Maatstaven gemeentefonds; Sociaal domein; diverse peildata; regio 2016

Maatstaven gemeentefonds; Sociaal domein; diverse peildata; regio 2016

Regio's Participatiewet Sociale zekerheid Personen met bijstand tot AOW-leeftijd (aantal) Jeugdwet Bijstand Eenouderhuishoudens met bijstand Driejaarsgemiddelde (aantal) Jeugdwet Bijstand Eenouderhuishoudens met bijstand 2014 (aantal) Jeugdwet Bijstand Eenouderhuishoudens met bijstand 2013 (aantal) Jeugdwet Bijstand Eenouderhuishoudens met bijstand 2012 (aantal) Jeugdwet Bijstand Bijstandshuishoudens met kinderen Driejaarsgemiddelde (aantal) Jeugdwet Bijstand Bijstandshuishoudens met kinderen 2014 (aantal) Jeugdwet Bijstand Bijstandshuishoudens met kinderen 2013 (aantal) Jeugdwet Bijstand Bijstandshuishoudens met kinderen 2012 (aantal) WMO Periodieke bijstanduitkeringen Totaal (aantal) WMO Periodieke bijstanduitkeringen WWB (aantal) WMO Periodieke bijstanduitkeringen IOAW (aantal) WMO Periodieke bijstanduitkeringen IOAZ (aantal) WMO Periodieke bijstanduitkeringen Adreslozen (aantal) WMO Periodieke bijstanduitkeringen BBZ (aantal)
Nederland 478.200 108.370 114.540 109.350 101.230 117.430 123.320 118.280 110.680 406.100 378.300 17.210 1.670 4.730 4.190
Aa en Hunze 420 80 90 80 80 80 80 90 90 340 300 30 10 0 10
Aalburg 100 20 20 20 20 20 20 20 20 90 80 10 0 0 0
Aalsmeer 250 60 60 60 60 60 70 70 60 200 190 10 0 0 0
Aalten 380 90 100 90 60 80 90 90 60 320 290 40 0 0 0
Achtkarspelen 850 180 170 180 180 190 180 200 190 700 630 60 0 0 10
Alblasserdam 330 90 90 90 90 100 100 100 90 270 260 10 0 0 0
Albrandswaard 390 90 100 90 80 90 100 80 90 240 220 20 0 0 0
Alkmaar 2.630 600 630 620 540 600 650 620 550 2.320 2.190 80 10 20 20
Almelo 3.260 670 700 670 650 810 850 820 770 2.570 2.430 110 10 0 10
Almere 6.780 2.110 2.230 2.120 1.980 2.230 2.320 2.240 2.120 5.860 5.420 220 20 90 110
Alphen aan den Rijn 1.710 350 400 350 310 410 450 410 380 1.440 1.340 70 10 0 20
Alphen-Chaam 80 20 20 20 10 20 20 20 10 70 60 10 0 0 0
Ameland 10 0 0 0 0 0 10 10 0 10 10 0 0 0 0
Amersfoort 3.750 930 970 930 880 970 1.010 980 930 3.190 2.910 140 10 100 40
Amstelveen 1.070 270 280 260 260 260 280 260 260 930 870 50 0 0 10
Amsterdam 46.640 11.060 11.510 11.120 10.560 11.460 11.650 11.520 11.200 40.740 37.770 1.040 130 1.380 420
Apeldoorn 4.060 930 960 940 890 980 1.000 990 940 3.290 3.100 150 10 20 20
Appingedam 480 110 140 110 90 130 150 130 100 420 400 20 0 0 0
Arnhem 8.230 1.790 1.890 1.820 1.650 1.930 2.010 1.950 1.830 6.920 6.510 290 10 60 50
Assen 2.470 530 540 540 520 580 580 600 570 2.040 1.930 60 10 20 20
Asten 210 30 40 30 30 50 60 40 50 170 160 10 0 0 0
Baarle-Nassau 100 10 10 10 10 10 20 10 10 60 50 0 0 0 0
Baarn 400 90 100 90 90 90 100 80 90 340 310 20 0 0 0
Barendrecht 520 160 170 160 150 170 190 170 160 430 410 20 0 0 10
Barneveld 610 130 140 120 120 150 170 140 150 500 470 20 0 0 10
Bedum 180 40 40 50 40 50 50 50 40 140 120 20 0 0 0
Beek (L.) 340 70 70 80 70 80 80 80 80 280 260 10 0 0 0
Beemster 90 20 20 20 20 30 30 30 30 70 70 0 0 0 0
Beesel 280 80 70 80 80 90 90 90 90 220 200 20 0 0 0
Bellingwedde 280 50 50 40 40 50 60 50 40 230 210 10 0 0 0
Berg en Dal 790 140 150 150 120 150 160 160 130 670 600 50 10 0 10
Bergeijk 180 40 40 40 40 40 40 40 40 150 130 10 0 0 0
Bergen (L.) 210 60 60 60 50 50 60 50 50 180 160 10 0 0 0
Bergen (NH.) 320 70 70 70 70 70 80 70 70 280 250 20 0 0 10
Bergen op Zoom 2.100 420 450 420 390 510 550 510 460 1.740 1.570 80 10 70 10
Berkelland 660 130 140 130 130 150 140 150 150 540 480 30 10 0 20
Bernheze 290 70 80 70 60 80 90 80 80 240 220 20 0 0 0
Best 480 110 110 100 100 110 120 110 110 400 360 30 0 0 0
Beuningen 460 100 110 110 90 100 110 100 100 390 340 30 0 0 10
Beverwijk 1.030 290 290 300 270 290 290 310 280 910 880 30 0 0 0
het Bildt 290 60 60 60 60 70 70 80 70 250 230 10 0 0 0
De Bilt 620 140 150 130 130 160 170 160 140 530 500 30 0 0 10
Binnenmaas 220 50 50 50 60 60 60 50 60 180 170 10 0 0 0
Bladel 190 30 30 40 30 40 40 40 40 150 140 10 0 0 0
Blaricum 120 30 30 30 20 30 30 30 20 100 90 10 0 0 0
Bloemendaal 210 30 30 30 20 40 50 40 40 170 160 10 0 0 0
Bodegraven-Reeuwijk 290 60 60 50 60 70 80 70 70 230 200 20 0 0 10
Boekel 130 20 20 20 20 30 30 20 30 70 70 10 0 0 0
Ten Boer 130 30 40 30 30 40 50 30 30 110 100 10 0 0 0
Borger-Odoorn 590 120 110 120 120 130 130 140 140 470 430 40 0 0 0
Borne 370 80 100 90 60 100 110 100 80 300 280 20 0 0 10
Borsele 250 50 60 50 50 60 70 50 50 210 180 30 0 0 0
Boxmeer 380 80 80 80 80 80 100 80 70 320 290 30 0 0 0
Boxtel 490 130 140 120 120 140 140 140 140 420 390 20 0 0 10
Breda 5.300 1.160 1.220 1.210 1.050 1.280 1.330 1.320 1.190 4.450 4.180 210 10 40 20
Brielle 250 50 60 50 50 60 60 60 60 210 190 20 0 0 0
Bronckhorst 390 70 80 80 60 90 90 90 80 310 260 30 0 0 10
Brummen 360 80 80 80 70 90 90 90 80 290 260 20 0 0 10
Brunssum 1.110 300 300 300 280 290 300 300 280 960 930 30 0 0 0
Bunnik 130 20 30 20 20 20 20 20 20 110 100 10 0 0 0
Bunschoten 170 40 40 40 40 50 50 50 40 140 130 0 0 0 0
Buren 250 50 50 60 40 70 70 70 60 200 170 20 10 0 0
Capelle aan den IJssel 2.440 730 780 730 700 720 780 710 670 2.150 2.040 90 0 0 10
Castricum 330 60 70 60 60 80 80 80 70 260 230 20 0 0 0
Coevorden 1.050 220 210 220 210 260 260 270 260 850 800 40 0 0 10
Cranendonck 310 60 70 70 50 70 80 80 60 240 210 20 0 0 0
Cromstrijen 90 20 20 20 20 20 20 20 20 80 70 10 0 0 0
Cuijk 440 120 120 120 110 140 130 140 140 380 360 20 0 0 0
Culemborg 710 130 140 130 120 190 200 200 180 570 530 30 0 0 10
Dalfsen 250 40 40 40 40 50 60 40 40 200 190 10 0 0 0
Dantumadiel 610 120 120 120 120 120 130 130 110 510 460 30 10 0 0
Delft 3.490 870 880 870 860 890 890 890 880 3.060 2.790 120 0 110 30
Delfzijl 1.120 250 280 260 210 260 290 270 230 950 890 50 10 0 0
Deurne 450 100 110 100 90 120 130 110 110 380 350 20 10 0 0
Deventer 3.150 730 800 740 660 780 830 800 730 2.730 2.580 90 10 40 20
Diemen 630 160 160 160 140 170 190 170 150 500 450 40 0 0 20
Dinkelland 240 40 40 40 30 50 50 50 50 190 150 30 0 0 10
Doesburg 400 100 100 100 90 100 110 110 100 340 320 20 10 0 0
Doetinchem 1.380 280 310 280 250 300 330 300 270 1.150 1.060 60 0 10 20
Dongen 350 70 60 80 70 70 70 80 70 260 230 20 0 0 0
Dongeradeel 740 160 180 150 150 170 200 170 160 620 570 30 0 0 10
Dordrecht 4.590 1.070 1.160 1.070 980 1.120 1.210 1.120 1.040 3.870 3.660 110 10 90 10
Drechterland 170 40 40 40 40 50 50 40 50 140 130 10 0 0 0
Drimmelen 200 40 40 40 40 50 50 50 50 160 140 20 0 0 0
Dronten 790 200 210 210 180 240 250 240 230 640 590 30 0 0 20
Druten 300 80 80 80 70 70 70 70 60 260 240 10 0 0 0
Duiven 500 120 130 130 110 120 130 130 100 420 380 40 0 0 0
Echt-Susteren 570 100 100 110 100 110 110 120 110 460 410 50 10 0 0
Edam-Volendam 340 70 70 70 70 80 90 90 80 280 270 10 0 0 0
Ede 1.980 400 420 420 370 510 530 530 480 1.620 1.470 90 10 50 10
Eemnes 100 20 30 20 20 30 30 30 30 80 70 10 0 0 10
Eemsmond 490 120 130 120 110 120 130 130 120 430 400 20 10 0 0
Eersel 140 30 30 30 30 30 30 40 30 120 110 0 0 0 0
Eijsden-Margraten 250 30 30 30 30 50 50 50 50 200 190 20 0 0 0
Eindhoven 7.690 1.760 1.820 1.770 1.690 1.820 1.890 1.820 1.750 6.610 6.060 310 30 50 160
Elburg 250 60 70 60 50 70 70 70 60 210 180 20 0 0 0
Emmen 4.500 1.000 1.050 1.000 960 1.060 1.130 1.060 1.010 3.760 3.470 200 20 60 20
Enkhuizen 400 110 130 110 100 110 130 110 100 360 340 10 0 0 0
Enschede 8.330 1.710 1.810 1.740 1.580 2.050 2.140 2.090 1.920 6.870 6.490 280 20 10 80
Bron: CBS
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Gemeenten ontvangen geld van de Rijksoverheid uit het gemeentefonds. Hiermee betalen zij een deel van hun uitgaven. Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van de Jeugdwet, Participatiewet en WMO (Sociaal domein). Voor de verdeling van het landelijke budget voor de uitvoering van deze drie wetten over de gemeenten zijn verdeelmodellen ontwikkeld. In opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) stelt CBS cijfers samen waarmee deze verdeelmodellen doorgerekend kunnen worden. Deze tabel bevat gegevens die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Jeugdwet, Participatiewet en Wmo.

Gegevens beschikbaar voor 2016

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief, maar samengesteld op basis van gegevens uit verschillende bronnen, en berekend op verschillende basisjaren. Dit wil zeggen dat de cijfers niet zondermeer vergelijkbaar zijn met reeds gepubliceerde cijfers op StatLine. In de toelichting bij de onderwerpen wordt dit nader verklaard.

Wijzigingen per 31 mei 2018:
De naam en toelichting van de indicator ‘Personen met een Wajong-uitkering’ is aangepast. Het gaat om ‘Wajong-uitkeringen’ en niet om ‘Personen met een Wajong-uitkering’. Dat staat nu goed in de tabel.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers komen naar verwachting eind mei 2017 beschikbaar. Deze zullen in een nieuwe, aparte StatLine tabel komen.

Toelichting onderwerpen

Participatiewet
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de Wet Werk en Bijstand (WWB), de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een deel van de Wet Wajong. De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de WSW.
Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Participatiewet.
Sociale zekerheid
Het publieke stelsel dat bedoeld is om inkomen en/of verzorging te garanderen voor natuurlijke personen ten tijde van pensioen, ziekte, arbeidsongeschiktheid, overlijden of werkloosheid.
Het bestaat uit werknemersverzekeringen, volksverzekeringen en sociale voorzieningen. De werknemersverzekeringen en de volksverzekeringen worden samen aangeduid als sociale verzekeringen.
Personen met bijstand tot AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de pensioengerechtigde (AOW-)leeftijd met een bijstands(gerelateerde) uitkering op 31-12-2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.
Inbegrepen zijn uitkeringen in het kader van:
- de Wet werk en bijstand (WWB);
- de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);
- de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ);
- het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en
- Bijstand aan (overige) adreslozen.

De cijfers over het aantal personen met een bijstandsuitkering in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal personen met een bijstandsuitkering. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2016 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Participatiewet over 31 december 2014 gaan.
Jeugdwet
Wettelijke verplichting voor gemeenten om zorg aan jongeren te bieden.            
De Jeugdwet wordt op 1 januari 2015 ingevoerd als samenvoeging van de Wet op de jeugdzorg (Wjz), de langdurige jeugd-gehandicaptenzorg en -geestelijke gezondheidszorg uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en de jeugd-geestelijke gezondheidszorg uit de Zorgverzekeringswet (Zvw). De Jeugdwet regelt de ondersteuning, hulp en zorg voor jeugdigen met opvoed- en opgroeiproblemen, met psychische en psychiatrische problemen of met een lichamelijke, zintuiglijke of verstandelijke beperking. Daarnaast regelt de wet de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en de jeugdreclassering.
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Jeugdwet.  
Bijstand
Uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Eenouderhuishoudens met bijstand
Eenouderhuishoudens die bijstand ontvangen.
Onder bijstand wordt hier verstaan uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Driejaarsgemiddelde
Het gemiddeld aantal eenouderhuishoudens met bijstand voor de jaren 2012 tot en met 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.
Het gemiddelde is berekend door de aantallen voor de drie peilmomenten op te tellen en te delen door drie.
2014
Het aantal eenouderhuishoudens met bijstand op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.
2013
Het aantal eenouderhuishoudens met bijstand op 31 december 2013 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.
2012
Het aantal eenouderhuishoudens met bijstand op 31 december 2012 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.
Bijstandshuishoudens met kinderen
Bijstandshuishoudens met één of meer minderjarige kinderen.
Onder bijstand wordt hier verstaan uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Driejaarsgemiddelde
Het gemiddeld aantal bijstandshuishoudens met één of meer kinderen tot 18 jaar voor de jaren 2012 tot en met 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.
Het gemiddelde is berekend door de aantallen voor de drie peilmomenten op te tellen en te delen door drie.
2014
Het aantal bijstandshuishoudens met één of meer kinderen tot 18 jaar op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.
2013
Het aantal bijstandshuishoudens met één of meer kinderen tot 18 jaar op 31 december 2013 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.
2012
Het aantal bijstandshuishoudens met één of meer kinderen tot 18 jaar op 31 december 2012 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.
WMO
Wet maatschappelijke ondersteuning zoals ingegaan op 1 januari 2015.
Deze wet stelt gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van de zelfredzaamheid en participatie van mensen met een beperking, chronische psychische of psychosociale problemen.
Onder dit onderwerp zijn in deze tabel de gegevens terug te vinden die als grondslag dienen bij het bepalen van de verdeling van het landelijk budget over de gemeenten ten behoeve van de Wmo.
Periodieke bijstanduitkeringen
Het aantal uitkeringen op grond van een bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.
Bijstandswetten zijn de Participatiewet (vanaf 2015) en de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015).
Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Een uitkering aan een (echt)paar wordt geteld als één uitkering aan twee personen.
Totaal
Het totaal aantal uitkeringen op grond van een bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.

Bijstandswetten zijn de Participatiewet (vanaf 2015) en de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015).
Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

De cijfers over het aantal bijstandsuitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal bijstandsuitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2016 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2014 gaan.
WWB
Het aantal uitkeringen aan thuiswonenden jonger dan 65 jaar op grond van de Wet Werk en Bijstand (tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.

Wet werk en bijstand (WWB)
De WWB is een wettelijke sociale voorziening die op 1 januari 2004 in werking is getreden ter vervanging van de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW) en het Besluit In- en Doorstroombanen (ID-banen). Uitgangspunt van de wet is dat mensen zoveel mogelijk zelf in hun eigen onderhoud voorzien. De WWB regelt bijstand voor mensen die hiertoe niet in staat zijn en die geen beroep kunnen doen op een ander socialezekerheidswet. Uitvoering van de wet ligt bij de gemeente, die naast financiële steun ook hulp biedt bij re-integratie in het arbeidsproces. De WWB is per 1 januari 2015 op enkele punten aangepast en vervangen door de Participatiewet.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (WSW) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de WSW. Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.

De cijfers over het aantal bijstandsuitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal bijstandsuitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2016 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2014 gaan.
IOAW
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.

Wet inkomensvoorziening oudere gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
De IOAW biedt een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan oudere werkloze werknemers, van wie het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd. De wet is in werking getreden op 1 januari 1987 en is ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996. Het recht op een IOAW-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De cijfers over het aantal IOAW-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal IOAW-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2016 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2014 gaan.
IOAZ
Het aantal uitkeringen op grond van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
De IOAZ biedt een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan gewezen zelfstandigen van 55 jaar en ouder, van wie het inkomen duurzaam minder bedraagt dan het sociaal minimum en die als gevolg daarvan het bedrijf of beroep hebben beëindigd. De wet is in werking getreden op 1 januari 1987 en is ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996. Het recht op een IOAZ-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

De cijfers over het aantal IOAZ-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal IOAZ-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2016 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2014 gaan.
Adreslozen
Het aantal uitkeringen aan bijstandsontvangers zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.

Een beperkt aantal gemeenten is aangewezen om bijstand te verlenen aan adreslozen. Deze gemeenten zijn aangewezen in het Bijstandsbesluit adreslozen. Met ingang van 1999.

De cijfers over het aantal uitkeringen aan adreslozen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal uitkeringen aan adreslozen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2016 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2014 gaan.
BBZ
Het aantal uitkeringen aan zelfstandigen ingevolge het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen (Bbz) op 31 december 2014 voor de gemeentelijke indeling van 1-1-2016.

Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien. Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen. Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.

De cijfers over het aantal BBZ-uitkeringen in deze tabel kunnen afwijken van soortgelijke cijfers op Statline over het aantal BBZ-uitkeringen. Dit komt doordat in deze tabel de gemeentelijke indeling van 2016 is toegepast maar de definitieve cijfers ten behoeve van de Wmo over 31 december 2014 gaan.