Gezondheid en zorggebruik; geslacht, leeftijd, persoonskenmerken

Gezondheid en zorggebruik; geslacht, leeftijd, persoonskenmerken

Geslacht Leeftijd Kenmerken personen Marges Perioden Ervaren gezondheid: goed of zeer goed (%) Psychisch ongezond, 12 jaar of ouder (%) Langdurige aandoeningen 1 of meer langdurige aandoeningen (%) Beperkingen Personen met een GALI beperking (%) Beperkingen Slaapproblemen, 12 jaar of ouder (%)
Mannen Totaal Totaal Waarde 2018/2019 81,0 9,5 28,7 25,6 15,2
Mannen Totaal Onderwijsniveau: laag Waarde 2018/2019 61,1 15,7 45,4 44,3 20,3
Mannen Totaal Onderwijsniveau: middelbaar Waarde 2018/2019 77,0 9,5 34,4 30,3 16,4
Mannen Totaal Onderwijsniveau: hoog Waarde 2018/2019 85,0 6,8 28,2 21,7 13,2
Mannen Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2018/2019 70,7 19,7 36,1 35,7 23,8
Mannen Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2018/2019 74,2 11,8 33,4 32,4 18,0
Mannen Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2018/2019 81,8 9,2 28,1 25,4 13,5
Mannen Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2018/2019 84,3 6,7 26,2 22,0 13,6
Mannen Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2018/2019 87,7 4,9 24,5 19,1 11,4
Mannen 25 tot 45 jaar Totaal Waarde 2018/2019 85,8 10,9 21,2 17,7 15,8
Mannen 25 tot 45 jaar Onderwijsniveau: laag Waarde 2018/2019 76,7 17,2 31,9 27,8 22,4
Mannen 25 tot 45 jaar Onderwijsniveau: middelbaar Waarde 2018/2019 84,4 11,4 21,8 19,1 16,2
Mannen 25 tot 45 jaar Onderwijsniveau: hoog Waarde 2018/2019 90,5 7,4 16,6 12,6 13,1
Mannen 25 tot 45 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2018/2019 70,3 24,0 35,2 33,9 24,5
Mannen 25 tot 45 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2018/2019 80,9 12,8 23,9 21,0 16,6
Mannen 25 tot 45 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2018/2019 87,9 10,9 21,5 16,5 14,8
Mannen 25 tot 45 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2018/2019 89,9 6,6 17,6 12,5 13,9
Mannen 25 tot 45 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2018/2019 92,8 4,8 14,1 11,6 13,0
Mannen 45 tot 65 jaar Totaal Waarde 2018/2019 72,9 11,4 37,8 34,0 17,7
Mannen 45 tot 65 jaar Onderwijsniveau: laag Waarde 2018/2019 57,4 19,5 46,4 46,4 22,5
Mannen 45 tot 65 jaar Onderwijsniveau: middelbaar Waarde 2018/2019 75,0 9,3 36,9 32,9 16,5
Mannen 45 tot 65 jaar Onderwijsniveau: hoog Waarde 2018/2019 82,5 7,0 32,5 25,7 14,6
Mannen 45 tot 65 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2018/2019 45,9 31,5 57,5 59,2 35,9
Mannen 45 tot 65 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2018/2019 62,6 15,6 43,8 42,5 25,3
Mannen 45 tot 65 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2018/2019 72,9 10,4 36,8 34,0 15,5
Mannen 45 tot 65 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2018/2019 76,3 8,7 34,8 31,1 14,0
Mannen 45 tot 65 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2018/2019 83,3 5,1 31,6 24,3 12,7
Mannen 65 jaar of ouder Totaal Waarde 2018/2019 66,1 7,8 49,9 44,2 15,1
Mannen 65 jaar of ouder Onderwijsniveau: laag Waarde 2018/2019 56,2 10,9 52,2 51,4 16,7
Mannen 65 jaar of ouder Onderwijsniveau: middelbaar Waarde 2018/2019 68,1 6,6 51,2 44,2 16,5
Mannen 65 jaar of ouder Onderwijsniveau: hoog Waarde 2018/2019 77,9 4,7 45,7 34,3 10,5
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2018/2019 47,1 15,1 58,2 55,8 19,6
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2018/2019 58,3 11,4 53,7 53,7 18,0
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2018/2019 68,0 7,5 50,4 44,1 13,5
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2018/2019 72,0 4,2 46,0 36,8 15,9
Mannen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2018/2019 78,8 3,7 43,7 33,0 9,7
Vrouwen Totaal Totaal Waarde 2018/2019 76,1 13,8 33,4 32,6 25,1
Vrouwen Totaal Onderwijsniveau: laag Waarde 2018/2019 56,6 18,7 50,1 51,7 30,3
Vrouwen Totaal Onderwijsniveau: middelbaar Waarde 2018/2019 71,7 12,3 41,0 37,7 26,9
Vrouwen Totaal Onderwijsniveau: hoog Waarde 2018/2019 83,3 10,3 31,6 27,8 22,5
Vrouwen Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2018/2019 63,7 24,8 40,7 41,7 32,1
Vrouwen Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2018/2019 67,7 15,5 41,7 42,2 28,0
Vrouwen Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2018/2019 77,8 12,5 31,8 31,6 23,3
Vrouwen Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2018/2019 80,5 11,0 30,7 28,5 23,2
Vrouwen Totaal Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2018/2019 86,3 8,3 25,5 23,1 21,4
Vrouwen 25 tot 45 jaar Totaal Waarde 2018/2019 79,3 14,3 29,8 27,1 22,7
Vrouwen 25 tot 45 jaar Onderwijsniveau: laag Waarde 2018/2019 64,6 26,4 37,0 39,5 25,8
Vrouwen 25 tot 45 jaar Onderwijsniveau: middelbaar Waarde 2018/2019 75,0 15,2 34,6 30,5 24,6
Vrouwen 25 tot 45 jaar Onderwijsniveau: hoog Waarde 2018/2019 87,3 10,1 24,0 20,9 20,1
Vrouwen 25 tot 45 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2018/2019 61,9 25,6 41,0 42,6 32,5
Vrouwen 25 tot 45 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2018/2019 77,0 16,6 34,6 31,9 24,1
Vrouwen 25 tot 45 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2018/2019 81,0 12,9 27,6 25,7 21,1
Vrouwen 25 tot 45 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2018/2019 84,2 9,7 25,3 20,8 19,2
Vrouwen 25 tot 45 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2018/2019 89,4 8,6 24,0 18,4 18,5
Vrouwen 45 tot 65 jaar Totaal Waarde 2018/2019 70,3 13,9 42,7 38,8 28,8
Vrouwen 45 tot 65 jaar Onderwijsniveau: laag Waarde 2018/2019 55,6 21,3 52,3 50,0 35,9
Vrouwen 45 tot 65 jaar Onderwijsniveau: middelbaar Waarde 2018/2019 73,4 11,2 40,3 36,1 27,2
Vrouwen 45 tot 65 jaar Onderwijsniveau: hoog Waarde 2018/2019 81,2 10,7 37,0 31,7 24,7
Vrouwen 45 tot 65 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2018/2019 43,7 31,1 60,5 58,1 40,6
Vrouwen 45 tot 65 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2018/2019 58,4 18,0 53,7 50,6 34,1
Vrouwen 45 tot 65 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2018/2019 68,8 13,6 44,8 41,0 29,5
Vrouwen 45 tot 65 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2018/2019 76,9 10,5 38,6 33,0 23,9
Vrouwen 45 tot 65 jaar Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2018/2019 83,6 7,0 31,3 27,8 24,4
Vrouwen 65 jaar of ouder Totaal Waarde 2018/2019 59,9 12,7 51,7 53,6 28,0
Vrouwen 65 jaar of ouder Onderwijsniveau: laag Waarde 2018/2019 55,0 14,7 52,5 56,4 27,7
Vrouwen 65 jaar of ouder Onderwijsniveau: middelbaar Waarde 2018/2019 61,9 9,5 54,3 54,8 30,2
Vrouwen 65 jaar of ouder Onderwijsniveau: hoog Waarde 2018/2019 74,2 10,3 45,8 43,3 25,7
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep Waarde 2018/2019 46,0 21,6 58,7 63,1 33,0
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep Waarde 2018/2019 52,5 13,3 58,0 62,3 29,2
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep Waarde 2018/2019 63,2 9,8 49,7 49,4 23,8
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep Waarde 2018/2019 66,2 11,5 47,7 48,5 29,7
Vrouwen 65 jaar of ouder Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep Waarde 2018/2019 76,3 8,4 38,7 37,6 23,7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de (ervaren) gezondheid en de medische contacten van de Nederlandse bevolking. De cijfers kunnen worden uitgesplitst naar geslacht, leeftijd en sociaaleconomische status (migratieachtergrond, onderwijs- en inkomensniveau). Daarbij kunnen geslacht, leeftijd en sociaaleconomische status met elkaar gekruist worden.
Voor enkele onderwerpen geldt een afwijkende leeftijdsafbakening. Deze leeftijden worden bij de betreffende onderwerpen vermeld. De cijfers in de tabel zijn een gemiddelde over twee onderzoeksjaren. De cijfers in zijn afkomstig uit de Gezondheidsenquête. De Gezondheidsenquête is een doorlopend onderzoek onder de Nederlandse bevolking van 0 jaar en ouder, woonachtig in particuliere huishoudens. Alle cijfers zijn gebaseerd op tenminste 100 waarnemingen.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2014/2015

Status van de cijfers: de cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 30 oktober 2020
De tabel werd aangevuld met cijfers van de gezondheidsenquête 2018/2019. De cijfers over acute ziekten, enkele langdurige aandoeningen en hulpmiddelen voor bewegen, anatomie en incontinentie konden niet worden aangevuld omdat deze vragen niet werden gesteld in 2019. Ook de cijfers over mantelzorg konden niet worden aangevuld omdat mantelzorg vanaf 2019 enkel wordt gevraagd aan respondenten van 55 jaar of ouder. De tabel werd uitgebreid met cijfers over slaapproblemen voor personen van 12 jaar of ouder voor de periode 2018/2019.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het derde kwartaal van 2022 verschijnen de cijfers over de verslagperiode 2020/2021.

Toelichting onderwerpen

Ervaren gezondheid: goed of zeer goed
Percentage personen met antwoordcategorie 'goed' of 'zeer goed' op de vraag 'Hoe is over het algemeen uw gezondheid / de gezondheid van uw kind?' Voor kinderen tot 12 jaar wordt deze vraag beantwoord door een van de ouders of verzorgers.
Psychisch ongezond, 12 jaar of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder dat minder dan 60 scoort op de Mental Health Inventory (MHI) voor adolescenten vanaf 12 jaar en volwassenen. De cijfers hebben betrekking op de 'Mental Health Inventory 5' ofwel 'MHI-5'. Dit is een internationale standaard voor een specifieke meting van de psychische gezondheid, bestaande uit 5 vragen. De MHI-5 is feitelijk een deelschaal van de Short Format 36 ofwel SF-36, een uitvoerige internationale standaard voor de meting van gezondheid. De MHI-5 betreft vragen die steeds betrekking hebben op hoe men zich in de afgelopen 4 weken voelde. Gevraagd is:
1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
3. Voelde u zich kalm en rustig?
4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
5. Voelde u zich gelukkig?
Iedere vraag heeft de volgende 6 antwoordcategorieën: voortdurend-meestal-vaak-soms-zelden-nooit. Bij de positief geformuleerde vragen van de MHI vragenlijst (vraag 3 en 5) zijn voor de antwoordcategorieën in volgorde de waarden 5, 4, 3, 2, 1, en 0 toegekend. Bij de negatief geformuleerde vragen (vraag 1, 2 en 4) zijn precies de omgekeerde waarden toegekend. Vervolgens zijn per persoon de somscores berekend en zijn deze vermenigvuldigd met 4, zodat de minimale somscore van een persoon 0 (zeer ongezond)en de maximale score 100 (perfect gezond) kan bedragen. Bij een score van 60 of meer is een respondent gekwalificeerd als psychisch gezond en bij een score van minder dan 60 als psychisch ongezond.
Langdurige aandoeningen
Aan alle respondenten wordt gevraagd: Heeft u / uw kind één of meer langdurige ziekten of aandoeningen? Langdurig is (naar verwachting) 6 maanden of langer. Vervolgens worden 23 aandoeningen en een restcategorie 'overige aandoeningen' voorgelegd en gevraagd of mensen deze aandoening in de afgelopen 12 maanden hebben gehad. Van drie van die aandoeningen wordt ook gevraagd of men die ooit heeft gehad. Daarnaast wordt (uitgebreider) gevraagd naar suikerziekte (diabetes). De meeste vragen naar specifieke langdurige aandoeningen worden aan personen van alle leeftijden gesteld. Aandoeningen die niet vaak voorkomen bij jongeren worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
1 of meer langdurige aandoeningen
Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft u / uw kind één of meer langdurige ziekten of aandoeningen? Langdurig is (naar verwachting) 6 maanden of langer.
Beperkingen
Er worden 3 indicatoren voor lichamelijke beperkingen berekend:
a De OESO-indicator voor personen van 12 jaar of ouder en
b De ADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar en.
c de iADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar.
Daarnaast wordt een globale vraag over beperkingen gesteld (GALI-indicator) en slaapproblemen.
Personen met een GALI beperking
Percentage personen dat vanwege problemen met de gezondheid sinds 6 maanden of langer beperkt is in activiteiten die mensen / kinderen gewoonlijk doen. Deze internationaal gebruikte en afgestemde indicator voor gezondheidsbeperking wordt de GALI-indicator genoemd. GALI staat voor Global Activity Limitation Indicator. Deze indicator wordt bepaald voor personen van 4 jaar of ouder. In 2014 werd deze indicator bepaald aan de hand van 2 vragen, in 2015 zijn beide vragen in 1 vraag gecombineerd. Dit lijkt de uitkomst echter niet of nauwelijks te hebben beïnvloed.



Slaapproblemen, 12 jaar of ouder
Percentage personen van 12 jaar of ouder met de antwoordcategorie ‘nogal’, ‘veel’ of ‘heel veel’ op de vraag ‘In welke mate heeft u in de afgelopen 2 weken last gehad van problemen met slapen? Denkt u hierbij aan moeite met in slaap vallen, moeite om door te slapen, of te vroeg wakker worden.