet en Wmo.
Gegevens beschikbaar voor 2016
Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.
Wijzigingen per 31 mei 2018:
De naam en toelichting van de indicator ‘Personen met een Wajong-uitkering’ is aangepast. Het gaat om ‘Wajong-uitkeringen’ en niet om ‘Personen met een Wajong-uitkering’. Dat staat nu goed in de tabel.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen naar verwachting eind mei 2017 beschikbaar. Deze zullen in een nieuwe, aparte StatLine tabel komen.
Toelichting onderwerpen
- WMO
- Wet maatschappelijke ondersteuning zoals ingegaan op 1 januari 2015.
Deze wet stelt gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen.
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Wmo.- Lokaal klantenpotentieel
- Aantal potentiële lokale klanten van de woonkernen in een gemeente op 1 januari 2015 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.
Het aantal potentiële lokale klanten van een woonkern is gedefinieerd als het aantal inwoners dat die kern aantrekt uit alle kernen binnen een straal van 20 kilometer. De som van het aantal potentiële lokale klanten over alle gemeenten is gelijk aan het landelijk inwonertal op 1 januari en is afgerond op 10-tallen. Het zijn definitieve cijfers.
Voorafgaand aan de bepaling van het klantenpotentieel wordt eerst het zwaartepunt van ieder van de betrokken woonkernen bepaald. Het zwaartepunt van iedere woonkern wordt vastgelegd als een X- en een Y-coördinaat (in eenheden van 500 meter). Deze coördinaten worden in de berekening gebruikt om de onderlinge afstanden van woonkernen te bepalen. De afstand van een woonkern (Fvw-Gf) tot zichzelf en de afstand van twee woonkernen (Fvw-Gf) minder dan een kilometer wordt ten behoeve van de berekeningen op één kilometer gesteld. Vervolgens wordt het inwonertal van iedere woonkern binnen een gemeente bepaald. Inwoners van een gemeente die niet in een woonkern wonen, worden aan de woonkernen van een gemeente toegedeeld naar rato van hun inwonertal.
Als eerste stap in de berekening van het lokaal plantenpotentieel wordt voor iedere woonkern in Nederland het aantal inwoners volgens een formule opgesplitst in aantallen potentiële klanten van de woonkernen. Verondersteld is dat de lokale aantrekkingskracht van een kern recht evenredig toeneemt met het aantal inwoners en afneemt met het kwadraat van de afstand tot die kern. Als tweede stap wordt per woonkern de aldus toegekende potentiële lokale klanten opgeteld. Het klantenpotentieel van een gemeente wordt verkregen door het aantal potentiële klanten van alle woonkernen binnen de gemeente te sommeren.
Het peilmoment van definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo naar gemeentelijke indeling 2016 is 1 januari 2015. Tijdens de berekeningen van het lokaal klantenpotentieel worden de zwaartepunten van de kernen en hun gewicht per gemeente bepaald. Hierdoor wijken deze berekende cijfers af van het lokaal klantenpotentieel zoals berekend in de tabel “Maatstaven Financiële-verhoudingswet (Fvw)” voor de Algemene Uitkeringen uit het Gemeentefonds waar definitieve cijfers naar gemeentelijke indeling 2016 worden berekend met cijfers van het peilmoment 1 januari 2016.