Prognose intervallen personen in huishoudens; 2016-2060

Prognose intervallen personen in huishoudens; 2016-2060

Geslacht Prognose(-interval) Perioden Personen in huishoudens Personen in particuliere huishoudens Overig lid huishouden (aantal)
Totaal mannen en vrouwen Prognose 2060 301.635
Totaal mannen en vrouwen Ondergrens 95%-prognose-interval 2060 199.306
Totaal mannen en vrouwen Bovengrens 95%-prognose-interval 2060 466.572
Totaal mannen en vrouwen Ondergrens 67%-prognose-interval 2060 248.947
Totaal mannen en vrouwen Bovengrens 67%-prognose-interval 2060 371.993
Mannen Prognose 2060 146.122
Mannen Ondergrens 95%-prognose-interval 2060 102.222
Mannen Bovengrens 95%-prognose-interval 2060 216.041
Mannen Ondergrens 67%-prognose-interval 2060 123.242
Mannen Bovengrens 67%-prognose-interval 2060 176.695
Vrouwen Prognose 2060 155.513
Vrouwen Ondergrens 95%-prognose-interval 2060 96.973
Vrouwen Bovengrens 95%-prognose-interval 2060 248.955
Vrouwen Ondergrens 67%-prognose-interval 2060 125.683
Vrouwen Bovengrens 67%-prognose-interval 2060 194.867
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat cijfers over de prognose van de bevolking van Nederland in huishoudens en particuliere huishoudens in Nederland. De cijfers hebben betrekking op de situatie per 1 januari.

De volgende uitsplitsingen zijn mogelijk:
- Personen naar positie in het huishouden, geslacht en prognose-interval;
- Particuliere huishoudens naar prognose-interval;
- Gemiddelde huishoudensgrootte naar prognose-interval;

Gegevens beschikbaar van 2016 tot en met 2060

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn berekende prognosecijfers.

Wijzigingen per 18 december 2018:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wijzigingen per: 29 januari 2016.
In deze nieuwe tabel is de voorgaande prognose bijgesteld op basis van de meest recente inzichten, de prognoseperiode loopt nu van 2016 tot 2060.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing. Deze tabel wordt opgevolgd door Prognose intervallen personen in huishoudens; 2019-2060. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Personen in huishoudens
Bevolking van Nederland naar positie in het huishouden, 1 januari.

Bevolking
De bewoners van een bepaald gebied. In de CBS-bevolkingsaantallen zijn uitsluitend personen begrepen die zijn opgenomen in het bevolkingsregister van een Nederlandse gemeente. In principe wordt iedereen die voor onbepaalde tijd in Nederland woont, opgenomen in het bevolkingsregister van de woongemeente. Personen die tot de bevolking van Nederland behoren, maar voor wie geen vaste woonplaats valt aan te wijzen, zijn opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente 's-Gravenhage. In de bevolkingsregisters zijn niet opgenomen de in Nederland wonende personen waarvoor uitzonderingsregels gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (bijvoorbeeld diplomaten en NAVO militairen) en personen die niet legaal in Nederland verblijven.

Huishouden
Particulier of institutioneel huishouden.

Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats. Het gaat om personen in instellingen zoals verpleeg-, verzorgings- en kindertehuizen, gezinsvervangende tehuizen, revalidatiecentra en penitentiaire inrichtingen, die daar in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.

Positie in het huishouden
Plaats die een persoon in een huishouden inneemt ten opzichte van de referentiepersoon van het huishouden. De referentiepersoon wordt niet als aparte positie onderscheiden maar neemt een van de andere posities in, behalve die van thuiswonend kind of lid van een institutioneel huishouden.

Referentiepersoon
Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald en van wie de kenmerken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend. Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt gekozen:
- als er een paar is binnen het huishouden: de man;
- als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar;
- in een eenouderhuishouden: de ouder;
- in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of - als deze ontbreekt - de oudste meerderjarige vrouw.
Personen in particuliere huishoudens
Particulier huishouden
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf daar niet-bedrijfsmatig voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Overig lid huishouden
Persoon die anders dan als partner, ouder in een eenouderhuishouden of als thuiswonend kind deel uitmaakt van een particulier huishouden. Te denken valt hierbij bijvoorbeeld aan iemand die samen met broer(s) en/of zus(sen) een huishouden vormt, een pleegkind, of een kostganger die bij een gezin inwoont.