Kerncijfers wijken en buurten 2014

Kerncijfers wijken en buurten 2014

Wijken en buurten Regioaanduiding Gemeentenaam (naam) Regioaanduiding Soort regio (omschrijving) Regioaanduiding Codering (code) Bevolking Aantal inwoners (aantal) Bevolking Burgerlijke staat Gescheiden (%) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens totaal (aantal) Bevolking Particuliere huishoudens Eenpersoonshuishoudens (%) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens zonder kinderen (%) Bevolking Particuliere huishoudens Huishoudens met kinderen (%) Bevolking Particuliere huishoudens Gemiddelde huishoudensgrootte (aantal) Energie Gemiddeld elektriciteitsverbruik Naar woningtype Vrijstaande woning (kWh) Energie Gemiddeld aardgasverbruik Naar woningtype Vrijstaande woning (m³) Inkomen Inkomen van personen Aantal inkomensontvangers   (aantal) Inkomen Inkomen van huishoudens 40% huishoudens met laagste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens 20% huishoudens met hoogste inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huishoudens met een laag inkomen (%) Inkomen Inkomen van huishoudens Huish. onder of rond sociaal minimum (%) Motorvoertuigen Personenauto's Personenauto's per huishouden (per huishouden)
Roodehaan Groningen Buurt BU00140505 30 . 15 47 24 29 1,9 5.400 3.200 0 . . . . .
Laanhuizen Groningen Buurt BU00140700 1.275 5 860 68 22 11 1,5 . . 1.100 62,3 7,9 11,0 7,7 0,5
Rengerslaan Slochteren Buurt BU00400003 170 5 75 19 45 36 2,3 3.250 1.850 100 . . . . 1,7
Knijpslaan Slochteren Buurt BU00400004 270 2 110 14 43 43 2,5 3.600 1.900 200 24,1 14,8 3,7 1,9 1,5
Boelenslaan Achtkarspelen Buurt BU00590203 700 8 305 33 28 39 2,3 3.650 1.850 500 45,8 8,2 11,3 7,7 1,3
Verspreide huizen Boelenslaan Achtkarspelen Buurt BU00590209 445 8 175 22 37 40 2,5 3.900 1.900 300 32,6 18,5 7,4 4,6 1,4
Houtlaan Assen Buurt BU01060302 380 4 135 5 44 51 2,8 4.900 1.800 300 7,5 72,4 1,5 0,8 1,5
't Haantje Coevorden Buurt BU01094044 195 3 85 20 55 26 2,3 3.550 1.850 200 . . . . 1,7
Verspreide huizen 't Haantje Coevorden Buurt BU01094045 35 . 10 23 15 62 2,7 5.000 1.900 0 . . . . .
Wijk 61 Zuideropgaande Nieuw Moscou Hoogeveen Wijk WK011861 570 3 200 21 34 46 2,8 4.200 2.150 400 32,7 22,8 3,5 2,0 1,6
Zuideropgaande Nieuw Moscou Hoogeveen Buurt BU01186100 570 3 200 21 34 46 2,8 4.200 2.150 400 32,7 22,8 3,5 2,0 1,6
Dikkerslaan-Molenkampsweg en omgeving Borne Buurt BU01470004 1.570 7 740 35 36 29 2,1 4.600 2.350 1.200 44,0 16,0 10,0 6,6 1,2
Verspreide huizen Holtheme-De Haandrik Hardenberg Buurt BU01600808 190 5 65 18 29 53 2,9 4.950 2.350 200 . . . . 1,6
Egede, Elen en Rhaan Hellendoorn Buurt BU01630505 785 3 280 21 33 46 2,8 4.450 2.200 600 28,4 29,9 11,6 10,9 1,7
Drostenkamp en Tijenraan Raalte Buurt BU01770104 105 8 45 21 51 28 2,3 4.550 2.200 100 . . . . .
Raan-West Raalte Buurt BU01770105 1.755 3 615 14 36 51 2,8 4.000 1.750 1.300 13,0 32,5 1,8 1,5 1,3
Raan-Oost Raalte Buurt BU01770106 2.205 5 910 26 33 41 2,4 3.700 1.650 1.700 29,8 19,9 5,2 3,6 1,1
Loolaan-Noord Apeldoorn Buurt BU02000803 1.975 6 915 38 31 31 2,1 3.800 2.300 1.500 32,3 24,1 8,4 5,9 1,0
Middelgraaflaan en omgeving Arnhem Buurt BU02021885 1.230 13 675 65 25 11 1,5 . . 900 77,8 1,3 22,1 22,1 0,5
Buitengebied Polmanlaan Doetinchem Buurt BU02220402 105 4 50 22 55 22 2,1 4.850 1.950 100 . . . . .
Vulcaansoord en het Richtersbos-Zuid Doetinchem Buurt BU02221101 1.420 4 590 23 41 36 2,4 4.150 1.800 1.100 27,5 21,4 5,1 3,9 1,2
Maandereng-Oost Ede Buurt BU02281102 1.945 5 760 24 29 47 2,6 4.800 2.000 1.400 27,0 17,9 5,6 3,4 1,0
Maanderbroek Ede Buurt BU02282031 380 3 155 38 23 39 2,5 5.900 2.550 300 43,1 31,4 14,0 9,3 1,4
Millingen aan de Rijn Millingen aan de Rijn Gemeente GM0265 5.875 7 2.520 29 34 37 2,3 4.150 1.900 4.600 38,0 16,9 9,3 7,3 1,2
Millingen aan de Rijn Millingen aan de Rijn Buurt BU02650000 5.760 7 2.475 29 34 37 2,3 4.100 1.900 4.500 38,2 16,6 9,3 7,3 1,2
Colthoflaan Nijkerk Buurt BU02670109 1.755 8 790 35 31 34 2,2 4.800 2.450 1.400 38,1 20,2 9,6 5,4 1,1
Oudelaan Wijchen Buurt BU02960128 145 4 65 30 43 27 2,2 . . 100 . . . . 1,1
De Baan Dronten Buurt BU03030605 1.445 9 690 37 35 28 2,1 3.950 2.000 1.200 45,1 10,0 10,8 7,8 1,0
Noorderbaan Dronten Buurt BU03030608 85 5 30 13 44 44 2,7 5.300 1.900 100 . . . . .
Snouckaertlaan Amersfoort Buurt BU03070202 425 16 320 79 13 8 1,3 . . 400 73,3 10,7 19,2 14,5 0,4
Piet Mondriaanlaan Amersfoort Buurt BU03070307 245 6 150 54 34 12 1,6 . . 200 36,7 15,3 2,1 2,1 0,7
Meridiaan Amersfoort Buurt BU03070601 1.370 8 590 37 19 44 2,3 . . 1.000 53,6 9,2 22,9 17,9 0,7
Vinkenbaan Amersfoort Buurt BU03071001 1.600 9 770 42 26 31 2,1 . . 1.200 57,6 6,3 18,5 12,6 0,7
Stoutenburgerlaan Amersfoort Buurt BU03071202 135 1 45 17 38 45 2,9 6.050 2.800 100 . . . . .
Huygenslaan Amersfoort Buurt BU03071702 465 3 175 24 34 42 2,6 5.850 3.550 300 13,8 67,2 1,8 0,6 1,2
Curacaolaan Amersfoort Buurt BU03071706 635 17 385 60 16 24 1,6 . . 500 62,4 4,1 14,6 10,8 0,6
Regentesselaan Amersfoort Buurt BU03071800 780 4 325 30 35 35 2,4 5.750 3.450 600 16,3 58,8 5,2 4,6 1,2
Mr. Th. Heemskerklaan Amersfoort Buurt BU03071803 995 6 440 35 32 34 2,3 5.350 3.000 700 21,9 43,3 5,4 4,5 1,1
Oranjelaan Amersfoort Buurt BU03071804 885 3 330 20 38 42 2,7 6.450 3.100 600 6,1 65,3 1,2 0,9 1,3
Halve Maan-Zuid Utrecht Buurt BU03440113 1.320 7 765 61 19 20 1,7 . . 800 35,7 22,6 5,3 4,7 0,5
Halve Maan-Noord Utrecht Buurt BU03440114 1.635 9 865 53 19 28 1,9 . . 1.200 53,5 12,0 21,3 16,2 0,5
Laan van Nieuw Guinea-Spinozaplantsoen Utrecht Buurt BU03440124 4.060 5 2.385 59 23 18 1,7 . . 3.400 56,3 13,8 12,0 9,6 0,5
Tuindorp en Van Lieflandlaan-West Utrecht Buurt BU03440421 6.965 3 3.435 53 19 29 2,0 3.500 2.100 5.100 47,5 35,2 5,3 4,5 0,6
Huizingalaan, K. Doormanlaan en omgeving Utrecht Buurt BU03440431 1.175 9 655 56 25 19 1,7 . . 900 37,2 22,7 5,8 4,5 0,7
Rubenslaan en omgeving Utrecht Buurt BU03440523 3.025 3 2.350 82 13 4 1,2 . 100 2.700 82,0 6,2 11,1 8,8 0,2
Boslaan en omgeving Veenendaal Buurt BU03450202 2.625 5 1.080 29 33 38 2,4 4.250 2.300 2.000 32,7 22,7 5,7 4,8 1,1
Laanzicht Woudenberg Buurt BU03510004 2.995 5 1.170 25 34 41 2,6 3.900 2.200 2.200 23,1 24,7 3,1 2,7 1,3
Groenelaan Amstelveen Buurt BU03620013 6.730 10 3.625 53 26 22 1,8 5.550 3.500 5.200 45,6 15,4 10,1 8,4 0,7
Jordaan Amsterdam Buurt BU03630006 19.340 9 12.970 67 19 14 1,5 . . 16.200 57,9 14,9 19,4 16,7 0,3
Tuindorp Oostzaan Amsterdam Buurt BU03630665 10.700 11 5.110 42 24 34 2,1 3.900 2.300 8.200 51,6 11,7 14,6 12,9 0,7
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Overzicht van statistische gegevens van gemeenten, wijken en buurten in Nederland.

Gegevens beschikbaar: over 2014.

Status van de cijfers
Definitief, tenzij in de toelichting bij het onderwerp expliciet is vermeld dat het voorlopige cijfers betreft.

Wijzigingen per 18 december 2020:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.

Toelichting onderwerpen

Regioaanduiding
De gemeenten in Nederland zijn onderverdeeld in wijken en buurten. Buurten vormen het laagste regionale niveau. Wijken zijn optellingen van één of meer aaneengesloten buurten. De gemeente bepaalt zelf de indeling in wijken en buurten. Het CBS coördineert landelijk deze indeling.

Wijk:
Onderdeel van een gemeente waarin een bepaalde vorm van bodemgebruik of bebouwing overheerst. Bijvoorbeeld: industriegebied, woongebied met hoogbouw of laagbouw. Een wijk bestaat uit één of meerdere buurten.

Buurt:
Onderdeel van een gemeente, dat vanuit bebouwingsoogpunt of sociaaleconomische structuur homogeen is afgebakend. Homogeen wil zeggen dat één functie dominant is, bijvoorbeeld woonfunctie (woongebied), werkfunctie (industriegebied) of recreatieve functie (natuurgebied). Functies kunnen echter ook gemengd voorkomen.
Gemeentenaam
De naam van de bestuurlijke gemeente. Deze naam volgt de officiële schrijfwijze.
Soort regio
De gekozen regioaanduiding betreft: Gemeente, Wijk of Buurt.
Codering
Gemeentecode heeft 4 posities, voorafgegaan door ‘GM’.
Wijkcode heeft 6 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2), voorafgegaan door ‘WK’.
Buurtcode heeft 8 posities: gemeentecode (4) + wijkcode (2) + buurtcode (2), voorafgegaan door ‘BU’.
Bevolking
Aantal inwoners
Het aantal inwoners op 1 januari. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). De standcijfers van het aantal inwoners kunt u niet gebruiken voor een correcte weergave van de ontwikkeling in de tijd. De grenzen of codes van wijken en buurten kunnen jaarlijks wijzigen waardoor adressen van een andere code worden voorzien.
De cijfers zijn afgerond op vijftallen.
Burgerlijke staat
Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is vermeld bij 50 inwoners of meer per buurt.
Gescheiden
Het aantal inwoners dat op 1 januari gescheiden is, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal inwoners. De burgerlijke staat gescheiden ontstaat na ontbinding van een huwelijk door echtscheiding of na ontbinding van een geregistreerd partnerschap anders dan door het overlijden van de partner. Personen die gescheiden zijn van tafel en bed worden tot de gehuwden gerekend. Dit gegeven is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is vermeld bij 50 inwoners of meer per buurt.
Particuliere huishoudens
Betreft de huishoudens op 1 januari.
Particuliere huishoudens bestaan uit één of meer personen die alleen of samen in een woonruimte zijn gehuisvest en zelf in hun dagelijks onderhoud voorzien. Naast eenpersoonshuishoudens onderscheiden we meerpersoonshuishoudens (niet-gehuwde paren, niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen, echtparen met kinderen, eenouderhuishoudens en overige huishoudens). De institutionele huishoudens worden hiertoe niet gerekend.
Huishoudens totaal
Het aantal particuliere huishoudens is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). De cijfers zijn afgerond op vijftallen.
Eenpersoonshuishoudens
Het aantal huishoudens met één persoon, die ouder is dan 14 jaar, uitgedrukt in hele procenten van het totaal aantal particuliere huishoudens. Het aandeel eenpersoonshuishoudens is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Het percentage is opgenomen indien er 10 of meer huishoudens in de buurt voorkomen.
Huishoudens zonder kinderen
Meerpersoonshuishoudens zonder kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren zonder kinderen, echtparen zonder kinderen en overige huishoudens. Het aandeel huishoudens zonder kinderen is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is opgenomen indien er 10 of meer huishoudens in de buurt voorkomen.

Huishoudens met kinderen
Meerpersoonshuishoudens met kinderen bestaan uit niet-gehuwde paren met kinderen, echtparen met kinderen en eenouderhuishoudens. Het aandeel huishoudens met kinderen is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het percentage is opgenomen indien er 10 of meer huishoudens in de buurt voorkomen.
Gemiddelde huishoudensgrootte
Dit gemiddelde is berekend als het aantal in particuliere huishoudens levende personen gedeeld door het aantal particuliere huishoudens. De gemiddelde huishoudensgrootte is ontleend aan de Structuurtelling Gemeentelijke Basisadministratie (GBA).
Het gemiddelde is opgenomen indien er 10 of meer huishoudens in de buurt voorkomen.
Energie
Gemiddeld elektriciteitsverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor elektriciteit op individuele aansluitingen van particuliere woningen, berekend uit gegevens van de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven. Collectieve verbruiken van bijvoorbeeld liftinstallaties of hal-/galerijverlichting zijn hierbij niet inbegrepen. Het verbruik is exclusief elektriciteit die eventueel in de particuliere woningen zelf wordt opgewekt bijvoorbeeld door zonnepanelen.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en worden vermeld bij 6 of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom (huur- of koopwoning).
Naar woningtype
De volgende typen worden onderscheiden: appartement, tussenwoning, hoekwoning, twee-onder-één-kap-woning en vrijstaande woning.
De typering wordt bepaald door het Kadaster.
Vrijstaande woning
Gemiddeld aardgasverbruik
Het gemiddeld jaarverbruik voor aardgas van particuliere woningen berekend uit gegevens van de aansluitingenregisters van de energienetbedrijven.
De berekening is inclusief woningen die zijn aangesloten op stadsverwarming. Deze woningen hebben een zeer laag of zelfs nulverbuik voor aardgas. Hierdoor valt in gebieden waar stadsverwarming aanwezig is het gemiddeld aardgasverbruik van woningen lager uit dan in gebieden zonder stadsverwarming.

De cijfers zijn afgerond op vijftigtallen en worden vermeld bij 6 of meer (bewoonde) woningen per woningtype of type eigendom (huur- of koopwoning).

Naar woningtype
De volgende typen worden onderscheiden: appartement, tussenwoning, hoekwoning, twee-onder-één-kap-woning en vrijstaande woning. De typering wordt bepaald door het Kadaster.
Vrijstaande woning
Inkomen
Deze tabel geeft informatie over het persoonlijk inkomen van personen in particuliere huishoudens waarvan het inkomen bekend is en het inkomen van particuliere huishoudens met een bekend inkomen. De gegevens komen uit het Regionaal Inkomensonderzoek (RIO) van het voorgaande jaar.

Het Regionaal Inkomensonderzoek van het CBS is voornamelijk gebaseerd op registers afkomstig van het Ministerie van Financiën (de fiscale registers) en de bevolkingsregisters van de Nederlandse gemeenten (Basisregistratie personen). De Basisregistratie personen is een register waarin alle inwoners van een gemeente behoren te zijn ingeschreven. Uitgezonderd zijn:
- inwoners van Nederland die gebruik maken van uitzonderingsregels die gelden met betrekking tot opneming in de bevolkingsregisters (niet-Nederlandse diplomaten en niet-Nederlandse NAVO militairen). Zij mogen zelf bepalen of zij in de bevolkingsregisters ingeschreven worden of niet.
- asielzoekers die korter dan zes maanden in de centrale opvang verblijven en nog geen verblijfsvergunning hebben gekregen.
Inkomen van personen
De doelpopulatie bestaat uit personen in particuliere huishoudens.

De inkomensgegevens zijn gebaseerd op het persoonlijk inkomen. Dit omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:
- inkomen uit arbeid;
- inkomen uit eigen onderneming;
- uitkering inkomensverzekeringen;
- uitkering sociale voorzieningen (met uitzondering van kinderbijslag).
Aantal inkomensontvangers  
Personen met persoonlijk inkomen in particuliere huishoudens.
De cijfers zijn afgerond op honderdtallen.
Inkomen van huishoudens
De doelpopulatie bestaat uit particuliere huishoudens waarvan het inkomen bekend is.
40% huishoudens met laagste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 40% huishoudens met laagste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de laagste 40-procent-groep worden de veertig procent huishoudens met het laagste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
20% huishoudens met hoogste inkomen
Aandeel particuliere huishoudens die behoren tot de landelijke 20% huishoudens met hoogste huishoudensinkomen.
Particuliere huishoudens zijn ingedeeld naar hoogte van het besteedbaar huishoudensinkomen.
De indeling vindt plaats nadat huishoudens landelijk zijn gerangschikt van laag naar hoog besteedbaar huishoudensinkomen. Tot de hoogste 20-procent-groep worden de twintig procent huishoudens met het hoogste besteedbaar inkomen gerekend.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens per regio.

Het besteedbaar inkomen van particuliere huishoudens bestaat uit het bruto-inkomen verminderd met:
- betaalde inkomensoverdrachten, zoals alimentatie van de ex-echtgeno(o)t(e);
- premies inkomensverzekeringen zoals premies betaald voor sociale verzekeringen, volksverzekeringen en particuliere verzekeringen in verband met werkloosheid, arbeidsongeschiktheid en ouderdom en nabestaanden;
- premies ziektekostenverzekeringen;
- belastingen op inkomen en vermogen.
Huishoudens met een laag inkomen
Bij de bepaling van laag inkomen is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Om te bepalen of een huishouden een laag inkomen heeft, wordt het inkomen van een huishouden omgerekend tot het gestandaardiseerde inkomen (exclusief eventueel ontvangen huurtoeslag). Vervolgens wordt dit gestandaardiseerde inkomen (met het prijsindexcijfer) herleid naar het prijspeil in 2000. Het resulterende gestandaardiseerde en gedefleerde inkomen is laag wanneer het minder is dan 9249 euro. Deze grens komt ongeveer overeen met de koopkracht van een bijstandsuitkering voor een alleenstaande in 1979 toen deze op zijn hoogst was.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Huish. onder of rond sociaal minimum
Huishoudens onder of rond het sociaal minimum.

Bij de bepaling van het sociaal minimum is van de particuliere huishoudens een aantal groepen niet meegenomen. Dit betreft enerzijds studentenhuishoudens en anderzijds huishoudens met een onvolledig jaarinkomen. De doelpopulatie bestaat dan ook uit particuliere huishoudens waarvan de hoofdkostwinner (of eventuele partner) het gehele jaar inkomen heeft en niet afhankelijk is van studiefinanciering.

Het sociaal minimum is het wettelijk bestaansminimum zoals dat in de politieke besluitvorming is vastgesteld. Om te kunnen beoordelen hoe het inkomen zich verhoudt tot het minimum, is aan de hand van de regelgeving vastgesteld welke norm voor het desbetreffende huishouden van toepassing is. De norm voor een (echt)paar met uitsluitend minderjarige kinderen is bijvoorbeeld gelijkgesteld aan de bijstandsuitkering van een echtpaar, aangevuld met de (leeftijdsafhankelijke) kinderbijslag. Bij 65-plussers is het bedrag aan AOW-pensioen als norm gekozen.
Het waargenomen inkomen van huishoudens, die uitsluitend op een bijstandsuitkering zijn aangewezen, wijkt in veel gevallen in geringe mate af van de vastgestelde normbedragen. Zouden de normbedragen als inkomensgrens worden gehanteerd, dan valt een deel van deze huishoudens met hun inkomen net boven het sociale minimum. Daarom is niet 100%, maar 101% van het sociaal minimum als inkomensgrens gehanteerd.
Het percentage is vermeld bij minimaal 100 particuliere huishoudens behorende tot de doelpopulatie per regio.
Motorvoertuigen
De motorvoertuigen betreffen personenauto's, bedrijfsauto's en motortweewielers op 1 januari. Aanhangwagens en opleggers zijn niet meegerekend.
De gegevens zijn ontleend aan de Statistiek van de Motorvoertuigen. Deze gegevens zijn gebaseerd op de kentekenregistratie van de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Met behulp van deze registratie zijn tellingen gemaakt van alle voertuigen met actuele, houderschapsplichtige kentekens die op 1 januari in het kentekenbestand voorkomen.
Het aantal geregistreerde motorvoertuigen is inclusief voertuigen van lease- en verhuurbedrijven. Deze motorvoertuigen staan geregistreerd op het adres van het lease- of verhuurbedrijf. De motorvoertuigen die staan ingeschreven op postbusadressen zijn niet meegeteld bij de aantallen van de wijken en buurten, maar wel in de gemeentelijke totalen. De wijken en buurten tellen daarom niet altijd op tot gemeenten. De gemeentelijke totalen komen overeen met de Regionale Kerncijfers Nederland.
Personenauto's
Personenauto's per huishouden
Het aantal personenauto's per (particulier) huishouden op 1 januari. De personenauto's worden regionaal ingedeeld met behulp van de kentekenregistratie. Personenauto's die geregistreerd staan op het adres van het lease- of verhuurbedrijf vertekenen daarom de autodichtheid per huishouden.
Het aantal personenauto's per huishouden is vermeld bij minimaal 50 huishoudens en bij een waarde van maximaal 2,5 personenauto's per huishouden.