Kerncijfers wijken en buurten 2014

Kerncijfers wijken en buurten 2014

Wijken en buurten Bevolking Personen met een migratieachtergrond Niet-westers Nederlandse Antillen en Aruba (%) Wonen Woningen naar bouwjaar Bouwjaar vanaf 2000 (%) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen Gemiddeld inkomen per inwoner  (x 1 000 euro) Inkomen Inkomen van personen 40% personen met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen 20% personen met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van personen Actieven 15-75 jaar (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Bedrijfsvestigingen, SBI 2008 Bedrijfsvestigingen naar activiteit A Landbouw, bosbouw en visserij (aantal) Oppervlakte Oppervlakte land (ha) Bodemgebruik Stedelijk bodemgebruik In hectare land Stedelijk bodemgebruik totaal (ha) Bodemgebruik Niet-stedelijk bodemgebruik In hectare land Niet-stedelijk bodemgebruik totaal (ha) Stedelijkheid Mate van stedelijkheid (code)
Nederland 1 13 12.802.100 29,5 23,0 40,0 20,0 58,3 40,0 20,0 10,4 8,2 70.055 3.368.628 . . 2
Wijk 01 Land . 5 600 31,3 24,2 35,5 25,7 63,9 27,2 27,5 5,8 4,7 40 3.729 . . 5
Wijk 01 Land 0 7 1.400 36,7 29,3 36,5 29,2 57,8 26,1 37,9 8,3 6,1 20 3.165 . . 5
Hollandsekant . . 0 . . . . . . . . . 0 43 . . 2
Sallandsekant . . 0 . . . . . . . . . 0 78 . . 4
Landgoederenbuurt 1 0 3.000 30,7 23,0 36,1 24,0 61,2 29,3 26,2 8,7 7,3 0 73 . . 2
Eilandenbuurt 3 100 4.100 34,3 24,0 31,7 27,6 65,6 29,5 26,2 11,8 9,2 0 77 . . 2
Noord Landskant 0 7 700 25,0 19,3 44,0 12,9 54,6 34,8 13,6 9,4 7,0 5 238 . . 5
Waterland 0 38 600 34,2 25,9 32,4 28,5 61,8 16,0 34,3 3,6 2,6 0 28 . . 3
Verspreide huizen in de Hooilandspolder . 12 100 . 23,1 . . 52,4 . . . . 5 1.450 . . 5
Ommelanderwijk 0 7 800 26,1 20,0 39,5 12,7 58,5 36,8 13,2 7,3 5,7 10 296 . . 5
Dokkum Fonteinslanden 0 7 1.500 21,5 16,6 52,5 6,8 44,9 56,0 7,9 16,5 13,2 0 116 . . 3
Dokkum Weeshuislanden 0 3 1.000 26,5 19,6 44,2 18,1 60,0 29,2 19,6 5,8 3,1 0 91 . . 4
Dokkum Kooilanden 0 35 1.100 31,2 21,4 36,1 25,6 63,4 10,8 35,8 2,0 1,4 0 102 . . 4
Ameland 0 9 2.800 25,1 19,6 43,8 12,3 64,7 42,2 15,4 10,1 7,7 35 5.868 . . 5
Kollumerland en Nieuwkruisland 0 8 9.500 24,4 18,3 45,1 12,0 56,7 41,2 14,3 10,6 8,0 155 10.961 . . 5
Zaailand 1 13 400 28,9 27,2 40,5 20,5 58,5 57,1 10,3 16,3 11,3 0 9 . . 1
Hollanderwijk 1 5 1.600 23,2 19,7 46,9 10,3 50,6 63,5 5,7 16,1 13,6 0 28 . . 1
Techum & "De Zuidlanden" 1 97 500 34,8 21,7 20,7 27,5 84,1 11,8 30,0 6,1 3,6 5 357 . . 5
"De Zuidlanden" . . 0 . . . . . . . . . . 186 . . 5
Opsterland 0 13 22.300 26,8 20,4 42,4 15,9 58,4 36,8 18,4 9,3 7,1 335 22.450 . . 5
Smallingerland 1 14 41.300 26,3 20,2 43,1 14,7 55,1 42,3 14,1 11,5 8,8 170 11.771 . . 3
Wijk 01 Overig Smallingerland 0 11 7.900 27,4 20,7 42,7 16,6 56,7 31,3 22,2 7,8 5,9 160 9.455 . . 5
Wijk 01 Midsland . 24 1.000 29,0 22,8 37,4 18,7 69,5 38,7 19,3 10,3 7,6 5 1.245 . . 5
Midsland . 29 700 28,5 22,2 36,2 17,6 69,4 37,2 15,4 10,9 8,3 0 38 . . 5
Verspreide huizen Midsland-Zuid . 8 300 30,0 24,3 41,5 20,8 67,6 40,1 29,6 7,8 5,8 5 583 . . 5
Verspreide huizen Midsland-Noord . . 0 . . . . . . . . . . 625 . . 5
Vlieland 0 6 900 28,4 23,4 39,3 15,6 68,6 49,0 14,5 9,1 6,6 0 3.575 . . 5
Oost-Vlieland 0 6 800 28,9 23,7 38,6 16,2 67,5 45,3 15,5 9,1 6,7 0 81 . . 5
Verspreide huizen Vlieland . 10 100 . . . . . . . . . . 3.494 . . 5
Landgoed Lariks 1 18 600 30,2 26,3 33,9 18,8 57,9 47,8 16,3 5,1 4,9 0 33 . . 2
Luchiesland Zuid 1 0 700 20,0 16,3 53,8 4,4 48,3 71,7 2,8 25,7 17,2 0 19 . . 2
Luchiesland Noord 1 0 600 19,7 15,3 50,5 1,8 50,5 75,8 0,0 27,7 17,6 . 14 . . 2
Veningerland 1 12 1.500 23,4 19,4 44,6 9,0 56,7 54,0 8,1 11,5 8,3 0 36 . . 2
De Landen/De Akkers 1 0 1.800 25,0 19,4 39,0 12,6 62,6 42,5 10,3 12,1 7,8 0 39 . . 3
Verspreide huizen Nieuwlande . 4 0 . . . . . . . . . . 390 . . 5
Wijk 47 Rietlanden 0 2 7.200 30,8 23,2 35,1 23,3 60,5 26,7 22,9 7,0 4,6 0 271 . . 4
Rietlanden 0 2 7.200 30,8 23,2 35,1 23,3 60,5 26,7 22,9 7,0 4,6 0 271 . . 4
Wijk 49 Delftlanden 0 100 400 36,6 22,8 23,3 31,5 79,7 11,5 39,9 3,9 2,5 0 232 . . 5
Delftlanden 0 100 400 36,6 22,8 23,3 31,5 79,7 11,5 39,9 3,9 2,5 0 232 . . 5
Schutlanden-Oost 0 27 700 28,3 22,2 39,5 20,1 54,0 26,8 21,8 3,0 3,5 0 46 . . 3
Schutlanden-West 1 0 1.100 27,2 19,8 38,6 15,5 66,3 24,7 15,8 7,8 3,6 0 25 . . 3
Erflanden 0 100 2.000 35,1 22,3 28,0 28,9 74,9 13,0 34,9 2,5 1,8 0 86 . . 4
Wijk 54 Hollandscheveld 0 15 3.200 23,8 17,6 46,6 10,3 56,8 40,1 13,1 9,0 6,7 30 2.167 . . 5
Hollandscheveld kern 0 16 2.500 23,6 17,1 46,6 9,7 56,5 41,5 12,3 8,4 6,3 0 154 . . 5
Verspreide huizen Hollandscheveld-West . 11 200 24,2 18,7 54,3 14,2 62,1 38,0 20,4 20,4 14,6 20 1.060 . . 5
Verspreide huizen Hollandscheveld-Oost . 11 500 24,6 19,5 43,4 11,8 56,1 33,6 14,3 8,0 5,7 5 953 . . 5
Wijk 56 Nieuwlande . 11 1.000 24,4 18,6 45,6 12,5 59,0 33,5 18,2 7,2 5,1 25 762 . . 5
Nieuwlande kern . 11 1.000 24,3 18,5 45,4 12,5 58,8 34,1 17,0 7,0 5,0 25 212 . . 5
Verspreide huizen Nieuwlande . 11 100 . . . . . . . . . . 550 . . 5
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2014.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Bevolking
Personen met een migratieachtergrond
Het aantal personen met een migratieachtergrond op 1 januari.

Persoon met een migratieachtergrond:
Persoon van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.
Persoon met een eerste generatie migratieachtergrond:
Persoon die in het buitenland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.
Persoon met een tweede generatie migratieachtergrond:
Persoon die in Nederland is geboren met ten minste één in het buitenland geboren ouder.

Personen met een migratieachtergrond worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Tot de categorie 'niet-westers' behoren personen met een migratieachtergrond uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan. Op grond van hun sociaaleconomische en sociaal-culturele positie worden personen met een migratieachtergrond uit deze twee landen tot personen met een westerse migratieachtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.

Niet-westers
Personen met een migratieachtergrond worden onderverdeeld in westers en niet-westers op grond van hun geboorteland. Tot de categorie 'niet-westers' behoren personen met een migratieachtergrond uit Turkije, Afrika, Latijns-Amerika en Azië met uitzondering van Indonesië en Japan. Op grond van hun sociaal-economische en -culturele positie worden personen met een migratieachtergrond uit deze twee landen tot de westerse personen met een migratieachtergrond gerekend. Het gaat vooral om mensen die in voormalig Nederlands Indië zijn geboren en werknemers van Japanse bedrijven met hun gezin.
Nederlandse Antillen en Aruba
Het aantal personen met een migratieachtergrond met herkomstgroep Aruba, Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius of Sint Maarten op 1 januari uitgedrukt in hele procenten van het aantal inwoners.

Vanaf 10 oktober 2010 zijn de Nederlands Antillen ontbonden. Het Koninkrijk der Nederlanden bestaat vanaf die datum uit vier landen: Nederland, Aruba, Curaçao en Sint Maarten. Alle eilanden hebben een nieuwe status. Curaçao en Sint Maarten zijn nieuwe landen binnen het Koninkrijk. Met een ‘Status aparte’ binnen het Koninkrijk zijn Curaçao en Sint Maarten autonome landen. De landen hebben een zelfstandig bestuur en zijn niet meer afhankelijk van Nederland. De openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, ook wel Caribisch Nederland, hebben een diepere band met Nederland en functioneren als een bijzondere gemeente van Nederland.
Het percentage is vermeld bij 50 of meer inwoners per buurt en minimaal 10 personen met een niet-westerse migratieachtergrond per buurt.

Wonen
Woningen naar bouwjaar
Het bouwjaar is het jaar waarin een pand, waarin een woning zich bevindt, oorspronkelijk als bouwkundig gereed is of wordt opgeleverd. Indien in latere jaren wijzigingen aan een pand worden aangebracht, leidt dit niet tot wijziging van het bouwjaar.

De bouwjaarklasse heeft hier twee waarden:
1) in of na het jaar 2000 gebouwd;
2) vóór het jaar 2000 gebouwd.
Bouwjaar vanaf 2000
Peildatum: 1 januari van het desbetreffende jaar.
Het aantal woningen met bouwjaar 2000 of later, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal woningen. Het percentage is vermeld bij 20 woningen of meer per buurt.
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen bekend is en het inkomen van particuliere huishoudens met een bekend inkomen. De gegevens komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar.

Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen in particuliere huishoudens.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.
Gemiddeld inkomen per inkomensontvanger 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van personen met persoonlijk inkomen die deel uitmaken van particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Gemiddeld inkomen per inwoner 
Het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon op basis van de totale bevolking in particuliere huishoudens.
De waarde is vermeld bij minimaal 100 personen in particuliere huishoudens per regio.
40% personen met laagste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% met laagste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent personen met het laagste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
20% personen met hoogste inkomen
Aandeel personen in particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% met hoogste persoonlijk inkomen.
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het persoonlijk inkomen.
De indeling vindt plaats nadat alle personen landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog persoonlijk inkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent personen met het hoogste persoonlijk inkomen gerekend.
Het persoonlijk inkomen omvat inkomen uit arbeid, inkomen uit eigen onderneming, uitkering inkomensverzekeringen en uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens per regio.
Actieven 15-75 jaar
Het aandeel personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishuishoudens met als persoonlijke voornaamste inkomensbron inkomen uit arbeid of inkomen uit eigen onderneming, uitgedrukt in hele procenten van het totale aantal personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 personen van 15 tot 75 jaar in particuliere huishoudens.
Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen bekend is.
40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Huishoudens met een laag inkomen
Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.

Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan valt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Bedrijfsvestigingen, SBI 2008
Bedrijfsvestigingen naar activiteit op 1 januari (SBI 2008), exclusief bedrijfsvestigingen in de sectoren overheid, onderwijs en zorg

Deze tabel bevat gegevens over het aantal vestigingen van bedrijven naar economische activiteit, gebaseerd op de Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008). De vestigingen zijn voorts ingedeeld naar de gemeentelijke indeling per 1 januari van het verslagjaar, naar wijken en naar buurten.

Status van de cijfers:
De cijfers hebben een voorlopig karakter.

Vestiging:
Elke afzonderlijk gelegen ruimte, terrein of complex van ruimten of terreinen, benut door een bedrijf voor uitoefening van de activiteiten. Ieder bedrijf bestaat uit ten minste één vestiging. Meerdere locaties van een bedrijf binnen één postcodegebied worden als één vestiging beschouwd.

Standaard Bedrijfsindeling 2008 (SBI 2008):
De Nederlandse hiërarchische indeling van economische activiteiten die door het CBS wordt gebruikt om bedrijfseenheden in te delen naar hun hoofdactiviteit. De SBI 2008 is de versie die vanaf 2008 gebruikt wordt.

In deze tabel is gekozen voor de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging. Niet iedere vestiging van een bedrijf houdt zich bezig met de hoofdactiviteit (SBI) van het bedrijf als geheel. Om te weten welke activiteiten worden uitgevoerd in een regio is de hoofdactiviteit (SBI) van de vestiging gebruikt. In de tabel zijn de vestigingen (naast de totalen) ook naar de volgende zeven sectoren onderverdeeld:
A Landbouw, bosbouw en visserij
B-F Nijverheid en energie
G+I Handel en horeca
H+J Vervoer, informatie en communicatie
K-L Financiële diensten, onroerend goed
M-N Zakelijke dienstverlening
R-U Cultuur, recreatie, overige diensten

De sectoren overheid, onderwijs en zorg zijn niet opgenomen vanwege de onbetrouwbaarheid van deze gegevens.

Het aantal vestigingen is afgerond op een veelvoud van vijf. In geval van afrondingen kan het voorkomen, dat de totalen niet precies overeenstemmen met de som der opgetelde getallen.
In geval de wijk of buurt van het bedrijf onbekend is, wordt dit bedrijf alleen op gemeentelijk niveau meegeteld. De onderverdeling naar sectoren is alleen vermeld bij 20 of meer bedrijven per buurt.
Bedrijfsvestigingen naar activiteit
A Landbouw, bosbouw en visserij
Het betreft voorlopige cijfers.
Oppervlakte
Voor de bepaling van oppervlaktecijfers is voor de gemeentegrenzen gebruik gemaakt van het digitale gemeentegrenzenbestand van het Kadaster en voor de wijk- en buurtgrenzen binnen de gemeenten van het digitale wijk- en buurtgrenzenbestand van het CBS.
Het bestand Burgerlijke gemeentegrenzen van het Kadaster wordt gebruikt als basis voor de gemeentegrenzen.
Vanwege kleine grensverschillen tussen beide gemeentegrenzen-bestanden zullen daarom kleine afwijkingen in oppervlakte voor bijna alle gemeenten gerapporteerd worden, ook voor gemeenten waarvan de gemeentegrenzen niet officieel gewijzigd zijn.
Met totale oppervlakte per gemeente wordt de oppervlakte inclusief het gemeentelijk ingedeeld buitenwater bedoeld. Bij oppervlaktecijfers over wijken en buurten is de oppervlakte land en water opgenomen exclusief buitenwater. Door dit laatste kan de optelling van de wijken of buurten verschillen met de gepubliceerde totalen per gemeente. Deze verschillen doen zich vooral voor bij kustgemeenten.
Oppervlakte land
De oppervlakte land is bepaald door het meest recente digitale bestand Bodemgebruik te combineren met het digitale bestand van gemeente-, wijk- en buurtgrenzen.
Voor het jaar 2014 is uitgegaan van het bestand Bodemgebruik 2010.

De oppervlakte land wordt uitgedrukt in hele hectaren (ha.).

Bodemgebruik
Het bodemgebruik in Nederland op 1 januari, uitgedrukt in hele hectaren (ha.) en als percentage van de oppervlakte land. Bij het maken van de indeling van gemeenten in wijken en buurten wordt de oppervlakte buitenwater buiten beschouwing gelaten.
Voor het jaar 2014 is uitgegaan van het bestand Bodemgebruik 2010. Aangezien de regionale indelingen in Nederland jaarlijks kunnen wijzigingen en de land-watergrens ook aan verandering onderhevig is, kunnen er onnauwkeurigheden in de cijfers zitten.
Stedelijk bodemgebruik
Tot stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: verkeersterrein, bebouwd terrein, semi-bebouwd terrein en recreatieterrein.
In hectare land
Stedelijk bodemgebruik totaal
Tot stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: verkeersterrein, bebouwd terrein, semi-bebouwd terrein en recreatieterrein.
Niet-stedelijk bodemgebruik
Tot niet-stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: agrarisch terrein en bos en open natuurlijk terrein.
In hectare land
Niet-stedelijk bodemgebruik totaal
Tot niet-stedelijk bodemgebruik worden de volgende categorieën bodemgebruik gerekend: agrarisch terrein en bos en open natuurlijk terrein.
Stedelijkheid
Mate van stedelijkheid
Op grond van de omgevingsadressendichtheid is aan iedere buurt, wijk of gemeente een stedelijkheidsklasse toegekend. De volgende klassenindeling is gehanteerd:
1: zeer sterk stedelijk >= 2 500 adressen per km²
2: sterk stedelijk 1 500 - 2 500 adressen per km²
3: matig stedelijk 1 000 - 1 500 adressen per km²
4: weinig stedelijk 500 - 1 000 adressen per km²
5: niet stedelijk < 500 adressen per km²