Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken, 2014-2021
| Persoonskenmerken | Marges | Perioden | Langdurige aandoeningen Aandoeningen afgelopen 12 maanden Vernauwing bloedvaten in buik of benen (%) | Acute ziekten Verkoudheid (%) | Acute ziekten Bronchitis of longontsteking (%) | Acute ziekten Oorontsteking (%) | Acute ziekten Infectie of ontsteking nieren of blaas (%) | Acute ziekten Diarree, minimaal 3 maal in 24 uur (%) | Acute ziekten Braken, minimaal 3 maal in 24 uur (%) | Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) | Beperkingen Beperkingen ADL, 55 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) | Beperkingen Beperkingen IADL, 55 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) | Medische contacten Contact met mondhygiënist, 12 of ouder (%) | Medische contacten Contact met orthodontist, 8 of ouder (%) | Medische contacten Personen beh. door alternatief genezer (%) | Medische contacten Personen die thuiszorg ontvingen (%) |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep | Waarde | 2021 | . | 31,3 | 2,2 | 4,5 | 2,9 | 10,8 | 4,3 | 19,6 | 22,6 | 35,2 | 35,4 | 10,5 | 3,6 | 9,6 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep | Ondergrens 95%-interval | 2021 | . | 28,3 | 1,4 | 3,3 | 2,0 | 8,9 | 3,1 | 17,0 | 18,3 | 30,1 | 32,1 | 8,6 | 2,6 | 7,8 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep | Bovengrens 95%-interval | 2021 | . | 34,4 | 3,5 | 6,2 | 4,3 | 13,1 | 5,9 | 22,6 | 27,7 | 40,7 | 38,9 | 12,8 | 5,1 | 11,7 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep | Waarde | 2021 | . | 28,9 | 0,6 | 3,3 | 3,6 | 10,6 | 4,0 | 19,4 | 16,8 | 26,8 | 35,8 | 6,8 | 4,9 | 9,2 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep | Ondergrens 95%-interval | 2021 | . | 26,3 | 0,3 | 2,4 | 2,7 | 9,0 | 2,9 | 17,2 | 13,9 | 23,3 | 32,9 | 5,4 | 3,7 | 7,7 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep | Bovengrens 95%-interval | 2021 | . | 31,7 | 1,3 | 4,6 | 4,9 | 12,6 | 5,4 | 21,9 | 20,1 | 30,6 | 38,8 | 8,4 | 6,3 | 11,0 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep | Waarde | 2021 | . | 29,9 | 0,5 | 2,2 | 2,2 | 10,6 | 2,9 | 9,2 | 5,7 | 13,7 | 38,7 | 8,9 | 4,3 | 4,2 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep | Ondergrens 95%-interval | 2021 | . | 27,7 | 0,3 | 1,6 | 1,6 | 9,1 | 2,2 | 7,8 | 4,1 | 11,1 | 36,1 | 7,6 | 3,4 | 3,3 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep | Bovengrens 95%-interval | 2021 | . | 32,3 | 1,0 | 3,1 | 3,0 | 12,3 | 4,0 | 10,9 | 7,9 | 16,8 | 41,3 | 10,5 | 5,5 | 5,3 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep | Waarde | 2021 | . | 31,0 | 0,8 | 1,8 | 2,5 | 9,7 | 2,7 | 6,4 | 5,9 | 11,2 | 43,4 | 9,3 | 6,5 | 4,4 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep | Ondergrens 95%-interval | 2021 | . | 28,9 | 0,5 | 1,3 | 1,9 | 8,4 | 2,0 | 5,3 | 4,3 | 9,0 | 41,0 | 8,0 | 5,5 | 3,5 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep | Bovengrens 95%-interval | 2021 | . | 33,1 | 1,3 | 2,6 | 3,3 | 11,1 | 3,5 | 7,6 | 8,1 | 14,0 | 45,8 | 10,7 | 7,7 | 5,4 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep | Waarde | 2021 | . | 29,7 | 0,7 | 1,9 | 1,9 | 9,6 | 2,4 | 4,3 | 2,9 | 6,2 | 47,6 | 8,1 | 5,5 | 3,1 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep | Ondergrens 95%-interval | 2021 | . | 27,8 | 0,4 | 1,3 | 1,4 | 8,4 | 1,8 | 3,4 | 1,8 | 4,6 | 45,4 | 7,0 | 4,7 | 2,4 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep | Bovengrens 95%-interval | 2021 | . | 31,8 | 1,2 | 2,6 | 2,6 | 11,0 | 3,2 | 5,2 | 4,4 | 8,2 | 49,9 | 9,4 | 6,6 | 3,9 |
| Bron: CBS. | ||||||||||||||||
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat cijfers over de ervaren gezondheid en medische contacten van de Nederlandse bevolking vanaf 0 jaar in particuliere huishoudens. De cijfers kunnen worden uitgesplitst naar diverse persoonskenmerken.
Voor enkele onderwerpen geldt een afwijkende leeftijdsafbakening. Deze leeftijden worden bij de betreffende onderwerpen vermeld.
Gegevens beschikbaar van 2014 tot en met 2021
Status van de cijfers: definitief
Wijzigingen per 6 januari 2023:
Geen. Deze tabel wordt stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel is opgevolgd door de tabel Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken. Zie paragraaf 3.
Toelichting onderwerpen
- Langdurige aandoeningen
- Aan alle respondenten wordt gevraagd: Heeft u / uw kind één of meer langdurige ziekten of aandoeningen? Langdurig is (naar verwachting) 6 maanden of langer. Vervolgens worden 23 aandoeningen en een restcategorie 'overige aandoeningen' voorgelegd en gevraagd of mensen deze aandoening in de afgelopen 12 maanden hebben gehad. Van drie van die aandoeningen wordt ook gevraagd of men die ooit heeft gehad. Daarnaast wordt (uitgebreider) gevraagd naar suikerziekte (diabetes). De meeste vragen naar specifieke langdurige aandoeningen worden aan personen van alle leeftijden gesteld. Aandoeningen die niet vaak voorkomen bij jongeren worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.
- Aandoeningen afgelopen 12 maanden
- Langdurige ziektes en aandoeningen in de afgelopen 12 maanden. Respondenten kunnen aangeven of ze de ziekte of aandoening hebben of afgelopen 12 maanden hebben gehad.
- Vernauwing bloedvaten in buik of benen
- Percentage personen, van 12 jaar of ouder, met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag: Heeft of had u in de afgelopen 12 maanden vernauwing in de bloedvaten in de buik of de benen, geen spataderen?
Vanaf 2019 wordt deze langdurige aandoening niet meer gevraagd aan respondenten in de gezondheidsenquête.
- Acute ziekten
- Er wordt gevraagd naar 6 acute ziekten of klachten. De respondent kan met 'ja' of 'nee' aangeven of hij die klachten heeft of in de afgelopen 2 maanden heeft gehad. De vragen worden aan respondenten van alle leeftijden gesteld.
In 2019 en 2020 waren de vragen over acute ziekten of klachten niet opgenomen in het onderzoek.- Verkoudheid
- Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een verkoudheid, griep, keelontsteking of voorhoofdsholteontsteking gehad?'
- Bronchitis of longontsteking
- Percentage personen de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een acute bronchitis of longontsteking gehad, hier wordt niet bedoeld chronische bronchitis?'
- Oorontsteking
- Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een oorontsteking gehad?'
- Infectie of ontsteking nieren of blaas
- Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden een infectie of ontsteking van de nieren, blaas of urinewegen gehad?'
- Diarree, minimaal 3 maal in 24 uur
- Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden diarree gehad, hiermee wordt bedoeld tenminste 3 maal dunne ontlasting binnen 24 uur?'
- Braken, minimaal 3 maal in 24 uur
- Percentage personen met de antwoordcategorie 'ja' op de vraag 'Heeft of heeft u / uw kind in de afgelopen 2 maanden moeten braken, hiermee wordt bedoeld tenminste 3 maal braken binnen 24 uur?'
- Beperkingen
- Beperkingen
Er worden 3 indicatoren voor lichamelijke beperkingen berekend:
a De OESO-indicator voor personen van 12 jaar of ouder en
b De ADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar en.
c de iADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar.
Daarnaast wordt een globale vraag over beperkingen gesteld (GALI-indicator).- Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder
- De OESO-indicator (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is gebaseerd op de volgende 7 vragen over vaardigheden die mensen normaal kunnen doen, zo nodig met hulpmiddelen zoals een bril of hoorapparaat. Het gaat niet om tijdelijke problemen.
1. Een gesprek volgen in een groep van drie of meer personen (zo nodig met hoorapparaat)
2. Met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)
3. Kleine letters in de krant lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)
4. Op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)
5. Een voorwerp van 5 kilo, bijv. een volle boodschappentas 10 meter dragen
6. Rechtop staand kunnen bukken en iets van de grond oppakken
7. 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)
Antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; kan niet. Deze vragen worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.- Personen met minstens 1 beperking
- Percentage personen met minstens 1 OESO-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' antwoordt.
- Beperkingen ADL, 55 jaar of ouder
- De ADL-indicator (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) is gebaseerd op vragen over de volgende 11 verrichtingen:
1. Gaan zitten en opstaan uit een stoel
2. In- en uit bed stappen
3. De trap op- en aflopen
4. Eten en drinken
5. Aan- en uitkleden
6. Het gezicht en de handen wassen
7. In bad gaan of douchen
8. Van het toilet gebruik maken
9. Zich verplaatsen naar een andere kamer op dezelfde verdieping
10. De woning verlaten en binnengaan
11. Zich verplaatsen buitenshuis
De 4 antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; alleen met hulp van anderen. De eerste drie vragen kennen een 5e antwoordcategorie: zelfs niet met hulp van anderen. Deze vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.- Personen met minstens 1 beperking
- Percentage personen van 55 jaar of ouder met minstens 1 ADL-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 11 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' of ‘zelfs niet met hulp van anderen’ antwoordt.
- Beperkingen IADL, 55 jaar of ouder
- De IADL (instrumentele algemene dagelijkse levensverrichtingen) vraagt naar huishoudelijke activiteiten waar sommige mensen moeite mee kunnen hebben als gevolg van gezondheidsproblemen. De IADL-indicator is gebaseerd op vragen over de volgende 7 verrichtingen:
1. Maaltijden bereiden
2. Telefoneren
3. Boodschappen doen
4. Op tijd de juiste medicijnen innemen
5. Licht huishoudelijk werk
6. Zwaar huishoudelijk werk
7. Het bijhouden van geldzaken en dagelijkse administratie
De 5 antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; kan ik niet; niet van toepassing / heb ik nooit gedaan of hoeven doen. Deze vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.- Personen met minstens 1 beperking
- Percentage personen van 55 jaar of ouder met minstens 1 IADL-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' antwoordt.
- Medische contacten
- Aan personen wordt gevraagd of zij contact hebben gehad met de huisarts, de specialist, de tandarts, de mondhygiënist, de orthodontist , de fysio- en oefentherapeut, de psycholoog, psychotherapeut of psychiater, en of zij behandeld zijn door een alternatief genezer. Ook wordt gevraagd naar ziekenhuisopnamen of dagopnamen, of mensen thuiszorg hebben ontvangen of dat ze zorg in het buitenland hebben gehad. De meeste vragen naar medische contacten worden aan personen van alle leeftijden gesteld. Contacten die niet vaak voorkomen bij kinderen worden gesteld vanaf een hogere leeftijd.
- Contact met mondhygiënist, 12 of ouder
- Percentage personen van 12 jaar of ouder in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum contact heeft gehad met de mondhygiënist.
- Contact met orthodontist, 8 of ouder
- Percentage personen van 8 jaar of ouder in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum contact heeft gehad met de orthodontist.
- Personen beh. door alternatief genezer
- Percentage personen in de bevolking dat minimaal 1 keer in de 12 maanden voorafgaand aan de enquêtedatum onder behandeling zegt te zijn geweest bij een alternatieve genezer.
- Personen die thuiszorg ontvingen
- Percentage personen dat in de 12 maanden voorafgaand aan het interview thuis betaalde hulp of zorg vanwege problemen met de gezondheid ontvangt. Het gaat bijvoorbeeld om hulp in het huishouden, hulp bij persoonlijke verzorging, verpleging, kraamzorg of een maaltijdservice zoals ‘tafeltje-dek-je’. Bij betaalde hulp gaat het om hulp betaald door iemand zelf of door een instantie.