Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen

Bron/Techniek Perioden Elektriciteitsproductie Genormaliseerde bruto productie (mln kWh) Elektriciteitsproductie Niet-genormaliseerde productie Bruto elektriciteitsproductie (mln kWh) Elektriciteitsproductie Niet-genormaliseerde productie Netto elektriciteitsproductie (mln kWh) Elektriciteitsproductie relatief Genormaliseerde bruto productie (in % van het verbruik) Elektriciteitsproductie relatief Niet-genormaliseerde productie Bruto elektriciteitsproductie (in % van het verbruik) Elektriciteitsproductie relatief Niet-genormaliseerde productie Netto elektriciteitsproductie (in % van het verbruik) Installaties Opgestelde installaties einde van jaar (aantal) Installaties Opgesteld elektrisch vermogen einde jaar (megawatt)
Totaal hernieuwbare energiebronnen 2020** 31.924 32.997 32.050 26,41 27,29 27,28 . .
Totaal hernieuwbare energiebronnen 2021 * . 40.186 39.119 . 33,00 33,10 . .
Waterkracht 2020** 90 46 46 0,07 0,04 0,04 7 37
Waterkracht 2021 * 89 88 88 0,10 0,10 0,10 7 37
Totaal windenergie 2020** 13.949 15.339 15.339 11,54 12,69 13,05 2.606 6.619
Totaal windenergie 2021 * 19.013 17.980 17.980 15,60 14,80 15,20 2.865 7.718
Windenergie op land 2020** 8.962 9.856 9.856 7,41 8,15 8,39 2.144 4.159
Windenergie op land 2021 * 10.509 10.028 10.028 8,60 8,20 8,50 2.403 5.258
Windenergie op zee 2020** 4.987 5.484 5.484 4,13 4,54 4,67 462 2.460
Windenergie op zee 2021 * 8.504 7.952 7.952 7,00 6,50 6,70 462 2.460
Zonnestroom 2020** 8.765 8.765 8.765 7,25 7,25 7,46 . 10.950
Zonnestroom 2021 * 11.332 11.332 11.332 9,30 9,30 9,60 1.712.906 14.408
Totaal biomassa 2020** 9.121 8.848 7.900 7,54 7,32 6,72 . .
Totaal biomassa 2021 * . 10.785 9.718 . 8,90 8,20 . .
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de Nederlandse productie van hernieuwbare elektriciteit, het aantal daarbij gebruikte installaties en het opgestelde vermogen van die installaties. Bij de productie wordt daarbij een onderscheid gemaakt naar genormaliseerd bruto productie en niet genormaliseerde bruto en netto productie.

Elektriciteitsproductie wordt weergegeven in miljoen kilowattuur en in percentage van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland. De hernieuwbare elektriciteitsproductie wordt afgezet tegen het totale elektriciteitsverbruik en niet tegen de totale elektriciteitsproductie. Deze keuze vloeit voort uit Europese afspraken.

De gegevens zijn uitgesplitst naar het soort energiebron en de toegepaste techniek om de elektriciteit te verkrijgen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar vier hoofdcategorieën: waterkracht, windenergie, zonnestroom en biomassa.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1990.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tot en met 2019, nader voorlopig over 2020 en voorlopig over 2021.

Wijzigingen per juni 2022:
Voorlopige cijfers over 2021 toegevoegd.
Vanaf verslagjaar 2021 gelden er in het kader van de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie (2018) nieuwe duurzaamheidscriteria voor vaste en gasvormige biomassa verbruikt in installaties boven een bepaalde vermogensgrens. Of de biomassa die in Nederland verbruikt wordt aan deze nieuwe duurzaamheidscriteria voldoet is momenteel onduidelijk. Voor de genormaliseerde elektriciteitsproductie waar deze onduidelijkheid van toepassing is wordt daarom een punt “.” weergegeven.

Wanneer komen er nieuwe cijfers:
Voorlopige cijfers over de elektriciteitsproductie van het voorafgaande jaar verschijnen elk jaar in februari. Nader voorlopige cijfers over de elektriciteitsproductie van het voorafgaande jaar verschijnen elk jaar in juni. Definitieve cijfers over de elektriciteitsproductie van het voorafgaande jaar verschijnen elk jaar in december.

Toelichting onderwerpen

Elektriciteitsproductie
Binnenlandse productie van hernieuwbare elektriciteit in miljoenen kilowattuur.
Genormaliseerde bruto productie
Hernieuwbare, bruto elektriciteitsproductie gecorrigeerd voor weersomstandigheden en inclusief de indirecte productie uit groen gas.

Bruto productie is de productie inclusief het eigen verbruik. Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.

De genormaliseerde productie is uitgerekend volgens definities uit de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie uit 2009. De bindende doelstellingen uit deze richtlijn spelen een belangrijke rol in het Nederlandse energiebeleid. De niet-genormaliseerde productie is de daadwerkelijke fysieke productie volgens definities uit de standaard nationale en internationale energiestatistieken.

Er zijn twee verschillen tussen de genormaliseerde en niet genormaliseerde cijfers:
1.  Correctie voor toevallige weersomstandigheden
2.  Het al dan niet meenemen van de elektriciteitsproductie uit groen gas.

Nadere toelichting bij 1: De genormaliseerde productie in een bepaald jaar wordt daarbij berekend als de capaciteit in het betreffende jaar maal de gemiddelde productie per eenheid capaciteit in de afgelopen vijf jaar (voor wind) of vijftien jaar (voor waterkracht). De productie van zonnestroom is in principe ook afhankelijk van het weer. In de EU-Richtlijn is echter afgesproken om voor zonnestroom geen normalisatie toe te passen.
Nadere toelichting bij 2: Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit en geïnjecteerd in het aardgasnet. Een (klein) gedeelte van de elektriciteitsproductie uit aardgas kan dus worden toegerekend aan groen gas. Bij de genormaliseerde cijfers is deze toerekening meegenomen, bij niet genormaliseerde cijfers is deze toerekening niet meegenomen.
Niet-genormaliseerde productie
Hernieuwbare elektriciteitsproductie, niet gecorrigeerd voor weersomstandigheden en exclusief de indirecte productie uit groen gas.

Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit en geïnjecteerd in het aardgasnet. Een (klein) gedeelte van de elektriciteitsproductie uit aardgas kan dus worden toegerekend aan groen gas. Bij de genormaliseerde elektriciteitsproductie is deze toerekening meegenomen, bij niet genormaliseerde elektriciteitsproductie is deze toerekening niet meegenomen.
Bruto elektriciteitsproductie
Bruto elektriciteitsproductie is de productie inclusief het eigen verbruik.

Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.
Netto elektriciteitsproductie
Netto elektriciteitsproductie is de productie exclusief het eigen verbruik.

Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.
Elektriciteitsproductie relatief
Binnenlandse productie van hernieuwbare elektriciteit als percentage van het totale binnenlandse elektriciteitsverbruik.

De hernieuwbare elektriciteitsproductie wordt afgezet tegen het totale elektriciteitsverbruik en niet tegen de totale elektriciteitsproductie. Deze keuze vloeit voort uit Europese afspraken.
Genormaliseerde bruto productie
Hernieuwbare, bruto elektriciteitsproductie gecorrigeerd voor weersomstandigheden en inclusief de indirecte productie uit groen gas.

Bruto productie is de productie inclusief het eigen verbruik. Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.

De genormaliseerde productie is uitgerekend volgens definities uit de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie uit 2009. De bindende doelstellingen uit deze richtlijn spelen een belangrijke rol in het Nederlandse energiebeleid. De niet-genormaliseerde productie is de daadwerkelijke fysieke productie volgens definities uit de standaard nationale en internationale energiestatistieken.

Er zijn twee verschillen tussen de genormaliseerde en niet genormaliseerde cijfers:
1.  Correctie voor toevallige weersomstandigheden
2.  Het al dan niet meenemen van de elektriciteitsproductie uit groen gas.

Nadere toelichting bij 1: De genormaliseerde productie in een bepaald jaar wordt daarbij berekend als de capaciteit in het betreffende jaar maal de gemiddelde productie per eenheid capaciteit in de afgelopen vijf jaar (voor wind) of vijftien jaar (voor waterkracht). De productie van zonnestroom is in principe ook afhankelijk van het weer. In de EU-Richtlijn is echter afgesproken om voor zonnestroom geen normalisatie toe te passen.
Nadere toelichting bij 2: Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit en geïnjecteerd in het aardgasnet. Een (klein) gedeelte van de elektriciteitsproductie uit aardgas kan dus worden toegerekend aan groen gas. Bij de genormaliseerde cijfers is deze toerekening meegenomen, bij niet genormaliseerde cijfers is deze toerekening niet meegenomen.
Niet-genormaliseerde productie
Hernieuwbare elektriciteitsproductie, niet gecorrigeerd voor weersomstandigheden en exclusief de indirecte productie uit groen gas.

Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit en geïnjecteerd in het aardgasnet. Een (klein) gedeelte van de elektriciteitsproductie uit aardgas kan dus worden toegerekend aan groen gas. Bij de genormaliseerde elektriciteitsproductie is deze toerekening meegenomen, bij niet genormaliseerde elektriciteitsproductie is deze toerekening niet meegenomen.
Bruto elektriciteitsproductie
Bruto elektriciteitsproductie is de productie inclusief het eigen verbruik.

Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.
Netto elektriciteitsproductie
Netto elektriciteitsproductie is de productie exclusief het eigen verbruik.

Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.
Installaties
Opgestelde installaties einde van jaar
Het aantal installaties dat op 31 december van het verslagjaar in gebruik is.
Opgesteld elektrisch vermogen einde jaar
Het elektrisch vermogen dat op 31 december van het verslagjaar in gebruik is.

Het elektrisch vermogen is de hoeveelheid elektriciteit die per tijdseenheid kan worden opgewekt bij normaal gebruik van alle beschikbare installaties die elektriciteit produceren.