Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken, 2014-2021
| Persoonskenmerken | Marges | Perioden | Beperkingen Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) | Beperkingen Beperkingen ADL, 55 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) | Beperkingen Beperkingen IADL, 55 jaar of ouder Personen met minstens 1 beperking (%) |
|---|---|---|---|---|---|
| Positie: alleenstaande <40 jaar | Ondergrens 95%-interval | 2021 | 1,0 | . | . |
| Positie: alleenstaande <40 jaar | Bovengrens 95%-interval | 2021 | 4,4 | . | . |
| Positie: alleenstaande 40 tot 65 jaar | Ondergrens 95%-interval | 2021 | 13,6 | . | . |
| Positie: alleenstaande 40 tot 65 jaar | Bovengrens 95%-interval | 2021 | 21,6 | . | . |
| Positie: alleenstaande >=65 jaar | Ondergrens 95%-interval | 2021 | 26,6 | 15,7 | 27,7 |
| Positie: alleenstaande >=65 jaar | Bovengrens 95%-interval | 2021 | 35,2 | 23,2 | 36,4 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep | Ondergrens 95%-interval | 2021 | 17,0 | 18,3 | 30,1 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 1e 20%-groep | Bovengrens 95%-interval | 2021 | 22,6 | 27,7 | 40,7 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep | Ondergrens 95%-interval | 2021 | 17,2 | 13,9 | 23,3 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 2e 20%-groep | Bovengrens 95%-interval | 2021 | 21,9 | 20,1 | 30,6 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep | Ondergrens 95%-interval | 2021 | 7,8 | 4,1 | 11,1 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 3e 20%-groep | Bovengrens 95%-interval | 2021 | 10,9 | 7,9 | 16,8 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep | Ondergrens 95%-interval | 2021 | 5,3 | 4,3 | 9,0 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 4e 20%-groep | Bovengrens 95%-interval | 2021 | 7,6 | 8,1 | 14,0 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep | Ondergrens 95%-interval | 2021 | 3,4 | 1,8 | 4,6 |
| Gestandaardiseerd inkomen: 5e 20%-groep | Bovengrens 95%-interval | 2021 | 5,2 | 4,4 | 8,2 |
| Bron: CBS. | |||||
Tabeltoelichting
Deze tabel bevat cijfers over de ervaren gezondheid en medische contacten van de Nederlandse bevolking vanaf 0 jaar in particuliere huishoudens. De cijfers kunnen worden uitgesplitst naar diverse persoonskenmerken.
Voor enkele onderwerpen geldt een afwijkende leeftijdsafbakening. Deze leeftijden worden bij de betreffende onderwerpen vermeld.
Gegevens beschikbaar van 2014 tot en met 2021
Status van de cijfers: definitief
Wijzigingen per 6 januari 2023:
Geen. Deze tabel wordt stopgezet.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel is opgevolgd door de tabel Gezondheid en zorggebruik; persoonskenmerken. Zie paragraaf 3.
Toelichting onderwerpen
- Beperkingen
- Beperkingen
Er worden 3 indicatoren voor lichamelijke beperkingen berekend:
a De OESO-indicator voor personen van 12 jaar of ouder en
b De ADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar en.
c de iADL-indicator voor personen vanaf 55 jaar.
Daarnaast wordt een globale vraag over beperkingen gesteld (GALI-indicator).- Beperkingen OESO, 12 jaar of ouder
- De OESO-indicator (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is gebaseerd op de volgende 7 vragen over vaardigheden die mensen normaal kunnen doen, zo nodig met hulpmiddelen zoals een bril of hoorapparaat. Het gaat niet om tijdelijke problemen.
1. Een gesprek volgen in een groep van drie of meer personen (zo nodig met hoorapparaat)
2. Met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)
3. Kleine letters in de krant lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)
4. Op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)
5. Een voorwerp van 5 kilo, bijv. een volle boodschappentas 10 meter dragen
6. Rechtop staand kunnen bukken en iets van de grond oppakken
7. 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)
Antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; kan niet. Deze vragen worden gesteld aan personen van 12 jaar of ouder.- Personen met minstens 1 beperking
- Percentage personen met minstens 1 OESO-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' antwoordt.
- Beperkingen ADL, 55 jaar of ouder
- De ADL-indicator (Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen) is gebaseerd op vragen over de volgende 11 verrichtingen:
1. Gaan zitten en opstaan uit een stoel
2. In- en uit bed stappen
3. De trap op- en aflopen
4. Eten en drinken
5. Aan- en uitkleden
6. Het gezicht en de handen wassen
7. In bad gaan of douchen
8. Van het toilet gebruik maken
9. Zich verplaatsen naar een andere kamer op dezelfde verdieping
10. De woning verlaten en binnengaan
11. Zich verplaatsen buitenshuis
De 4 antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; alleen met hulp van anderen. De eerste drie vragen kennen een 5e antwoordcategorie: zelfs niet met hulp van anderen. Deze vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.- Personen met minstens 1 beperking
- Percentage personen van 55 jaar of ouder met minstens 1 ADL-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 11 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' of ‘zelfs niet met hulp van anderen’ antwoordt.
- Beperkingen IADL, 55 jaar of ouder
- De IADL (instrumentele algemene dagelijkse levensverrichtingen) vraagt naar huishoudelijke activiteiten waar sommige mensen moeite mee kunnen hebben als gevolg van gezondheidsproblemen. De IADL-indicator is gebaseerd op vragen over de volgende 7 verrichtingen:
1. Maaltijden bereiden
2. Telefoneren
3. Boodschappen doen
4. Op tijd de juiste medicijnen innemen
5. Licht huishoudelijk werk
6. Zwaar huishoudelijk werk
7. Het bijhouden van geldzaken en dagelijkse administratie
De 5 antwoordcategorieën op deze vragen zijn: zonder moeite; met enige moeite; met grote moeite; kan ik niet; niet van toepassing / heb ik nooit gedaan of hoeven doen. Deze vragen worden gesteld aan personen van 55 jaar of ouder.- Personen met minstens 1 beperking
- Percentage personen van 55 jaar of ouder met minstens 1 IADL-beperking. Een respondent heeft een beperking als hij of zij op minstens één van de 7 vragen met 'kan niet' of 'met grote moeite' antwoordt.