Voorraad woningen; gemiddeld oppervlak; woningtype, bouwjaarklasse, regio

Voorraad woningen; gemiddeld oppervlak; woningtype, bouwjaarklasse, regio

Woningtype Bouwjaarklasse Regio's Perioden Beginstand woningvoorraad (aantal) Gemiddelde oppervlakte (m2)
Totaal Totaal Oost-Nederland (LD) 2026 1.692.201 128
Totaal Totaal West-Nederland (LD) 2026 4.043.500 107
Totaal Totaal Oost-Groningen (CR) 2026 65.871 138
Totaal Totaal Zuidwest-Friesland (CR) 2026 67.347 151
Totaal Totaal Zuidoost-Friesland (CR) 2026 88.626 139
Totaal Totaal Zuidoost-Drenthe (CR) 2026 78.564 137
Totaal Totaal Zuidwest-Drenthe (CR) 2026 62.564 141
Totaal Totaal Zuidwest-Overijssel (CR) 2026 74.002 125
Totaal Totaal Zuidwest-Gelderland (CR) 2026 107.130 140
Totaal Totaal Oost-Zuid-Holland (CR) 2026 154.677 118
Totaal Totaal Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2026 170.957 111
Totaal Totaal West-Noord-Brabant (CR) 2026 301.049 127
Totaal Totaal Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2026 307.119 138
Totaal Totaal Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2026 375.404 133
Totaal Totaal Súdwest-Fryslân 2026 43.303 151
Totaal 1000 tot 1850 Oost-Nederland (LD) 2026 8.489 218
Totaal 1000 tot 1850 West-Nederland (LD) 2026 43.242 129
Totaal 1000 tot 1850 Oost-Groningen (CR) 2026 151 435
Totaal 1000 tot 1850 Zuidwest-Friesland (CR) 2026 1.061 244
Totaal 1000 tot 1850 Zuidoost-Friesland (CR) 2026 285 247
Totaal 1000 tot 1850 Zuidoost-Drenthe (CR) 2026 161 264
Totaal 1000 tot 1850 Zuidwest-Drenthe (CR) 2026 374 293
Totaal 1000 tot 1850 Zuidwest-Overijssel (CR) 2026 774 172
Totaal 1000 tot 1850 Zuidwest-Gelderland (CR) 2026 1.532 214
Totaal 1000 tot 1850 Oost-Zuid-Holland (CR) 2026 1.447 161
Totaal 1000 tot 1850 Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2026 2.029 153
Totaal 1000 tot 1850 West-Noord-Brabant (CR) 2026 1.639 209
Totaal 1000 tot 1850 Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2026 2.130 196
Totaal 1000 tot 1850 Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2026 667 269
Totaal 1000 tot 1850 Súdwest-Fryslân 2026 879 238
Totaal 1850 tot 1905 Oost-Nederland (LD) 2026 47.660 171
Totaal 1850 tot 1905 West-Nederland (LD) 2026 169.055 114
Totaal 1850 tot 1905 Oost-Groningen (CR) 2026 2.181 267
Totaal 1850 tot 1905 Zuidwest-Friesland (CR) 2026 4.703 235
Totaal 1850 tot 1905 Zuidoost-Friesland (CR) 2026 1.886 240
Totaal 1850 tot 1905 Zuidoost-Drenthe (CR) 2026 999 243
Totaal 1850 tot 1905 Zuidwest-Drenthe (CR) 2026 1.649 217
Totaal 1850 tot 1905 Zuidwest-Overijssel (CR) 2026 3.517 132
Totaal 1850 tot 1905 Zuidwest-Gelderland (CR) 2026 4.265 198
Totaal 1850 tot 1905 Oost-Zuid-Holland (CR) 2026 3.635 159
Totaal 1850 tot 1905 Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2026 4.482 149
Totaal 1850 tot 1905 West-Noord-Brabant (CR) 2026 8.000 163
Totaal 1850 tot 1905 Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2026 6.448 204
Totaal 1850 tot 1905 Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2026 2.849 216
Totaal 1850 tot 1905 Súdwest-Fryslân 2026 3.329 239
Totaal 1905 tot 1925 Oost-Nederland (LD) 2026 65.891 151
Totaal 1905 tot 1925 West-Nederland (LD) 2026 266.244 108
Totaal 1905 tot 1925 Oost-Groningen (CR) 2026 5.545 180
Totaal 1905 tot 1925 Zuidwest-Friesland (CR) 2026 4.566 176
Totaal 1905 tot 1925 Zuidoost-Friesland (CR) 2026 4.352 186
Totaal 1905 tot 1925 Zuidoost-Drenthe (CR) 2026 4.093 194
Totaal 1905 tot 1925 Zuidwest-Drenthe (CR) 2026 2.271 223
Totaal 1905 tot 1925 Zuidwest-Overijssel (CR) 2026 3.719 136
Totaal 1905 tot 1925 Zuidwest-Gelderland (CR) 2026 3.910 166
Totaal 1905 tot 1925 Oost-Zuid-Holland (CR) 2026 6.236 131
Totaal 1905 tot 1925 Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2026 6.854 119
Totaal 1905 tot 1925 West-Noord-Brabant (CR) 2026 9.642 150
Totaal 1905 tot 1925 Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2026 6.834 180
Totaal 1905 tot 1925 Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2026 7.558 157
Totaal 1905 tot 1925 Súdwest-Fryslân 2026 3.277 170
Totaal 1925 tot 1945 Oost-Nederland (LD) 2026 112.642 150
Totaal 1925 tot 1945 West-Nederland (LD) 2026 397.154 108
Totaal 1925 tot 1945 Oost-Groningen (CR) 2026 8.386 161
Totaal 1925 tot 1945 Zuidwest-Friesland (CR) 2026 4.306 165
Totaal 1925 tot 1945 Zuidoost-Friesland (CR) 2026 7.084 176
Totaal 1925 tot 1945 Zuidoost-Drenthe (CR) 2026 5.159 173
Totaal 1925 tot 1945 Zuidwest-Drenthe (CR) 2026 4.508 178
Totaal 1925 tot 1945 Zuidwest-Overijssel (CR) 2026 6.359 128
Totaal 1925 tot 1945 Zuidwest-Gelderland (CR) 2026 6.233 163
Totaal 1925 tot 1945 Oost-Zuid-Holland (CR) 2026 9.377 121
Totaal 1925 tot 1945 Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2026 11.263 113
Totaal 1925 tot 1945 West-Noord-Brabant (CR) 2026 17.539 145
Totaal 1925 tot 1945 Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2026 12.989 175
Totaal 1925 tot 1945 Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2026 23.537 150
Totaal 1925 tot 1945 Súdwest-Fryslân 2026 3.023 155
Totaal 1945 tot 1955 Oost-Nederland (LD) 2026 71.564 120
Totaal 1945 tot 1955 West-Nederland (LD) 2026 153.673 93
Totaal 1945 tot 1955 Oost-Groningen (CR) 2026 2.835 122
Totaal 1945 tot 1955 Zuidwest-Friesland (CR) 2026 1.963 140
Totaal 1945 tot 1955 Zuidoost-Friesland (CR) 2026 2.537 134
Totaal 1945 tot 1955 Zuidoost-Drenthe (CR) 2026 4.151 126
Totaal 1945 tot 1955 Zuidwest-Drenthe (CR) 2026 3.000 131
Totaal 1945 tot 1955 Zuidwest-Overijssel (CR) 2026 3.115 111
Totaal 1945 tot 1955 Zuidwest-Gelderland (CR) 2026 5.220 139
Totaal 1945 tot 1955 Oost-Zuid-Holland (CR) 2026 4.448 95
Totaal 1945 tot 1955 Zuidoost-Zuid-Holland (CR) 2026 5.670 91
Totaal 1945 tot 1955 West-Noord-Brabant (CR) 2026 14.141 120
Totaal 1945 tot 1955 Noordoost-Noord-Brabant (CR) 2026 13.937 132
Totaal 1945 tot 1955 Zuidoost-Noord-Brabant (CR) 2026 17.696 123
Totaal 1945 tot 1955 Súdwest-Fryslân 2026 1.161 146
Totaal 1955 tot 1965 Oost-Nederland (LD) 2026 144.320 114
Totaal 1955 tot 1965 West-Nederland (LD) 2026 364.346 93
Totaal 1955 tot 1965 Oost-Groningen (CR) 2026 7.126 105
Totaal 1955 tot 1965 Zuidwest-Friesland (CR) 2026 5.282 118
Totaal 1955 tot 1965 Zuidoost-Friesland (CR) 2026 9.403 115
Totaal 1955 tot 1965 Zuidoost-Drenthe (CR) 2026 7.784 117
Totaal 1955 tot 1965 Zuidwest-Drenthe (CR) 2026 5.703 111
Totaal 1955 tot 1965 Zuidwest-Overijssel (CR) 2026 6.582 100
Totaal 1955 tot 1965 Zuidwest-Gelderland (CR) 2026 8.399 129
Totaal 1955 tot 1965 Oost-Zuid-Holland (CR) 2026 14.243 98
Bron: CBS.
Verklaring van tekens

Tabeltoelichting


Deze tabel bevat gegevens over de kenmerken van de voorraad woningen op 1 januari. De tabel toont de beginstand op 1 januari en de gemiddelde oppervlakte. Deze worden verder uitgesplitst naar bouwjaarklasse, woningtype, landsdelen, provincies, COROP-gebieden en gemeenten.

De gegevens zijn afkomstig uit de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Tot de voorraad woningen worden alle verblijfsobjecten gerekend, die op de peildatum een woonfunctie en een status "in gebruik (niet ingemeten)", "in gebruik", "buiten gebruik" of "verbouwing" hebben.

Gegevens beschikbaar vanaf: 2012

Status van de cijfers:
Alle cijfers zijn definitief.

Wijzigingen per 3 april 2026:
De cijfers van 2026 zijn toegevoegd.

Wanneer komen er nieuwe cijfers?
De nieuwe cijfers worden circa 3 maanden na aanvang van het verslagjaar gepubliceerd.

Toelichting onderwerpen

Beginstand woningvoorraad
Woningvoorraad aan het begin van de verslagperiode.
De kleinste binnen één of meer panden gelegen en voor woondoeleinden geschikte eenheid van gebruik, ontsloten via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte.
Voorbeelden zijn vrijstaande woningen, eengezinswoningen, flat- of portiekwoningen, studentenhuizen.
Alle verblijfsobjecten met minimaal een woonfunctie en eventueel een of meer andere gebruiksfuncties worden als woning aangemerkt.
Gemiddelde oppervlakte
Gemiddelde gebruiksoppervlakte van woningen (verblijfsobject met minstens een woonfunctie).
Alleen woningen met een oppervlakte vanaf 14 tot en met 2700 m2 worden meegeteld.
De gemiddelde oppervlakte wordt alleen getoond als er minimaal 20 woningen bekend zijn.

De gebruiksruimte kan onderverdeeld worden in ’woonruimte’ en ’overige inpandige ruimte’.
Tot de ‘woonruimte’ behoren de ruimten hoger dan 2 meter die bouwkundig gezien niet slechts als bergruimte bedoeld zijn.
Tot de ‘overige inpandige ruimten’ behoren:
- de ruimten waarvan het hoogste punt tussen 1,50 meter en 2,00 meter hoog is;
- de ruimten die deels lager zijn dan 2,00 meter en deels, maar voor niet meer dan 4,0 m2 aaneengesloten, hoger dan 2,00 meter;
- de ruimten die bouwkundig gezien slechts geschikt zijn als bergruimte. Voorbeelden hiervan zijn een inpandige kelder, fietsenstalling of een garage;
- een bergzolder, dat wil zeggen een zolder die alleen toegankelijk is met wegklapbare, opvouwbare of eenvoudig verwijderbare trap en/of een zolder met onvoldoende daglicht (raamoppervlakte kleiner dan 0,5m²) of wanneer sprake is van een niet te belopen zolder.

Voor de exacte definiëring zie NEN 2580.