Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen

Hernieuwbare elektriciteit; productie en vermogen

Bron/Techniek Perioden Elektriciteitsproductie Genormaliseerde bruto productie (mln kWh) Elektriciteitsproductie Niet-genormaliseerde productie Bruto elektriciteitsproductie (mln kWh) Elektriciteitsproductie Niet-genormaliseerde productie Netto elektriciteitsproductie (mln kWh) Elektriciteitsproductie relatief Genormaliseerde bruto productie (in % van het verbruik) Elektriciteitsproductie relatief Niet-genormaliseerde productie Bruto elektriciteitsproductie (in % van het verbruik) Elektriciteitsproductie relatief Niet-genormaliseerde productie Netto elektriciteitsproductie (in % van het verbruik) Installaties Opgestelde installaties einde van jaar (aantal) Installaties Opgesteld elektrisch vermogen einde jaar (megawatt)
Totaal hernieuwbare energiebronnen 2025** 66.399 65.650 64.270 54,73 54,12 54,70 . .
Waterkracht 2025** 83 57 57 0,07 0,05 0,05 . 38
Totaal windenergie 2025** 33.526 32.636 32.037 27,64 26,90 27,27 . 11.782
Windenergie op land 2025** 17.408 16.731 16.423 14,35 13,79 13,98 . 7.035
Windenergie op zee 2025** 16.118 15.905 15.614 13,29 13,11 13,29 . 4.748
Zonnestroom 2025** 25.881 25.881 25.881 21,33 21,33 22,03 . 25.901
Totaal biomassa 2025** 6.910 7.077 6.295 5,70 5,83 5,36 . .
Afvalverbrandingsinstallaties 2025** 1.988 1.988 1.614 1,64 1,64 1,37 . 788
Bij- en meestoken biomassa in centrales 2025** 3.645 3.645 3.412 3,00 3,00 2,90 . .
Biomassaketels bedrijven, WKK 2025** 941 1.001 840 0,78 0,83 0,72 . .
Totaal biogas 2025** 336 442 428 0,28 0,36 0,36 . 187
Biogas uit stortplaatsen 2025** 21 18 18 0,02 0,02 0,02 . 13
Biogas rioolwaterzuiveringsinstallaties 2025** 186 157 152 0,15 0,13 0,13 . 40
Biogas, co-vergisting van mest 2025** 46 120 116 0,04 0,10 0,10 . 101
Overig biogas 2025** 83 147 143 0,07 0,12 0,12 . 33
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de Nederlandse productie van hernieuwbare elektriciteit, het aantal daarbij gebruikte installaties en het opgestelde vermogen van die installaties. Bij de productie wordt daarbij een onderscheid gemaakt naar genormaliseerd bruto productie en niet genormaliseerde bruto en netto productie.

Elektriciteitsproductie wordt weergegeven in miljoen kilowattuur en in percentage van het totale elektriciteitsverbruik in Nederland. De hernieuwbare elektriciteitsproductie wordt afgezet tegen het totale elektriciteitsverbruik en niet tegen de totale elektriciteitsproductie. Deze keuze vloeit voort uit Europese afspraken.

De gegevens zijn uitgesplitst naar het soort energiebron en de toegepaste techniek om de elektriciteit te verkrijgen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt naar vier hoofdcategorieën: waterkracht, windenergie, zonnestroom en biomassa.

Gegevens beschikbaar vanaf: 1990.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel zijn definitief tot en met 2023 en nader voorlopig voor 2024 en 2025.

Wijzigingen per juni 2026:
Nader voorlopige cijfers over 2025 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 9 maart 2026
Voorlopige cijfers over 2025 zijn toegevoegd.

Wijzigingen per 18 november 2025:
De cijfers over 2023 en 2024 zijn geactualiseerd.

Wijzigingen per 6 juni 2025:
Cijfers over 2024 zijn geactualiseerd.

Wijzigingen per 10 maart 2025:
Cijfers over 2024 toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers:
Voorlopige cijfers over de elektriciteitsproductie van het voorafgaande jaar verschijnen elk jaar in februari.
Nader voorlopige cijfers over de elektriciteitsproductie van het voorafgaande jaar verschijnen elk jaar in juni.
Definitieve cijfers over de elektriciteitsproductie van het voorafgaande jaar verschijnen elk jaar in december.

Toelichting onderwerpen

Elektriciteitsproductie
Binnenlandse productie van hernieuwbare elektriciteit in miljoenen kilowattuur.
Genormaliseerde bruto productie
Hernieuwbare, bruto elektriciteitsproductie gecorrigeerd voor weersomstandigheden en inclusief de indirecte productie uit groen gas. Vanaf 2021 wordt de elektriciteitsproductie uit vaste biomassa en biogas in installaties boven een bepaalde vermogensgrens alleen meegenomen indien de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidsregels uit de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED II).

Bruto productie is de productie inclusief het eigen verbruik. Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.

De genormaliseerde productie is uitgerekend volgens definities uit de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie. De bindende doelstellingen uit deze richtlijn spelen een belangrijke rol in het Nederlandse energiebeleid. De niet-genormaliseerde productie is de daadwerkelijke fysieke productie volgens definities uit de standaard nationale en internationale energiestatistieken.

Er zijn drie verschillen tussen de genormaliseerde en niet genormaliseerde cijfers:
1.  Correctie voor toevallige weersomstandigheden
2.  Het al dan niet meenemen van de elektriciteitsproductie uit groen gas.
3.  Het al dan niet meenemen van biomassa die niet aan de duurzaamheidscriteria uit de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED II) voldoet

Nadere toelichting bij 1: De genormaliseerde productie in een bepaald jaar wordt daarbij berekend als de capaciteit in het betreffende jaar maal de gemiddelde productie per eenheid capaciteit in de afgelopen vijf jaar (voor wind) of vijftien jaar (voor waterkracht). De productie van zonnestroom is in principe ook afhankelijk van het weer. In de EU-Richtlijn is echter afgesproken om voor zonnestroom geen normalisatie toe te passen.
Nadere toelichting bij 2: Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit en geïnjecteerd in het aardgasnet. Een (klein) gedeelte van de elektriciteitsproductie uit aardgas kan dus worden toegerekend aan groen gas. Bij de genormaliseerde cijfers is deze toerekening meegenomen, bij niet genormaliseerde cijfers is deze toerekening niet meegenomen.
Nadere toelichting bij 3: Vanaf 2021 wordt de elektriciteitsproductie uit vaste biomassa en biogas in installaties boven een bepaalde vermogensgrens alleen meegenomen voor de genormaliseerde elektriciteitsproductie indien de gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheidsregels uit de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie (RED II).
Niet-genormaliseerde productie
Hernieuwbare elektriciteitsproductie, niet gecorrigeerd voor weersomstandigheden en exclusief de indirecte productie uit groen gas.

Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit en geïnjecteerd in het aardgasnet. Een (klein) gedeelte van de elektriciteitsproductie uit aardgas kan dus worden toegerekend aan groen gas. Bij de genormaliseerde elektriciteitsproductie is deze toerekening meegenomen, bij niet genormaliseerde elektriciteitsproductie is deze toerekening niet meegenomen.
Bruto elektriciteitsproductie
Bruto elektriciteitsproductie is de productie inclusief het eigen verbruik.

Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.
Netto elektriciteitsproductie
Netto elektriciteitsproductie is de productie exclusief het eigen verbruik.

Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.
Elektriciteitsproductie relatief
Binnenlandse productie van hernieuwbare elektriciteit als percentage van het totale binnenlandse elektriciteitsverbruik.

De hernieuwbare elektriciteitsproductie wordt afgezet tegen het totale elektriciteitsverbruik en niet tegen de totale elektriciteitsproductie. Deze keuze vloeit voort uit Europese afspraken.
Genormaliseerde bruto productie
Hernieuwbare, bruto elektriciteitsproductie gecorrigeerd voor weersomstandigheden en inclusief de indirecte productie uit groen gas.

Bruto productie is de productie inclusief het eigen verbruik. Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.

De genormaliseerde productie is uitgerekend volgens definities uit de EU-Richtlijn Hernieuwbare Energie uit 2009. De bindende doelstellingen uit deze richtlijn spelen een belangrijke rol in het Nederlandse energiebeleid. De niet-genormaliseerde productie is de daadwerkelijke fysieke productie volgens definities uit de standaard nationale en internationale energiestatistieken.

Er zijn twee verschillen tussen de genormaliseerde en niet genormaliseerde cijfers:
1.  Correctie voor toevallige weersomstandigheden
2.  Het al dan niet meenemen van de elektriciteitsproductie uit groen gas.

Nadere toelichting bij 1: De genormaliseerde productie in een bepaald jaar wordt daarbij berekend als de capaciteit in het betreffende jaar maal de gemiddelde productie per eenheid capaciteit in de afgelopen vijf jaar (voor wind) of vijftien jaar (voor waterkracht). De productie van zonnestroom is in principe ook afhankelijk van het weer. In de EU-Richtlijn is echter afgesproken om voor zonnestroom geen normalisatie toe te passen.
Nadere toelichting bij 2: Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit en geïnjecteerd in het aardgasnet. Een (klein) gedeelte van de elektriciteitsproductie uit aardgas kan dus worden toegerekend aan groen gas. Bij de genormaliseerde cijfers is deze toerekening meegenomen, bij niet genormaliseerde cijfers is deze toerekening niet meegenomen.
Niet-genormaliseerde productie
Hernieuwbare elektriciteitsproductie, niet gecorrigeerd voor weersomstandigheden en exclusief de indirecte productie uit groen gas.

Groen gas is biogas dat is opgewerkt tot aardgaskwaliteit en geïnjecteerd in het aardgasnet. Een (klein) gedeelte van de elektriciteitsproductie uit aardgas kan dus worden toegerekend aan groen gas. Bij de genormaliseerde elektriciteitsproductie is deze toerekening meegenomen, bij niet genormaliseerde elektriciteitsproductie is deze toerekening niet meegenomen.
Bruto elektriciteitsproductie
Bruto elektriciteitsproductie is de productie inclusief het eigen verbruik.

Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.
Netto elektriciteitsproductie
Netto elektriciteitsproductie is de productie exclusief het eigen verbruik.

Het eigen verbruik is de elektriciteit die wordt gebruikt bij de elektriciteitsopwekking.
Installaties
Opgestelde installaties einde van jaar
Het aantal installaties dat op 31 december van het verslagjaar in gebruik is.
Opgesteld elektrisch vermogen einde jaar
Het elektrisch vermogen dat op 31 december van het verslagjaar in gebruik is.

Het elektrisch vermogen is de hoeveelheid elektriciteit die per tijdseenheid kan worden opgewekt bij normaal gebruik van alle beschikbare installaties die elektriciteit produceren.

Voor zonnestroom gaat het om het systeemvermogen. Dit is minimum van het vermogen van de panelen en het vermogen van de omvormer.