Kerncijfers wijken en buurten 2015

Kerncijfers wijken en buurten 2015

Wijken en buurten Sociale zekerheid Personen per soort uitkering; Bijstand (aantal) Sociale zekerheid Personen per soort uitkering; AO (aantal) Sociale zekerheid Personen per soort uitkering; WW (aantal) Sociale zekerheid Personen per soort uitkering; AOW (aantal)
Nederland 441.430 768.340 423.460 2.963.210
Appingedam 470 770 380 2.710
Wijk 00 470 770 380 2.710
Appingedam-Centrum 80 200 70 700
Appingedam-West 60 130 80 570
Appingedam-Oost 320 410 200 1.370
Verspr.h. Damsterdiep en Eemskanaal 0 20 10 30
Verspr.h. ten zuiden van Eemskanaal 0 10 0 20
Verspr.h. ten N. van het Damsterdiep 0 0 0 30
Bedum 150 590 250 2.020
Wijk 00 150 590 250 2.020
Bedum 120 490 180 1.610
Verspreide huizen Bedum 0 20 20 80
Zuidwolde 20 40 20 180
Verspreide huizen Zuidwolde 0 0 0 20
Onderdendam 10 30 30 80
Verspreide huizen Onderdendam 0 0 0 10
Noordwolde 0 0 0 30
Verspreide huizen Noordwolde 0 10 0 20
Bellingwedde 260 590 220 2.260
Wijk 00 Bellingwolde 140 280 90 940
Bellingwolde 100 120 50 530
Vriescheloo 10 40 0 60
Rhederweg-West 20 40 10 100
Vriescheloo-Zuid 20 40 10 110
Oudeschans 0 10 10 30
Klein-Ulsda . . . .
Verspr.h. ten Z.O. van Bellingwolde 0 20 10 80
Verspr.h. ten zuidoosten van Vriescheloo 0 10 10 20
Verspreide huizen Westerwoldse A 0 0 0 10
Wijk 01 Oost 20 90 20 230
Veelerveen 10 50 20 120
Rhederbrug-Oost 0 20 0 40
Verspr.h. ten noordoosten van Rhederbrug 0 10 0 40
Verspreide huizen Veelerveen 0 10 0 30
Wijk 02 Blijham 100 220 100 1.090
Blijham 80 100 60 690
Morige 0 20 10 80
Wedde 20 50 20 160
Wedderheide 0 10 10 60
Wedderveer 0 10 0 20
Verspreide huizen in de polder Blijham 0 10 0 10
Verspreide huizen ten westen van Blijham 0 0 0 20
Verspreide huizen Hoorn 0 20 0 30
Verspreide huizen in de Weddermarke 0 10 0 20
Ten Boer 110 210 160 1.340
Wijk 00 West 90 160 130 1.170
Ten Boer 80 120 100 880
Garmerwolde 0 20 10 80
Thesinge 0 10 10 60
Sint-Annen 0 0 0 30
Achter-Thesinge en Bovenrijge 0 0 0 10
Verspr.h. ten noorden van het Eemskanaal 0 10 10 110
Wijk 01 Oost 20 50 30 180
Ten Post 10 20 20 90
Winneweer (gedeeltelijk) 0 10 0 20
Woltersum 10 20 10 40
Wittewierum 0 0 0 10
Lellens 0 0 0 10
Verspr.h. ten noorden van het Eemskanaal 0 10 10 20
Delfzijl 1.050 1.250 790 5.870
Wijk 00 Stad 920 880 550 4.300
Delfzijl-Centrum 60 50 20 390
Farmsum 70 100 80 490
Delfzijl-Noord 480 390 220 1.550
Delfzijl-West 50 120 90 1.200
Fivelzigt 10 50 40 290
Tuikwerd 240 170 110 390
Wijk 01 Land 0 20 20 120
Meedhuizen 0 10 10 70
Uitwierde 0 0 0 10
Verspr.h. Eemskanaal (ten zuiden) 0 10 10 40
Industrieterrein . . . .
Verspreide huizen in het noorden . . . .
Wijk 02 60 200 100 730
Woldendorp 30 80 30 170
Termunten 0 30 10 60
Termunterzijl 10 10 10 60
Borgsweer 0 10 0 30
Wagenborgen 20 70 50 380
Verspreide huizen Wagenborgen 0 0 0 10
Verspreide huizen Termunten 0 0 0 30
Wijk 03 70 150 120 710
Bierum 10 30 10 140
Spijk 30 50 50 210
Holwierde 10 40 30 180
Godlinze 10 10 10 40
Losdorp 0 10 0 30
Krewerd 0 10 10 20
Verspreide huizen Bierum 0 10 10 90
Groningen 11.030 8.720 4.870 23.380
Centrum 880 730 400 1.480
Binnenstad-Noord 160 100 70 230
Binnenstad-Zuid 260 210 110 380
Binnenstad-Oost 210 160 70 240
Binnenstad-West 70 60 30 150
Noorderplantsoen . . . .
Hortusbuurt 150 160 100 390
Ebbingekwartier 40 50 20 30
UMCG . . . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2015.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Sociale zekerheid
Deze tabel geeft per gemeente, wijk en buurt inzicht in het aantal personen dat een uitkering ontvangt op grond van arbeidsongeschiktheid, bijstand, werkloosheid en AOW.
Het is mogelijk dat een persoon aanspraak maakt op meer dan één uitkering. Dat kunnen uitkeringen zijn van eenzelfde soort (bijvoorbeeld twee uitkeringen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)) of twee uitkeringen van verschillende soort (zoals een uitkering op grond van de Werkloosheidswet en een bijstandsuitkering). In het laatste geval wordt de persoon bij beide soorten uitkeringen meegeteld, in het eerste geval slechts één keer (bij de WAO).
Bij de categorie personen met een uitkering (totaal) wordt de persoon uiteraard ook maar één keer geteld.
Personen per soort uitkering; Bijstand
Personen die een bijstandsuitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 1 januari 2015) of de Participatiewet (vanaf 1 januari 2015) ontvangen.
Het gaat in deze tabel om algemeen periodieke uitkeringen aan thuiswonende personen tot de AOW-leeftijd.

Wet werk en bijstand (WWB)
Wettelijke sociale voorziening die op 1 januari 2004 in werking is getreden ter vervanging van de Algemene bijstandswet (Abw), de Wet inschakeling werkzoekenden (WIW) en het Besluit In- en Doorstroombanen (ID-banen).
De WWB was tot 1 januari 2015 de wet die in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en bijstand regelde voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen.
De wet is per 1 januari 2015 gewijzigd en heet sindsdien Participatiewet.

Participatiewet
De Participatiewet vervangt sinds 1 januari 2015 de Wet werk en bijstand (WWB), de Wet Sociale Werkvoorziening (WsW) en een groot deel van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).
De wet regelt in Nederland de ondersteuning bij arbeidsinschakeling en het verlenen van bijstand door gemeenten voor mensen die weinig of geen ander inkomen (waaronder andere uitkeringen) hebben en ook weinig of geen vermogen.
Werk gaat voor inkomen: oogmerk van de wet is om mensen met of zonder arbeidsbeperking op de kortste weg naar betaald werk te kunnen zetten.
De gemeenten voeren de wet uit en bepalen, binnen de wettelijke grenzen, hun eigen beleid.

De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop recht is ontstaan op het basispensioen van de Rijksoverheid op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Tot 1 januari 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Vanaf die datum gaat de AOW-leeftijd jaarlijks met één of meerdere maanden omhoog. Zo was de AOW-leeftijd in 2013 65 jaar en één maand, in 2014 was die leeftijd 65 jaar en twee maanden.
De AOW-leeftijd wordt vanaf 2016 in stappen van 3 maanden verhoogd en vanaf 2018 in stappen van 4 maanden. Daarmee wordt de AOW-leeftijd 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Het betreft voorlopige cijfers.
Personen per soort uitkering; AO
Personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Wet werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) en de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong).

Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Wet die als doel heeft om personen in loondienst te verzekeren van een loonvervangende uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid.

Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ)
Een verplichte verzekering voor zelfstandigen, beroepsbeoefenaren, directeuren-grootaandeelhouders en meewerkende echtgenoten tegen de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid.
De WAZ is met ingang van 1 augustus 2004 geblokkeerd.

Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong)
Wettelijke voorziening in de financiële gevolgen van langdurige arbeidsongeschiktheid van mensen die geen aanspraak kunnen maken op de WAO/WIA omdat er geen arbeidsverleden is opgebouwd.
Dit zijn mensen die arbeidsongeschikt zijn voor de dag dat zij 17 jaar worden of na hun 17e jaar arbeidsongeschikt worden en een opleiding of studie volgen.

Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (wet Wajong)
Met ingang van 1 januari 2010 is de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten (Wet Wajong) in werking getreden.
In tegenstelling tot de 'oude' Wajong hebben jongeren met een ziekte of handicap in de eerste plaats recht op hulp bij het vinden en houden van werk. Daaraan gekoppeld kunnen ze een inkomensondersteuning krijgen.
De 'oude' Wajong blijft gelden voor jongeren die voor 1 januari 2010 een uitkering hebben aangevraagd.

Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
De wet geeft werknemers die na een wachttijd van twee jaar nog minstens 35 procent arbeidsongeschikt zijn, recht op een uitkering.
De wet is zo opgezet dat een persoon gestimuleerd wordt om naar vermogen te werken.
De WIA kent twee regelingen: de regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten (IVA) en de regeling werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA).
De IVA regelt een loonvervangende uitkering voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.
De WGA regelt een aanvulling op het met arbeid verdiende inkomen of een minimumuitkering als men niet of onvoldoende werkt.

Het betreft voorlopige cijfers.
Personen per soort uitkering; WW
Personen die een uitkering ontvangen op grond van de Werkloosheidswet (WW).

Werkloosheidswet (WW)
De wet heeft tot doel werknemers te verzekeren tegen de financiële gevolgen van werkloosheid.
De wet voorziet in een uitkering die gerelateerd is aan het laatstverdiende inkomen uit dienstbetrekking.
De duur van de uitkering is afhankelijk van het arbeidsverleden van de verzekerde. Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) beoordeelt of men voor een WW-uitkering in aanmerking komt.

Het betreft voorlopige cijfers.
Personen per soort uitkering; AOW
Personen die een basispensioen van de Rijksoverheid ontvangen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).

Algemene Ouderdomswet (AOW)
De AOW is een algemene, de gehele bevolking omvattende, verplichte verzekering die personen met de AOW-gerechtigde leeftijd een inkomen garandeert. In het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel is dit een volksverzekering.
In principe is iedereen die nog niet de AOW-gerechtige leeftijd heeft bereikt en in Nederland woont, verzekerd voor de AOW.
Ook degenen die niet in Nederland wonen, maar in Nederland in dienstbetrekking arbeid verrichten waarover loonbelasting wordt betaald, zijn verzekerd.
Voor perioden die men in het buitenland woont, kan men zich verzekeren tegen verlies van aanspraak op een AOW-uitkering.
Een uitkering kan, binnen het kader van de wet Beperking export uitkeringen (wet BEU), naar het buitenland worden overgemaakt.

De AOW-leeftijd is de leeftijd waarop recht is ontstaan op het basispensioen van de Rijksoverheid op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
Tot 1 januari 2013 was de AOW-leeftijd 65 jaar. Vanaf die datum gaat de AOW-leeftijd jaarlijks met één of meerdere maanden omhoog. Zo was de AOW-leeftijd in 2013 65 jaar en één maand, in 2014 was die leeftijd 65 jaar en twee maanden.
De AOW-leeftijd wordt vanaf 2016 in stappen van 3 maanden verhoogd en vanaf 2018 in stappen van 4 maanden. Daarmee wordt de AOW-leeftijd 66 jaar in 2018 en 67 jaar in 2021. Vanaf 2022 wordt de AOW-leeftijd gekoppeld aan de levensverwachting.

Het betreft voorlopige cijfers.