Werkzame jongeren (15 tot 27 jaar); economisch zelfstandigheid, 2008-2013

Werkzame jongeren (15 tot 27 jaar); economisch zelfstandigheid, 2008-2013

Geslacht Arbeidsduur Persoonskenmerken Perioden Economische zelfstandigheid Jongeren economisch zelfstandig (x 1 000) Economische zelfstandigheid Jongeren niet economisch zelfstandig (x 1 000) Economische zelfstandigheid (%) Jongeren economisch zelfstandig (%) Economische zelfstandigheid (%) Jongeren niet economisch zelfstandig (%)
Totaal mannen en vrouwen Totaal Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 259 43 85,7 14,3
Totaal mannen en vrouwen Totaal Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 151 114 56,9 43,1
Totaal mannen en vrouwen Deeltijd Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 74 32 69,5 30,5
Totaal mannen en vrouwen Deeltijd Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 50 87 36,7 63,3
Totaal mannen en vrouwen Minder dan 12 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 2 6 . .
Totaal mannen en vrouwen Minder dan 12 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 3 28 10,2 89,8
Totaal mannen en vrouwen Minder dan 20 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 6 13 30,2 69,8
Totaal mannen en vrouwen Minder dan 20 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 7 47 13,6 86,4
Totaal mannen en vrouwen 12 tot 20 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 4 8 . .
Totaal mannen en vrouwen 12 tot 20 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 4 19 18,1 81,9
Totaal mannen en vrouwen 20 tot 35 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 68 19 78,2 21,8
Totaal mannen en vrouwen 20 tot 35 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 43 40 51,7 48,3
Totaal mannen en vrouwen Voltijd Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 185 11 94,6 5,4
Totaal mannen en vrouwen Voltijd Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 101 27 78,7 21,3
Mannen Totaal Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 136 19 87,5 12,5
Mannen Totaal Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 73 52 58,4 41,6
Mannen Deeltijd Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 13 12 53,3 46,7
Mannen Deeltijd Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 13 34 28,3 71,7
Mannen Minder dan 12 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 1 3 . .
Mannen Minder dan 12 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 1 11 . .
Mannen Minder dan 20 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 1 4 . .
Mannen Minder dan 20 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 2 17 10,4 89,6
Mannen 12 tot 20 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 1 2 . .
Mannen 12 tot 20 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 1 6 . .
Mannen 20 tot 35 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 12 7 62,9 37,1
Mannen 20 tot 35 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 11 16 40,8 59,2
Mannen Voltijd Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 123 8 93,9 6,1
Mannen Voltijd Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 59 18 76,5 23,5
Vrouwen Totaal Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 123 24 83,9 16,1
Vrouwen Totaal Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 78 63 55,6 44,4
Vrouwen Deeltijd Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 61 21 74,4 25,6
Vrouwen Deeltijd Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 37 54 41,0 59,0
Vrouwen Minder dan 12 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 1 3 . .
Vrouwen Minder dan 12 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 2 17 11,3 88,7
Vrouwen Minder dan 20 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 5 9 . .
Vrouwen Minder dan 20 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 5 30 15,4 84,7
Vrouwen 12 tot 20 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 4 6 . .
Vrouwen 12 tot 20 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 3 13 20,1 79,9
Vrouwen 20 tot 35 uur per week Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 56 12 82,5 17,5
Vrouwen 20 tot 35 uur per week Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 32 24 57,1 42,9
Vrouwen Voltijd Werkkring: vaste arbeidsrelatie 2013 62 3 95,9 4,1
Vrouwen Voltijd Werkkring: flexibele arbeidsrelatie 2013 41 9 82,0 18,0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat uitkomsten over de inkomenspositie van personen in de leeftijd 15 tot 27 jaar. Gepresenteerd worden cijfers over het economisch zelfstandig zijn. Daarbij worden personen onderscheiden naar arbeidsduur, geslacht, en andere persoonskenmerken.

Gegevens beschikbaar van 2008 tot en met 2013.

Status van de cijfers:
De cijfers over de jaren 2008 t/m 2012 zijn definitief.
De cijfers over 2013 zijn voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 15 maart 2018:
Geen deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
De reden van stopzetting is de herziening van de inkomensstatistiek. Nieuwe cijfers worden gepubliceerd onder het thema Inkomen en bestedingen, zie hieronder bij koppelingen.

Toelichting onderwerpen

Economische zelfstandigheid
Economische zelfstandigheid is een begrip dat beleidsmatig verbonden is met het bestaansminimum: iemand wordt als economisch zelfstandig beschouwd als het individuele netto inkomen uit arbeid en eigen onderneming op of boven de drempelwaarde ligt van de beleidsnorm voor het individuele inkomensminimum. Die drempelwaarde is gelijkgesteld aan 70% van het wettelijke netto minimumloon, ofwel de netto bijstand van een alleenstaande. De drempelwaarde stijgt of daalt van jaar tot jaar overeenkomstig de ontwikkeling van het sociale minimum.
Jongeren economisch zelfstandig
Jongeren van 15 tot 27 jaar met betaald werk die economisch zelfstandig zijn.
Jongeren niet economisch zelfstandig
Jongeren van 15 tot 27 jaar met betaald werk die niet economisch zelfstandig zijn.
Economische zelfstandigheid (%)
Economische zelfstandigheid is een begrip dat beleidsmatig verbonden is met het bestaansminimum: iemand wordt als economisch zelfstandig beschouwd als het individuele netto inkomen uit arbeid en eigen onderneming op of boven de drempelwaarde ligt van de beleidsnorm voor het individuele inkomensminimum. Die drempelwaarde is gelijkgesteld aan 70% van het wettelijke netto minimumloon, ofwel de netto bijstand van een alleenstaande. De drempelwaarde stijgt of daalt van jaar tot jaar overeenkomstig de ontwikkeling van het sociale minimum.
Jongeren economisch zelfstandig
Jongeren van 15 tot 27 jaar met betaald werk die economisch zelfstandig zijn.
Jongeren niet economisch zelfstandig
Jongeren van 15 tot 27 jaar met betaald werk die niet economisch zelfstandig zijn.