Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per uitkeringssoort

Personen met een uitkering; uitkeringsontvangers per uitkeringssoort

Perioden Uitkeringsontvangers, totaal Uitkeringsontvangers, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Werkloosheid (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstand en bijstandsgerelateerd, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstandsuitkering tot de AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd Bijstandsuitkering vanaf de AOW-leeftijd (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd IOAW-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Bijstand en bijstandsgerelateerd IOAZ-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid Arbeidsongeschiktheid, totaal (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WAO-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering: WGA-regeling (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering: IVA-regeling (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid WAZ-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering Arbeidsongeschiktheid Wajong-uitkering (aantal personen) Uitkeringsontvangers per soort uitkering AOW (aantal personen)
2016 januari* 4.995.190 396.840 550.610 452.550 47.880 26.360 2.490 759.870 305.430 156.020 73.140 13.740 218.260 3.360.350
2016 februari* 4.993.180 397.660 554.290 455.700 47.570 26.970 2.530 766.120 306.820 158.110 74.240 13.790 220.000 3.347.560
2016 maart* 4.980.070 390.040 557.840 458.460 47.490 27.680 2.550 768.470 306.560 159.490 75.530 13.730 220.040 3.336.050
2016 april* 4.982.480 385.200 559.290 459.520 47.700 27.880 2.550 768.090 304.490 160.460 76.350 13.590 220.120 3.342.160
2016 mei* 4.962.490 363.540 560.720 460.430 47.850 28.000 2.560 762.140 300.000 160.360 77.090 13.300 218.130 3.347.580
2016 juni* 4.967.120 362.830 560.370 460.010 47.960 27.970 2.540 761.830 297.880 161.070 78.120 13.150 218.370 3.353.970
2016 juli* 4.970.030 358.070 560.520 460.060 48.040 28.150 2.550 760.820 295.190 161.650 78.850 13.050 218.870 3.361.810
2016 augustus* 4.978.550 360.690 559.270 458.490 48.180 28.280 2.550 761.490 293.210 162.600 79.940 12.920 219.630 3.368.440
2016 september* 4.978.890 353.680 559.330 458.210 48.340 28.450 2.530 760.550 290.720 163.640 80.940 12.760 219.300 3.376.680
2016 oktober* 4.989.500 354.980 560.900 459.180 48.730 28.530 2.510 760.830 288.730 164.520 82.210 12.760 219.470 3.384.320
2016 november* 4.999.840 356.470 564.100 461.510 49.160 28.710 2.510 759.720 286.430 164.900 83.700 12.570 218.980 3.391.680
2016 december* 5.013.840 362.900 567.690 464.490 49.410 28.970 2.510 757.880 284.170 165.260 84.540 12.410 218.340 3.398.110
2017 januari* 5.003.530 360.560 570.590 466.800 49.370 29.340 2.620 760.010 283.770 166.080 86.600 12.380 218.040 3.384.480
2017 februari* 4.995.850 358.070 573.900 469.550 49.290 29.730 2.650 765.690 284.810 167.670 88.120 12.430 219.620 3.370.280
2017 maart* 4.977.670 346.550 576.360 471.560 49.200 30.010 2.670 768.190 284.570 168.660 89.850 12.410 219.710 3.358.270
2017 april* 4.978.030 339.060 575.800 470.760 49.690 29.960 2.680 767.720 282.490 169.520 90.680 12.250 219.870 3.367.300
2017 mei* 4.962.750 319.370 574.150 469.110 49.910 29.920 2.680 767.550 280.440 170.270 91.710 12.090 220.130 3.373.050
2017 juni* 4.959.850 317.660 573.090 467.880 50.160 29.900 2.680 760.630 276.280 169.960 92.530 11.820 216.910 3.380.270
2017 juli* 4.960.280 312.150 571.290 466.080 50.300 29.920 2.650 760.480 274.490 170.360 93.320 11.690 217.460 3.387.610
2017 augustus* 4.961.930 311.740 567.380 462.440 50.290 29.870 2.660 761.090 272.710 171.520 94.270 11.560 217.840 3.392.690
2017 september* 4.955.050 302.640 564.330 459.290 50.400 29.640 2.630 759.470 270.380 172.470 95.120 11.380 216.940 3.399.190
2017 oktober* 4.960.360 302.960 562.730 457.090 50.980 29.520 2.620 760.180 267.990 174.020 96.650 11.250 217.160 3.405.460
2017 november* 4.964.980 300.830 562.890 456.830 51.320 29.520 2.620 759.370 265.910 174.780 97.710 11.090 216.760 3.413.160
2017 december* 4.977.430 307.430 563.020 456.820 51.590 29.440 2.590 757.410 263.830 175.280 97.970 10.940 216.270 3.421.470
2018 januari* 4.949.770 301.090 563.000 456.750 51.530 29.490 2.650 748.890 263.850 164.390 99.850 10.940 216.740 3.407.850
2018 februari* 4.939.590 297.190 562.620 456.190 51.510 29.640 2.660 755.460 264.630 166.850 101.210 10.990 218.840 3.395.470
2018 maart* 4.914.310 285.370 561.790 455.390 51.370 29.780 2.690 757.750 264.360 168.050 102.600 10.980 218.870 3.379.990
2018 april* 4.910.090 277.650 558.970 452.800 51.520 29.530 2.680 757.850 262.440 169.040 103.510 10.860 219.100 3.386.260
2018 mei* 4.896.370 258.590 556.730 450.520 51.750 29.420 2.630 757.560 260.410 169.780 104.570 10.730 219.210 3.393.840
2018 juni* 4.891.290 258.030 553.670 447.620 51.960 29.090 2.630 749.860 256.810 168.480 105.630 10.490 215.350 3.400.420
2018 juli* 4.889.700 250.970 551.030 444.850 52.630 28.750 2.630 749.670 254.740 169.020 106.700 10.380 215.750 3.408.590
2018 augustus* 4.892.370 249.480 545.960 439.930 52.740 28.560 2.600 749.360 252.650 169.680 107.760 10.230 215.980 3.418.250
2018 september* 4.887.290 242.630 541.640 435.800 52.830 28.330 2.580 748.540 250.540 170.130 108.970 10.080 215.740 3.425.000
2018 oktober* 4.892.160 243.970 539.190 433.320 53.150 28.070 2.540 749.280 248.700 171.360 110.330 9.970 215.860 3.431.170
2018 november* 4.896.640 244.330 538.670 432.460 53.360 28.020 2.530 748.590 246.910 172.080 111.520 9.870 215.180 3.436.730
2018 december* 4.912.660 254.480 538.880 432.460 53.610 27.870 2.520 747.230 244.950 172.710 112.270 9.770 214.520 3.444.450
2019 januari* 4.898.900 248.410 538.910 432.550 53.460 27.950 2.620 749.840 244.730 172.840 115.260 9.770 214.250 3.433.060
2019 februari* 4.886.080 242.790 538.630 432.090 53.340 28.130 2.640 757.200 245.520 174.750 117.480 9.790 216.810 3.418.880
2019 maart* 4.869.320 234.000 538.130 431.560 53.220 28.230 2.650 760.000 245.340 175.980 119.030 9.770 217.050 3.408.200
2019 april* 4.856.110 230.200 536.530 430.030 53.090 28.270 2.650 763.400 245.270 177.380 120.750 9.770 217.450 3.396.870
2019 mei* 4.847.220 216.720 534.130 427.650 53.400 27.950 2.630 763.380 243.190 178.230 121.830 9.650 217.730 3.403.870
2019 juni* 4.841.680 217.930 531.870 425.470 53.530 27.760 2.610 754.800 239.660 176.790 122.610 9.440 213.340 3.408.310
2019 juli* 4.844.130 212.990 529.360 423.440 53.450 27.430 2.590 754.760 237.760 177.570 123.460 9.330 213.720 3.417.430
2019 augustus* 4.845.130 210.790 525.270 419.510 53.550 27.180 2.560 754.560 235.780 178.380 124.230 9.190 214.060 3.424.850
2019 september* 4.845.030 207.380 521.860 416.340 53.670 26.910 2.540 753.710 233.660 179.560 124.880 9.070 213.610 3.432.550
2019 oktober* 4.850.880 207.080 520.450 414.850 53.920 26.680 2.510 754.110 231.890 181.160 125.630 8.990 213.550 3.439.980
2019 november* 4.860.560 210.510 520.330 414.130 54.730 26.420 2.490 753.540 229.940 182.130 126.460 8.870 213.270 3.448.000
2019 december* 4.875.300 221.610 521.080 414.620 55.000 26.310 2.460 752.440 228.020 183.070 126.930 8.760 212.810 3.452.950
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


De tabel geeft inzicht in het aantal personen met een sociale zekerheidsuitkering. Deze personen kunnen zowel in Nederland als in het buitenland woonachtig zijn. Het betreft de personen met een uitkering voor arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, ouderdom, bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen.
Het aantal personen met een uitkering in het kader van arbeidsongeschiktheid, werkloosheid bijstand en bijstandsgerelateerde uitkeringen zijn vanaf 2007 beschikbaar. Het aantal personen dat een uitkering voor ouderdom ontvangt is vanaf 2013 in de tabel opgenomen.
Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meerdere uitkeringen. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee uitkeringen in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)) of uitkeringen van verschillend type (zoals een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW) en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO).
Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld. De personen met een uitkering zijn uitgesplist naar uitkeringssoort.

Het samenstellen van gegevens voor StatLine-tabellen die uitsplitsingen naar persoonskenmerken bevatten, gebeurt altijd op basis van de meest recente gegevens uit de Basis Registratie Personen (BRP). Omdat verschillende StatLine-tabellen op verschillende momenten geactualiseerd worden, kan het voorkomen dat voor de ene tabel een andere versie van de BRP wordt gebruikt dan voor een andere tabel. Hierdoor kunnen beperkte verschillen ontstaan ten opzichte van andere tabellen met dezelfde populatie. De laatst gepubliceerde cijfers zijn in dat geval het meest accuraat. De cijfers hebben betrekking op de laatste dag van de verslagmaand.

Status van de cijfers:
De cijfers van 2007 t/m 2012 zijn definitief. De cijfers vanaf 2013 zijn voorlopig.

Wijzigingen per 15 juli 2020:
Gewijzigd zijn de voorlopige cijfers van januari 2013 t/m december 2017 van de Algemene Ouderdomswet.
Toegevoegd zijn de voorlopige cijfers van oktober t/m december 2019.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Nieuwe cijfers komen in oktober 2020.

Toelichting onderwerpen

Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong 2015) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers, totaal
Totaal aantal personen met een uitkering in het kader van de Werkloosheidswet (WW), bijstandswet (PW), bijstandsgerelateerde wet (IOAW, IOAZ, Bbz), arbeidsongeschiktheidswet (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong 2015) of de Algemene ouderdomswet (AOW).

Met ingang van 12 mei 2016 is de WWIK niet meer als aparte regeling in de tabel opgenomen. Meer informatie over de WWIK is te lezen in de tabeltoelichting bij 'Personen met een bijstandsgerelateerde uitkeringen'.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Uitkeringsontvangers per soort uitkering
Het aantal personen dat een sociale zekerheidsuitkering ontvangt uitgesplitst naar de soort uitkering.
Het gaat hier om werkloosheidsuitkeringen, bijstandsuitkeringen, bijstandsgerelateerde uitkeringen, arbeidsongeschiktheidsuitkeringen en AOW-uitkeringen.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Werkloosheid
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Werkloosheidwet (WW).
Het betreft hier de ontslagwerkloosheid. Bijzondere WW-uitkeringen als Tijdelijke werktijdverkorting, werkloos door meteorologische omstandigheden en faillissementsuitkeringen zijn buiten beschouwing gelaten.
Bijstand en bijstandsgerelateerd
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader op grond van een bijstandswet of bijstandsgerelateerde wet.

Vanaf 1 januari 2015 is de Wet werk en bijstand opgegaan in de Participatiewet. Een ieder die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet.

Bijstandsgerelateerde wetten zijn de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).
Personen met een uitkering in het kader van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) zijn uitsluitend opgenomen in het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering of bijstandsgerelateerde uitkering ontvangt.

De personen met een WWIK-uitkering (Wet werk en inkomen kunstenaars) zijn per 12 mei 2016 uitsluitend opgenomen in de totalen. Meer informatie over de personen met WWIK-uitkering is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met bijstandsgerelateerde uitkeringen’.

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz):
Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) is ingesteld om een zelfstandige tijdelijk een uitkering te verstrekken totdat hij weer in zijn eigen levensbehoeften kan voorzien.
Degenen die in aanmerking komen voor het Bbz zijn gevestigde zelfstandigen die tijdelijk in financiële problemen verkeren, of startende zelfstandigen.
Daarnaast biedt het Bbz ook hulp aan oudere zelfstandigen met een niet-levensvatbaar bedrijf of hulp wanneer zelfstandigen hun bedrijf willen beëindigen.
Bijstand en bijstandsgerelateerd, totaal
Het totaal aantal personen dat een bijstandsuitkering (Participatiewet) of bijstandsgerelateerde uitkering (IOAW, IOAZ, Bbz) ontvangt.
Cijfers over de personen met een WWIK-uitkeringen zijn per 12 mei 2016 uit de tabellen gehaald en gearchiveerd. Meer informatie over de WWIK-uitkeringen is te lezen in de tabeltoelichting bij ‘Personen met bijstandsgerelateerde uitkeringen’.
Bijstandsuitkering tot de AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2024 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024: 67 jaar.

Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate.

Participatiewet (PW)
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de Wsw.
Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.
Bijstandsuitkering vanaf de AOW-leeftijd
Het aantal personen tot de AOW-gerechtigde leeftijd dat een uitkering ontvangt in het kader van de Participatiewet (PW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), de Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz).

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2024 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024: 67 jaar.

Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate.

Participatiewet (PW)
De Participatiewet vervangt per 1 januari 2015 de WWB, de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) en een deel van de Wet Wajong.
De Participatiewet komt vrijwel overeen met de WWB, maar nog sterker wordt de nadruk gelegd op participatie aan het arbeidsproces.
Personen die door lichamelijke, verstandelijke of psychische aandoeningen alleen onder aangepaste omstandigheden kunnen werken vallen vanaf 1 januari 2015 onder de Participatiewet en niet meer onder de Wsw.
Ook jonggehandicapten die nog kunnen werken vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en niet meer onder de Wet Wajong.
IOAW-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).

Wet inkomensvoorziening oudere gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW)
De IOAW biedt een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan oudere werkloze werknemers, van wie het recht op uitkering op grond van de Werkloosheidswet is geëindigd.
De wet is in werking getreden op 1 januari 1987 en is ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996.
Het recht op een IOAW-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
IOAZ-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).

Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ)
De IOAZ biedt een inkomensgarantie op het niveau van het sociaal minimum aan gewezen zelfstandigen van 55 jaar en ouder, van wie het inkomen duurzaam minder bedraagt dan het sociaal minimum en die als gevolg daarvan het bedrijf of beroep hebben beëindigd.
De wet is in werking getreden op 1 januari 1987 en is ingrijpend gewijzigd met ingang van 1 januari 1996.
Het recht op een IOAZ-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
Arbeidsongeschiktheid
Het aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ),
de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).
Het recht op een uitkering in het kader van een van bovengenoemde wetten vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee WAO-uitkeringen) of twee uitkeringen van verschillend type (zoals een WW en een bijstandsuitkering. In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld. In het eerste geval slechts één keer (bij de WAO). Bij de totaaltellingen wordt de persoon uiteraard maar één keer geteld.
Arbeidsongeschiktheid, totaal
Het totaal aantal personen dat een arbeidsongeschiktheidsuitkering (WAO, WIA, WAZ, Wajong, Wet Wajong) ontvangt.
WAO-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
De wet geeft werknemers die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt zijn geworden recht op een loonvervangende uitkering, zolang zij minimaal 15% arbeidsongeschiktheid zijn.
De WAO is met ingang van 2005 vervangen door de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), maar blijft bestaan voor mensen die al een WAO-uitkering hadden of binnen 5 jaar na het beëindigen van de uitkering opnieuw arbeidsongeschikt worden door dezelfde oorzaak.
Het recht op een WAO-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WIA-uitkering: WGA-regeling
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De wet kent twee regelingen: de regeling Inkomensverzekering volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een uitkering voor werknemers die langdurig en volledig arbeidsongeschikt zijn. De WGA geeft recht op een loonaanvullende uitkering als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.
De WIA vervangt per 29 december 2005 de WAO.
Het recht op een WIA-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WIA-uitkering: IVA-regeling
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) regeling Inkomensverzekering volledig arbeidsongeschikten (IVA).
De cijfers hebben betrekking op de laatste dag van de verslagperiode.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De WIA geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering. De wet is zó opgezet dat men gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De wet kent twee regelingen: de regeling Inkomensverzekering volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een uitkering voor werknemers die langdurig en volledig arbeidsongeschikt zijn. De WGA geeft recht op een loonaanvullende uitkering als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is.
De WIA vervangt per 29 december 2005 de WAO.
Het recht op een WIA-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
WAZ-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ).
De cijfers hebben betrekking op de laatste dag van de verslagperiode.

Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
De WAZ is een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.
De WAZ is met ingang van 1 augustus 2004 geblokkeerd. Zelfstandigen die op of na die datum ziek worden, kunnen geen aanspraak meer maken op een uitkering in het kader van de WAZ. Voor de mensen, die al een WAZ-uitkering hadden, is er niets veranderd.
Het recht op een WAZ-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.




Wajong-uitkering
Het aantal personen dat een uitkering ontvangt in het kader van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) of de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong).

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
De Wajong is een wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd.
Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden én een opleiding/studie volgen.
Vanaf 1 januari 2010 is de Wajong vervangen door de Wet Wajong. De Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 een uitkering hebben aangevraagd.
Het recht op een Wajong-uitkering vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong)
Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden.
In tegenstelling tot de Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen.
Vanaf 2015 staat de Wet Wajong alleen nog open voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheden hebben om deel te nemen aan het arbeidsproces.
Jonggehandicapten die nog kunnen werken, maar ondersteuning nodig hebben vallen vanaf die datum onder de Participatiewet en kunnen voor ondersteuning terecht bij de gemeente.
Het recht op een uitkering in het kader van de Wet Wajong vervalt bij het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.
AOW
Het aantal personen meteen uitkering in het kader van de Algemene ouderdomswet (AOW).

Algemene ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

AOW-gerechtigde leeftijd (AOW-leeftijd)
De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop het AOW-pensioen ingaat. De AOW-leeftijd is tot en met 2024 als volgt:
Tot 2013: 65 jaar
2013: 65 jaar en 1 maand
2014: 65 jaar en 2 maanden
2015: 65 jaar en 3 maanden
2016: 65 jaar en 6 maanden
2017: 65 jaar en 9 maanden
2018: 66 jaar
2019-2021: 66 jaar en 4 maanden
2022: 66 jaar en 7 maanden
2023: 66 jaar en 10 maanden
2024: 67 jaar.

Na 2024 zal de AOW-leeftijd niet 1 jaar stijgen per jaar dat we langer leven, maar 8 maanden. De AOW-leeftijd blijft dus gekoppeld aan de levensverwachting, maar in mindere mate.