Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR, 2005-2014
| Huishoudens kenmerken | Perioden | Totaal bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen (mln euro) | Gemiddeld bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen (1 000 euro) | Gestandaardiseerd bedrag Bestedingen Consumptieve bestedingen (1 000 euro) |
|---|---|---|---|---|
| Totaal | 2014 | 291.027 | 37,0 | 27,0 |
| Gest. besteedbaar inkomen: 1e 20%-groep | 2014 | 36.806 | 23,4 | 19,0 |
| Gest. besteedbaar inkomen: 2e 20%-groep | 2014 | 45.540 | 28,9 | 22,5 |
| Gest. besteedbaar inkomen: 3e 20%-groep | 2014 | 54.517 | 34,6 | 24,9 |
| Gest. besteedbaar inkomen: 4e 20%-groep | 2014 | 67.173 | 42,6 | 29,3 |
| Gest. besteedbaar inkomen: 5e 20%-groep | 2014 | 86.991 | 55,2 | 37,1 |
| Eenpersoonshuishouden: man | 2014 | 31.201 | 23,5 | 23,5 |
| Eenpersoonshuishouden: vrouw | 2014 | 35.729 | 24,1 | 24,1 |
| Eenouderhuishouden | 2014 | 17.705 | 33,3 | 22,7 |
| Paar: met kind(eren) | 2014 | 102.053 | 51,0 | 27,2 |
| Paar: zonder kind | 2014 | 91.253 | 42,0 | 30,6 |
| Overige huishoudens | 2014 | . | . | . |
| Inkomstenbron: eigen onderneming | 2014 | 44.527 | 46,4 | 29,7 |
| Inkomstenbron: uit arbeid | 2014 | 157.495 | 40,9 | 28,0 |
| Uitkering ouderdom/nabestaanden | 2014 | 67.835 | 32,9 | 27,7 |
| Overig uitkeringen en overdrachtsinkomen | 2014 | . | . | . |
| Hoofdkostwinner: tot 35 jaar | 2014 | 43.939 | 28,7 | 22,7 |
| Hoofdkostwinner: 35 tot 50 jaar | 2014 | 86.830 | 41,6 | 26,6 |
| Hoofdkostwinner: 50 tot 65 jaar | 2014 | 90.897 | 42,5 | 29,8 |
| Hoofdkostwinner: 65 jaar of ouder | 2014 | 69.361 | 32,8 | 27,3 |
| Woningbezit: eigen woning | 2014 | 198.650 | 45,0 | 30,3 |
| Woningbezit: huurwoning met huurtoeslag | 2014 | 26.179 | 21,2 | 17,3 |
| Woningbezit: huurwoning geen huurtoeslag | 2014 | 66.198 | 29,7 | 24,3 |
| Bron: CBS. | ||||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft een beschrijving van transacties van inkomens, bestedingen, besparingen en vermogens van de sector huishoudens in de nationale rekeningen naar verschillende huishoudensgroepen. De huishoudens worden onderscheiden naar de voornaamste bron van inkomen, woonsituatie, samenstelling van het huishouden, leeftijdsklasse van de hoofdkostwinner en 20%-inkomensgroepen.
Gegevens beschikbaar van 2005 tot en met 2014.
Status van de cijfers:
De gegevens van 2005 tot en met 2014 zijn definitief.
Wijzigingen per 22 juni 2018
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs een revisie uitgevoerd van de nationale rekeningen. Hierbij worden nieuwe statistische bronnen en ramingsmethoden gebruikt. Deze tabel met gegevens voor revisie is vervangen door tabel Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR. Voor aanvullende informatie zie paragraaf 3.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Gegevens beschikbaar van 2005 tot en met 2014.
Status van de cijfers:
De gegevens van 2005 tot en met 2014 zijn definitief.
Wijzigingen per 22 juni 2018
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs een revisie uitgevoerd van de nationale rekeningen. Hierbij worden nieuwe statistische bronnen en ramingsmethoden gebruikt. Deze tabel met gegevens voor revisie is vervangen door tabel Inkomen, bestedingen en vermogen huishoudens; kerncijfers, NR. Voor aanvullende informatie zie paragraaf 3.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Toelichting onderwerpen
- Totaal bedrag
- Bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
- Consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid ‘haar eigen productie consumeert’. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
- Gemiddeld bedrag
- Bedrag per huishouden.
- Bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
- Consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid ‘haar eigen productie consumeert’. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
- Gestandaardiseerd bedrag
- Bedrag per huishouden omgerekend naar eenpersoonshuishouden.
- Bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele behoeften. Dit bestaat uit de consumptieve bestedingen door huishoudens en uit de werkelijke individuele bestedingen.
- Consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens, en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de overheidsconsumptie. Het heet dat de overheid ‘haar eigen productie consumeert’. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheidsproductie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.