Overheid; ontvangen belastingen 1995-2017

Overheid; ontvangen belastingen 1995-2017

Sectoren Perioden Belastingen: afzonderlijk Totaal belastingen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk BTW (Belasting over toegevoegde waarde) (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Loon- en inkomstenbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Vennootschapsbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Accijnzen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Verbruiksbel. op milieugrondslag (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Milieuheffingen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Motorrijtuigenbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk BPM (Bel. personenauto's en motorrijw.) (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Overdrachtsbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Onroerendezaakbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Dividendbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Vermogensheffingen (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Assurantiebelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Kansspelbelasting (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Bankenbelasting (incl. resolutieheffing) (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Verhuurderheffing (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Loonkostenheffing (mln euro) Belastingen: afzonderlijk Overige belastingen (mln euro)
Overheid 2017* 180.226 49.814 61.039 21.413 11.687 5.573 4.465 5.645 2.000 2.726 3.838 3.660 1.641 2.486 472 948 1.618 148 1.053
Centrale overheid 2017* 170.206 49.814 61.039 21.413 11.687 5.573 224 4.070 2.000 2.726 3.660 1.641 2.486 472 948 1.618 148 687
Rijk 2017* 170.206 49.814 61.039 21.413 11.687 5.573 224 4.070 2.000 2.726 3.660 1.641 2.486 472 948 1.618 148 687
Overige centrale overheid 2017* 0 0
Lokale overheid 2017* 10.020 4.241 1.575 3.838 0 366
Gemeenten 2017* 5.780 1.576 3.838 0 366
Overige lokale overheid 2017* 4.240 2.665 1.575 0
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de belastingopbrengsten van de overheid, per belasting. Onder overheid wordt hier verstaan de sector overheid volgens de definitie die in Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010) wordt gebruikt. De gepresenteerde gegevens sluiten aan bij de publicaties over de Nationale rekeningen. De gebruikte begrippen sluiten aan bij de Nationale rekeningen. De Nationale rekeningen zijn gebaseerd op de internationale definities van het Europees Systeem van Rekeningen (ESR 2010).

Gegevens beschikbaar vanaf:
Jaarcijfers van 1995 tot en met 2017, kwartaalcijfers van 2008 tot en met 2017.

Status van de cijfers:
De cijfers in deze tabel hebben voor de periode 1995-2014 de status definitief. De kwartalen van 2015 hebben de status voorlopig. De jaarcijfers van 2015 hebben de status definitief. De cijfers van 2016 en 2017 hebben de status voorlopig.
Aangezien deze tabel is stopgezet, worden de gegevens niet meer definitief gemaakt.

Wijzigingen per 29 juni 2018:
Geen, deze tabel is stopgezet.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
Niet meer van toepassing.
Deze tabel wordt opgevolgd door Overheid; ontvangen belastingen en sociale premies. Zie paragraaf 3.

Toelichting onderwerpen

Belastingen: afzonderlijk
Verplichte betalingen, zonder dat hier een direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat, die door de nationale overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd.
De belastingen worden onderverdeeld in:
- belastingen op productie en invoer;
- belastingen op inkomen en vermogen;
- vermogensheffingen.
Totaal belastingen
Verplichte betalingen, zonder dat hier een direct aanwijsbare tegenprestatie tegenover staat, die door de nationale overheid of door de instellingen van de Europese Unie worden opgelegd.
De belastingen worden onderverdeeld in:
- belastingen op productie en invoer;
- belastingen op inkomen en vermogen;
- vermogensheffingen.
BTW (Belasting over toegevoegde waarde)
Een productgebonden belasting, die op de verschillende momenten van levering door producenten wordt geïnd en uiteindelijk volledig ten laste komt van de eindgebruikers.

Producenten dragen alleen het verschil af tussen de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op hun verkopen en de btw op hun aankopen.
Loon- en inkomstenbelasting
Loonbelasting:
Belasting die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van de werknemer, als onderdeel van de loonheffing. De werkgever draagt deze belasting vervolgens af aan de overheid en doet daarvoor maandelijks aangifte.
Inkomstenbelasting:
Een belasting op inkomen. Bij de bron ingehouden belastingen op inkomen, zoals loonbelastingen en regelmatige voorschotten op de inkomstenbelasting, kunnen worden geregistreerd in de periode waarin ze worden betaald, terwijl eindafrekeningen kunnen worden geregistreerd in de periode waarin de belastingverplichting is vastgesteld. Inkomstenbelasting is verschuldigd over het belastbaar inkomen uit werk en woning en uit sparen en beleggen.
Vennootschapsbelasting
Belasting die wordt geheven over de winst van ondernemingen. De vennootschapsbelasting wordt gerekend tot de belastingen op inkomen.
Accijnzen
Productgebonden belastingen op productie. Voorbeelden zijn accijnzen op benzine, tabak en alcohol. De accijnzen zijn verschuldigd over de uitslag (levering, verkoop) en de invoer van de betreffende producten.
Verbruiksbel. op milieugrondslag
Verbruiksbelasting op milieugrondslag.
Verzamelnaam voor de productgebonden belastingen: belastingen op grondwater, leidingwater, afvalstoffen, brandstoffen en de energie en de niet-productgebonden belasting verpakkingsbelasting. In 2008 en 2009 maakte de vliegbelasting deel uit van de verbruiksbelasting op milieugrondslag. In 2010 werd de vliegbelasting afgeschaft.
Vanaf 2013 is de heffing opslag duurzame energie (ODE) ingevoerd. De ODE wordt net als de energiebelasting op het verbruik van elektriciteit en aardgas geheven. Met de opbrengsten van de ODE wordt de productie van duurzame energie gestimuleerd.
Milieuheffingen
Heffingen die zijn ingevoerd voor de financiering van specifieke milieumaatregelen die door de overheid worden uitgevoerd. Milieuheffingen is de verzamelnaam voor de volgende belastingen: rioolrechten, waterverontreinigingsheffing, omslagheffing waterschappen, geluidhinder grondwaterbelasting en heffing nazorg stortplaatsen. Als deze belastingen door bedrijven worden betaald worden ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen, worden de milieuheffingen door huishoudens betaald maken ze deel uit van de belastingen op vermogen.
Motorrijtuigenbelasting
Belasting voor het bezit van een motorrijtuig. Motorrijtuigenbelasting wordt betaald voor een personenauto, bestelbus, motorrijwiel of vrachtauto. Als de motorrijtuigenbelasting door bedrijven (producenten) wordt betaald wordt ze gerekend tot de niet-productgebonden belastingen. Wordt de motorrijtuigenbelasting door huishoudens (consumenten) betaald maakt ze deel uit van de belastingen op vermogen.
BPM (Bel. personenauto's en motorrijw.)
Belastingen op personenauto's en motorrijwielen.
De belasting op personenauto's, bestelauto's en motorrijwielen (BPM) is verschuldigd als er een nieuw voertuig in Nederland wordt gekocht. De importeur van het voertuig zorgt voor de aangifte en de betaling van de BPM. De BPM wordt gerekend tot de productgebonden belastingen.
Overdrachtsbelasting
Belasting die geheven wordt bij de overdracht van bestaande onroerende zaken. Overdrachtsbelasting wordt gerekend tot de productgebonden belastingen.
Onroerendezaakbelasting
Belasting die door gemeenten wordt geheven van eigenaren en gebruikers van onroerende zaken.

Het deel van de onroerendezaakbelasting op woningen dat is betaald door bewoners, wordt gerekend tot de belastingen op vermogen. Het deel dat is betaald door exploitanten van woningen, waartoe ook de eigen-huis eigenaren behoren, wordt beschouwd als niet-productgebonden belastingen. De onroerendezaakbelasting betaald door bewoners is per 1 januari 2006 afgeschaft.
Dividendbelasting
Belasting die wordt geheven over de opbrengst van aandelen en winstbewijzen. Een vennootschap die dividend uitkeert, is verplicht de dividendbelasting in te houden en te betalen aan de Belastingdienst. Samen met de vennootschapsbelasting vormt de dividendbelasting het grootste deel van de belasting op inkomen en vermogen van vennootschappen. Beide belastingen hebben de winst van vennootschappen als grondslag.
Vermogensheffingen
Verplichte, niet-periodieke betalingen aan de overheid, die gebaseerd zijn op het vermogen van de belastingplichtigen. In de praktijk gaat het hierbij bijna altijd om successierechten. De vermogensbelasting wordt niet tot de vermogensheffingen gerekend. Deze wordt namelijk periodiek geheven en wordt daarom gerekend tot de belastingen op inkomen en vermogen.
Assurantiebelasting
Belasting op verzekeringen waarvan het risico in Nederland ligt. De belastingplichtige voor de assurantiebelasting is de verstrekker van de verzekering. Assurantiebelasting is een productgebonden belasting.
Kansspelbelasting
De kansspelbelasting wordt betaald door casino's en de winnaars van prijzen in loterijen. De kansspelbelasting die door casino's wordt betaald wordt geboekt als een productgebonden belasting. De kansspelbelasting die door de winnaars van prijzen wordt betaald wordt geboekt als een belasting op inkomen.
Bankenbelasting (incl. resolutieheffing)
Bankenbelasting (inclusief resolutieheffing).

De bankenbelasting is een belasting op ongedekte schulden van de banken.
De resolutieheffing is een eenmalige heffing op de onder het Nederlandse depositogarantiestelsel gegarandeerde deposito's van banken.
De bankenbelasting en de resolutieheffing worden gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
De bankenbelasting wordt geheven vanaf 2012.
De resolutieheffing is een eenmalige heffing in 2014.
Verhuurderheffing
Belasting voor verhuurders over de waarde van de huurwoningen. Voorwaarde is dat voor deze huurwoningen huurtoeslag kan worden toegekend.

De Verhuurderheffing wordt gerekend tot de niet-productgebonden belastingen.
De Verhuurderheffing wordt geheven vanaf 2013.
Loonkostenheffing
De loonbelasting die door de werkgever wordt ingehouden op het loon van de werknemer wordt gerekend tot de belastingen op inkomen, vermogen, enz. Over bepaalde vormen van loon wordt de loonbelasting echter geheven in de vorm van een zogenaamde eindheffing (loonkostenheffing). De loonbelasting wordt in dit geval niet ingehouden op het loon van de werknemer maar komt voor rekening van de werkgever. Loon waarop de werkgever eindheffing toepast, hoort niet (meer) tot het loon van de werknemer en hoort dus ook niet tot zijn verzamelinkomen voor de inkomstenbelasting. De eindheffingen worden niet door werknemers betaald maar door werkgevers. Voorbeelden zijn de heffing op spaarloon (tot 2012) en heffingen op (kerst)geschenken. De tijdelijke cisisheffing op hoge lonen die werkgevers in 2013 en 2014 moeten betalen valt ook onder de loonkostenheffingen.
Overige belastingen
Hieronder zijn de volgende belastingen opgenomen: Verbruiksbelasting op alcoholvrije dranken, kapitaalbelasting, voorraadheffing aardolieproducten, PBO-heffingen, Inschrijfgelden Kamers van Koophandel, Toeristenbelasting, Niet-productgebonden belastingen overig en de overige belastingen op inkomen en vermogen.