Kerncijfers wijken en buurten 2015

Kerncijfers wijken en buurten 2015

Wijken en buurten Bevolking Personen met een migratieachtergrond Westers totaal (aantal) Bevolking Personen met een migratieachtergrond Niet-westers Niet-westers totaal (aantal) Bevolking Personen met een migratieachtergrond Niet-westers Marokko (aantal) Bevolking Personen met een migratieachtergrond Niet-westers Nederlandse Antillen en Aruba (aantal) Bevolking Personen met een migratieachtergrond Niet-westers Suriname (aantal) Bevolking Personen met een migratieachtergrond Niet-westers Turkije (aantal) Bevolking Personen met een migratieachtergrond Niet-westers Overig niet-westers (aantal) Bevolking Geboorte en sterfte Geboorte totaal (aantal) Bevolking Geboorte en sterfte Geboorte relatief (per 1 000 inwoners) Bevolking Geboorte en sterfte Sterfte totaal (aantal) Bevolking Geboorte en sterfte Sterfte relatief (per 1 000 inwoners) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Actieven 15-75 jaar (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Oppervlakte Oppervlakte water (ha)
Verspr.h. Damsterdiep en Eemskanaal 20 0 0 0 0 0 0 0 5 0 5 200 37,3 27,3 26,7 33,3 68,0 11,7 38,3 5,0 5,0 19
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 5 0 0 0 0 0 0 0 6 0 6 100 26,7 19,7 42,5 16,8 61,9 . . . . 13
Verspreide huizen Westerwoldse A 0 0 0 0 0 0 0 0 16 0 16 0 . . . . . . . . . 39
Achter-Thesinge en Bovenrijge 5 0 0 0 0 0 0 0 22 0 0 100 . . . . . . . . . 1
Woltersum 15 5 0 0 0 5 0 0 6 0 9 200 26,7 20,6 41,1 15,9 61,0 39,0 13,5 5,1 4,3 0
Industrieterrein 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 . . . . . . . . . 79
Termunten 25 5 0 0 0 0 5 0 0 0 7 300 30,2 23,5 34,8 22,6 59,0 32,2 20,5 4,7 4,1 0
Termunterzijl 25 0 0 0 0 0 0 0 12 0 8 200 24,0 18,9 45,3 11,6 53,4 44,6 10,7 4,6 1,8 5
Verspreide huizen Termunten 15 0 0 0 0 0 0 0 5 0 5 100 25,0 18,6 46,3 19,0 68,2 . . . . 68
Oosterpoort 640 345 10 50 40 15 230 40 7 20 3 4.500 24,0 21,8 53,5 14,3 49,5 71,1 6,8 16,1 13,6 2
Oosterparkwijk 1.235 1.505 65 265 205 115 845 155 13 70 6 9.800 23,2 20,0 54,1 11,8 47,8 73,5 5,9 22,8 19,0 14
Damsterbuurt 60 60 0 15 10 0 30 5 9 0 0 700 23,0 21,2 54,6 14,1 49,8 77,9 6,6 23,0 16,9 10
Winschoterdiep 10 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 100 . . . . . . . . . 11
Waterhuizen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 . . . . . . . . . 3
Sterrebosbuurt 30 70 10 15 15 10 15 0 5 0 2 100 49,7 41,4 28,6 47,1 69,2 . . . . 2
Suikerfabriekterrein 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 . . . . . . . . . 41
Oosterhoogebrug 235 130 0 20 25 5 75 20 9 15 7 1.900 30,2 25,1 39,7 20,2 56,4 39,8 17,4 8,0 7,4 12
Oosterhaar 355 235 5 20 25 10 175 50 9 20 4 3.800 31,2 23,8 37,1 23,8 56,8 28,5 24,8 5,8 4,8 0
Paterswolde (gedeeltelijk) 10 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 100 . . . . . . . . . 24
Westerpark 70 45 0 10 15 5 10 10 10 5 8 800 27,8 22,8 36,4 16,7 57,6 40,2 11,8 6,3 5,8 0
Oosterpark 40 15 5 5 0 0 5 5 13 0 3 500 32,6 26,3 35,1 25,1 56,3 21,4 31,5 3,7 2,9 0
Burgemeester van Royenstraat en omgeving 45 30 0 0 10 20 0 5 6 5 6 500 24,4 20,1 47,9 10,5 47,7 50,5 9,3 8,1 6,3 0
Foxholsterbosch 15 0 0 0 0 0 0 0 14 0 14 100 25,1 19,5 45,0 16,5 56,3 . . . . 45
Wijk 08 Westerbroek 80 15 0 0 5 0 5 5 4 10 10 700 28,3 22,4 35,5 17,9 60,8 34,7 18,0 4,1 3,0 74
Westerbroekstermolenpolder 50 5 0 0 5 0 0 0 6 0 9 300 29,2 23,9 33,2 20,5 66,9 36,4 23,1 4,3 2,9 15
Westerbroekstermadepolder 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 . . . . . . . . . 38
Industriegebied Winschoterdiep 15 0 0 0 0 0 0 0 0 0 20 100 24,5 19,0 40,5 13,5 59,6 . . . . 21
Westerbroek 15 5 0 0 0 0 5 0 5 0 8 300 29,0 22,5 35,6 17,3 55,6 32,5 16,3 3,0 3,0 0
Wijk 09 Waterhuizen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 . . . . . . . . . 7
Waterhuizen 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 . . . . . . . . . 7
Compagniesterpark 90 60 0 5 35 0 15 5 4 10 5 1.300 28,2 21,7 39,7 19,4 61,1 28,0 20,1 3,8 2,9 0
Verspr.h. Eemskanaal en Damsterdiep 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 100 . 27,3 . . . . . . . 20
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 5 0 0 0 0 0 0 0 10 0 10 200 32,2 26,2 40,3 26,0 64,7 . . . . 5
Westeremden 15 0 0 0 0 0 0 0 8 0 5 300 30,7 25,1 33,1 22,7 62,0 25,5 26,2 3,4 3,4 0
Westerwijtwerd 5 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 100 . 21,6 . . . . . . . 1
Oosterwijtwerd 10 0 0 0 0 0 0 0 5 0 0 100 28,3 22,9 33,3 17,4 58,2 . . . . 2
Wilpstervaart 0 0 0 0 0 0 0 0 12 0 0 100 . . . . . . . . . 2
Waterwijk 800 1.555 135 135 575 90 615 70 9 25 3 6.000 28,3 22,5 37,1 17,7 60,2 33,7 18,9 7,2 6,6 32
Literatuurwijk 940 3.485 370 180 1.490 325 1.110 90 9 60 6 7.000 32,6 23,6 36,6 25,3 63,2 26,5 30,2 6,8 5,9 5
Bouwmeesterbuurt 400 1.250 90 130 490 40 490 45 10 10 2 3.400 27,0 20,8 40,1 15,8 58,3 38,9 14,1 9,0 7,9 9
Waterland 45 10 0 0 5 0 10 5 4 0 1 600 34,4 26,6 32,3 29,0 61,2 11,0 34,1 1,0 0,7 5
Slochteren 664 321 7 61 40 14 199 155 9 139 8 11.900 29,8 23,1 39,1 19,8 59,4 32,1 21,6 6,1 4,5 828
Wijk 00 Slochteren-Kolham 195 90 0 15 10 5 60 35 7 50 11 3.500 27,3 21,8 41,6 16,0 56,2 35,7 17,3 7,2 5,5 132
Slochteren 80 35 0 10 0 0 20 15 8 35 17 1.600 26,3 20,8 44,7 14,6 54,8 43,1 15,6 9,6 7,2 2
Verspr.h. ten oosten van Slochteren 10 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 100 . 26,3 . . 51,0 . . . . 2
Verspr.h. in het Siddebuursterveen 5 5 0 0 0 5 0 0 0 0 0 100 30,1 25,1 35,8 21,7 55,9 . . . . 6
Wildervanksterdallen 0 5 0 5 0 0 0 0 39 0 0 100 . . . . . . . . . 0
Wijk 04 Ter Apel 550 675 20 0 20 10 620 105 11 105 11 7.200 23,8 19,3 47,1 11,0 51,9 46,8 11,7 6,3 5,4 62
Ter Apel 210 70 0 0 5 5 55 35 9 70 18 3.200 23,8 20,2 47,2 9,9 51,7 52,1 11,5 5,9 5,8 10
Ter Apelkanaal 25 0 0 0 0 0 0 0 2 0 0 500 27,0 20,8 39,1 16,8 62,6 24,7 18,5 3,1 1,2 6
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2015.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som.

Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.
Personen met een migratieachtergrond
Het aantal personen met een migratieachtergrond op 1 januari.

Persoon met een migratieachtergrond:
Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
Persoon met een eerste generatie migratieachtergrond:
Persoon die in het buitenland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Persoon met een tweede generatie migratieachtergrond:
Persoon die in Nederland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.

Personen met een migratieachtergrond worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Tot de categorie 'niet-westers' behoren personen met een migratieachtergrond uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan. Op grond van hun sociaaleconomische en sociaal-culturele positie worden personen met een migratieachtergrond uit deze twee landen tot personen met een westerse migratieachtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.
Westers totaal
Het aantal personen met een migratieachtergrond met een westerse herkomst op 1 januari.
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Niet-westers
Personen met een migratieachtergrond worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Tot de categorie 'niet-westers' behoren personen met een migratieachtergrond uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan. Op grond van hun sociaal-economische en -culturele positie worden personen met een migratieachtergrond uit deze twee landen tot de personen met een westerse migratieachtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.
Niet-westers totaal
Het aantal personen met een migratieachtergrond met een niet-westerse herkomst op 1 januari. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Marokko
Het aandeel personen met een migratieachtergrond met herkomstgroep Marokko op 1 januari.
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Nederlandse Antillen en Aruba
Het aantal personen met een migratieachtergrond met herkomstgroep Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius of Sint Maarten op 1 januari.

Vanaf 10 oktober 2010 zijn de Nederlands Antillen ontbonden. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat vanaf die datum uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Alle eilanden hebben een nieuwe status. Curaçao en Sint Maarten zijn nieuwe landen binnen het Koninkrijk. Met een ‘Status aparte’ binnen het Koninkrijk zijn Curaçao en Sint Maarten autonome landen. De landen hebben een zelfstandig bestuur en zijn niet meer afhankelijk van Nederland. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ook wel Caribisch Nederland, hebben een diepere band met Nederland en functioneren als een bijzondere gemeente van Nederland.
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Suriname
Het aantal personen met een migratieachtergrond met herkomstgroep Suriname op 1 januari.
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Turkije
Het aantal personen met een migratieachtergrond met herkomstgroep Turkije op 1 januari.
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Overig niet-westers
Het aantal personen met een migratieachtergrond met een overige niet-westerse herkomst op 1 januari.
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Geboorte en sterfte
Geboorte totaal
Het aantal levendgeborenen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar. Levendgeborenen zijn kinderen die na geboorte enig teken van leven hebben vertoond, ongeacht de zwangerschapsduur. Dit aantal wordt ontleend aan de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Geboorte relatief
Het aantal levendgeborenen van 1 januari tot en met 31 december, per 1 000 inwoners op 1 januari van het betreffende jaar.
Het relatieve aantal geboorten kan hoger uitvallen dan verwacht op basis van het inwonertal. Het relatieve cijfer betreft namelijk het aantal geboorten gedurende het jaar ten opzichte van het aantal inwoners op 1 januari. In nieuwbouwwijken kan het aantal inwoners sterk groeien in een jaar. Zo kunnen er in 1 jaar 10 kinderen geboren worden in een wijk waarin op 1 januari slechts 10 inwoners wonen, maar aan het eind van het jaar bijvoorbeeld 200 inwoners.
Sterfte totaal
Alle overledenen van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende jaar die ten tijde van het overlijden geregistreerd stonden in de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Sterfte relatief
Het aantal overledenen van 1 januari tot en met 31 december, per 1 000 inwoners op 1 januari van het betreffende jaar.
Het relatieve aantal overledenen kan hoger uitvallen dan verwacht op basis van het inwonertal. Het relatieve cijfer betreft namelijk het aantal overledenen gedurende het jaar ten opzichte van het aantal inwoners op 1 januari. In een buurt met een verpleeghuis kunnen op 1 januari 100 mensen wonen, maar door overlijdensgevallen komen er steeds nieuwe inwoners (bewoners van het verpleeghuis). Zo kan het aantal overlijdensgevallen ook 100 zijn, terwijl er inmiddels al vele mensen in die buurt (of dat verpleeghuis) hebben gewoond.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen in particuliere huishoudens per regio.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Actieven 15-75 jaar
Het aandeel personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishuishoudens met als persoonlijke voornaamste inkomensbron inkomen uit arbeid of inkomen uit eigen onderneming, uitgedrukt in hele procenten van het totale aantal personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Huishoudens met een laag inkomen
Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.
Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan komt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum uit. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Oppervlakte
Voor de bepaling van oppervlaktecijfers is voor de gemeentegrenzen gebruik gemaakt van het digitale gemeentegrenzenbestand van het Kadaster en voor de wijk- en buurtgrenzen binnen de gemeenten van het digitale wijk- en buurtgrenzenbestand van het CBS.
Het bestand Burgerlijke gemeentegrenzen van het Kadaster wordt gebruikt als basis voor de gemeentegrenzen.
Vanwege kleine grensverschillen tussen beide gemeentegrenzen-bestanden zullen daarom kleine afwijkingen in oppervlakte voor bijna alle gemeenten gerapporteerd worden, ook voor gemeenten waarvan de gemeentegrenzen niet officieel gewijzigd zijn.
Met totale oppervlakte per gemeente wordt de oppervlakte inclusief het gemeentelijk ingedeeld buitenwater bedoeld. Bij oppervlaktecijfers over wijken en buurten is de oppervlakte land en water opgenomen exclusief buitenwater. Door dit laatste kan de optelling van de wijken of buurten verschillen met de gepubliceerde totalen per gemeente. Deze verschillen doen zich vooral voor bij kustgemeenten.
Oppervlakte water
Oppervlakte water omvat zowel binnen- als buitenwater. Tot binnenwater wordt gerekend alle water niet onderhevig aan getijden en breder dan 6 meter, zoals het IJsselmeer, Markermeer, Randmeren, sloten, rivieren, kanalen en dergelijke. Onder het buitenwater valt alle water onderhevig aan getijden, zoals de Waddenzee, Oosterschelde, Westerschelde en het gemeentelijk ingedeelde gedeelte van de Noordzee.
De oppervlakte water is bepaald door het meest recente digitale bestand Bodemgebruik te combineren met het digitale bestand van gemeente-, wijk- en buurtgrenzen.
Voor het jaar 2015 is uitgegaan van het bestand Bodemgebruik 2010.

Het buitenwater is alleen op gemeenteniveau vermeld, water per wijk of buurt bestaat alleen uit binnenwater. De oppervlakte water wordt uitgedrukt in hele hectaren (ha.).