Lopende transacties; sectoren, nr, 1995-2017
| Institutionele sectoren | Niet-geconsolideerd/geconsolideerd | Perioden | Bestedingen Consumptieve bestedingen Collectieve consumptieve bestedingen (mln euro) |
|---|---|---|---|
| Totale binnenlandse sectoren | Niet-geconsolideerd | 2017* | 59.023 |
| Totale binnenlandse sectoren | Geconsolideerd | 2017* | 59.023 |
| Niet-financiële vennootschappen | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Niet-financiële vennootschappen | Geconsolideerd | 2017* | |
| Financiële instellingen | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Financiële instellingen | Geconsolideerd | 2017* | |
| Monetaire financiële instellingen | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Monetaire financiële instellingen | Geconsolideerd | 2017* | |
| Centrale bank | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Centrale bank | Geconsolideerd | 2017* | |
| Ov. deposito-instellingen en GMF's | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Ov. deposito-instellingen en GMF's | Geconsolideerd | 2017* | |
| Overige financiële instellingen | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Overige financiële instellingen | Geconsolideerd | 2017* | |
| Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Beleggingsfondsen m.u.v geldmarktfondsen | Geconsolideerd | 2017* | |
| Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Ov. fin. inst. excl. beleggingsfondsen | Geconsolideerd | 2017* | |
| Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Ov. fin. intermediairs en hulpbedrijven | Geconsolideerd | 2017* | |
| Fin. instellingen binnen concernverband | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Fin. instellingen binnen concernverband | Geconsolideerd | 2017* | |
| Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Verzekeringsinstel. en pensioenfondsen | Geconsolideerd | 2017* | |
| Verzekeringsinstellingen | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Verzekeringsinstellingen | Geconsolideerd | 2017* | |
| Pensioenfondsen | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Pensioenfondsen | Geconsolideerd | 2017* | |
| Overheid | Niet-geconsolideerd | 2017* | 59.023 |
| Overheid | Geconsolideerd | 2017* | 59.023 |
| Centrale overheid | Niet-geconsolideerd | 2017* | 34.727 |
| Centrale overheid | Geconsolideerd | 2017* | 34.727 |
| Lagere overheid | Niet-geconsolideerd | 2017* | 24.296 |
| Lagere overheid | Geconsolideerd | 2017* | 24.296 |
| Socialezekerheidsfondsen | Niet-geconsolideerd | 2017* | 0 |
| Socialezekerheidsfondsen | Geconsolideerd | 2017* | 0 |
| Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Huishoudens incl. IZW's t.b.v. huish. | Geconsolideerd | 2017* | |
| Huishoudens | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Huishoudens | Geconsolideerd | 2017* | |
| IZW's t.b.v. huishoudens | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| IZW's t.b.v. huishoudens | Geconsolideerd | 2017* | |
| Buitenland | Niet-geconsolideerd | 2017* | |
| Buitenland | Geconsolideerd | 2017* | |
| Bron: CBS. | |||
Tabeltoelichting
Deze tabel geeft een overzicht van de niet-financiële (lopende) transacties per periode van de institutionele sectoren van de Nederlandse economie weer. De transacties worden ingedeeld naar middelen en bestedingen. Daarnaast worden in deze tabel ook de saldi van de sectoren weergegeven.
Niet-financiële transacties worden geraamd voor de hoofdsectoren van de economie: niet-financiële vennootschappen, financiële instellingen, overheid, huishoudens, instellingen zonder winstoogmerk ten behoeve van huishoudens en het buitenland. De sectoren financiële instellingen en overheid zijn bovendien nog naar subsectoren uitgesplitst. Sectoren worden zowel geconsolideerd als niet-geconsolideerd gepresenteerd.
Gegevens beschikbaar vanaf: 1995 tot en met 2017
Status van de cijfers:
De gegevens in de periode 1995-2014 zijn definitief. Gegevens van 2015, 2016 en 2017 hebben de status voorlopig. Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.
Wijzigingen per 22 juni 2018
Geen, deze tabel is stopgezet.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft onlangs een revisie uitgevoerd van de nationale rekeningen. Hierbij worden nieuwe statistische bronnen en ramingsmethoden gebruikt. Deze tabel met gegevens voor revisie is vervangen door tabel Lopende transacties; sectoren, nationale rekeningen. Voor aanvullende informatie zie paragraaf 3.
Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Toelichting onderwerpen
- Bestedingen
- Bestedingen bestaan uit transacties die de economische waarde van sectoren verminderen (oftewel de uitgaven door sectoren).
- Consumptieve bestedingen
- Uitgaven aan goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van individuele of collectieve behoeften. De consumptieve bestedingen kunnen zowel op het eigen grondgebied als in het buitenland worden gedaan, maar het gaat altijd om uitgaven door ingezeten institutionele eenheden, dat wil zeggen in Nederland gevestigde huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en overheidsinstanties. Consumptieve bestedingen worden gedaan door huishoudens, izw's t.b.v. huishoudens en de overheid. Ondernemingen consumeren niet: kosten aan goederen en diensten die ondernemingen maken ten behoeve van hun productie vallen hier niet onder, maar onder intermediair verbruik of investeringen. De overheid is een speciaal geval. Ook de overheid kent intermediair verbruik, naar analogie van ondernemingen. Maar de productie die de overheid levert en waar niet rechtstreeks voor wordt betaald, niet-markt-output (veiligheid bijvoorbeeld), valt onder de (overheids-)consumptie. Het heet dat de overheid 'haar eigen productie consumeert'. Binnen de nationale rekeningen moet alles wat wordt geproduceerd namelijk ook worden afgenomen. Dat de consumptie van de overheids-productie bij de overheid zelf is neergelegd, is een conventie. Daarnaast bevat de overheidsconsumptie ook door de overheid verstrekte sociale uitkeringen in natura zoals basiszorg (gefinancierd uit AWBZ en de Zorgverzekeringswet) en huurtoeslag.
- Collectieve consumptieve bestedingen
- Uitgaven voor goederen en diensten die worden gebruikt voor de rechtstreekse bevrediging van collectieve behoeften of wesnsten van leden van de gemeenschap. Collectieve consumptieve bestedingen vinden plaats bij de overheid
en betreft met name uitgaven voor diensten op het gebied van:
- openbaar bestuur, beveiliging en defensie;
- ordehandhaving, wet- en regelgeving;
- milieubescherming;
- speur- en ontwikkelingswerk;
- infrastructuur en economische ontwikkeling.