Kerncijfers wijken en buurten 2015

Kerncijfers wijken en buurten 2015

Wijken en buurten Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens totaal (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Eenpersoonshuishoudens (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens zonder kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (aantal) Wonen Woningen naar bouwjaar Bouwjaar vanaf 2000 (%) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Actieven 15-75 jaar (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Motorvoertuigen Personenauto's Personenauto's per huishouden (per huishouden) Nabijheid voorzieningen Afstand tot huisartsenpraktijk (km) Stedelijkheid Mate van stedelijkheid (code)
Vlagtwedder-Veldhuis 35 5 15 15 2,8 7 100 . 22,3 . . . . . . . . 2,4 5
Dokkum Weeshuislanden 485 95 165 225 2,6 3 1.000 27,5 20,6 42,3 19,5 59,6 26,2 22,7 3,8 2,3 1,2 1,9 4
Surhuisterveen 2.450 855 795 795 2,2 11 4.200 24,0 18,9 47,9 11,1 55,9 47,0 11,7 8,0 8,0 1,1 0,9 4
Verspreide huizen Surhuisterveen 135 20 50 65 2,7 44 300 25,8 19,3 42,4 15,6 57,0 27,6 22,4 6,8 2,3 1,7 2,5 5
Blokhuisplein 210 150 45 15 1,3 0 200 19,5 17,9 61,0 5,3 48,0 84,5 3,0 34,7 22,9 0,2 0,6 1
Vierhuisterweg e.o. 145 95 35 15 1,5 0 200 20,0 17,2 66,8 9,1 33,7 72,5 6,5 . . 0,4 1,2 3
Wijk 14 Vlieghuis en Padhuis 40 5 20 15 2,7 10 100 . 20,4 . . . . . . . . 3,4 5
Verspreide huizen Vlieghuis en Padhuis 40 5 20 15 2,7 10 100 . 20,4 . . . . . . . . 3,4 5
Verspreide huizen Woolthuis 50 5 15 20 2,8 9 100 32,9 25,5 38,3 27,1 63,4 . . . . . 1,3 5
Wijk 10 Lierderholthuis 255 60 80 110 2,5 11 500 30,5 24,6 32,8 20,0 70,2 24,1 32,1 5,7 3,7 1,4 3,3 5
Lierderholthuis-Kern 90 15 25 40 2,6 2 200 30,8 25,3 29,6 18,8 67,5 . . . . 1,5 3,7 5
Verspreide huizen Lierderholthuis 95 20 30 40 2,5 22 200 30,5 24,5 31,3 20,2 76,8 . . . . 1,4 3,9 5
Frankhuis 2.005 340 430 1.230 3,0 98 3.900 34,8 22,6 30,1 28,9 74,1 20,5 31,8 5,3 4,5 1,1 1,2 2
Tolhuislanden 55 10 10 30 3,2 17 100 22,5 17,6 47,2 11,1 65,1 . . . . 2,1 5,6 5
Woudhuis 2.410 580 640 1.190 2,6 13 4.700 34,4 26,0 35,9 27,0 63,9 25,7 32,9 5,0 4,2 1,1 1,0 3
Wolthuis 105 25 35 40 2,5 9 200 26,7 22,3 47,2 12,5 60,1 28,4 24,5 . . 1,6 2,6 5
De Happert Ziekenhuis 75 15 35 20 2,4 8 100 45,2 35,1 32,4 39,6 50,8 . . . . 1,7 0,6 3
Kruithuis 525 295 170 55 1,6 44 800 29,8 26,9 37,6 17,8 47,5 50,3 12,0 6,8 7,0 0,8 1,0 2
De Veenhuis Achterhoek 75 10 20 40 3,2 17 200 31,4 23,3 40,1 21,4 69,8 . . . . 1,4 3,5 5
Tolhuis 1.690 735 440 510 2,0 3 2.700 25,2 20,1 44,6 12,5 49,1 50,6 9,5 14,5 11,8 0,8 1,0 2
Huissteden-Zuiderpoort 135 95 10 20 1,5 0 200 20,9 17,9 50,6 4,2 44,8 84,2 3,0 21,7 20,2 0,5 0,3 2
Stadhuisplein 295 195 80 20 1,4 40 400 30,9 29,4 37,7 21,1 62,2 56,8 11,1 29,4 29,4 0,4 0,7 1
Het Hallehuis 625 165 140 315 2,5 0 1.200 32,7 25,2 35,6 23,6 65,1 31,8 28,6 9,3 7,4 1,0 1,2 2
Blokhuiswetering 1.415 275 400 730 2,8 0 3.000 29,6 22,9 37,1 20,8 65,7 20,6 31,2 4,4 2,8 1,2 0,7 4
Wijk 05 Huis Ter Heide, Bosch en Duin 3.305 1.110 1.115 1.080 2,2 25 5.600 49,1 38,7 32,8 33,1 55,9 29,3 37,5 7,9 7,0 1,6 1,4 4
Huis ter Heide-Zuid 265 90 80 90 2,2 2 500 35,4 29,1 37,4 25,9 55,9 38,7 28,9 4,6 5,4 . 2,3 5
Huis ter Heide-Noord 305 135 120 45 1,8 16 500 56,5 48,8 31,4 37,3 45,7 30,7 35,6 5,6 5,6 1,3 1,9 5
Wijk 06 Huis de Geer 270 50 120 95 2,4 3 500 33,0 26,7 33,7 25,2 54,2 21,0 27,0 4,2 3,5 1,1 1,5 4
Huis de Geer 270 50 120 95 2,4 3 500 33,0 26,7 33,7 25,2 54,2 21,0 27,0 4,2 3,5 1,1 1,5 4
Huiswaard 4.830 1.680 1.390 1.770 2,2 32 8.400 30,7 24,1 35,5 21,3 58,7 36,0 19,4 6,6 5,5 0,9 1,1 2
Huiswaard-1-Zuid 1.280 475 395 415 2,1 11 2.200 25,5 20,4 42,5 13,6 49,0 46,4 10,8 7,2 7,0 0,8 0,8 2
Huiswaard-2-West 1.080 340 370 380 2,2 0 1.900 32,0 26,0 29,6 23,2 60,2 23,3 22,7 2,6 2,5 0,9 0,7 2
Huiswaard-2-Oost 845 355 220 275 2,1 16 1.400 28,4 22,6 36,6 17,4 64,0 39,6 11,5 9,1 6,7 0,8 1,0 2
Provinciaal Ziekenhuis 200 75 65 70 2,3 84 300 71,7 50,4 28,6 37,8 60,9 34,9 39,0 5,8 7,9 1,1 1,2 4
Vogelenzang Psychiatrisch Ziekenhuis 155 105 40 15 1,4 41 200 33,6 31,6 42,9 20,5 40,5 49,0 21,9 19,0 8,5 0,9 0,8 4
Raadhuisplein 790 455 185 155 1,7 17 1.100 37,9 31,4 34,1 27,6 59,5 47,7 22,5 10,4 8,7 0,8 0,3 1
Slachthuisbuurt 2.870 1.320 720 840 1,9 15 4.500 24,7 20,4 45,5 11,5 54,3 58,7 8,5 13,6 12,5 0,7 0,8 1
Huisduinen 225 75 95 60 2,0 3 400 39,2 32,9 30,0 29,7 52,1 23,3 31,7 4,5 3,1 1,2 1,7 5
Raadhuiskwartier 640 230 175 245 2,4 3 1.100 55,8 40,7 31,7 40,1 60,5 26,0 48,1 6,4 5,5 1,3 0,6 1
Zevenhuis - Buurt 36 00 0 0 0 0 . . 0 . . . . . . . . . . . .
Wijk 00 Velsen-Zuid en Driehuis 1.990 540 785 670 2,3 1 3.800 40,7 33,6 33,3 33,1 54,2 16,5 41,3 2,5 2,9 1,3 0,7 4
Driehuis-Dorp 360 90 140 135 2,4 1 700 39,0 32,6 34,5 33,5 54,6 12,5 47,1 2,6 1,1 1,3 0,4 4
Stadhuisbuurt 360 170 95 105 1,9 0 600 29,5 23,8 31,3 18,0 68,5 44,2 10,7 6,6 7,2 0,9 0,6 1
Bos- en Gasthuisdistrict 11.085 6.255 2.395 2.445 1,8 10 15.900 28,4 23,6 44,4 18,1 54,0 55,5 13,2 10,7 9,6 0,6 0,4 1
Gasthuiswijk 1.535 935 335 270 1,7 12 2.200 25,9 22,2 46,6 14,5 53,3 62,7 9,8 9,9 8,9 0,6 0,4 1
Pesthuiswijk 670 600 50 25 1,2 93 700 20,4 18,5 74,6 11,0 29,5 88,0 6,1 20,6 10,3 0,2 0,6 2
Huis te Lande 600 255 210 145 2,0 0 900 38,2 30,5 26,3 31,7 60,4 25,0 24,3 2,4 1,6 0,9 0,5 1
Stadhuisplein en omgeving 465 335 80 55 1,4 3 600 24,0 21,5 48,6 10,7 52,2 72,0 7,7 19,8 17,8 0,6 0,2 1
Verspr.h. Bovenstehuis en Peelsehuis 115 20 35 70 3,2 10 300 27,5 21,9 45,5 16,9 62,6 18,6 50,8 3,4 3,4 1,6 2,4 5
Het Hooghuis 2.295 700 620 980 2,3 2 4.200 29,6 23,5 36,3 19,6 62,9 34,2 20,0 8,2 6,1 1,1 0,9 2
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2015.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
Om redenen van statistische geheimhouding zijn de aantallen op wijk- en buurtniveau aselect afgerond op veelvouden van 5.
Bij aselect afronden wordt door loten bepaald of een getal naar boven of naar beneden wordt afgerond. De daarbij gehanteerde kansen zijn omgekeerd evenredig met de afrondverschillen. Gemiddeld wordt een getal hierdoor op zichzelf afgerond. Het gemiddelde afrondverschil per getal is evenwel groter dan het geval is bij afronding op het dichtstbijzijnde veelvoud van 5. Door afrondverschillen is de som van afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som.

Hierdoor kan het voorkomen dat wanneer een wijk uit één buurt bestaat of een gemeente uit één wijk, dit afgerond niet overeenkomt.
Particuliere huishoudens
Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.
Huishoudens totaal
Het aantal particuliere huishoudens is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Eenpersoonshuishoudens
Het aantal huishoudens met één persoon, die ouder is dan 14 jaar. Het aantal eenpersoonshuishoudens is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Huishoudens zonder kinderen
Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren zonder kinderen, echtparen zonder kinderen en overige huishoudens. Het aantal huishoudens zonder kinderen is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Huishoudens met kinderen
Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens. Het aantal huishoudens met kinderen is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
De cijfers op wijk- en buurtniveau zijn aselect afgerond op vijftallen.
Gemiddelde huishoudensgrootte
Dit gemiddelde is berekend als het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens. De gemiddelde huishoudensgrootte is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Wonen
Woningen naar bouwjaar
Het bouwjaar is het jaar waarin een pand, waarin een woning zich bevindt, oorspronkelijk als bouwkundig gereed is of wordt opgeleverd. Indien in latere jaren wijzigingen aan een pand worden aangebracht, leidt dit niet tot wijziging van het bouwjaar.

De bouwjaarklasse heeft hier twee waarden:
1) in of na het jaar 2000 gebouwd;
2) vóór het jaar 2000 gebouwd.
Bouwjaar vanaf 2000
Peildatum: 1 januari van het desbetreffende jaar.
Het aantal woningen met bouwjaar 2000 of later, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen en het inkomen van particuliere huishoudens met een waargenomen inkomen. De gegevens komen uit de Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek (IIVS) met als populatie de bevolking van Nederland op 1 januari van het verslagjaar met het inkomen over het verslagjaar.

De Integrale Inkomens- en Vermogensstatistiek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- Inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- Asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen behorende tot particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen in particuliere huishoudens per regio.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% personen met het laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% personen met het hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Actieven 15-75 jaar
Het aandeel personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishuishoudens met als persoonlijke voornaamste inkomensbron inkomen uit arbeid of inkomen uit eigen onderneming, uitgedrukt in hele procenten van het totale aantal personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen is waargenomen.
40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met het laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met het hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Huishoudens met een laag inkomen
Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.
Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan komt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum uit. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Motorvoertuigen
De motorvoertuigen betreffen personenauto's, bedrijfsauto’s en motortweewielers op 1 januari. Aanhangwagens en opleggers zijn niet meegerekend.
De gegevens zijn ontleend aan de Statistiek van de Motorvoertuigen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de kentekenregistratie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Met behulp van deze registratie zijn tellingen gemaakt van alle voertuigen met actuele, houderschapsplichtige kentekens die op 1 januari in het kentekenbestand voorkomen.
Het aantal geregistreerde motorvoertuigen is inclusief voertuigen van lease- en verhuurbedrijven. Deze motorvoertuigen staan geregistreerd op het adres van het lease- of verhuurbedrijf. De motorvoertuigen die staan ingeschreven op postbusadressen zijn niet meegeteld bij de aantallen van de wijken en buurten, maar wel in de gemeentelijke totalen. De wijken en buurten tellen daarom niet altijd op tot gemeenten. De gemeentelijke totalen komen overeen met de Regionale Kerncijfers Nederland.
Personenauto's
Personenauto's per huishouden
Het aantal personenauto's per (particulier) huishouden op 1 januari. De personenauto's worden regionaal ingedeeld met behulp van de kentekenregistratie. Personenauto's die geregistreerd staan op het adres van het lease- of verhuurbedrijf vertekenen daarom de autodichtheid per huishouden.
Het aantal personenauto's per huishouden is vermeld bij minimaal 50 huishoudens en bij een waarde van maximaal 2,5 personenauto’s per huishouden.
Nabijheid voorzieningen
Locatie die bezocht kan worden door personen. De locatie sluit aan bij het gebruik in het dagelijks leven.

De afstand tot een voorziening is berekend over verharde, door auto's te gebruiken wegen, dus niet over fiets- en voetpaden. Overtochten via veerboten zijn hierbij inbegrepen. Er wordt geen rekening gehouden met éénrichtingsverkeer en overige inrijverboden van toegangswegen tot rijks- of provinciale wegen.

Afstand tot huisartsenpraktijk
De gemiddelde afstand van alle inwoners in een gebied tot de dichtstbijzijnde huisartsenpraktijk, berekend over de weg.

De gemiddelde afstand is opgenomen wanneer van 90 procent of meer van de inwoners in de buurt de exacte ligging (x,y-coördinaat) van het adres kon worden vastgesteld. Daarnaast geldt dat het gemiddelde alleen is vermeld bij minimaal 10 inwoners per buurt.
Stedelijkheid
Mate van stedelijkheid
Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend. De volgende klassenindeling is gehanteerd:
1: zeer sterk stedelijk >= 2 500 adressen per km²
2: sterk stedelijk 1 500 - 2 500 adressen per km²
3: matig stedelijk 1 000 - 1 500 adressen per km²
4: weinig stedelijk 500 - 1 000 adressen per km²
5: niet stedelijk < 500 adressen per km²