Huishoudens; grootte, samenstelling, positie in het huishouden, 1 januari

Huishoudens; grootte, samenstelling, positie in het huishouden, 1 januari

Perioden Personen naar positie in het huishouden Mannen en Vrouwen (aantal) Personen naar positie in het huishouden Mannen Samenwonende personen Totaal samenwonende personen (aantal) Personen naar positie in het huishouden Mannen Samenwonende personen Partner in niet-gehuwd paar, geen kin... (aantal) Personen naar positie in het huishouden Mannen Samenwonende personen Partner in gehuwd paar, geen kind(eren) (aantal) Personen naar positie in het huishouden Mannen Samenwonende personen Partner in niet-gehuwd paar met kind(... (aantal) Personen naar positie in het huishouden Mannen Samenwonende personen Partner in gehuwd paar met kind(eren) (aantal) Personen naar positie in het huishouden Mannen Personen in institutionele huishoudens (aantal) Personen naar positie in het huishouden Vrouwen Samenwonende personen Totaal samenwonende personen (aantal) Personen naar positie in het huishouden Vrouwen Samenwonende personen Partner in niet-gehuwd paar, geen kin... (aantal) Personen naar positie in het huishouden Vrouwen Samenwonende personen Partner in gehuwd paar, geen kind(eren) (aantal) Personen naar positie in het huishouden Vrouwen Samenwonende personen Partner in niet-gehuwd paar met kind(... (aantal) Personen naar positie in het huishouden Vrouwen Samenwonende personen Partner in gehuwd paar met kind(eren) (aantal) Personen naar positie in het huishouden Vrouwen Personen in institutionele huishoudens (aantal) Particuliere huishoudens Naar huishoudensgrootte Meerpersoonshuishouden 2 personen (aantal) Particuliere huishoudens Naar huishoudensgrootte Meerpersoonshuishouden 3 personen (aantal) Particuliere huishoudens Naar huishoudensgrootte Meerpersoonshuishouden 4 personen (aantal) Particuliere huishoudens Naar huishoudensgrootte Meerpersoonshuishouden 5 of meer personen (aantal) Personen in institutionele huishoudens Naar soort instelling Totaal personen wonend in instellingen (aantal)
2025 18.044.027 4.383.898 671.209 1.692.527 465.630 1.554.532 156.573 4.364.270 638.479 1.683.847 475.114 1.566.830 153.568 2.714.705 974.896 954.770 405.081 310.141
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat informatie over het verloop van de huishoudens in Nederland naar grootte en samenstelling alsmede personen naar positie in het huishouden op 1 januari.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1995

Status van de cijfers:
Alle in de tabel opgenomen cijfers zijn definitief.

Met de beschikbare informatie is voor de verslagjaren 1995, 1996 en 1997 niet eenvoudig een eenduidige toedeling van personen in institutionele huishoudens te maken naar de 3 onderscheidende categorieën instellingen. Om die reden zijn de aantallen op onbekend gezet.

Wijzigingen per 15 juli 2025:
De cijfers per 1 januari 2025 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
In het 4e kwartaal van 2026 worden de definitieve cijfers per 1 januari 2026 toegevoegd.

Toelichting onderwerpen

Personen naar positie in het huishouden
Huishouden:
Particulier of institutioneel huishouden.

Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.

Positie in het huishouden:
Plaats die een persoon in een huishouden inneemt ten opzichte van de referentiepersoon van het huishouden.

Referentiepersoon:
Lid van het huishouden ten opzichte van wie de posities van de andere leden in het huishouden worden bepaald en van wie de kenmerken eventueel ook aan het huishouden worden toegekend.
Uit de leden van het huishouden wordt de referentiepersoon als volgt gekozen:
- als er een paar is binnen het huishouden: de man;
- als het paar van gelijk geslacht is: de oudste van het paar;
- in een eenouderhuishouden: de ouder;
- in een overig huishouden: de oudste meerderjarige man of - als deze ontbreekt - de oudste meerderjarige vrouw.
Mannen en Vrouwen
Mannen
Samenwonende personen
Samenwonende personen in particuliere huishoudens.

Samenwonende persoon:
Persoon die samen met iemand anders (ongeacht geslacht) als paar, al dan niet met elkaar gehuwd, al dan niet geregistreerd partners en al dan niet met kinderen, een particulier huishouden vormt.
Totaal samenwonende personen
Partner in niet-gehuwd paar, geen kin...
Partner in niet-gehuwd paar, geen kind(eren):
Persoon die een niet-gehuwd paar vormt met een andere persoon in een particulier huishouden zonder thuiswonende kinderen.
In een huishouden wordt slechts één paar aangewezen.

Niet-gehuwd paar:
Twee personen die een samenwoonrelatie hebben maar niet met elkaar zijn gehuwd of een partnerschapsregistratie hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Partner in gehuwd paar, geen kind(eren)
Partner in gehuwd paar, geen kind(eren):
Persoon die een gehuwd paar vormt met een andere persoon in een particulier huishouden zonder thuiswonende kinderen.
In een huishouden wordt slechts één paar aangewezen.

Gehuwd paar:
Twee personen die met elkaar gehuwd zijn of samen een geregistreerd partnerschap hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Partner in niet-gehuwd paar met kind(...
Partner in niet-gehuwd paar met kind(eren):
Persoon die een niet-gehuwd paar vormt met een andere persoon in een particulier huishouden met één of meer thuiswonende kinderen.
In een huishouden wordt slechts één paar aangewezen.

Niet-gehuwd paar:
Twee personen die een samenwoonrelatie hebben maar niet met elkaar zijn gehuwd of een partnerschapsregistratie hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand.
De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht. De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Partner in gehuwd paar met kind(eren)
Partner in gehuwd paar met kind(eren):
Persoon die een gehuwd paar vormt met een andere persoon in een particulier huishouden met één of meer thuiswonende kinderen.
In een huishouden wordt slechts één paar aangewezen.

Gehuwd paar:
Twee personen die met elkaar gehuwd zijn of samen een geregistreerd partnerschap hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Personen in institutionele huishoudens
Totaal aantal personen in institutionele huishoudens.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Vrouwen
Samenwonende personen
Samenwonende personen in particuliere huishoudens.

Samenwonende persoon:
Persoon die samen met iemand anders (ongeacht geslacht) als paar, al dan niet met elkaar gehuwd, al dan niet geregistreerd partners en al dan niet met kinderen, een particulier huishouden vormt.
Totaal samenwonende personen
Partner in niet-gehuwd paar, geen kin...
Partner in niet-gehuwd paar, geen kind(eren):
Persoon die een niet-gehuwd paar vormt met een andere persoon in een particulier huishouden zonder thuiswonende kinderen.
In een huishouden wordt slechts één paar aangewezen.

Niet-gehuwd paar:
Twee personen die een samenwoonrelatie hebben maar niet met elkaar zijn gehuwd of een partnerschapsregistratie hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Partner in gehuwd paar, geen kind(eren)
Partner in gehuwd paar, geen kind(eren):
Persoon die een gehuwd paar vormt met een andere persoon in een particulier huishouden zonder thuiswonende kinderen.
In een huishouden wordt slechts één paar aangewezen.

Gehuwd paar:
Twee personen die met elkaar gehuwd zijn of samen een geregistreerd partnerschap hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Partner in niet-gehuwd paar met kind(...
Partner in niet-gehuwd paar met kind(eren):
Persoon die een niet-gehuwd paar vormt met een andere persoon in een particulier huishouden met één of meer thuiswonende kinderen.
In een huishouden wordt slechts één paar aangewezen.

Niet-gehuwd paar:
Twee personen die een samenwoonrelatie hebben maar niet met elkaar zijn gehuwd of een partnerschapsregistratie hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand.
De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht. De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Partner in gehuwd paar met kind(eren)
Partner in gehuwd paar met kind(eren):
Persoon die een gehuwd paar vormt met een andere persoon in een particulier huishouden met één of meer thuiswonende kinderen.
In een huishouden wordt slechts één paar aangewezen.

Gehuwd paar:
Twee personen die met elkaar gehuwd zijn of samen een geregistreerd partnerschap hebben gesloten.

Partnerschapsregistratie:
Een op het huwelijk lijkende vorm van vastlegging van een relatie in een akte van de Burgerlijke Stand. De registratie staat open voor paren van gelijk en van verschillend geslacht.
De registratie is ingevoerd in Nederland per 1 januari 1998.

Thuiswonend kind:
Persoon ongeacht leeftijd of burgerlijke staat die een kind-ouderrelatie heeft met één of twee tot het huishouden behorende ouders.
Adoptie- en stiefkinderen in het huishouden worden wel gezien als thuiswonende kinderen, maar pleegkinderen niet.
Personen in institutionele huishoudens
Totaal aantal personen in institutionele huishoudens.

Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Particuliere huishoudens
Particulier huishouden:
Eén of meer personen die samen een woonruimte bewonen en zichzelf, dus niet-bedrijfsmatig, voorzien in de dagelijkse levensbehoeften.
Naar huishoudensgrootte
Huishoudensgrootte:
Aantal personen dat deel uitmaakt van het particulier huishouden.
Meerpersoonshuishouden
Een particulier huishouden bestaande uit twee of meer personen.
2 personen
3 personen
4 personen
5 of meer personen
Personen in institutionele huishoudens
Institutioneel huishouden:
Eén of meer personen die een woonruimte bewonen en daar bedrijfsmatig worden voorzien in dagelijkse levensbehoeften. Ook de huisvesting vindt bedrijfsmatig plaats.
Het gaat om instellingen zoals verpleeg-, en verzorgingshuizen, instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, forensische centra, instellingen voor verstandelijk, lichamelijk en zintuiglijk gehandicapten, instellingen voor verslavingszorg en daklozenopvang, internaten, kloosters, gevangenissen, kazernes, en asielzoekerscentra, waarin de personen in principe voor langere tijd (zullen) verblijven.
Naar soort instelling
Vanaf 2014 worden de personen in institutionele huishoudens in drie categorieën gepresenteerd, te weten:
Verzorgings- en verpleeghuis, overige zorginstelling en overig soort instelling.
Totaal personen wonend in instellingen